Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 24
Gepubliceerd op: 20 februari 2005
Vorige week ging Do eens bij Fiona kijken om te zien hoe het met haar en Eliza ging. Dat bezoekje eindigde erg verwarrend: die leuke Eliza liet ook Dominique niet helemaal koud. En tsja... of dát nou zo handig is? En het kan nog erger...
Het feit dat ik meer tijd bij Cat doorbracht dan in mijn eigen huis kwam de huishouding niet ten goede. De stapel post bij de deur was tot recordhoogte gestegen en mijn planten bogen me diep en dorstig tegemoet.
Ik smeet de post op de eetkamertafel en plofte op de bank. Ik voelde me raar en in de war. Eliza had indruk op me gemaakt en dat zat me alles behalve lekker. De pest was alleen dat ik niet goed wist of ik daar nu met Cat over moest praten. En wat me nog het meest dwars zat: ik kon het ook niet met Fiona delen. Mijn beste vriendin, die me bijna nog beter kende dan ikzelf, kon ik niet bellen om mijn hart te luchten.
Misschien maakte ik er wel meer van dan het was. Ineens moest ik aan Jorinde denken en wat ze aan tafel bij Cat had gezegd. “O ironie”, mompelde ik in mezelf. Maar ik hield van Cat, vond haar geweldig en veel meer dan dat. Ik kwam absoluut geen aandacht tekort en Cat verwaarloosde me alles behalve.
Mijn mobiel lag voor me op de salontafel en ik staarde er een poosje naar. Cat was thuis aan het werk. Ik zou gewoon kunnen bellen om haar stem even te horen, tegen haar te zeggen hoeveel ik van haar hield om daarna weer op te hangen, niets aan de hand.
Maar ik voelde dat ik zo’n simpel gesprek nu onmogelijk zou kunnen voeren.
Ik schopte mijn laarzen uit en vouwde mijn benen onder mijn billen. Mijn mobiel ging af en ik nam op. “Ja, Dominique, nique, nique!” tetterde Myrthe in mijn oor, “Het is hier gezellig!”
Ik hield de telefoon iets verder van mijn oor.
“Mijn god, wat een teringherrie, waar zit je?”
“In Oeteldonk, donk, donk! Carnavalleeeeeeh!”
Ik schoot in de lach. “Nou zo te horen is er nog maar weinig plek in je kraag. Met wie ben je daar?”
“Met Marga, we staan in een of andere kroeg, de Gele Meloen.”
Ik hoorde Marga op de achtergrond iets blèren.
“O, het is de Blauwe Druif. Wat ben jij aan het doen?”
“Volgens mij is de Blauwe Druif in Breda hoor.”
“Joh, ik weet toch al dagen niet meer waar ik ben. Ben je nog wezen stappen?” brulde ze.
“Nee, we hebben de koelkast van Cat geplunderd. Is het gezellig?”
“Ja heel erg! Komen jullie ook?”
“Voor die ene dag? Nee, morgen weer werken.”
“Ja wij ook, maar ik denk dat ik een snipperdag neem. Ben je nu bij Cat? Geef ‘r eens effe.”
“Nee, ik ben thuis. Cat is aan het werk. Zijn er verder nog bekenden?” vroeg ik, inmiddels ook blèrend.
“Kan ik niet zo goed zien, iedereen is hier geschminkt. Maar we gaan weer verder hossen. Ik bel wel als we weer terug zijn!”
Ik hing grinnikend op. Het deed me goed te weten dat die twee er samen even uitwaren, na al het hectische gedoe met Yvette, al geloofde ik niet dat het einde van die soap in zicht was. Ik liep naar de keuken en zette koffie voor mezelf. Opnieuw hoorde ik het deuntje van mijn mobiel. “Haai Fioon.”
“Do, het spijt me dat ik je nu alweer bel, maar kun je asjeblieft hierheen komen? De ouders van Eliza zijn onderweg naar mij.”
Ik slikte even. De gedachte om Eliza nu alweer te moeten zien was geen prettige.
“Ik weet niet wat ik moet verwachten als die mensen straks voor de deur staan, je zou me enorm helpen door er bij te zijn.”
Daar zat ik nu niet bepaald op te wachten, maar ik kon Fiona niet laten zitten.
