Paringsdans

Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 69

Gepubliceerd op: 07 maart 2006

Paringsdans
Een weekje skiën in Oostenrijk. De meiden vermaken zich prima in de sneeuw, maar vooral ’s avonds in de kroeg. Hoewel dat rijkelijk vloeien van alcohol ook zijn keerzijde heeft. Do snijdt nietsvermoedend een onderwerp aan waarna Cat onverwacht een bekentenis doet. Het zet Do aan het denken. Fiona’s aandacht wordt volledig door andere zaken opgeslokt. En wie is Anna?
 
We waren een halve week onderweg en kluunden ons iedere dag door een dik pak sneeuw van pension naar piste en omgekeerd. Cat en Myrthe waren niet van de latten af te slaan. Ik keek voornamelijk toe omdat ik bij nader inzien toch geen zin had in een skiklasje, dat wijdbeens in polonaise naar beneden kwam gezet op de babyweide en Fiona zat voornamelijk diep weggedoken in haar parka, van waaruit ze zo nu en dan haar ongenoegen uitte over de kou. Maar de Après Ski deed wonderen, dan leefde ze helemaal op. Wij allemaal eigenlijk.
 
Behalve het skiën was er in het gebied niet veel meer te doen dan op je bed liggen met een boek, kilo’s van de ‘tederste verleiding’ uit de buurtsuper en je tijdens het diner te buiten gaan aan immense Wiener schnitzels, die we gelukkig met gemak door vier konden delen. Alsof we een heel varken hadden besteld en ze de poten en de kop er slechts af hadden gesneden. Ik heb me diverse malen afgevraagd hoe ze dat nou doen in die keuken, en of ze zelf werkelijk geloven dat wij dat ieder individueel in z’n geheel weg zouden krijgen. Het verschafte ons wel een uitstekende voedingsbodem voor de rest van de avond. Na het eten werd er tenslotte alleen nog maar gedronken, tot we er bij neervielen. Soms letterlijk.
 
“Ik vind haar zooooooo mooooooi…” lispelde Fiona lijzig, met een kromme vinger wijzend naar een blond meisje achter de bar van onze tijdelijke stamkroeg in het dorp.
We hadden het leuke bruine cafeetje ontdekt tijdens ons geploeter door de sneeuw, die maar bleef vallen, en we er vermoeid neerstreken voor een kop koffie. Het was niet groot, wel heel gezellig en altijd vol.
 
Ik keek met haar mee en moest toegeven dat het inderdaad een knap meisje was, met haar halflange blonde haren in een nonchalante staart en een stralende glimlach, die zo nu en dan ook onze kan op scheen.
 
“Ze kijkt best vaak naar me…” zwijmelde ze.
Ik nam nog een slok bier. “Het is alleen jammer dat ze hier geen Campari hebben, ik begin een beetje misselijk te worden van deze troep.”
“De hele week zit ik hier al naar haar te smachten”, zuchtte ze, “Ze is zo leuk joh. Ze heet Anna…” Haar middenrif schokte even, er moest kennelijk wat lucht uit. “…en ze is Nederlands.”
“Oh”, zei Cat, “da’s ook toevallig.”
 
Fiona draaide zich weer naar ons om. “Vinden jullie haar dan niet leuk…?” Ze loenste een beetje, waardoor niet geheel duidelijk was wie van ons ze precies aankeek.
“Heel leuk schat, maar hou je er erg in dat we over twee dagen weer naar huis gaan?” hielp Myrthe haar herinneren aan het feit dat Fiona bijna uit haar leiden was verlost.
“Ik blijf hier...”, hikte ze en nam nog een slok.
 
We zaten met z’n vieren aan een tafeltje in de hoek, vanwaar we goed zicht hadden op de rest van de ruimte. Zo nu en dan ontnam een uitgelaten Duitser of Engelsman, die in grote getale van hun eiland waren afgekomen, Fiona het zicht, waarna ze hen met haar arm wild zwaaiend denkbeeldig uit de weg sloeg.
“Heb je haar al gesproken?” vroeg Cat.
Fiona schudde haar hoofd. “Nee, ik zit hier al vier avonden stilzwijgend naar haar te staren.”
“Hoe weet je dan dat ze Anna heet?” vroeg Myrthe.
“Dat roept iedereen naar haar, en ze luistert ernaar, dus ik dacht, nou, dan zal ze wel zo heten...”
 
We keken weer in de richting van de bar. Anna stond achter de tap en verwerkte de ene na de andere bestelling. Tussendoor viel het op dat ze inderdaad met enige regelmaat Fiona’s kant opkeek en met steelse blik haar ogen zocht.
 
