Paringsdans
Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 70
Gepubliceerd op: 16 maart 2006
Een weekje wintersport doet wonderen om de hectiek van alle dagelijkse beslommeringen even naar de achtergrond te schuiven. Fiona staat op het punt verliefd te worden op Anna. Cat en Myrthe vermaken zich op de ski’s. Alleen Do lijkt langzaam steeds dieper te verzanden in twijfel en onzekerheid. Is het einde in zicht van de relatie tussen Cat en Dominique...?
Ik lag in bed en kon de slaap maar niet vatten. Cat lag op haar rug, met een hand onder haar kussen en de ander over de rand van het bed, trommelvliesscheurend te snurken. Drank maakt inderdaad meer kapot dan je lief is. Ik rolde op mijn zij en verborg mijn hoofd onder het dikdonzen dekbed. Het hielp niet. Diepe zucht, om het vervolgens maar weer eens op m’n rug te proberen.
Cat’s opmerking eerder op de avond zat me dwars. Ik vroeg me sindsdien af wat ze eigenlijk allemaal voor mij verborgen hield. Hoewel ik besefte dat ik wel de laatste was die het recht had daar pissig om te worden, gezien mijn eigen besluiteloosheid wat John betrof, raakte ik hoe langer hoe meer geïrriteerd. Shanna was een flirt. Wie ze ook als vriendin naast zich had staan, op de een of andere manier bouwde ze altijd een stukje ruimte in voor anderen, hoe oppervlakkig dat misschien ook was. Maar ik wist ook hoe Cat in het leven stond. Als ze eenmaal voor iemand gaat, is er geen plaats meer voor anderen. Dat gevoel heeft ze me tenminste altijd weten te geven. Waarom had ik er dan toch geen goed gevoel bij?
Ik zuchtte nogmaals en ging rechtop zitten. Ik had ineens vreselijk veel trek in een sigaret. Ik slingerde mijn benen over de rand van het iets te krappe ledikant en schoot in mijn ochtendjas. Heel voorzichtig deed ik de deurklink naar beneden en sloop de gang op. Beneden in de huiskamer van het pension was het pikkedonker. Ik schoof voorzichtig naar een van de banken en ging zitten. Buiten sneeuwde het nog steeds. Het was sinds we waren aangekomen amper droog geweest. Ik tuurde naar door het raam de nacht in. Het uitzicht ontnam me even de adem. Prachtige witte bergen, idyllische berghuisjes die het witte landschap braken en dikke vlokken die de boomtoppen streelden.
Met trage bewegingen stak ik eindelijk mijn peuk op, die al die tijd slap in mijn mondhoek had gehangen.
“Kon je ook niet pitten”, klonk het slaperig vanuit het duister.
Ik veerde op en liet van schrik mijn brandende sigaret op tafel vallen. “Jezus Christus, ik schrik me de kolere...”
Fiona grinnikte. “Sorry.” Ze schoof uit de donkere hoek tegenover me naar me toe en graaide uit mijn pakje een sigaret. “Wat doe jij hier?”
“Ik?” vroeg ik verbaasd, zo verbaasd dat ik vergat te fluisteren, “dat kan ik beter aan jou vragen.”
“Ik kon niet slapen.”
Ik rolde even met m’n ogen. “Je meent het. En waarom kon je dan niet slapen?”
“Nou, omdat ik ehm... misschien wel een beetje verliefd aan het worden ben...”
Ik zocht haar ogen, maar dat viel niet mee op dit uur, zo zonder licht. “Anna...”
Ik hoorde haar zuchten. “Ja, Anna...”
“Is ze leuk?” vroeg ik, nu wel zachtjes.
“Ja Do, ze is echt heel leuk.”
“Is ze niet een beetje jong?”
“Dat is een beetje jouw standaard vraag als ik weer eens iemand leuk vind, hè?”
Ik blies de rook in de richting van het plafond. “Ze zijn ook altijd jong, die vrouwen van jou.”
“Maar Anna is echt een schatje, ze is anders dan al die anderen.”
“Hoe weet je dat nou...”
