Paringsdans
Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 73
Gepubliceerd op: 02 mei 2006
____________________________________
Do is even op vakantie, tot die tijd blijft hier Aflevering 73 van Paringsdans staan. Kom regelmatig terug om te zien of Do alweer in het land is!
____________________________________
Eindelijk heeft Do de moed gehad Cat over John te vertellen. Tot Do’s stomme verbazing reageert Cat aanvankelijk begripvol. Aanvankelijk. Dan realiseert ze zich ineens iets wat Do zelf eigenlijk alweer vergeten was...
Cat was zonder iets te zeggen naar beneden gelopen. Ik volgde met lood in mijn blote voeten in haar kielzog. Met de grote koffiemokken tussen onze knieën roerden we de suiker zo’n beetje door de bodem. Na een poosje draaide ik mijn hoofd voorzichtig naar haar toe en keek haar van opzij aan. Cat staarde in haar mok. Haar blik leek uitdrukkingloos.
“Wil je alsjeblieft iets zeggen?” vroeg ik aarzelend.
Ze hield op met roeren en hief haar hoofd iets op. “Wat wil je dat ik zeg?”
Ik haalde mijn schouders op. “Iets. Vloek, tier, spuug, maar gooi er in ieder geval iets uit.”
Ze zuchtte. “Lieverd...” ze aarzelde even. “...eerlijk gezegd weet ik helemaal niet of ik wel boos ben, dus waarom zou ik dan moeten vloeken. Of tieren...?”
Ik trok een wenkbrauw op. “Jah, omdat dat een logische reactie zou zijn. Veel logischer dan hier een beetje begrip te gaan zitten tonen.”
“Is het makkelijker voor je, als ik boos wordt, zodat jij hier in de slachtofferrol kan schieten, je spullen bij elkaar kan vegen om vervolgens de deur uit te lopen?”
“Nou... ja.”
Ze trok een grimas. “Zo gemakkelijk kom je er niet vanaf, kleine.” Ze nam een slok en bleef me aankijken. “Wij gaan hier als volwassen vrouwen over praten. Net zolang tot het niet meer tussen ons instaat en het niet meer is dan een futiliteit, iets uit het verleden, wat geen rol meer speelt in ons leven.”
Ik keek haar niet begrijpend aan. “Maar het is ook iets uit het verleden...”
Cat grinnikte. “Oh, dus het is eigenlijk al een soort futiliteit?”
“Zeg, ik weet niet wat er in jouw koffie zit...”
Cat stond op en kwam naast me op de bank zitten. “Lieve schat, luister naar me. Ik zeg niet dat ik niet even moest slikken toen je je bekentenis koud op het dekbed plofte. Er schieten toch even wat beelden door je hoofd, beelden waar ik niet vrolijk van word. Maar je hebt het tenminste met me gedeeld. Dat is alles waar ik om vraag lieve Do, deel met me. Wees eerlijk tegen me.”
Ze veegde een lange lok achter m’n oor. “Hoe lang liep je er al mee?”
Ik snoof. “Al vanaf het moment dat het was gebeurd. Alleen met Fiona kon ik erover praten. Ik heb me echt vreselijk gevoeld. En weet je wat ik nog veel vreselijker vond?” Vroeg ik retorisch, “Dat ik het op het moment zelf helemaal niet vreselijk vond...”
Cat lachte. “Ik heb het ook wel eens met een jongen gedaan hoor. Wie niet, zou ik bijna willen zeggen.”
“Ja maar toch niet op je tweeëndertigste nog eens?”
“Nee, toen wist al wel wat ik wilde. Maar jij bent toch niet met John naar bed geweest omdat je niet wist wat je wilde?”
“Nee”, schamperde ik, “Het was meer dat ik wilde bevestigen dat dit absoluut niet was wat ik wilde.”
Ik zuchtte diep en grinnikte om haar onnozele blik. “Ik weet het, soms snap ik mezelf ook niet.”
“Je zou eens wat opener moeten willen zijn, niet zo angstig zijn dingen te vertellen, alleen maar omdat je bang bent te verliezen. Ik weet uit ervaring dat je door te zwijgen op den duur juist alleen maar het tegenovergestelde bereikt.”
