Paringsdans

Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 74

Gepubliceerd op: 24 juni 2006

Paringsdans
Do is terug van vakantie! Lang gewacht en tóch gekregen: de nieuwste aflevering van Dominique's Paringsdans! Zeg het voort, zeg het voort...

De biecht van Dominique viel achteraf toch niet helemaal in goede aarde. Cat voelt zich belazerd en heeft Do de deur gewezen. Ook met Fiona botert het nog altijd niet. Zoveel leed zo kort op elkaar moet natuurlijk even verwerkt worden; aan de bar van Do’s favoriete kroeg, met een flinke dosis Campari...

 
Klanken van Zuid-Amerikaanse gitaarmuziek en luidruchtige kroegtijgers vermengden zich in mijn hoofd tot een heupwiegende serie geluidsgolven. Ik was niet meer in staat gesprekken te volgen, laat staan te voeren. Sam, de vaste bardame van onze vaste kroeg – ‘onze’, dat wil zeggen van Fiona en mij - liep al glazen afdrogend naar me toe aan de hoek van de bar en hief haar hoofd. “Gaat het wel met je?” haar schelle stem deed me fronsen, alsof dat timbre zich er ook nog even tussen wilde wurmen, en het was al zo druk in m’n hoofd.
 
Ik knikte traag en hief mijn lege glas. “Doemijernogmaarzoween...”
Sam lachte spottend. “Denk je niet dat je er al genoeg op hebt?”
Ik schudde zachtjes mijn hoofd. “Neejoor...”
Ze boog iets naar me toe. “Je zit hier al de hele avond in je eentje mijn flessen Campari leeg te lurken. En waar is Fiona eigenlijk?”
Ik haalde mijn schouders op. “Weetikfeel. Die hoe...” Ik moest even flink boeren. “...vik ook nietezien.”
 
Sam trok een vies gezicht en wapperde met haar glazendoek mijn zojuist uitgestoten drankwalm weg. “Hebben jullie ruzie of zo?””
“Zchenk mijnou nog... maar eenkeer.. bij... . Alzje zoveel achter... de rugeb azzik... zouje took ... op een zuipezette...”
Ik hoorde mezelf moeite doen om me verstaanbaar te kunnen maken. En ik moest nog boven die teringherrie uit zien te komen ook.
Sam schudde haar hoofd. “Ik ga je niet nog meer schenken schat, je hebt echt genoeg op. Hoe ga je naar huis?”
Ik wilde even verzitten op de kruk, maar gleed er bijna naast. Ik kon me nog net aan de rand van de bar vasthouden. “Nouwe... “ Ik moest even nadenken. “Ikweetet niet...”
 
Sam gooide de glazendoek naast de toog. “Weet je wat, mijn dienst zit er toch op, geef mij je huissleutels maar, dan breng ik je wel even.”
 
Ik wilde protesteren, maar dat ging me niet zo goed af. Ik had argumenten zat, maar praten was echt een praktisch onoverkomelijk probleem geworden. Ik graaide zo goed en zo kwaad als het ging in de zakken van mijn spijkerjack, opzoek naar mijn sleutels, maar die bleken leeg. Ook in mijn broekzakken vond ik niets dan wat losgeld en een verfrommeld pakje sigaretten, waar ik kennelijk de hele tijd al op had gezeten.
 
“Je gaat me toch niet vertellen dat je je sleutels kwijt bent, hè?” Sam stond intussen achter me en duwde me met lichte dwang van de kruk. 
“Mizzchien legge ze bij Cat...” Opperde ik.
Sam rolde met haar ogen. “Maar die gaan we niet om half vier ’s nachts lastig vallen, toch? Of zit ze op je te wachten? Moet ik haar bellen?”
“Nee!” Ik keek haar even met grote, en met bloeddoorlopen, ogen aan. “Ik bedoel neejoh... die slaapt allang...”
“Nah, oké, kom hier.” Ze ondersteunde door het dranklokaal tot aan de deur. “Wacht hier, dan haal ik m’n auto.” Ze zwaaide de deur open en verdween in de donkere koude nacht. 
 
