Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 38

Gepubliceerd op: 12 juni 2005

Paringsdans
De vorige weken lazen we hoe Fiona's hele huis was leeggehaald. Aangezien Do en Fiona in een vrij verwarrende situatie zitten, was dus de vraag wie in hemelsnaam een heel huis leeg kan halen.

Was het Eliza, die met een kind, dat niet haar eigen kind is maar van de geesteszieke Irma, maar dat ze wel opvoedt, eerst verdacht was, toen weer niet (of nog maar een beetje)?
Was het Irma, het meisje dat een slippertje maakte met een jongen uit een psychiatrische kliniek, een kind kreeg dat ze niet kon opvoeden, verliefd werd op Eliza en het kind bij Eliza dumpte?
Of was het de geheimzinnige persoon die constant rare smsjes stuurt naar Dominique?

Nee, het bleek totaal iemand anders te zijn: Eliza's moeder. Eliza's moeder? Ja: Eliza's moeder. Wat heeft die er opeens mee te maken? Lees maar...


Nou daar zaten we dan aan de koffie, met Snorremans tegenover ons en Eliza’s moeder Jeanne in de aangrenzende kamer.

De agent had verteld dat Fiona’s spullen in een loods even buiten Breda waren teruggevonden op aanwijzen van een getuige, die zo snugger was geweest het kenteken van de vrachtwagen die bij haar appartement wegreed te noteren omdat hij het niet vertrouwde.
“Het is eigenlijk een gelukkige samenloop van omstandigheden, want het komt zelden voor dat we dit soort zaken zo snel oplossen.”
 
Fiona had de diender alleen maar schaapachtig aangekeken. Natuurlijk was ze blij met haar teruggevonden huisraad, maar ze was alles behalve gelukkig met het feit dat Eliza’s moeder het kennelijk nodig vond zich met de toch al zo complexe affaire te moeten bemoeien.
Ze had haar een paar maanden geleden nota bene zelf in huis gehaald, er van overtuigd Eliza daar mee te helpen. (zie PD 24)
 
“Hoe moet het nu verder?” vroeg ik en zette mijn kopje voorzichtig op de tafel voor me.
De agent nam nog een slok en keek ons ernstig aan. “We zullen eerst uit moeten zoeken in hoeverre zij hier echt iets mee te maken heeft. Dat die loods op haar naam staat wil niet zeggen dat ze ook achter de diefstal zit. Mocht dit het geval zijn, dan is het van belang om aangifte tegen haar te doen wil ze vervolgd kunnen worden.”

“Mag ik hieruit concluderen dat ze nog niets heeft gezegd?” vroeg ik.
Snorremans knikte. “Ze is hier nog niet zo lang en weigert vooralsnog een verklaring af te leggen.”
 
Fiona dronk de ene kop koffie na de andere en zei nog altijd niets, wat in schril contrast stond met de Fiona die ik de hele avond naast me aan de bar had gehad. Ze was behoorlijk uit het veld geslagen.
“Hoe lang kan ze dat volhouden, denkt u?” vroeg ik weer.
De agent haalde zijn schouders op. “Geen idee. Als ze niets wil zeggen, houdt het op. Ze is niet verplicht om te praten tenslotte.”
“Maar daar hebben jullie toch van die genereuze technieken voor, psychologische spelletjes en zo?”
Hij lachte. “We hebben zat trucjes om mensen aan het praten te krijgen, maar er zitten taaie tussen hoor.”
Ik trok een gezicht. Waar zijn de Zaanse verhoormethodes als je ze nodig hebt.
 
De deur ging open en er kwam een agente binnengelopen. Ze was lang, slank, beetje te slank misschien, en had lang donkerblond haar dat in een staart gebonden was. Ze stelde zich voor als Brenda en schonk ons een warme glimlach.
 
Ik had het idee dat ze Fiona’s hand iets langer vasthield dan nodig was, maar maakte mezelf onmiddellijk wijs dat ik me dat had verbeeld.
 