“Daarbij was ik ook nog eens dronken”, poogde ik mijn avontuurtje nog eens extra te bagatelliseren.
Cat zette haar mok op de glazen salontafel en zeeg in de kussens van de bank. Ze keek bedenkelijk. “Maar je ziet John nog regelmatig dus.”
“Op m’n werk ja. Daar baal ik van. En Dedlev betrekt hem nu ook nog eens in een of ander project.”
“Denkt John dat ik het weet?” vroeg ze.
Ik knikte langzaam. “Ja, door iets wat ik eens door de telefoon zei een poosje geleden. Volgens mij heeft hij daaruit opgemaakt dat ik in ieder geval met jou over hem had gesproken.”
“Hoe reageerde hij daarop?”
Ik dacht even terug aan het gesprek dat ik met hem had hier bij Cat aan de bar. “Hij leek onder de indruk, alsof ‘ie dat niet had verwacht. Hij vond het altijd ons grote geheim.”
Cat snoof en lachte vreugdeloos. “ Ja natuurlijk, typerend...”
Ik snoof eveneens. “Ja.... Hij is verschrikkelijk, walgelijk arrogant, zelfingenomen en overtuigd van zichzelf. Die man heeft zo’n enorme bunker voor z’n hoofd, niet te geloven.”
Cat keek me even schuin aan. “Heb jij die bunker niet zelf helpen bouwen?”
Ik draaide me naar haar om. “Huh?”
“Van wie waren die sigaren ook al weer, toen ik laatst bij je thuiskwam nadat ons stapavondje in Amsterdam op ruzie was uitgelopen?”
Ik voelde me betrapt. “Hoe...”
“...weet ik dat? Nou ja schat, nu ik dit weet kan ik achteraf een en een ook wel bij elkaar optellen.”
Ik tuitte mijn lippen. Mijn blik dwaalde even af.
“Dus jij gaat verbolgen en verongelijkt naar huis terwijl we eigenlijk wat uit te praten hebben en het eerste wat je doet is John bellen?”
Ik slikte moeilijk en keek haar verschrikt aan. “Nee, nee zo is het niet gegaan. Echt niet.” Ik pakte haar hand en kneep ‘m bijna aan gort. “Ik w as zo boos en verdrietig tegelijk. Ik bladerde gefrustreerd door m’n post op tafel en daar vloog een papiertje tussenuit met een nummer erop. Ik was natuurlijk nogal aangeschoten en kon al helemaal niet meer helder denken...”
“Daar heb je nogal eens moeite mee hè?” Ze trok haar hand terug.
Haar woorden klonken hard. Ze gonsden door mijn hoofd en het bracht me van m’n stuk. Verward vroeg ik me waar Cat’s begripvolle houding ineens gebleven was.
“Ik eh...”
Cat wendde haar gezicht af. “Zo ver in het verleden is het dus toch niet.”
“Nee je begrijpt het niet, ik herkende het nummer niet. Ik heb het maar gewoon gebeld, zonder er bij na te denken, echt.”
“En toen sprong hij meteen in de auto, zonder er bij na te denken. Ben je nou werkelijk zo naïef, Do?”
“Er is niets gebeurd lieve schat, ik zweer het. Tussen mij en John, dat was slechts eenmalig. Er is daarna nooit meer iets tussen ons gebeurd.”
Cat’s deur ging van wagenwijd open naar bijna geheel dicht. Ik voelde dat ik in paniek begon te raken. Dat ik niet meer wist wat ik moest zeggen om haar ervan te overtuigen dat er niets meer was tussen mij en John. Mijn hart sloeg bijna een krater in m’n keel. Op het puntje van mijn tong vochten woorden van verontschuldiging, wroeging en schuldbewustzijn om voorrang. Maar geen van alle kwam daadwerkelijk over mijn lippen.
Toen Cat opstond, wegliep en de kamerdeur zachtjes achter zich dichttrok, sneed een diepe pijnscheut kartelend door mijn ziel.