Ik dacht te horen dat ze haar schouders ophaalde.
“Dat weet ik ook inderdaad niet, maar het voelt goed. We hebben morgen afgesproken, gaan we samen stappen.”
“Stappen? Een keer met je ogen knipperen en je bent het dorp alweer uit. Als je echt een beetje je best doet sta je in Stuttgart.”
Mijn ogen begonnen langzaam te wennen aan de duisternis. Ik kon Fiona’s gezicht steeds beter zien. Ik wilde haar graag zeggen hoe blij ik voor haar was. Dat als ik het iemand gunde om het geluk te vinden, zij het wel was. Ook ik had Anna tenslotte gezien en inderdaad had dit meisje een heel goede uitstraling. Mooie ogen, zachte blik, prachtige lach.
Ik dacht weer aan Cat. Mijn Cat, die snurkend als een bootwerker in bed lag, zich totaal niet bewust van wat er in mij omging. Mijn twijfels, mijn onzekerheden, mijn angst om te verliezen, haar kwijt te raken. Ik blies een rookwolk luid zuchtend voor me uit.
“Waarom zit jij eigenlijk hier beneden?” vroeg Fiona na een poosje.
“Ik kon niet slapen...” grapte ik flauw.
“Moet ik het uit je trekken, of ga je het me zelf vertellen?”
Ik glimlachte vreugdeloos, al dacht ik niet dat ze dat goed kon zien. “Ik... “
“Je twijfelt”, maakte Fiona mijn zin af. “Je twijfelt aan je relatie met Cat.”
Ik snoof. Ze kende me ook veel te goed. Ik drukte mijn peuk uit in de asbak. “Het is niet zozeer dat ik aan mijn gevoel voor haar twijfel...”
“Dat zei ik ook niet”, fluisterde ze.
Ik voelde een brok in mijn keel opkomen, maar slikte hem net op tijd weg. “Ik hou van haar.”
“Dat weet ik.” Ze schoof nog iets dichter naar me toe en legde haar hand op de mijne. “Maar je kunt van iemand houden en toch twijfelen aan de invulling van je relatie.”
“Jawel, maar het voelt zo....” Ik probeerde de juiste woorden te vinden. “Zo... alsof ik niet eerlijk ben.” Mij god Do, way to go, dat ben je natuurlijk ook niet.
“Niet eerlijk?” vroeg Fiona niet begrijpend. “Hoe dan niet? Jullie praten toch overal over?”
Een kort droog lachje ontsnapte mijn keel. “Oh ja, nou dat valt reuze mee hoor, zoals wij communiceren met elkaar.”
Fiona kneep even in mijn hand. “Het heeft toch niks met die engerd te maken hè, die John...?”
Ik trok mijn hand terug en stak opnieuw een sigaret op.
“Do, dat meen je niet. Wat moet je nou met een vent. En dan ook nog precies die vent?”
“Ik heb niets met die ‘vent’. Althans, niet meer. Al heel lang niet meer. Het is ook niet dat ik ergens over heb gelogen, ik heb het gewoon nooit verteld.”
“Nou, ik weet niet wat erger is...”
“He ja, gooi er nog even een schepje bovenop.”
Ik stond op en wankelde in het donker naar de koelkast in de hoek. “Jij ook bier?”
Hoewel ik haar niet kon zien, wist ik dat ze achter mijn rug een vies gezicht trok. “Op dit uur?”
“Nah, normaal gesproken hangen we in het weekend op dit tijdstip nog in de kroeg en dan heb je er ook geen moeite mee.” Ik wipte de dop van de fles en schuifelde weer terug.
“Ja maar ik heb nog niks gegeten en zo... Nou doe toch maar dan.”
Ik schoof zacht vloekend weer terug en haalde voor haar ook een biertje. We nipten van de flesjes. Het smaakte van geen kant.
“Je moet eens wat opener worden en praten met Cat. Ik denk dat dat al heel veel negatieve gevoelens wegneemt en je ook anders in jullie relatie gaat staan.”
“Cat vermoordt me...”
“Welnee. Nou ja misschien heel even, maar jullie moeten echt praten.”
