Paringsdans
Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 75
Gepubliceerd op: 07 juli 2006
Na een lange nacht in de kroeg heeft Do de nacht noodgedwongen bij Sam doorgebracht. Nog altijd ontheemd en verloren, laat ze zich door Sam overhalen Fiona op te zoeken voor hulp. Maar de vraag is of die hier wel op zit te wachten...
Na een heftige droom, waarin ik gepassioneerd de liefde bedreef met Cat en het meest gelukzalige gevoel dat me maar kon overkomen zich van me meester had gemaakt, moest ik bij het openen van mijn ogen tot mijn teleurstelling – en walging- concluderen dat de lange natte zwabbertong van Sam’s hond geenszins in verhouding stond tot de kunsten waartoe die van Cat allemaal in staat bleek als ze haar best deed.
Met een verwrongen gezicht duwde ik de zwarte labrador van me af. Ik kon me niet herinneren dat ik het beest die nacht bij binnenkomst ook had zien rond dartelen. Ik richtte me op en wreef mijn ogen uit. Op dat moment kwam Sam de trap afgelopen en opende zachtjes de woonkamerdeur. Haar slaperige hoofd stak om de hoek.
“Ah, jullie hebben al kennis gemaakt? Kom Doran, laat Dootje eerst maar even wakker worden.” Ze lachte. “Koffie?”
Ik ging rechtop zitten en zuchtte diep. Mijn hoofd voelde als een blok gewapend beton. “Hoe laat is het?”
Sam wierp een blik op de keukenklok terwijl ze koffie voor ons zette. “Half drie.”
“Half drie?” Ik was meteen klaarwakker.
“Hoezo, had je plannen? Volgens mij kun je je eigen huis nog niet eens in.”
Ik probeerde in mijn geheugen te graven, opzoek naar mijn huissleutels, mobiel en eigenlijk ook de rest van mijn tas. “Ben ik met niets gekomen,” vroeg ik een beetje ongelovig.
Sam smeet een gebruikte koffiepad in de prullenbak. “Behalve met een flinke kegel, inderdaad.”
Ik was alles kwijt. De tijd, de dagen, mijn spullen, Cat...
“Kun je me straks ergens afzetten?” vroeg ik. Ik moest nodig uit mijn kleren, die een uur in de wind naar de kroeg van Sam stonken.
“Tuurlijk, waar?”
Tja. Misschien moest ik eerst maar een kop koffie naar binnen werken voor ik over zulke dingen kon nadenken.
Sam kwam terug met twee grote mokken en overhandigde me er een. Ze plofte naast me op de leren bank. “Is er niemand die ook een sleutel van je huis heeft?”
Ik nam een flinke slok en dacht na. “Ja, Fiona, maar daar kan ik nu ook niet bij aankomen.”
Sam maakte een wegwerpgebaar. “Natuurlijk wel, als er iemand vergevingsgezind is in deze wereld is zij het wel. Waarom bel je haar niet op, gebruik mijn telefoon maar.” Ze knikte naar haar mobieltje op tafel.
Ik twijfelde. “Wat nou als ze me niet wil spreken?”
“Dat wil ze heus wel, je kent ‘r toch. Bel ‘r nou maar.”
Na nog even aarzelen pakte ik de telefoon en scrolde door haar contacten. “Je hebt haar nummer niet.”
“Jawel, onder de V. Ze toetste een keer in een dronken bui haar nummer in mijn mobiel en plantte zichzelf onder de V, van Viona.”
Ik lachte, en inderdaad, na even verder scrollen herkende ik Viona’s nummer. Ik liet ‘m overgaan, tot ik de voicemail kreeg. “Ze neemt niet op”, fluisterde ik.
“Spreek je toch in.”
Maar in plaats daarvan drukte ik haar weg. “Ik denk dat ze aan het werk is.”
Sam nam nog een slok. “Dan ga je toch naar het ziekenhuis?”
“Jah, ik kan haar op haar werk toch niet zomaar lastigvallen?”
