Paringsdans

Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 71

Gepubliceerd op: 01 april 2006

Paringsdans
De meiden gaan weer naar huis. Do moet ernstig bijkomen van een nachtje doorhalen en wordt wakker met een kater en een hoofd vol zorgen. Fiona heeft het zwaar te pakken van Anna. Eenmaal thuis denkt Fiona Dominique en Cat een duwtje in de goede richting te geven, maar in plaats daarvan legt ze een bom onder haar vriendschap met Do...
 
“Do, schiet nou op, we vertrekken zo. De kamers moeten worden schoongemaakt.” Cat ruimde de laatste kledingstukken in de koffer en verzamelde onze snowboots.
Ik lag in mijn warme donzen dekbed opgerold bij te komen van mijn nachtelijke vergadering met Fiona, de tweede al deze week. Fiona was diep in de nacht teruggekeerd van een avondje stappen met Anna en ik zat opnieuw in het donker in m’n eentje de pensionhouder van al zijn bier te ontdoen. Tot ik er misselijk van werd en om vijf uur eindelijk mijn bed opzocht.
 
“Ja, dat krijg je ervan als je de hele nacht doorhaalt”, wees Cat me terecht terwijl ze het warme dons van mijn naakte lijf rukte. “Kom op, onder de douche. Straks zitten we midden in een sneeuwstorm en staan we uren in de file.”
 
Myrthe kwam de kamer ingelopen. “Nou ik heb alles hoor. Wat gaat zo’n week hard hè. Volgend jaar weer?”
Cat lachte en zette alvast een koffer op de gang. “Je skiet lekker. We kunnen zo nu en dan wel naar een skicentrum bij Zoetermeer gaan. Houden we de techniek een beetje op peil.”
“Daar ligt toch geen sneeuw?”
“Nee, wat dan, zand?”
“Jah, weet ik veel.”
 
Ik strompelde met een enorme kegel in m’n hoofd naar de badkamer. Hoewel dat eigenlijk een te ruime typering is van het hok waarin je je nog net in de douche kon wurmen of op het toilet kon vouwen. 
“Schat haast je, we gaan over een half uurtje rijden”, gaf Cat me mee voor ze met een deel van onze spullen naar beneden liep.
 
Ik liet het warme water over mijn lijf stromen en leunde zwaar tegen de muur. Fiona kwam de kamer binnen en stak haar hoofd om de hoek, ver genoeg om me voorovergebogen te zien ontdoen van mijn maaginhoud.
“He getver, kon je daar niet heel even mee wachten.”
Ik spuugde nog wat na en keek de bruine smurrie het putje in. “Het spoelt gelukkig snel weg.”
Ze deed een stap dichterbij en trok een vies gezicht. “Ik dacht dat je niks meer gegeten had?”
Ik hield me vast aan het stalen rekje dat aan de muur bevestigd zat. “Heb ik ook niet, hoezo?”
Ze knikte. “Dat zijn toch worteltjes?”
 
Ik volgde haar blik en zag nog net hoe een paar lichtoranje stukjes met de waterstroom mee in het putje verdween. Nog voor ik iets kon zeggen voelde ik een tweede lading naar boven borrelen, die eveneens het water in de bak diepbruin kleurde.
 
Fiona keerde haar gezicht af. “Mijn god, dat heb je anders nooit. Was dat bier over de datum misschien. Hoeveel heb je er eigenlijk op?”
Ik proestte en spoelde mijn mond onder de douchestralen. “Niet zo veel, stuk of zeven.”
“Zeven?” Ze ging op het deksel van ‘t toilet zitten. “Je hebt toch een schnitzel gegeten? Nou dan volgt die zeker ook nog.”
“Hè ja, scheid eens even lekker uit.”
“Oh, je schijt de rest er zo even uit. Moet ik alvast opstaan, of doe je dat boven hetzelfde putje?”
 
Ik waste mijn haar en poetste vluchtig mijn tanden. “Hoe laat is het?”
Fiona stak een sigaret op. “Tien uur.”
“Zou je dat ergens anders willen doen, anders ga ik zo nog een keer over m’n plaat. Ik kan die gore geur nu echt niet verdragen.”
Fiona stond op. “Jaja, al goed. Ik loop alvast naar beneden. Moet ik iets meenemen?”
“Nee. Zeg maar tegen Cat dat ik er zo aan kom.”
“Heb je al met haar gesproken?”
Ik schudde mijn hoofd en draaide de kranen dicht. “Nee. Geef die handdoek eens aan achter je.”
“Wacht er nou niet te lang mee, het wordt anders alleen maar erger”, ze wierp me de handdoek toe en deed de deur achter zich dicht.
Ik zuchtte diep en begon me langzaam af te drogen.
 