Driekwartier later stapte ik voor de tweede keer die dag het appartement van Fiona binnen. “Ze zijn er nog niet”, meldde ze nerveus en ging me voor naar de woonkamer. Eliza zat op het puntje van de bank, duidelijk ongemakkelijk en knikte me kort toe. Ik deed hetzelfde en ging aan de andere kant van de kamer op een van de fauteuils zitten, ver uit haar buurt. Fiona ijsbeerde om ons heen en wierp zo nu en dan zenuwachtig een blik uit het raam.
“Mijn god Do, wat moet ik hier nu mee?”
Eliza verschoof iets en keek haar met een trieste blik aan. “Het spijt me zo. Ik had dit nooit mogen doen.”
Fiona zuchtte, liep naar haar toe en legde vervolgens geruststellend haar hand op die van Eliza. “Het is oké, je bent nu eenmaal hier, laten we het maar nemen zoals het komt.”
“Hoe weten ze eigenlijk waar je woont?” vroeg ik.
Eliza verlegde haar blik van Fiona naar mij. “Ik had haar adres in mijn agenda gezet. Ik denk dat ze die hebben gevonden.”
De deurbel ging en we verstijfden. Fiona keek me met grote ogen aan. “Oh god daar zul je ze hebben.”
Ik stond op en liep naar de hal om de deur te openen. Anders dan ik had verwacht, stuitte ik niet op de kolossale afrastering van weleer, maar op zijn vrouw, die qua gestalte nog geen schim was van haar echtgenoot. Ze zag er moe uit en aan haar doffe grijze ogen was duidelijk te zien dat ze had gehuild. Ze knikte me vriendelijk toe. “Hallo, ik ben Jeanne, de moeder van Eliza.” Haar stem klonk vriendelijk. Ik aarzelde even, maar deed uiteindelijk een stap opzij om haar binnen te laten.
We liepen door naar de woonkamer waar Fiona en Eliza samen op de bank zaten. Toen Jeanne binnen kwam, hielden de twee de adem in voor wat er achter haar zou opdoemen, maar toen er na mij geen voetstappen meer klonken staarden ze Jeanne verbaasd en enigszins opgelucht aan. Jeanne knikte geruststellend en zakte voorzichtig in een van de stoelen. “Ja, ik ben alleen. Dat leek me beter.”
Eliza’s lip trilde en haar ogen werden vochtig. Haar moeder keek haar dochter onderzoekend aan en knikte nog eens zachtjes, om duidelijk te maken dat ze niet van plan was er een nog grotere toestand van te maken. Eliza liet haar tranen nu de vrije loop. Fiona pakte haar hand en kneep er zachtjes in.
“Waarom ben je zo halsoverkop weggegaan, lieverdje?” vroeg Jeanne aan haar dochter.
Eliza slikte moeizaam. “Ik was boos. Op papa. Omdat hij me zo voor schut had gezet toen Fiona en Dominique voor de deur stonden. Ik had zo naar Fiona uitgekeken. Toen hij me min of meer verbood om weg te gaan knapte er iets in me.”
Haar moeder knikte weer. “Ik weet hoe koppig je vader kan zijn.”
Ik zag Fiona denken, maar het was niet het moment om het woord ‘koppig’ hardop als understatement te betitelen.
Gelukkig hield ze haar kaken op elkaar.
“Toch wil ik je vragen mee naar huis te gaan”, vervolgde Jeanne.
Eliza zei niets en keek even opzij naar Fiona. Die richtte haar blik op Jeanne. “U moet weten dat ik net zo verrast was als u, dat ze ineens hier was. Ik had echt geen idee.”
“Zo’n gevoel had ik al. Ik denk dat Eliza zich vooral heeft willen afzetten tegen haar vader.”
“En ik wilde graag bij Fiona zijn mam. Ik vind haar leuk.”
De vrouw in de stoel tegenover haar leek die woorden in haar hoofd nog eens op alfabetische volgorde te leggen. Ze bevochtigde haar lippen. “Daar moeten we het thuis maar verder over hebben.”