Volgende week weer meer Paringsdans!
Do is even op vakantie, tot die tijd blijft hier Aflevering 73 van Paringsdans staan. Kom regelmatig terug om te zien of Do alweer in het land is!
____________________________________
Eindelijk heeft Do de moed gehad Cat over John te vertellen. Tot Do’s stomme verbazing reageert Cat aanvankelijk begripvol. Aanvankelijk. Dan realiseert ze zich ineens iets wat Do zelf eigenlijk alweer vergeten was...
Cat was zonder iets te zeggen naar beneden gelopen. Ik volgde met lood in mijn blote voeten in haar kielzog. Met de grote koffiemokken tussen onze knieën roerden we de suiker zo’n beetje door de bodem. Na een poosje draaide ik mijn hoofd voorzichtig naar haar toe en keek haar van opzij aan. Cat staarde in haar mok. Haar blik leek uitdrukkingloos.
“Wil je alsjeblieft iets zeggen?” vroeg ik aarzelend.
Ze hield op met roeren en hief haar hoofd iets op. “Wat wil je dat ik zeg?”
Ik haalde mijn schouders op. “Iets. Vloek, tier, spuug, maar gooi er in ieder geval iets uit.”
Ze zuchtte. “Lieverd...” ze aarzelde even. “...eerlijk gezegd weet ik helemaal niet of ik wel boos ben, dus waarom zou ik dan moeten vloeken. Of tieren...?”
Ik trok een wenkbrauw op. “Jah, omdat dat een logische reactie zou zijn. Veel logischer dan hier een beetje begrip te gaan zitten tonen.”
“Is het makkelijker voor je, als ik boos wordt, zodat jij hier in de slachtofferrol kan schieten, je spullen bij elkaar kan vegen om vervolgens de deur uit te lopen?”
“Nou... ja.”
Ze trok een grimas. “Zo gemakkelijk kom je er niet vanaf, kleine.” Ze nam een slok en bleef me aankijken. “Wij gaan hier als volwassen vrouwen over praten. Net zolang tot het niet meer tussen ons instaat en het niet meer is dan een futiliteit, iets uit het verleden, wat geen rol meer speelt in ons leven.”
Ik keek haar niet begrijpend aan. “Maar het is ook iets uit het verleden...”
Cat grinnikte. “Oh, dus het is eigenlijk al een soort futiliteit?”
“Zeg, ik weet niet wat er in jouw koffie zit...”
Cat stond op en kwam naast me op de bank zitten. “Lieve schat, luister naar me. Ik zeg niet dat ik niet even moest slikken toen je je bekentenis koud op het dekbed plofte. Er schieten toch even wat beelden door je hoofd, beelden waar ik niet vrolijk van word. Maar je hebt het tenminste met me gedeeld. Dat is alles waar ik om vraag lieve Do, deel met me. Wees eerlijk tegen me.”
Ze veegde een lange lok achter m’n oor. “Hoe lang liep je er al mee?”
Ik snoof. “Al vanaf het moment dat het was gebeurd. Alleen met Fiona kon ik erover praten. Ik heb me echt vreselijk gevoeld. En weet je wat ik nog veel vreselijker vond?” Vroeg ik retorisch, “Dat ik het op het moment zelf helemaal niet vreselijk vond...”
Cat lachte. “Ik heb het ook wel eens met een jongen gedaan hoor. Wie niet, zou ik bijna willen zeggen.”
“Ja maar toch niet op je tweeëndertigste nog eens?”
“Nee, toen wist al wel wat ik wilde. Maar jij bent toch niet met John naar bed geweest omdat je niet wist wat je wilde?”
“Nee”, schamperde ik, “Het was meer dat ik wilde bevestigen dat dit absoluut niet was wat ik wilde.”
Ik zuchtte diep en grinnikte om haar onnozele blik. “Ik weet het, soms snap ik mezelf ook niet.”
“Je zou eens wat opener moeten willen zijn, niet zo angstig zijn dingen te vertellen, alleen maar omdat je bang bent te verliezen. Ik weet uit ervaring dat je door te zwijgen op den duur juist alleen maar het tegenovergestelde bereikt.”