Beneden stond iedereen me in de hal op te wachten.
“Zo schat, ook weer onder de levenden.” Cat kuste me op mijn wang en droeg onze koffers naar de auto. We namen afscheid van de pensionhouder en zijn vrouw, en bedankten hen voor de gastvrijheid en het heerlijke ontbijt dat ze iedere morgen voor ons hadden bereid.
Eenmaal buiten in de frisse lucht begon ik me eindelijk wat beter te voelen.
“Je ziet erg wit schat, je wordt toch niet ziek?” vroeg Cat bezorgd.
Ik haalde mijn schouders op, maar zei niets. Ik had geen energie om te praten.
Myrthe had de auto inmiddels van alle sneeuw ontdaan. “Nah, we kunnen hoor.”
 
De rit naar huis duurde lang. Er stond een file van bijna honderd kilometer vanaf Stuttgart en er leek werkelijk geen eind aan te komen. Ook niet aan de relaas van Fiona over haar en Anna.
 
“Ze is fantastisch”, kirde ze.
“Wanneer zie je haar weer?” vroeg Myrthe.
“Zo gauw ze in Nederland is.”
“En wanneer is dat?” vroeg Cat vanachter het stuur.
“Als het skiseizoen voorbij is, over een maand of twee. Ik kan nauwelijks wachten.”
“Dus het is wederzijds?” vroeg Myrthe weer.
“Hmhm, zo voelde het afgelopen nacht tenminste wel.” Ze knipoogde.
“Het lijkt me een heel leuk meisje”, zei Cat. “Beetje jong wel...”
“Begin jij nu ook al. Dat was het eerste wat die vriendin van je zei.”
Ik nam geen deel aan het gesprek. In plaats daarvan staarde ik de hele rit uit het raam en wilde maar een ding: thuis zijn en m’n nest in.
 
Eindelijk waren we er. Al was het pas laat in de avond.
“Ik heb er nog nooit zo lang over gedaan om thuis te komen vanuit Oostenrijk”, zei Cat geeuwend toen ze het slot omdraaide en ons binnenliet.
Fiona denderde meteen door naar de koelkast. “Cat je hebt toch wel Campari hè, ik moet Campari. Dat heb ik de hele week al niet kunnen drinken en na zo’n rit heb ik het al helemaal nodig.”
“Er bestaan praatgroepen voor dergelijk gedrag hoor”, grapte Myrthe en plofte op de bank. “De AA.”
“AA, ik ben toch niet verslaafd?” vroeg ze zich verontwaardigd af, de Campari ondertussen als limonade naar binnen gietend.
 
Ik plofte eveneens languit op de bank.
“Do, Campari?” vroeg Fiona met enig gevoel voor cynisme.
Ik moest er niet aan denken. Zo’n gezicht trok ik waarschijnlijk ook, want ze haalde nonchalant haar schouders op en zette de fles weer aan haar mond.
Cat rolde een sigaret. “He meiden, dat was gezellig, zo’n weekje wintersport. Moeten we inderdaad vaker doen. Ik lust eigenlijk ook wel wat. Is er nog bier?”
Fiona opende de koelkast, waar ze nog altijd naast stond. “Genoeg.” Ze gooide Cat een blikje toe. “Do ook?”
 
Ik had het helemaal gehad. “Sodemieter toch op met je bier. Sodemieter meteen trouwens helemaal op en laat me met rust!”
 
Het werd stil en iedereen keek me verbaasd aan.
 
“Wat is er met jou?” vroeg Cat, die zich als eerste hervond.
“Niks, ik wil gewoon geen gezeik aan m’n kop. Ik wil rust. Rust!”
Ik hijgde en snakte naar adem. Langzaam viel ik weer terug in de kussens. De tranen stroomden over m’n wangen. Cat kwam bij me zitten om me te troosten. “Lieverd, je hebt gewoon slaap nodig.” Ze kuste mijn tranen weg en sloeg haar armen om me heen.
 
Fiona, bij wie de drank na een lange vermoeiende autorit al snel naar het hoofd begon te stijgen, vond echter iets heel anders: “Weet je wat jij nodig hebt? Een goed gesprek met je vrouw.”
 
Cat keek me niet begrijpend aan. “Huh?”
 
Ik bleef Fiona met van woede samengeknepen ogen aankijken, maar ze wilde maar niet dood...

Volgende keer weer meer Paringsdans van de meiden!