Eliza reageerde als door een wesp gestoken. “Thuis over hebben? We kunnen het thuis helemaal nergens over hebben. Papa sleept me sinds mijn jeugd van kerk naar bijbelschool en weer terug. Hij is totaal wereldvreemd en begrijpt helemaal niets van mij en mijn gevoel!”
Fiona en ik wisselden een blik uit, allebei onzeker of we ons wel in deze discussie zouden moeten mengen. Maar Jeanne was ons voor. “Je vader heeft het beste met je voor, lieve schat, net als ik. En hoe we ook van mening verschillen over de paden des levens, toch ontkomen we er niet aan daarover te praten.”
“Als ik nu mee naar huis ga, mag ik Fiona vast nooit meer zien.” Ze verstevigde de greep om Fiona’s hand.
Jeanne zag het tafereel met een flauwe glimlach aan. “Het gaat er niet om wie je wel of niet mag zien. Het punt is dat wij moeten wennen aan het idee dat je...” Ze stokte. “Dat je andere keuzes maakt in dit leven dan wij voor ogen hadden. En dat is lastig. Dat zou elke ouder hebben, daarop vormen wij echt geen uitzondering.”
“Papa wil nooit ergens over praten. Hij zal nooit accepteren dat ik lesbisch ben”, zei Eliza fel.
“Misschien ben je dat wel helemaal niet, maar is dit slechts een fase, een ontdekkingstocht”, zei haar moeder kalm.
“Ik ben lesbisch mam, ik val op vrouwen. Wen er maar aan. En ik ga niet met je mee naar huis zolang dat niet het geval is.”
Fiona stond op. “Mevrouw, kan ik u even onder vier ogen spreken in de gang?”
Jeanne leek even uit het veld geslagen, maar stond wel op en volgde Fiona naar de hal.
Toen haar moeder en Fiona de kamer uit waren liet Eliza haar tranen opnieuw de vrije loop. Ze snikte heftig en ik voelde een enorm medelijden opkomen.
Ik stond op uit de fauteuil en ging naast haar op de bank zitten. Troostend sloeg ik een arm om haar heen. Ze legde haar hoofd op mijn schouder en verborg haar gezicht in mijn hals, waarbij haar lippen zachtjes de gevoelige huid beroerden.
Ik sloot mijn ogen en stierf duizend doden.
Volgende week zondag gaat de Paringsdans verder!
Het feit dat ik meer tijd bij Cat doorbracht dan in mijn eigen huis kwam de huishouding niet ten goede. De stapel post bij de deur was tot recordhoogte gestegen en mijn planten bogen me diep en dorstig tegemoet.
Ik smeet de post op de eetkamertafel en plofte op de bank. Ik voelde me raar en in de war. Eliza had indruk op me gemaakt en dat zat me alles behalve lekker. De pest was alleen dat ik niet goed wist of ik daar nu met Cat over moest praten. En wat me nog het meest dwars zat: ik kon het ook niet met Fiona delen. Mijn beste vriendin, die me bijna nog beter kende dan ikzelf, kon ik niet bellen om mijn hart te luchten.
Misschien maakte ik er wel meer van dan het was. Ineens moest ik aan Jorinde denken en wat ze aan tafel bij Cat had gezegd. “O ironie”, mompelde ik in mezelf. Maar ik hield van Cat, vond haar geweldig en veel meer dan dat. Ik kwam absoluut geen aandacht tekort en Cat verwaarloosde me alles behalve.
Mijn mobiel lag voor me op de salontafel en ik staarde er een poosje naar. Cat was thuis aan het werk. Ik zou gewoon kunnen bellen om haar stem even te horen, tegen haar te zeggen hoeveel ik van haar hield om daarna weer op te hangen, niets aan de hand.
Maar ik voelde dat ik zo’n simpel gesprek nu onmogelijk zou kunnen voeren.
Ik schopte mijn laarzen uit en vouwde mijn benen onder mijn billen. Mijn mobiel ging af en ik nam op. “Ja, Dominique, nique, nique!” tetterde Myrthe in mijn oor, “Het is hier gezellig!”
Ik hield de telefoon iets verder van mijn oor.
“Mijn god, wat een teringherrie, waar zit je?”
“In Oeteldonk, donk, donk! Carnavalleeeeeeh!”