Sam trok een gezicht. “Sinds wanneer hou jij er rekening mee dat iemand moet werken, als ik Fiona moet geloven sta je om de haverklap in de koffiekamer.”
“Nou dat valt wel mee hoor...”
Sam streek een verdwaalde lok achter mijn oor.
Ik duwde zachtjes haar hand weg. “Niet doen, ik ben er toch een beetje gevoelig voor.”
Sam schoot in de lach. “Stel je toch niet aan, ga liever eens aan je relatie werken.”
Ik glimlachte vreugdeloos en dacht aan Cat. “Volgens mij hoeft die me voorlopig echt niet te zien.”
Sam zette haar mok met een klap op de salontafel en stond op. Oké. Ik spring onder de douche en daarna breng ik je naar Fiona.”
“Ik wil eigenlijk ook wel onder de douche, ik plak aan m’n kleding.”
Sam draaide zich naar me om. “Kom je bij me, of wacht je tot ik klaar ben?”
Ik trok een gezicht en gooide een kussen van de bank naar haar hoofd.
Later...
“... en niet zo tegenwerken vandaag, we hebben meer te doen.” Fiona’s schelle stem galmde over de afdeling. Ze probeerde samen met een collega-verpleegkundige een patiënt te wassen, wat kennelijk niet geheel volgens plan verliep. Ik leunde tegen de deurpost en aanschouwde flauw glimlachend het komische tafereel. Toen ze zich even omdraaide om een washandje te pakken, zag ze me ineens staan. Haar blik hield het midden tussen verbazing en blijdschap, met enige reserve. Ze aarzelde even, wrong het washandje uit in een teiltje water en overhandigde die aan haar collega. “Hier, begin maar vast, ik moet even iets pakken.” Ze liep om het bed heen en pakte me bij de arm, waarna ze me in de richting van de koffiekamer loodste.
Eenmaal binnen, schoof ze de deur met een klap achter ons dicht. “Wat doe jij nou hier”, siste ze. Haar rode krullen dansten wild om haar met sproeten bedekte gezicht.
Ik opende mijn mond om iets te zeggen, maar had geen idee waar en hoe te beginnen. Fiona liep langs me heen en schonk zichzelf koffie in. “Jij ook?”
Ik schudde mijn hoofd. Ze kwam weer voor me staan en stak haar kin iets omhoog, wat ze altijd deed als ze van iemand een verklaring eiste.
Ik slikte een paar keer. “Ik weet het niet meer Fioon, je moet me helpen...”
Een kort hoog keelgeluidje vulde de kille ruimte. “Door mijn zogemaande ‘hulp’ sta je nu hier.”
Ik zuchtte. “Ik kan m’n huis niet in, heb geen idee waar mijn spullen zijn, jij hebt een reservesleutel, toch?”
Fiona slikte haar koffie door. “Nee, die heb ik stukgetrapt, weet je nog?”
Ach god, ja. Fiona kreeg eens de sleutel niet in het slot nadat we voor de zoveelste keer uit de kroeg waren komen rollen en dacht toen slim te zijn door hem er even wat steviger in te trappen. Met als gevolg dat ‘ie afbrak en we de rest van de nacht in het portiek moesten doorbrengen, tot de buurman met een schroevendraaier de deur uit z’n sponningen kwam wrikken.
“Wat nu, ik kan niet naar Cat.”
Fiona knikte langzaam en bekeek me toen van top tot teen. “Wat heb je in godsnaam aan, Do...” Ze liet haar blik langs een spijkerbroek en houthakkersbloes van Sam glijden.
“Dat is een lang verhaal, moet dat echt nu?”
Ze schudde heftig haar hoofd en keek me weer aan. “Oké oké, je kunt wel met mij mee straks, maar ik moet je waarschuwen; het is druk bij thuis.”
“Druk?”
“Ja, Jorinde is toch bij Tamar weg en kon ook al nergens terecht.”
“Huh? Ze krijgen een baby samen!”
“Nu niet meer. Dus de logeerkamer is bezet.”
Ik haalde mijn schouders op. “Slaap ik toch naast jou.”