Ze ging naast haar collega zitten. “Zijn jullie inmiddels een beetje ontnuchterd?” vroeg ze half lachend.
“Nou, na een blik door de ruit van de kamer hiernaast wel ja”, zei ik zuchtend. Fiona nam nog een slok en knikte zwijgend.
“Ik heb geprobeerd met de vrouw hiernaast te praten, maar er komt niet erg veel uit. Daarom hoop ik dat jullie me toch iets meer kunnen vertellen.” Ze keek afwachtend naar Fiona, die zich niet bewust leek van de warme blik die op haar rustte.
 
Ik verschoof iets op mijn stoel en boog me licht naar voren. “De vrouw hiernaast is de moeder van de...” Ik stokte even. Waarom wist ik niet goed, maar een stem in mijn achterhoofd zei me mijn woorden iets zorgvuldiger te kiezen. “...van een vriendin van ons die we hebben opgevangen nadat ze thuis ruzie met haar ouders had gehad.”
Dat was een wel zeer beknopte versie, maar ik wist eigenlijk niet waar ik moest beginnen. Als ik alles van de laatste maanden eruit zou kiepen kon het onderzoek zich wel eens als een olievlek uitbreiden. Iedereen die ook maar iets met ons en Eliza te maken had gehad zou zich moeten verantwoorden voor zijn of haar aandeel in de hele kwestie.
 
Hoe graag ik ook wilde dat er een eind aan kwam, ik had geen idee of ik daar op dit moment wel goed aan deed.
 
Brenda keek naar Fiona en vroeg zacht: “Fiona, heb je enig idee wat deze vrouw met de verdwijning van je spullen te maken kan hebben?”
Fiona staarde nog altijd voor zich uit. Haar ogen stonden mat, maar waren niet meer zo rooddoorlopen. “Nee”, zei ze na een poosje. “Maar ik hoop dat jullie het eruit krijgen, desnoods binden jullie haar vast aan de muur, aan kettingen die diep in haar vlees snijden tot ze het uitschreeuwt van de pijn.”
Ik draaide me naar haar om en keek haar met grote ogen aan. “Mijn god, dat kwam wel uit je tenen hè?”
“Do, ik ben het zo spuugzat. Dat hele gezeik met alles en iedereen, ik heb het helemaal gehad.”
 
Brenda en Snorremans wisselden een blik uit, waarna de laatste zich weer tot Fiona keerde. “Begint u eens bij het begin”, zei hij kalm en kwakte een notitieblok op zijn schoot. Ik probeerde eveneens een blik uit te wisselen, zij het een paniekerige, met Fiona, maar ze keek in plaats van naar mij recht voor zich uit en begon het hele verhaal van voren af aan uitgebreid uit de doeken te doen.

Misschien lag het ook wel aan mij en moest ik me niet zo aanstellen, maar het voelde gewoon niet goed om de politie alles te vertellen. Ik was bang dat het zich tegen ons zou keren en we Jeanne er op de een of andere manier mee in de kaart speelden. Of Eliza. Of Irma.
 
“Dus als ik het goed begrijp werd u eerst gestalkt?” vroeg de agent.
“Nee”, verbeterde Fiona, “We leden eerst een doodnormaal leven. Of nou ja, we hadden het gewoon heel gezellig. Toen we Eliza leerden kennen begon alle ellende. En het telefonisch stalken van Dominique.”
Ik knikte en speelde het spel maar mee.
Brenda keek me kort aan en verlegde haar blik toen weer naar Fiona. “Het is een complex verhaal inderdaad.”
 
Moet je daar de politieschool voor hebben doorlopen, om tot die conclusie te komen?

Ik vouwde mijn armen voor mijn borst, geenszins van plan nog een woord te zeggen voordat Jeanne haar mond had opengetrokken.
 
Er werd op de deur geklopt. Brenda stond op en wisselde wat woorden met een collega. We konden niet horen wat er werd gezegd. Na een beleefd ‘dank je wel’ draaide ze zich weer naar ons om. “Mevrouw wil graag iets kwijt. Ik ga nu naar hiernaast om te horen wat ze te zeggen heeft.” Ze keek naar Fiona en knipoogde naar haar. “Het komt allemaal goed, dat voel ik.”
 
