Paringsdans
Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 72
Gepubliceerd op: 12 april 2006
Fiona’s impulsiviteit brengt Do in de nesten. Cat gunt haar vriendin eerst nog de broodnodige slaap na een lange autorit vanuit Oostenrijk, maar wil de volgende dag toch eindelijk wel eens weten wat er nu allemaal aan de hand is...
Cat had me heel even twijfelend aangekeken. Vervolgens stond ze op en liep naar Fiona, die nog altijd met de fles Campari in haar hand naast de koelkast stond. Cat nam de fles uit haar handen en zette hem op de bar. Zonder iets te zeggen dirigeerde ze Fiona met zachte hand naar de achterdeur. Ze sputterde niet eens tegen, zich kennelijk beseffend net even iets te ver te zijn gegaan.
Myrthe zei ook niets, maar stond eveneens op van de stoel waarin ze zat en greep haar jas van de leuning. Ze knipoogde even naar me, stapte langs Fiona en Cat de tuin in en verdween in haar auto op de parkeerplaats. Fiona keek nog even achterom, zocht mijn blik en probeerde zich licht schokschouderend te verontschuldigen. Ik keek van haar weg, waarna ze diep zuchtend de deur uit glipte.
Cat liep naar me toe. Ze zei nog altijd niets. Ik voelde haar blik op me rusten, maar ik had de moed niet om haar aan te kijken. Ik voelde me verraden door mijn beste vriendin. Maar ik wist natuurlijk ook dat ik niet alles maar in Fiona’s schoenen kon schuiven, hoe graag ik dat ook wilde op dat moment. Het was mijn eigen gedrag waardoor het zo ver was gekomen. Ik voelde me miserabel. Cat stak haar hand naar me uit. “Kom”, zei ze zacht, “het was een lange rit. Laten we eerst maar eens wat slaap inhalen.”
Na enige aarzeling pakte ik haar hand en liet me meevoeren naar boven.
De volgende dag...
Ik werd wakker en rook de geur van verse koffie. Cat was blijkbaar al beneden. Volgens de wekker was het tien voor twee. Ik had meer dan klokje rond geslapen. Ik rolde me nog een keer diep in het dekbed en snoof Cat’s geur diep in me op.
Wat was ze heerlijk. Ik hoorde haar voetstappen op de trap. Ze kwam de slaapkamer binnengelopen en ging op de rand van het bed zitten. Ze streelde zachtjes door m’n haren. Ik wilde me slapende houden, het onvermijdelijke moment uitstellen, maar dat had ik al veel te lang gedaan.
Ik draaide me naar haar toe en opende één voor één m’n ogen. Haar zachte blik overviel me. Ik had verwacht dat ze op hoge poten een verklaring zou eisen, het dekbed van m’n slaperige lijf zou rukken omdat ze het nu allemaal wel lang genoeg vond duren. Maar ze was zo lief, zo kalm. Misschien moest ik me daar juist zorgen om maken. Haar geduld en liefdevolle aanrakingen konden ook juist stilte voor de storm betekenen. Toch ging er nergens een alarmbel rinkelen. Of misschien was ik nog te moe om het te horen, liet mijn intuïtie me in de steek.
“Koffie?” vroeg ze lief. Haar blonde lokken hingen sexy verward langs haar knappe gezicht. De warme grijze ogen glimlachten nog steeds.
Ik knikte en kwam half overeind.
“Nee, blijf liggen. Ik haal het voor je.” Ze kuste me op mijn neus en liep weer naar beneden.
Een moment later kwam ze terug met twee grote mokken dampend zwart goud. Ze overhandigde me er een en kroop naast me in bed. Ik nam een slok en voelde me aangenaam warm worden. Het is dat ik zonder twijfel mijn slokdarm zou verbranden, anders had ik de mok in teug leeggedronken. Ik was na een weekje Oostenrijkse instant prut bijna vergeten hoe echte koffie smaakt.
Cat nam de mok van me over. Ik keek een beetje verbaasd, maar liet uiteindelijk los.
Ze draaide zich weer naar me om en keek me nu ernstig aan. Mijn hartslag versnelde en ik voelde mijn keel dikker worden. Het moment van de waarheid was aangebroken.
Cat pakte mijn hand en kuste mijn vingers. “Nah, kom maar op.”
Ik slikte moeilijk en ontweek haar blik, m’n hoofd brekend over waar ik in godsnaam moest beginnen. “Ik...”, hoorde ik mezelf stamelen. Ik keek haar voorzichtig aan.