Ik schoot in de lach. “Nou zo te horen is er nog maar weinig plek in je kraag. Met wie ben je daar?”
“Met Marga, we staan in een of andere kroeg, de Gele Meloen.”
Ik hoorde Marga op de achtergrond iets blèren.
“O, het is de Blauwe Druif. Wat ben jij aan het doen?”
“Volgens mij is de Blauwe Druif in Breda hoor.”
“Joh, ik weet toch al dagen niet meer waar ik ben. Ben je nog wezen stappen?” brulde ze.
“Nee, we hebben de koelkast van Cat geplunderd. Is het gezellig?”
“Ja heel erg! Komen jullie ook?”
“Voor die ene dag? Nee, morgen weer werken.”
“Ja wij ook, maar ik denk dat ik een snipperdag neem. Ben je nu bij Cat? Geef ‘r eens effe.”
“Nee, ik ben thuis. Cat is aan het werk. Zijn er verder nog bekenden?” vroeg ik, inmiddels ook blèrend.
“Kan ik niet zo goed zien, iedereen is hier geschminkt. Maar we gaan weer verder hossen. Ik bel wel als we weer terug zijn!”
Ik hing grinnikend op. Het deed me goed te weten dat die twee er samen even uitwaren, na al het hectische gedoe met Yvette, al geloofde ik niet dat het einde van die soap in zicht was. Ik liep naar de keuken en zette koffie voor mezelf. Opnieuw hoorde ik het deuntje van mijn mobiel. “Haai Fioon.”
“Do, het spijt me dat ik je nu alweer bel, maar kun je asjeblieft hierheen komen? De ouders van Eliza zijn onderweg naar mij.”
Ik slikte even. De gedachte om Eliza nu alweer te moeten zien was geen prettige.
“Ik weet niet wat ik moet verwachten als die mensen straks voor de deur staan, je zou me enorm helpen door er bij te zijn.”
Daar zat ik nu niet bepaald op te wachten, maar ik kon Fiona niet laten zitten.
Driekwartier later stapte ik voor de tweede keer die dag het appartement van Fiona binnen. “Ze zijn er nog niet”, meldde ze nerveus en ging me voor naar de woonkamer. Eliza zat op het puntje van de bank, duidelijk ongemakkelijk en knikte me kort toe. Ik deed hetzelfde en ging aan de andere kant van de kamer op een van de fauteuils zitten, ver uit haar buurt. Fiona ijsbeerde om ons heen en wierp zo nu en dan zenuwachtig een blik uit het raam.
“Mijn god Do, wat moet ik hier nu mee?”
Eliza verschoof iets en keek haar met een trieste blik aan. “Het spijt me zo. Ik had dit nooit mogen doen.”
Fiona zuchtte, liep naar haar toe en legde vervolgens geruststellend haar hand op die van Eliza. “Het is oké, je bent nu eenmaal hier, laten we het maar nemen zoals het komt.”
“Hoe weten ze eigenlijk waar je woont?” vroeg ik.
Eliza verlegde haar blik van Fiona naar mij. “Ik had haar adres in mijn agenda gezet. Ik denk dat ze die hebben gevonden.”
De deurbel ging en we verstijfden. Fiona keek me met grote ogen aan. “Oh god daar zul je ze hebben.”
Ik stond op en liep naar de hal om de deur te openen. Anders dan ik had verwacht, stuitte ik niet op de kolossale afrastering van weleer, maar op zijn vrouw, die qua gestalte nog geen schim was van haar echtgenoot. Ze zag er moe uit en aan haar doffe grijze ogen was duidelijk te zien dat ze had gehuild. Ze knikte me vriendelijk toe. “Hallo, ik ben Jeanne, de moeder van Eliza.” Haar stem klonk vriendelijk. Ik aarzelde even, maar deed uiteindelijk een stap opzij om haar binnen te laten.
We liepen door naar de woonkamer waar Fiona en Eliza samen op de bank zaten. Toen Jeanne binnen kwam, hielden de twee de adem in voor wat er achter haar zou opdoemen, maar toen er na mij geen voetstappen meer klonken staarden ze Jeanne verbaasd en enigszins opgelucht aan. Jeanne knikte geruststellend en zakte voorzichtig in een van de stoelen. “Ja, ik ben alleen. Dat leek me beter.”