Fiona grinnikte. “Dat gaat ook al niet, want daar ligt Anna.”
“Anna?” ik keek haar niet begrijpend aan. “Anna van de wintersport?”
Fiona knipoogde. “Ja, die Anna, en ik ga haar natuurlijk niet op de bank neerleggen, dat begrijp jij wel.”
Langzaam verscheen er een brede glimlach op mijn vermoeide gezicht en vergat ik in mijn blijdschap voor haar, heel even mijn eigen ellende.
Volgende keer weer meer Paringsdans!
Na een heftige droom, waarin ik gepassioneerd de liefde bedreef met Cat en het meest gelukzalige gevoel dat me maar kon overkomen zich van me meester had gemaakt, moest ik bij het openen van mijn ogen tot mijn teleurstelling – en walging- concluderen dat de lange natte zwabbertong van Sam’s hond geenszins in verhouding stond tot de kunsten waartoe die van Cat allemaal in staat bleek als ze haar best deed.
Met een verwrongen gezicht duwde ik de zwarte labrador van me af. Ik kon me niet herinneren dat ik het beest die nacht bij binnenkomst ook had zien rond dartelen. Ik richtte me op en wreef mijn ogen uit. Op dat moment kwam Sam de trap afgelopen en opende zachtjes de woonkamerdeur. Haar slaperige hoofd stak om de hoek.
“Ah, jullie hebben al kennis gemaakt? Kom Doran, laat Dootje eerst maar even wakker worden.” Ze lachte. “Koffie?”
Ik ging rechtop zitten en zuchtte diep. Mijn hoofd voelde als een blok gewapend beton. “Hoe laat is het?”
Sam wierp een blik op de keukenklok terwijl ze koffie voor ons zette. “Half drie.”
“Half drie?” Ik was meteen klaarwakker.
“Hoezo, had je plannen? Volgens mij kun je je eigen huis nog niet eens in.”
Ik probeerde in mijn geheugen te graven, opzoek naar mijn huissleutels, mobiel en eigenlijk ook de rest van mijn tas. “Ben ik met niets gekomen,” vroeg ik een beetje ongelovig.
Sam smeet een gebruikte koffiepad in de prullenbak. “Behalve met een flinke kegel, inderdaad.”
Ik was alles kwijt. De tijd, de dagen, mijn spullen, Cat...
“Kun je me straks ergens afzetten?” vroeg ik. Ik moest nodig uit mijn kleren, die een uur in de wind naar de kroeg van Sam stonken.
“Tuurlijk, waar?”
Tja. Misschien moest ik eerst maar een kop koffie naar binnen werken voor ik over zulke dingen kon nadenken.
Sam kwam terug met twee grote mokken en overhandigde me er een. Ze plofte naast me op de leren bank. “Is er niemand die ook een sleutel van je huis heeft?”
Ik nam een flinke slok en dacht na. “Ja, Fiona, maar daar kan ik nu ook niet bij aankomen.”
Sam maakte een wegwerpgebaar. “Natuurlijk wel, als er iemand vergevingsgezind is in deze wereld is zij het wel. Waarom bel je haar niet op, gebruik mijn telefoon maar.” Ze knikte naar haar mobieltje op tafel.
Ik twijfelde. “Wat nou als ze me niet wil spreken?”
“Dat wil ze heus wel, je kent ‘r toch. Bel ‘r nou maar.”
Na nog even aarzelen pakte ik de telefoon en scrolde door haar contacten. “Je hebt haar nummer niet.”
“Jawel, onder de V. Ze toetste een keer in een dronken bui haar nummer in mijn mobiel en plantte zichzelf onder de V, van Viona.”
Ik lachte, en inderdaad, na even verder scrollen herkende ik Viona’s nummer. Ik liet ‘m overgaan, tot ik de voicemail kreeg. “Ze neemt niet op”, fluisterde ik.
“Spreek je toch in.”
Maar in plaats daarvan drukte ik haar weg. “Ik denk dat ze aan het werk is.”
Sam nam nog een slok. “Dan ga je toch naar het ziekenhuis?”