Praten. Ik moest met Cat gaan praten over John. De gedachte alleen al maakte me misselijk. Tegelijkertijd voelde ik hoe blij ik was dat ik mijn appartement nog steeds niet had opgezegd...
Ik lag in bed en kon de slaap maar niet vatten. Cat lag op haar rug, met een hand onder haar kussen en de ander over de rand van het bed, trommelvliesscheurend te snurken. Drank maakt inderdaad meer kapot dan je lief is. Ik rolde op mijn zij en verborg mijn hoofd onder het dikdonzen dekbed. Het hielp niet. Diepe zucht, om het vervolgens maar weer eens op m’n rug te proberen.
Cat’s opmerking eerder op de avond zat me dwars. Ik vroeg me sindsdien af wat ze eigenlijk allemaal voor mij verborgen hield. Hoewel ik besefte dat ik wel de laatste was die het recht had daar pissig om te worden, gezien mijn eigen besluiteloosheid wat John betrof, raakte ik hoe langer hoe meer geïrriteerd. Shanna was een flirt. Wie ze ook als vriendin naast zich had staan, op de een of andere manier bouwde ze altijd een stukje ruimte in voor anderen, hoe oppervlakkig dat misschien ook was. Maar ik wist ook hoe Cat in het leven stond. Als ze eenmaal voor iemand gaat, is er geen plaats meer voor anderen. Dat gevoel heeft ze me tenminste altijd weten te geven. Waarom had ik er dan toch geen goed gevoel bij?
Ik zuchtte nogmaals en ging rechtop zitten. Ik had ineens vreselijk veel trek in een sigaret. Ik slingerde mijn benen over de rand van het iets te krappe ledikant en schoot in mijn ochtendjas. Heel voorzichtig deed ik de deurklink naar beneden en sloop de gang op. Beneden in de huiskamer van het pension was het pikkedonker. Ik schoof voorzichtig naar een van de banken en ging zitten. Buiten sneeuwde het nog steeds. Het was sinds we waren aangekomen amper droog geweest. Ik tuurde naar door het raam de nacht in. Het uitzicht ontnam me even de adem. Prachtige witte bergen, idyllische berghuisjes die het witte landschap braken en dikke vlokken die de boomtoppen streelden.
Met trage bewegingen stak ik eindelijk mijn peuk op, die al die tijd slap in mijn mondhoek had gehangen.
“Kon je ook niet pitten”, klonk het slaperig vanuit het duister.
Ik veerde op en liet van schrik mijn brandende sigaret op tafel vallen. “Jezus Christus, ik schrik me de kolere...”
Fiona grinnikte. “Sorry.” Ze schoof uit de donkere hoek tegenover me naar me toe en graaide uit mijn pakje een sigaret. “Wat doe jij hier?”
“Ik?” vroeg ik verbaasd, zo verbaasd dat ik vergat te fluisteren, “dat kan ik beter aan jou vragen.”
“Ik kon niet slapen.”
Ik rolde even met m’n ogen. “Je meent het. En waarom kon je dan niet slapen?”
“Nou, omdat ik ehm... misschien wel een beetje verliefd aan het worden ben...”
Ik zocht haar ogen, maar dat viel niet mee op dit uur, zo zonder licht. “Anna...”
Ik hoorde haar zuchten. “Ja, Anna...”
“Is ze leuk?” vroeg ik, nu wel zachtjes.
“Ja Do, ze is echt heel leuk.”
“Is ze niet een beetje jong?”
“Dat is een beetje jouw standaard vraag als ik weer eens iemand leuk vind, hè?”
Ik blies de rook in de richting van het plafond. “Ze zijn ook altijd jong, die vrouwen van jou.”
“Maar Anna is echt een schatje, ze is anders dan al die anderen.”
“Hoe weet je dat nou...”
Ik dacht te horen dat ze haar schouders ophaalde.
“Dat weet ik ook inderdaad niet, maar het voelt goed. We hebben morgen afgesproken, gaan we samen stappen.”