Eliza’s lip trilde en haar ogen werden vochtig. Haar moeder keek haar dochter onderzoekend aan en knikte nog eens zachtjes, om duidelijk te maken dat ze niet van plan was er een nog grotere toestand van te maken. Eliza liet haar tranen nu de vrije loop. Fiona pakte haar hand en kneep er zachtjes in.
“Waarom ben je zo halsoverkop weggegaan, lieverdje?” vroeg Jeanne aan haar dochter.
Eliza slikte moeizaam. “Ik was boos. Op papa. Omdat hij me zo voor schut had gezet toen Fiona en Dominique voor de deur stonden. Ik had zo naar Fiona uitgekeken. Toen hij me min of meer verbood om weg te gaan knapte er iets in me.”
Haar moeder knikte weer. “Ik weet hoe koppig je vader kan zijn.”
Ik zag Fiona denken, maar het was niet het moment om het woord ‘koppig’ hardop als understatement te betitelen.
Gelukkig hield ze haar kaken op elkaar.
“Toch wil ik je vragen mee naar huis te gaan”, vervolgde Jeanne.
Eliza zei niets en keek even opzij naar Fiona. Die richtte haar blik op Jeanne. “U moet weten dat ik net zo verrast was als u, dat ze ineens hier was. Ik had echt geen idee.”
“Zo’n gevoel had ik al. Ik denk dat Eliza zich vooral heeft willen afzetten tegen haar vader.”
“En ik wilde graag bij Fiona zijn mam. Ik vind haar leuk.”
De vrouw in de stoel tegenover haar leek die woorden in haar hoofd nog eens op alfabetische volgorde te leggen. Ze bevochtigde haar lippen. “Daar moeten we het thuis maar verder over hebben.”
Eliza reageerde als door een wesp gestoken. “Thuis over hebben? We kunnen het thuis helemaal nergens over hebben. Papa sleept me sinds mijn jeugd van kerk naar bijbelschool en weer terug. Hij is totaal wereldvreemd en begrijpt helemaal niets van mij en mijn gevoel!”
Fiona en ik wisselden een blik uit, allebei onzeker of we ons wel in deze discussie zouden moeten mengen. Maar Jeanne was ons voor. “Je vader heeft het beste met je voor, lieve schat, net als ik. En hoe we ook van mening verschillen over de paden des levens, toch ontkomen we er niet aan daarover te praten.”
“Als ik nu mee naar huis ga, mag ik Fiona vast nooit meer zien.” Ze verstevigde de greep om Fiona’s hand.
Jeanne zag het tafereel met een flauwe glimlach aan. “Het gaat er niet om wie je wel of niet mag zien. Het punt is dat wij moeten wennen aan het idee dat je...” Ze stokte. “Dat je andere keuzes maakt in dit leven dan wij voor ogen hadden. En dat is lastig. Dat zou elke ouder hebben, daarop vormen wij echt geen uitzondering.”
“Papa wil nooit ergens over praten. Hij zal nooit accepteren dat ik lesbisch ben”, zei Eliza fel.
“Misschien ben je dat wel helemaal niet, maar is dit slechts een fase, een ontdekkingstocht”, zei haar moeder kalm.
“Ik ben lesbisch mam, ik val op vrouwen. Wen er maar aan. En ik ga niet met je mee naar huis zolang dat niet het geval is.”
Fiona stond op. “Mevrouw, kan ik u even onder vier ogen spreken in de gang?”
Jeanne leek even uit het veld geslagen, maar stond wel op en volgde Fiona naar de hal.
Toen haar moeder en Fiona de kamer uit waren liet Eliza haar tranen opnieuw de vrije loop. Ze snikte heftig en ik voelde een enorm medelijden opkomen.
Ik stond op uit de fauteuil en ging naast haar op de bank zitten. Troostend sloeg ik een arm om haar heen. Ze legde haar hoofd op mijn schouder en verborg haar gezicht in mijn hals, waarbij haar lippen zachtjes de gevoelige huid beroerden.
Ik sloot mijn ogen en stierf duizend doden.
Volgende week zondag gaat de Paringsdans verder!