Fiona zuchtte diep en vouwde moeizaam een hand onder haar kin. “Is ze niet helemaal geweldig...?”
Het moet een raar gezicht zijn geweest, vier paar ogen die deels nieuwsgierig, deels smachtend haar kant opkeken.
 
“Nou ik lust er nog wel een”, tetterde Myrthe boven de hoempapa-muziek uit.
“Ja ik eigenlijk ook wel”, viel Cat haar bij en stootte mij zijdelings aan.
Ik begreep de hint. “Nou ik eigenlijk niet, maar doe toch ook maar wel.”
Fiona keek ons wazig aan. “Nou, waar wachten jullie op dan?”
“Jah, op jou natuurlijk, of hoef je niet meer?” knikte Cat naar de bar.
Fiona keek even op en toen weer terug. Haar ogen werden nu ietsje groter. “Ik durf niet.”
Ik schoot in de lach. “Kom op, je kunt toch wel naar haar toe gaan om wat te bestellen?”
“Nee, echt, ik durf niet. Kan jij niet gaan?”
“Nee hoor, je weet wat daar van komt, of ben je die keer in de Efteling vergeten, met al die suikerspinnen.”
“En een Eliza die vervolgens nog steviger bleef plakken dan die zoete troep”, vulde Myrthe lachend aan.
 
Fiona twijfelde.
“Nah, vier bier. Je kan het”, spoorde Cat haar aan en duwde haar van de bank.
Fiona fatsoeneerde haar spijkerbroek en zwarte pull-over en bleef nog even dralen. “Wat moet ik dan tegen haar zeggen?”
“Mijn god, vier bier natuurlijk. Dat is alles wat je hoeft te zeggen.”
 
Fiona schuifelde door de menigte richting de bar.
“Is ze niet een beetje jong, dat grietje?” vroeg Myrthe.
“Fiona valt op jong”, zei ik.
“Echt?” vroeg Myrthe weer, terwijl ze aan haar rosblonde piekhaar plukte.
Ik knikte. “Ik heb haar nog nooit met iemand van haar eigen leeftijd betrapt.”
“Ik jou anders ook niet”, grapte Cat, doelend op het feit dat er tussen ons ook tien jaar leeftijdsverschil zat.
“Maar die Eliza was ook al zo jong”, ging Myrthe door.
“En Evelien en Sandra en Margot en Dorien en Shanna...” deed ik een greep uit Fiona’s wapenarsenaal.
“Shanna de Vest, de ex van Marga?” riep Myrthe verbaasd uit.
Cat nam een laatste slok uit haar glas. “Shanna is ook mijn ex.”
Ik keek haar als door een wesp gestoken aan. “Heb jij wat met Shanna gehad?”
Cat knikte. “Maand of drie, langer was het niet.”
“Wat een lekker wijf was dat zeg”, zuchtte Myrthe, “vergeef me de uitdrukking, maar die zou ik ook vandaag de dag nog niet m’n bed uitschoppen.”
“Ze ziet er nog steeds goed uit”, zei Cat. “Alleen  is ze volgens mij nu getrouwd en niet meer zo in het uitgaansleven te vinden, hoewel ik haar een paar maanden geleden nog heb gezien.”
“Oh ja?” vroeg Myrthe, “waar dan?”
 
Ik bleef Cat een beetje verontwaardigd aankijken. Ze had me nooit iets over Shanna verteld en ik voelde hoe dat stak. Shanna kende ik wel. Vaag weliswaar, maar ik had haar wel eens gezien. En ja, ze was mooi. Prachtig zelfs. De manier waarop Cat over haar sprak met Myrthe gaf me een nare smaak in de mond. “Daar heb je nooit iets over gezegd”, zei ik korzeliger dan de bedoeling was.
Cat draaide zich naar me toe. “Schat, dat is dan waarschijnlijk omdat ik het totaal niet belangrijk vind. Ze is iemand uit een grijs verleden, meer niet.” Ze draaide zich weer naar Myrthe.
 
Ik was hevig geïrriteerd en stak getergd een sigaret op. Dus zo werkt dat. Als iets in het heden niet meer aan de orde is en het verder niet belangrijk is, hoef je er niet over te praten. Dan hoefde ik me daar ook geen zorgen meer over te maken en schoof John weer terug naar de diepste spelonken van mijn gedachten.
 
“Kijk dat nou”, stootte Myrthe Cat aan.
We verplaatsen onze blikken naar Fiona en Anna, die druk met elkaar in gesprek waren.
“Straks krijgen we haar inderdaad niet meer mee”, grinnikte Cat.
 
“Ja”, mompelde ik kriegelig, “en dat bier kunnen we voorlopig ook wel vergeten...”

Volgende keer weer meer Paringsdans!