De wereld draaide om me heen. Sam, een kordate vrouw van achterin de dertig met blonde paardenstaart en een spits maar knap gezicht, hield haar ene hand op het stuur en de andere losjes op de versnellingspook. Ze keek even opzij. “Gaat het?”
Ik zuchtte vermoeid. “Jawoor...”
 
Ze draaide een straat in en bracht de auto langs de stoep tot stilstand.
“Hier izzet niet hoor...”
Sam glimlachte. “Jawel hoor.” Ze stapte uit en liep om de auto heen om mijn portier te openen. Ik hield me aan haar vast en stapte uit. Ze voerde me mee door een tuinhek en vervolgens door een glazen schuifpui.
Ik struikelde nog net niet over de drempel en leunde zwaar op haar om overeind te blijven. “Ho ho”, lachte ze, “rustig aan.” We bleven even staan.
“Leg me hier maar neer hoor...” mompelde ik lijzig.
“Op de deurmat?”
“Nouwen, ik bennie zo kieskeurig...”
Sam gooide haar sleutels op het aanrecht en nam me mee naar de woonkamer. “Ga hier maar liggen, pak ik een dekbed voor je.”
 
Ze vleide me op haar bruinleren bank, waar ik dankbaar in wegzakte.
 
Nu draaide de kamer ineens ook. Dat was eerder nog niet. In de draaikolk doemde het gezicht van Cat op, maar schoot door, in een neerwaartse spiraal. Ik probeerde haar terug te halen, maar ze verdween uit het zicht. Ik zag de rode krullenbol van Fiona aan me voorbij schieten, ze leek iets te willen zeggen, maar ook haar moest ik laten gaan. Alsof dat nog niet genoeg was, verscheen het grijnzende gezicht van John. Heel vaag, maar toch. Ik zwaaide druk met mijn armen om het beeld uit te wissen, maar uitgerekend bij hem ging dat het lastigst.
 
Sam kwam de kamer weer ingelopen. “Zie je ze vliegen schat?” Lachend dekte ze me toe en kwam even naast me op de rand van de bank zitten. “Weet je zeker dat ik niet iemand voor je moet bellen, waar is je mobiel?”
Ik had mijn ogen al dicht en hoorde haar stem ergens in de verte. Ze porde kort in m’n zij.
“Hé, voor je helemaal van de kaart bent, waar is je telefoon?”
Ik richtte me half op. “Ik ben er nietoor... zeg maar dat ik eh....”
“Nee trutje, jouw telefoon, waar is ‘ie?”
Ik kon werkelijk niet meer denken. “Eh... in me tazz..?”
“Je had geen tas bij je toen je binnenkwam vanavond.”
“Ech nie...?” Ik plofte weer neer.
 
Sam streek een lok uit mijn gezicht.
“Niedoenoor...vinnik lekker...straks ga ik nog vreemd...”
Sam schaterde. “Met wie?”
“Jah, mejou natuurlijk...”
“Zijn daar niet twee mensen voor nodig, om vreemd te gaan?”
“Hoezzoo, vinje menie aantrekkelijk ofzoo...”
“In deze toestand? Nee.”
“Pfff, wach maar totik weer nuchter ben... dan vinje me onweerb... onsteen... onweer...”
“Onweerstaanbaar? Nou schat, als jij morgen weer onder de levenden bent schop ik je de deur uit, kun je ’t goed gaan maken met je vriendin.”
Ik fronste diep. “Hoewee...”
Sam lachte en stond op. “Ik ben een barvrouw schat, ik heb meestal aan een half al woord genoeg.”
 
Ze kuste me op mijn voorhoofd en liep de kamer uit naar boven.
Ik legde mijn hoofd weer op het kussen van de bank.
 
Goedmaken, ja. Ik had zeker heel wat goed te maken met Cat...

Vanaf nu weer iedere keer op RozeRijk.nl: Paringsdans!