Het komt allemaal wel goed? Ik staarde haar verbaasd de deur uit.
Snorremans stond eveneens op. “Ik ga nog even wat koffie halen voor de dames.”
Toen ook hij de kamer was uitgelopen keek ik verwijtend naar Fiona. “Was dat nou nodig?”
Ze keek me niet begrijpend aan. “Wat?”
“Om alles te vertellen. Denk je niet dat het handiger is om die trut hiernaast eerst aan de tand te voelen?”

Fiona zuchtte geïrriteerd. “Nee. Ik ben het zat Do. Laat hun het nu maar opknappen. Ik wil rust. Ik wil dat Eliza met dat kind uit mijn huis verdwijnt.”
“Correctie, mijn huis.”
“Whatever, uit mijn leven. Weg ermee.”
“Het gaat hier niet alleen om Eliza of Jeanne. Het gaat ook om Irma en Patrick. Als deze molen eenmaal gaat draaien kunnen we van hun misschien ook nog wat verwachten en ik heb mijn portie voorlopig wel gehad als het om dreigementen en plotwendingen gaat.”
“Ik wíl juist dat ze alles tot op de bodem uitzoeken. Dan hoeven wij dat tenminste niet meer te doen, of ben je alle oeverloze trips naar Breda nu alweer vergeten?”
 
“Oh, dus jij denkt dat we vanavond voor het laatst op dit bureau hebben gezeten?”
 
Ze glimlachte flauw. “Nee natuurlijk niet. Heb je niet gezien wat voor lekker wijf die Brenda is en hoe ze naar me keek? Ze kneep zelfs nog eens extra in mijn hand. Daar moeten we gebruik van maken Do.”
“We?” Ik snoof en schudde heftig met mijn hoofd. “Elke volgende scharrel screen je eerst maar bij het RIAGG, ik doe niet meer mee.”
 
De deur ging weer eens open en Snorremans stapte naar binnen met twee thermoskannen koffie. “Zo, hier kunnen jullie wel even mee vooruit.”
Ik strekte mijn benen en vroeg hoe lang we hier in godsnaam nog moesten blijven zitten. “Brenda komt zo terug om de verklaring van de moeder met jullie door te nemen.”

Juist toen hij dat zei kwam het leidend voorwerp uit zijn zin naar binnen gewandeld. Ze sloeg mij dit keer gemakshalve maar helemaal over en wendde zich direct tot Fiona. “Nou, die verklaring stelt niet veel voor. Ze heeft slechts bevestigd dat de loods inderdaad op haar naam staat. Dat zegt natuurlijk nog niets, dus we zitten voor nu een beetje vast.”
 
“Misschien moeten we haar man bellen. Wie weet kan hij iets forceren”, opperde ik.
Brenda en Snorremans keken me verbaasd aan. “U kent haar man ook?” vroeg Brenda.
“Ja we zijn eens verhaal gaan halen bij hem. Fioon, jij hebt zijn nummer.”
Fiona trok haar mobiel tevoorschijn en skipte door het menu. Ze aarzelde even. “Ja, maar wat ga ik tegen hem zeggen dan?”
“Dat zijn vrouw op het bureau zit. Of hij hierheen wil komen, zo moeilijk is dat toch niet?” zei ik kribbig. De drank had ik met alle koffie nu wel uit mijn lijf gespoeld. Wat overbleef was een grenzeloos verlangen naar mijn bed.
 
“Laat mij dat maar doen, dat werkt misschien beter”, zei Brenda terwijl ze Fiona’s mobiel overnam. Ze drukte een toets in en wachtte tot er werd opgenomen.
Ze stelde zich voor en deed kort en bondig uit de doeken dat de vrouw van Jos op het politiebureau zat en vroeg of hij wilde komen. Het bleef vervolgens stil, maar het gezicht van Brenda betrok.
 
Haar wenkbrauwen kietelden inmiddels haar haargrens toen ze de hoorn iets van zich afhield en verbluft zei: “Hij zegt dat zijn vrouw naast hem op de bank zit.”
 
Onze monden zakten letterlijk open. We keken haar aan alsof we vliegtuigen door de Twin Towers zagen boren en verplaatsen onze blikken vervolgens gelijktijdig naar de muur rechts van ons.
 
Als dat Eliza’s moeder niet was, wie zat er dan in hemelsnaam wel in die kamer?

Volgende week weer meer Paringsdans!