Paringsdans
Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 67
Gepubliceerd op: 15 februari 2006
Do is terug! En om maar meteen verder te gaan waar ze gebleven was: ze blijkt nog altijd niet in staat om John fatsoenlijk af te poeieren en Cat eindelijk eens de waarheid te vertellen. Cat verzamelt ondertussen alle troepen om een weekje op wintersport te gaan…
Vloekend en tierend stapte ik in mijn auto en reed naar Cat.
“Godverdomme, wie denkt ‘ie wel dat ‘ie is...” Ik nam een te ruime bocht en sneed een collega-automobilist op zijn weghelft af. Tussen het draaien aan mijn stuur en het schakelen door wist ik mijn middelvinger nog maar net op te steken. Een geluidloze scheldkanonnade was vervolgens mijn deel.
Met de kolder nog in mijn kop stapte ik bij Cat de deur binnen.
“Wat zie jij er verhit uit?” lachte ze, terwijl ze twee borden macaroni op tafel zette.
“Ik heb een kutdag achter de rug”, drukte ik me nog eufemistisch uit.
“Druk?”
“Druk? Ze willen me volgend weekend door laten werken omdat John zo nodig...” Ik hield abrupt mijn mond en keek Cat een beetje geschrokken aan. Had ik zijn naam nu werkelijk uitgesproken?”
“Wie is die John dan?” vroeg Cat en schonk een wijntje voor ons in.
Ik bevochtigde mijn lippen en zocht naarstig naar woorden om hem te verklaren. “John eh...is een vertegenwoordiger die denkt hoofdredacteur te zijn van onze krant,” sprak ik naar waarheid.
“Maar als ‘ie dat niet is, waarom trek je je dan ook maar iets van hem aan?” Ze liep naar me toen, kuste me op mijn mond en nam mijn tas van me over. “Ga zitten, eerst maar eens lekker eten.”
Ik liet me naar de bar dirigeren waar een dampend bord met eten op me wachtte.
Cat ging tegenover me zitten. “Ik heb eens zitten nadenken hè. Waarom gaan we niet gezellig een weekje op wintersport? Misschien willen er wel wat meiden mee, lijkt me gezellig.”
Ik nam met lange tanden een hap en slikte de zachtgekookte elleboogjes maar moeizaam door. “Als een weekendje al problematisch is, denk ik niet dat het me lukt om een volle week vrij te krijgen.”
“Nah, je kunt Dedlev toch wel lief aankijken, hij matst je wel vaker.”
Ik keek naar het blonde hoofd voor me waarin een gat met elke hap open en dicht sloeg. Ik was zo in de war dat ik er als gebiologeerd naar bleef kijken.
“Wat is er? Vind je het geen leuk idee?”
Ik knipperde even met mijn ogen. “Jawel, juist wel. Ik weet alleen niet...”
“Die John heeft daar toch zeker niets over te zeggen? Hij is je baas niet.”
“Nee...”
Nee, dat niet. Maar hij is me emotioneel gezien wel dé baas en dat zat me ongelofelijk dwars.
Ik at zwijgend door en kon mezelf wel voor m’n kop slaan dat ik zo argeloos zijn naam over mijn lippen had laten rollen. Maar waar was ik nou eigenlijk bang voor? Goedbeschouwd maakt hij geen deel meer uit van mijn leven. Of nou ja, niet noemenswaardig. Tenminste, niet echt heel erg. Ik zuchtte. Wie hield ik nu voor de gek...?
“Heb jij wel eens vriendjes gehad?” plofte ik uit het niets op mijn placemat.
Cat trok een wenkbrauw op. “Ja natuurlijk wel, vroeger, toen ik dertien was. Maar dat weet je toch? Toen was ik nog gezond”, grapte ze.
Ik lachte vreugdeloos.
“Hoezo?” vroeg ze nog altijd opgewekt.
“Nou ik heb ook wel eens een vriendje gehad...”
Cat kwakte haar bestek met een klap op de bar en zette grote ogen op. “Neeeeeeee......! Dat meen je niet?!”
Ik trok een gezicht. “Nah, zo belachelijk klonk het nu ook weer niet.”
Ze lachte. “Wat probeer je me te vertellen schat?”
Ik had al ademgehaald om het hele verhaal van John er eindelijk eens uit te gooien toen ik werd onderbroken door de telefoon.
“Ik ga wel.” Cat gleed van haar kruk en nam op. Aan de toon van het gesprek te horen was het Myrthe. Cat verzonk in een gesprek over een eventuele wintersportvakantie en ik speelde verder met mijn eten.
Als ik het er met Cat over zou hebben en ze zou het goed opnemen, wat geheel afhankelijk zou zijn van mijn aandeel in het verhaal en hoe ik daar zelf instond, zou het alleen maar mee kunnen vallen. Maar ergens diep van binnen zat een gevoel dat ik niet goed thuis kon brengen, maar wat ervoor zorgde dat ik John op de een of andere manier voor mezelf wilde houden. Ik wilde hem gewoon ontkennen, doen alsof hij niet bestond en er verder geen woorden aan vuil hoeven maken. Maar dat kon niet.
