Paringsdans

Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 68

Gepubliceerd op: 23 februari 2006

Paringsdans
Het is Do gelukt om onder een weekend werken met John uit te komen. Zij, Cat, Fiona en Myrthe gaan lekker een weekje op de latten. Hoewel, Do kan helemaal niet skiën, Myrthe lijkt meer interesse te ontwikkelen voor de Après Ski en Fiona heeft het al gehad met alle sneeuw en kou als ze nog maar net zijn gearriveerd…
 
“Hebben we alles?” riep Cat vanuit de tuin met haar armen om twee enorme sportassen geklemd.
Ik keek de woonkamer rond. “Ja, alles is hier weg, dus ligt het waarschijnlijk in de auto!”
“Waarschijnlijk?”
Ik liep met een diepe frons op mijn voorhoofd naar buiten en draaide deur in het slot. “Cat, we hebben alles, oké? Laat het los.”
 
Cat’s streven naar perfectie kwam me soms de neus uit. Alles moest exact worden uitgestippeld en gepland. Zelf ben ik precies het tegenovergestelde. Slordig, chaotisch en vergeetachtig. Dat botst nog wel eens. Helemaal wanneer je samen op vakantie gaat en ieder zo haar eigen rituelen blijkt te hebben om dingen niet te willen vergeten, om nog maar te zwijgen over welke manier de beste is om een koffer in te pakken.
 
“Schiet nou op, we moeten Fiona en Myrthe ook nog oppikken”, spoorde Cat me aan haast te maken.
We stapten in en reden weg.
 
Het had nog wel wat voeten in de aarde, een weekje vakantie zo kort van tevoren aangekondigd. Dedlev, mijn hoofdredacteur, was niet echt blij mee. Gelukkig kon ik wel een potje bij ‘m breken en na enig aandringen lukte het me zelfs om onder het gezamenlijke werkweekendje met John uit te komen. Toen Dedlev zijn Fiat gaf heb ik het gesprek terstond afgerond en opgehangen, bang als ik was dat hij op die woorden terug zou komen.
 
Uit praktische (nu pasten we allemaal in één auto) en veiligheidsoverwegingen (onenig- en onhebbelijkheden) hebben we de rest van de groep maar niet mee gevraagd. Op Brenda en Marga zaten we sowieso niet te wachten nu, en de nieuw leven ingeblazen relatie met Jet en Eva was nog te broos om meteen met ze ingesneeuwd te durven raken. Tamar was te zwanger en Jorinde min of meer ook nu het tussen die twee weer wat beter leek te gaan, dus ook hen lieten we achter.
 
Het begon al een beetje te schemeren. Cat wilde graag ’s nachts rijden, om files te omzeilen. Dat het weekend was deed daar voor haar niets aan af.
 
We reden onder de portiekwoning van Fiona langs. Bij de buitendeur naar het trappenhuis hadden zij en Myrthe zich al verzameld met, naar het zich liet aanzien, hun halve huisraad.
“Kolere, moet dat allemaal mee?” zuchtte ik toen ik uit was gestapt.
Fiona begon haar bagage in de kofferbak te proppen. “Joh, dat kan er toch makkelijk bij, beetje vouwen en klaar.”
Cat nam het met een licht geïrriteerde blik van haar over. “Laat mij maar.”
Ik lachte en rolde met mijn ogen naar Myrthe. Cat kon alles altijd beter. Beter vouwen, beter rijden, beter stofzuigen, beter opruimen, beter weten…
 
“Oké, we kunnen”, riep Cat toen ze Myrthes spullen eveneens had weten op te bergen.
 
Na verloop van tijd begon Fiona wat onrustig heen en weer te wippen op de achterbank, tussen twee canvastassen met broodjes en blikjes fris. “Hoe lang is het rijden eigenlijk?”
“Negen uur”, zei Cat en trapte, eenmaal over de Duitse grens, het gaspedaal eens flink in.
“Négen uur!” riep Fiona verbijsterd uit. “Mijn god, weet je wel hoe lang dat is?”
“Nou, nog een uurtje of zeven en half nu”, sprak ik troostend. Aan haar gezicht te zien had het niet geholpen.
 
Later…
 
“Volgens mij moeten we er hier af”, zei ik tegen Cat en wees op een afslag waar we met volle snelheid voorbij raasden.
Cat lachte besmuikt. “Oeps. Volgende dan maar?”
We verlieten de snelweg en draaiden dieper het witte landschap in. Fiona en Myrthe ontwaakte juist uit een lichte winterslaap. “Wauw”, zei Myrthe zacht en haalde even een hand door haar rosblonde piekhaar. “Mooi hier hè, zo met alles wit.”
Fiona knikte en keek uit het raam. Haar groene ogen leken nog helderder door de weerkaatsing van de dikke witte deken rondom ons.
“Oké”, zei Cat, “zet je schrap, want we gaan nu dus de pas op.
“Pas op, inderdaad”, zei Fiona toen ze de steile weg naar boven voor ons zag opdoemen.
 