Cat moedigde me aan door me te blijven kussen, maar diep achter de warme gloed in haar ogen lag bedachtzaamheid verborgen.
Is dat nou zo raar Do, vroeg ik mezelf af. Kun je haar dat kwalijk nemen? Heb je enig besef hoe onzeker je haar eigenlijk maakt? Weet je wel hoe lang je dit al voort hebt laten duren? Bang om te verliezen?
“Weet je nog dat we elkaar hebben beloofd eerlijk te zijn?” vroeg ze met kalme stem.
Ik knikte en keek naar haar lippen, die keer op keer mijn vingers beroerden. “Waarom ben je dat dan niet?”
Die vraag deed me schichtig opkijken. Ik voelde me min of meer betrapt, maar ik moest nu doorzetten. Als ik haar bij me wilde houden, mocht ik nu niet terugvallen in mijn oude patroon van wegwuiven en weglopen.
Ik zuchtte haperend en knikte. “Weet je”, begon ik aarzelend, “het is niet eens zozeer dat ik niet eerlijk tegen je ben, of ben geweest. Het is meer dat ik...” Ik zuchtte opnieuw. “Dat ik gewoon iets niet heb verteld. Ik weet niet of dat hetzelfde is...?” Ik richtte mijn blik aarzelend naar haar op.
Cat glimlachte flauw. “Dat ligt er maar geheel aan in hoeverre datgene wat je niet hebt verteld nog altijd van invloed is.”
Ze maakte het me niet gemakkelijker met die opmerking.
“Nou, het is iets uit mijn verleden, maar doordat ik er nog wel eens mee geconfronteerd wordt, is het ook iets van nu...”
Ik voelde hoe mijn lip begon te trillen, maar ik wilde niet nu breken. Ik wilde eerst de strontkar op bed legen en dan pas ongecontroleerd in tranen uitbarsten.
“Ik ben een keer met John naar bed geweest”, flapte ik er uit.
Daar. Ik heb het gezegd. Doe ermee wat je wilt. Scheld me verrot. Tier en stampvoet door het huis. Maak me voor alles uit wat mooi en lelijk is. Zet me de deur uit desnoods, maar vergeef het me. In godsnaam lieve Cat, liefde van mijn leven, vergeef het me...
Zal Cat het Do vergeven? Lees het in Paringsdans nummer 73!
Cat had me heel even twijfelend aangekeken. Vervolgens stond ze op en liep naar Fiona, die nog altijd met de fles Campari in haar hand naast de koelkast stond. Cat nam de fles uit haar handen en zette hem op de bar. Zonder iets te zeggen dirigeerde ze Fiona met zachte hand naar de achterdeur. Ze sputterde niet eens tegen, zich kennelijk beseffend net even iets te ver te zijn gegaan.
Myrthe zei ook niets, maar stond eveneens op van de stoel waarin ze zat en greep haar jas van de leuning. Ze knipoogde even naar me, stapte langs Fiona en Cat de tuin in en verdween in haar auto op de parkeerplaats. Fiona keek nog even achterom, zocht mijn blik en probeerde zich licht schokschouderend te verontschuldigen. Ik keek van haar weg, waarna ze diep zuchtend de deur uit glipte.
Cat liep naar me toe. Ze zei nog altijd niets. Ik voelde haar blik op me rusten, maar ik had de moed niet om haar aan te kijken. Ik voelde me verraden door mijn beste vriendin. Maar ik wist natuurlijk ook dat ik niet alles maar in Fiona’s schoenen kon schuiven, hoe graag ik dat ook wilde op dat moment. Het was mijn eigen gedrag waardoor het zo ver was gekomen. Ik voelde me miserabel. Cat stak haar hand naar me uit. “Kom”, zei ze zacht, “het was een lange rit. Laten we eerst maar eens wat slaap inhalen.”
Na enige aarzeling pakte ik haar hand en liet me meevoeren naar boven.
De volgende dag...
Ik werd wakker en rook de geur van verse koffie. Cat was blijkbaar al beneden. Volgens de wekker was het tien voor twee. Ik had meer dan klokje rond geslapen. Ik rolde me nog een keer diep in het dekbed en snoof Cat’s geur diep in me op.
Wat was ze heerlijk. Ik hoorde haar voetstappen op de trap. Ze kwam de slaapkamer binnengelopen en ging op de rand van het bed zitten. Ze streelde zachtjes door m’n haren. Ik wilde me slapende houden, het onvermijdelijke moment uitstellen, maar dat had ik al veel te lang gedaan.