Als ik echt verder wilde met Cat, moest ik eerlijk tegen haar zijn en hem die invloed op mij niet langer gunnen.
“Schat, ik vraag je al twee keer wat. Zou je aan Dedlev kunnen vragen of het goed is dat je er dan vanaf maandag niet bent. Dan kun je toch nog je werk afronden dit weekend.”
Ik draaide mijn hoofd langzaam naar haar om. Haar woorden drongen niet eens goed door.
“Myrthe gaat in ieder geval al mee. Bel jij Fiona? Die is daar ook wel voor te porren.”
“Als we Marga dan maar thuis laten” murmelde ik, “die twee hebben het momenteel niet zo op elkaar.”
Cat fronste, maar richtte zich al snel weer tot Myrthe.
Mijn mobiel ging af in mijn tas. Cat plukte hem eruit en keek even vluchtig op het scherm. “Kan het niet zien schat, privé.”
Ik drukte de telefoon tegen mijn oor. “Met Dominique?”
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. “Hallo Do...” klonk zijn warme diep stem.
Het leek wel of iemand een dolk in mijn hart stak. “Ik, ehh... hallo.”
“Haha, kun je niet praten schat?”
Zijn smalende lach deed mijn maag draaien en plots won mijn woede het van mijn angst. “Hallo John”, antwoordde ik als herboren en met rotsvaste stem, “zijn we vandaag iets vergeten te bespreken?”
Het bleef weer even stil. Was die lul nu eindelijk eens echt uit het veld geslagen? Daar leek het wel op.
‘Nee, dat niet”, zei hij op rustige toon, waaruit ik opmaakte dat hij inderdaad onder de indruk was van mijn optreden, omdat hij dat kennelijk niet van me had verwacht. “Ik was gewoon benieuwd hoe eh...”
“Maak je geen zorgen, dit weekend is alles af. Zeg dat maar tegen Dedlev. Of nee weet je wat, ik bel hem zo zelf wel even. Tot later.” Ik wist niet hoe snel ik ‘m weg moest drukken.
“Zie je nou, zo moet je met die kerels omgaan”, grinnikte Cat en ruimde de bar af. “Niet over je laten lopen. En als je Dedlev zo toch belt, heb het er dan meteen even over, weten we ’t maar. Lijkt me heerlijk om eindelijk eens een weekje met je weg te zijn.”
Ik glimlachte flauw, nog altijd verbaasd over mijn eigen reactie van zojuist.
“Ja”, knikte ik, “ik ook lieverd...”
Zuchtend glipte ik van m’n kruk. Voorlopig had ik weer wat lucht...
Volgende week meer Paringsdans!
Vloekend en tierend stapte ik in mijn auto en reed naar Cat.
“Godverdomme, wie denkt ‘ie wel dat ‘ie is...” Ik nam een te ruime bocht en sneed een collega-automobilist op zijn weghelft af. Tussen het draaien aan mijn stuur en het schakelen door wist ik mijn middelvinger nog maar net op te steken. Een geluidloze scheldkanonnade was vervolgens mijn deel.
Met de kolder nog in mijn kop stapte ik bij Cat de deur binnen.
“Wat zie jij er verhit uit?” lachte ze, terwijl ze twee borden macaroni op tafel zette.
“Ik heb een kutdag achter de rug”, drukte ik me nog eufemistisch uit.
“Druk?”
“Druk? Ze willen me volgend weekend door laten werken omdat John zo nodig...” Ik hield abrupt mijn mond en keek Cat een beetje geschrokken aan. Had ik zijn naam nu werkelijk uitgesproken?”
“Wie is die John dan?” vroeg Cat en schonk een wijntje voor ons in.
Ik bevochtigde mijn lippen en zocht naarstig naar woorden om hem te verklaren. “John eh...is een vertegenwoordiger die denkt hoofdredacteur te zijn van onze krant,” sprak ik naar waarheid.
“Maar als ‘ie dat niet is, waarom trek je je dan ook maar iets van hem aan?” Ze liep naar me toen, kuste me op mijn mond en nam mijn tas van me over. “Ga zitten, eerst maar eens lekker eten.”
Ik liet me naar de bar dirigeren waar een dampend bord met eten op me wachtte.
Cat ging tegenover me zitten. “Ik heb eens zitten nadenken hè. Waarom gaan we niet gezellig een weekje op wintersport? Misschien willen er wel wat meiden mee, lijkt me gezellig.”
Ik nam met lange tanden een hap en slikte de zachtgekookte elleboogjes maar moeizaam door. “Als een weekendje al problematisch is, denk ik niet dat het me lukt om een volle week vrij te krijgen.”
“Nah, je kunt Dedlev toch wel lief aankijken, hij matst je wel vaker.”
Ik keek naar het blonde hoofd voor me waarin een gat met elke hap open en dicht sloeg. Ik was zo in de war dat ik er als gebiologeerd naar bleef kijken.
“Wat is er? Vind je het geen leuk idee?”