Cat parkeerde auto voorzichtig voor het pension. “Ik ben blij dat we er winterbanden onder hebben laten zetten.”
“Dus dit is het…” was Fiona’s weinig verhullende commentaar toen ze het pension van buiten bekeek en wegzakte in een halve meter sneeuw.
Myrthe stak een sigaret op. Een paar uur niet roken in de auto had haar nog hyperder gemaakt dan ze van nature toch al was. “Kom kom, wat had je dan verwacht, een viersterrenhotel?”
Ik lachte. “Verwend nest.”
Cat liep voor ons uit naar binnen. “voeten vegen dames, anders loop je alle sneeuw de woonkamer in.”
 
“Voeten vegen, woonkamer?” siste Fiona in m’n oor. “Ik ben toch verdomme niet thuis?”
“Toe nou maar, het is niet helemaal wat je denkt”, duwde ik haar voor me uit.

 
We stapten de uit de kluiten gewassen woonkamer binnen van het gezellig ingerichte binnen, waar het aangenaam warm was, en begroetten de eigenaren Hans en Ilse hartelijk. Cat kende hen nog uit een grijs verleden, toen ze regelmatig met haar ouders ging skiën.
“Grüß Gott!” riep Hans toen hij Cat ontwaarde en liep op haar af om ’r stevig op beide wangen te kussen. Ilse deed hetzelfde. “Grüß Gott! Wie gehts?”
Ik kende het ritueel niet, maar deed vrolijk mee. Myrthe sloot zich al snel aan en begroette de gastheer en –vrouw even hartelijk.
Ilse richtte zich tot Fiona. “Ah, ein anderes neues Gesicht unter uns”. Ze stak haar hand uit. “Grüß Gott.”
Fiona schudde hem vluchtig. “Fiona.”
Hans deed net of hij Fiona al jaren kende en gaf ook haar twee stevige pakkerds. “Grüß Gott!”
Fiona draaide haar hoofd iets weg. “Ja, ja, we hebben hem nu wel genoeg gegrußt, vindst du niet?”
 
“Kom”, lachte Cat toen ze Fiona haar wangen droog zag vegen, “laten we de spullen naar de kamers brengen.”
 
“Wünschen Sie Frühstück?” vroeg Hans.
Fiona trok een gezicht. “Een fruitstuk, nee hoor, ik zit vol. ‘k Heb in de auto trouwens al een banaan op.”
Ik keek naar Cat en Myrthe. We schoten tegelijk onbedaarlijk in de lach. “Of je wilt ontbijten, trutje”, gierde ik.
Fiona maakte een wegwerpgebaar en liep langs ons heen de brede trap op.
“I’ll take that als dat ik de spullen dus naar boven draag”, zei Myrthe met een scheve lach.
We liepen naar de auto om uit te laden.
 
Fiona was boven en bleef boven. “Het is trouwens Gottvergeten strontkoud ook”, had ze nog snel naar beneden geworpen toen ze met een gezicht als een oorwurm nach oben stampte.
 
“Gezellig”, lachte Myrthe haar mooie witte tanden bloot. Haar adem danste in kleine grijze wolkjes rond haar gezicht.
Cat knipoogde. “Ze is het over drie dagen al helemaal zat, wedden?”
“Eerder”, zei ik stellig. “Tenzij we na morgen in een tropisch hoog drukgebied belanden.”
“Ik denk dat ze de hele week het pension niet uitkomt”, zei Myrthe weer.
“Nou”, hijgde Cat na het sjouwen van twee zware tassen vol skikleding, “ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik ga lekker skiën met mijn meisje en wat de rest van de wereld doet interesseert me even geen drol.”
 
“Ik kan niet skiën”, hielp ik mijn vriendin herinneren.
“Aan het eind van de week wel schat, geloof me.”
“Goh, dan al…” zei ik quasi-enthousiast en liep achter haar aan naar boven.
 
“Laten we de kou zo eerst maar wegdrinken in een of andere kroeg. Daar krijgen we Fiona vast ook wel mee naar toe”, opperde Myrthe.
 
“Ja”, was ik het hardvochtig met haar eens, “ben alleen bang dat we haar daar niet meer zo erg vandaan krijgen…”

Lees volgende week hoe het de meiden vergaat, daar bovenop die berg...