“Daarbij was ik ook nog eens dronken”, poogde ik mijn avontuurtje nog eens extra te bagatelliseren.
Cat zette haar mok op de glazen salontafel en zeeg in de kussens van de bank. Ze keek bedenkelijk. “Maar je ziet John nog regelmatig dus.”
“Op m’n werk ja. Daar baal ik van. En Dedlev betrekt hem nu ook nog eens in een of ander project.”
“Denkt John dat ik het weet?” vroeg ze.
Ik knikte langzaam. “Ja, door iets wat ik eens door de telefoon zei een poosje geleden. Volgens mij heeft hij daaruit opgemaakt dat ik in ieder geval met jou over hem had gesproken.”
“Hoe reageerde hij daarop?”
Ik dacht even terug aan het gesprek dat ik met hem had hier bij Cat aan de bar. “Hij leek onder de indruk, alsof ‘ie dat niet had verwacht. Hij vond het altijd ons grote geheim.”
Cat snoof en lachte vreugdeloos. “ Ja natuurlijk, typerend...”
Ik snoof eveneens. “Ja.... Hij is verschrikkelijk, walgelijk arrogant, zelfingenomen en overtuigd van zichzelf. Die man heeft zo’n enorme bunker voor z’n hoofd, niet te geloven.”
Cat keek me even schuin aan. “Heb jij die bunker niet zelf helpen bouwen?”
Ik draaide me naar haar om. “Huh?”
“Van wie waren die sigaren ook al weer, toen ik laatst bij je thuiskwam nadat ons stapavondje in Amsterdam op ruzie was uitgelopen?”
Ik voelde me betrapt. “Hoe...”
“...weet ik dat? Nou ja schat, nu ik dit weet kan ik achteraf een en een ook wel bij elkaar optellen.”
Ik tuitte mijn lippen. Mijn blik dwaalde even af.
“Dus jij gaat verbolgen en verongelijkt naar huis terwijl we eigenlijk wat uit te praten hebben en het eerste wat je doet is John bellen?”
Ik slikte moeilijk en keek haar verschrikt aan. “Nee, nee zo is het niet gegaan. Echt niet.” Ik pakte haar hand en kneep ‘m bijna aan gort. “Ik w as zo boos en verdrietig tegelijk. Ik bladerde gefrustreerd door m’n post op tafel en daar vloog een papiertje tussenuit met een nummer erop. Ik was natuurlijk nogal aangeschoten en kon al helemaal niet meer helder denken...”
“Daar heb je nogal eens moeite mee hè?” Ze trok haar hand terug.
Haar woorden klonken hard. Ze gonsden door mijn hoofd en het bracht me van m’n stuk. Verward vroeg ik me waar Cat’s begripvolle houding ineens gebleven was.
“Ik eh...”
Cat wendde haar gezicht af. “Zo ver in het verleden is het dus toch niet.”
“Nee je begrijpt het niet, ik herkende het nummer niet. Ik heb het maar gewoon gebeld, zonder er bij na te denken, echt.”
“En toen sprong hij meteen in de auto, zonder er bij na te denken. Ben je nou werkelijk zo naïef, Do?”
“Er is niets gebeurd lieve schat, ik zweer het. Tussen mij en John, dat was slechts eenmalig. Er is daarna nooit meer iets tussen ons gebeurd.”
Cat’s deur ging van wagenwijd open naar bijna geheel dicht. Ik voelde dat ik in paniek begon te raken. Dat ik niet meer wist wat ik moest zeggen om haar ervan te overtuigen dat er niets meer was tussen mij en John. Mijn hart sloeg bijna een krater in m’n keel. Op het puntje van mijn tong vochten woorden van verontschuldiging, wroeging en schuldbewustzijn om voorrang. Maar geen van alle kwam daadwerkelijk over mijn lippen.
Toen Cat opstond, wegliep en de kamerdeur zachtjes achter zich dichttrok, sneed een diepe pijnscheut kartelend door mijn ziel.
Volgende week weer meer Paringsdans!