Ik knipperde even met mijn ogen. “Jawel, juist wel. Ik weet alleen niet...”
“Die John heeft daar toch zeker niets over te zeggen? Hij is je baas niet.”
“Nee...”
Nee, dat niet. Maar hij is me emotioneel gezien wel dé baas en dat zat me ongelofelijk dwars.
Ik at zwijgend door en kon mezelf wel voor m’n kop slaan dat ik zo argeloos zijn naam over mijn lippen had laten rollen. Maar waar was ik nou eigenlijk bang voor? Goedbeschouwd maakt hij geen deel meer uit van mijn leven. Of nou ja, niet noemenswaardig. Tenminste, niet echt heel erg. Ik zuchtte. Wie hield ik nu voor de gek...?
“Heb jij wel eens vriendjes gehad?” plofte ik uit het niets op mijn placemat.
Cat trok een wenkbrauw op. “Ja natuurlijk wel, vroeger, toen ik dertien was. Maar dat weet je toch? Toen was ik nog gezond”, grapte ze.
Ik lachte vreugdeloos.
“Hoezo?” vroeg ze nog altijd opgewekt.
“Nou ik heb ook wel eens een vriendje gehad...”
Cat kwakte haar bestek met een klap op de bar en zette grote ogen op. “Neeeeeeee......! Dat meen je niet?!”
Ik trok een gezicht. “Nah, zo belachelijk klonk het nu ook weer niet.”
Ze lachte. “Wat probeer je me te vertellen schat?”
Ik had al ademgehaald om het hele verhaal van John er eindelijk eens uit te gooien toen ik werd onderbroken door de telefoon.
“Ik ga wel.” Cat gleed van haar kruk en nam op. Aan de toon van het gesprek te horen was het Myrthe. Cat verzonk in een gesprek over een eventuele wintersportvakantie en ik speelde verder met mijn eten.
Als ik het er met Cat over zou hebben en ze zou het goed opnemen, wat geheel afhankelijk zou zijn van mijn aandeel in het verhaal en hoe ik daar zelf instond, zou het alleen maar mee kunnen vallen. Maar ergens diep van binnen zat een gevoel dat ik niet goed thuis kon brengen, maar wat ervoor zorgde dat ik John op de een of andere manier voor mezelf wilde houden. Ik wilde hem gewoon ontkennen, doen alsof hij niet bestond en er verder geen woorden aan vuil hoeven maken. Maar dat kon niet.
Als ik echt verder wilde met Cat, moest ik eerlijk tegen haar zijn en hem die invloed op mij niet langer gunnen.
“Schat, ik vraag je al twee keer wat. Zou je aan Dedlev kunnen vragen of het goed is dat je er dan vanaf maandag niet bent. Dan kun je toch nog je werk afronden dit weekend.”
Ik draaide mijn hoofd langzaam naar haar om. Haar woorden drongen niet eens goed door.
“Myrthe gaat in ieder geval al mee. Bel jij Fiona? Die is daar ook wel voor te porren.”
“Als we Marga dan maar thuis laten” murmelde ik, “die twee hebben het momenteel niet zo op elkaar.”
Cat fronste, maar richtte zich al snel weer tot Myrthe.
Mijn mobiel ging af in mijn tas. Cat plukte hem eruit en keek even vluchtig op het scherm. “Kan het niet zien schat, privé.”
Ik drukte de telefoon tegen mijn oor. “Met Dominique?”
Het bleef even stil aan de andere kant van de lijn. “Hallo Do...” klonk zijn warme diep stem.
Het leek wel of iemand een dolk in mijn hart stak. “Ik, ehh... hallo.”
“Haha, kun je niet praten schat?”
Zijn smalende lach deed mijn maag draaien en plots won mijn woede het van mijn angst. “Hallo John”, antwoordde ik als herboren en met rotsvaste stem, “zijn we vandaag iets vergeten te bespreken?”
Het bleef weer even stil. Was die lul nu eindelijk eens echt uit het veld geslagen? Daar leek het wel op.
‘Nee, dat niet”, zei hij op rustige toon, waaruit ik opmaakte dat hij inderdaad onder de indruk was van mijn optreden, omdat hij dat kennelijk niet van me had verwacht. “Ik was gewoon benieuwd hoe eh...”
“Maak je geen zorgen, dit weekend is alles af. Zeg dat maar tegen Dedlev. Of nee weet je wat, ik bel hem zo zelf wel even. Tot later.” Ik wist niet hoe snel ik ‘m weg moest drukken.
“Zie je nou, zo moet je met die kerels omgaan”, grinnikte Cat en ruimde de bar af. “Niet over je laten lopen. En als je Dedlev zo toch belt, heb het er dan meteen even over, weten we ’t maar. Lijkt me heerlijk om eindelijk eens een weekje met je weg te zijn.”
Ik glimlachte flauw, nog altijd verbaasd over mijn eigen reactie van zojuist.
“Ja”, knikte ik, “ik ook lieverd...”
Zuchtend glipte ik van m’n kruk. Voorlopig had ik weer wat lucht...
Volgende week meer Paringsdans!