“Stappen? Een keer met je ogen knipperen en je bent het dorp alweer uit. Als je echt een beetje je best doet sta je in Stuttgart.”
Mijn ogen begonnen langzaam te wennen aan de duisternis. Ik kon Fiona’s gezicht steeds beter zien. Ik wilde haar graag zeggen hoe blij ik voor haar was. Dat als ik het iemand gunde om het geluk te vinden, zij het wel was. Ook ik had Anna tenslotte gezien en inderdaad had dit meisje een heel goede uitstraling. Mooie ogen, zachte blik, prachtige lach.
Ik dacht weer aan Cat. Mijn Cat, die snurkend als een bootwerker in bed lag, zich totaal niet bewust van wat er in mij omging. Mijn twijfels, mijn onzekerheden, mijn angst om te verliezen, haar kwijt te raken. Ik blies een rookwolk luid zuchtend voor me uit.
“Waarom zit jij eigenlijk hier beneden?” vroeg Fiona na een poosje.
“Ik kon niet slapen...” grapte ik flauw.
“Moet ik het uit je trekken, of ga je het me zelf vertellen?”
Ik glimlachte vreugdeloos, al dacht ik niet dat ze dat goed kon zien. “Ik... “
“Je twijfelt”, maakte Fiona mijn zin af. “Je twijfelt aan je relatie met Cat.”
Ik snoof. Ze kende me ook veel te goed. Ik drukte mijn peuk uit in de asbak. “Het is niet zozeer dat ik aan mijn gevoel voor haar twijfel...”
“Dat zei ik ook niet”, fluisterde ze.
Ik voelde een brok in mijn keel opkomen, maar slikte hem net op tijd weg. “Ik hou van haar.”
“Dat weet ik.” Ze schoof nog iets dichter naar me toe en legde haar hand op de mijne. “Maar je kunt van iemand houden en toch twijfelen aan de invulling van je relatie.”
“Jawel, maar het voelt zo....” Ik probeerde de juiste woorden te vinden. “Zo... alsof ik niet eerlijk ben.” Mij god Do, way to go, dat ben je natuurlijk ook niet.
“Niet eerlijk?” vroeg Fiona niet begrijpend. “Hoe dan niet? Jullie praten toch overal over?”
Een kort droog lachje ontsnapte mijn keel. “Oh ja, nou dat valt reuze mee hoor, zoals wij communiceren met elkaar.”
Fiona kneep even in mijn hand. “Het heeft toch niks met die engerd te maken hè, die John...?”
Ik trok mijn hand terug en stak opnieuw een sigaret op.
“Do, dat meen je niet. Wat moet je nou met een vent. En dan ook nog precies die vent?”
“Ik heb niets met die ‘vent’. Althans, niet meer. Al heel lang niet meer. Het is ook niet dat ik ergens over heb gelogen, ik heb het gewoon nooit verteld.”
“Nou, ik weet niet wat erger is...”
“He ja, gooi er nog even een schepje bovenop.”
Ik stond op en wankelde in het donker naar de koelkast in de hoek. “Jij ook bier?”
Hoewel ik haar niet kon zien, wist ik dat ze achter mijn rug een vies gezicht trok. “Op dit uur?”
“Nah, normaal gesproken hangen we in het weekend op dit tijdstip nog in de kroeg en dan heb je er ook geen moeite mee.” Ik wipte de dop van de fles en schuifelde weer terug.
“Ja maar ik heb nog niks gegeten en zo... Nou doe toch maar dan.”
Ik schoof zacht vloekend weer terug en haalde voor haar ook een biertje. We nipten van de flesjes. Het smaakte van geen kant.
“Je moet eens wat opener worden en praten met Cat. Ik denk dat dat al heel veel negatieve gevoelens wegneemt en je ook anders in jullie relatie gaat staan.”
“Cat vermoordt me...”
“Welnee. Nou ja misschien heel even, maar jullie moeten echt praten.”
Praten. Ik moest met Cat gaan praten over John. De gedachte alleen al maakte me misselijk. Tegelijkertijd voelde ik hoe blij ik was dat ik mijn appartement nog steeds niet had opgezegd...