Ik draaide me naar haar toe en opende één voor één m’n ogen. Haar zachte blik overviel me. Ik had verwacht dat ze op hoge poten een verklaring zou eisen, het dekbed van m’n slaperige lijf zou rukken omdat ze het nu allemaal wel lang genoeg vond duren. Maar ze was zo lief, zo kalm. Misschien moest ik me daar juist zorgen om maken. Haar geduld en liefdevolle aanrakingen konden ook juist stilte voor de storm betekenen. Toch ging er nergens een alarmbel rinkelen. Of misschien was ik nog te moe om het te horen, liet mijn intuïtie me in de steek.
“Koffie?” vroeg ze lief. Haar blonde lokken hingen sexy verward langs haar knappe gezicht. De warme grijze ogen glimlachten nog steeds.
Ik knikte en kwam half overeind.
“Nee, blijf liggen. Ik haal het voor je.” Ze kuste me op mijn neus en liep weer naar beneden.
Een moment later kwam ze terug met twee grote mokken dampend zwart goud. Ze overhandigde me er een en kroop naast me in bed. Ik nam een slok en voelde me aangenaam warm worden. Het is dat ik zonder twijfel mijn slokdarm zou verbranden, anders had ik de mok in teug leeggedronken. Ik was na een weekje Oostenrijkse instant prut bijna vergeten hoe echte koffie smaakt.
Cat nam de mok van me over. Ik keek een beetje verbaasd, maar liet uiteindelijk los.
Ze draaide zich weer naar me om en keek me nu ernstig aan. Mijn hartslag versnelde en ik voelde mijn keel dikker worden. Het moment van de waarheid was aangebroken.
Cat pakte mijn hand en kuste mijn vingers. “Nah, kom maar op.”
Ik slikte moeilijk en ontweek haar blik, m’n hoofd brekend over waar ik in godsnaam moest beginnen. “Ik...”, hoorde ik mezelf stamelen. Ik keek haar voorzichtig aan.
Cat moedigde me aan door me te blijven kussen, maar diep achter de warme gloed in haar ogen lag bedachtzaamheid verborgen.
Is dat nou zo raar Do, vroeg ik mezelf af. Kun je haar dat kwalijk nemen? Heb je enig besef hoe onzeker je haar eigenlijk maakt? Weet je wel hoe lang je dit al voort hebt laten duren? Bang om te verliezen?
“Weet je nog dat we elkaar hebben beloofd eerlijk te zijn?” vroeg ze met kalme stem.
Ik knikte en keek naar haar lippen, die keer op keer mijn vingers beroerden. “Waarom ben je dat dan niet?”
Die vraag deed me schichtig opkijken. Ik voelde me min of meer betrapt, maar ik moest nu doorzetten. Als ik haar bij me wilde houden, mocht ik nu niet terugvallen in mijn oude patroon van wegwuiven en weglopen.
Ik zuchtte haperend en knikte. “Weet je”, begon ik aarzelend, “het is niet eens zozeer dat ik niet eerlijk tegen je ben, of ben geweest. Het is meer dat ik...” Ik zuchtte opnieuw. “Dat ik gewoon iets niet heb verteld. Ik weet niet of dat hetzelfde is...?” Ik richtte mijn blik aarzelend naar haar op.
Cat glimlachte flauw. “Dat ligt er maar geheel aan in hoeverre datgene wat je niet hebt verteld nog altijd van invloed is.”
Ze maakte het me niet gemakkelijker met die opmerking.
“Nou, het is iets uit mijn verleden, maar doordat ik er nog wel eens mee geconfronteerd wordt, is het ook iets van nu...”
Ik voelde hoe mijn lip begon te trillen, maar ik wilde niet nu breken. Ik wilde eerst de strontkar op bed legen en dan pas ongecontroleerd in tranen uitbarsten.
“Ik ben een keer met John naar bed geweest”, flapte ik er uit.
Daar. Ik heb het gezegd. Doe ermee wat je wilt. Scheld me verrot. Tier en stampvoet door het huis. Maak me voor alles uit wat mooi en lelijk is. Zet me de deur uit desnoods, maar vergeef het me. In godsnaam lieve Cat, liefde van mijn leven, vergeef het me...
Zal Cat het Do vergeven? Lees het in Paringsdans nummer 73!