“Jah, ik kan haar op haar werk toch niet zomaar lastigvallen?”
Sam trok een gezicht. “Sinds wanneer hou jij er rekening mee dat iemand moet werken, als ik Fiona moet geloven sta je om de haverklap in de koffiekamer.”
“Nou dat valt wel mee hoor...”
Sam streek een verdwaalde lok achter mijn oor.
Ik duwde zachtjes haar hand weg. “Niet doen, ik ben er toch een beetje gevoelig voor.”
Sam schoot in de lach. “Stel je toch niet aan, ga liever eens aan je relatie werken.”
Ik glimlachte vreugdeloos en dacht aan Cat. “Volgens mij hoeft die me voorlopig echt niet te zien.”
Sam zette haar mok met een klap op de salontafel en stond op. Oké. Ik spring onder de douche en daarna breng ik je naar Fiona.”
“Ik wil eigenlijk ook wel onder de douche, ik plak aan m’n kleding.”
Sam draaide zich naar me om. “Kom je bij me, of wacht je tot ik klaar ben?”
Ik trok een gezicht en gooide een kussen van de bank naar haar hoofd.
Later...
“... en niet zo tegenwerken vandaag, we hebben meer te doen.” Fiona’s schelle stem galmde over de afdeling. Ze probeerde samen met een collega-verpleegkundige een patiënt te wassen, wat kennelijk niet geheel volgens plan verliep. Ik leunde tegen de deurpost en aanschouwde flauw glimlachend het komische tafereel. Toen ze zich even omdraaide om een washandje te pakken, zag ze me ineens staan. Haar blik hield het midden tussen verbazing en blijdschap, met enige reserve. Ze aarzelde even, wrong het washandje uit in een teiltje water en overhandigde die aan haar collega. “Hier, begin maar vast, ik moet even iets pakken.” Ze liep om het bed heen en pakte me bij de arm, waarna ze me in de richting van de koffiekamer loodste.
Eenmaal binnen, schoof ze de deur met een klap achter ons dicht. “Wat doe jij nou hier”, siste ze. Haar rode krullen dansten wild om haar met sproeten bedekte gezicht.
Ik opende mijn mond om iets te zeggen, maar had geen idee waar en hoe te beginnen. Fiona liep langs me heen en schonk zichzelf koffie in. “Jij ook?”
Ik schudde mijn hoofd. Ze kwam weer voor me staan en stak haar kin iets omhoog, wat ze altijd deed als ze van iemand een verklaring eiste.
Ik slikte een paar keer. “Ik weet het niet meer Fioon, je moet me helpen...”
Een kort hoog keelgeluidje vulde de kille ruimte. “Door mijn zogemaande ‘hulp’ sta je nu hier.”
Ik zuchtte. “Ik kan m’n huis niet in, heb geen idee waar mijn spullen zijn, jij hebt een reservesleutel, toch?”
Fiona slikte haar koffie door. “Nee, die heb ik stukgetrapt, weet je nog?”
Ach god, ja. Fiona kreeg eens de sleutel niet in het slot nadat we voor de zoveelste keer uit de kroeg waren komen rollen en dacht toen slim te zijn door hem er even wat steviger in te trappen. Met als gevolg dat ‘ie afbrak en we de rest van de nacht in het portiek moesten doorbrengen, tot de buurman met een schroevendraaier de deur uit z’n sponningen kwam wrikken.
“Wat nu, ik kan niet naar Cat.”
Fiona knikte langzaam en bekeek me toen van top tot teen. “Wat heb je in godsnaam aan, Do...” Ze liet haar blik langs een spijkerbroek en houthakkersbloes van Sam glijden.
“Dat is een lang verhaal, moet dat echt nu?”
Ze schudde heftig haar hoofd en keek me weer aan. “Oké oké, je kunt wel met mij mee straks, maar ik moet je waarschuwen; het is druk bij thuis.”
“Druk?”
“Ja, Jorinde is toch bij Tamar weg en kon ook al nergens terecht.”
“Huh? Ze krijgen een baby samen!”
“Nu niet meer. Dus de logeerkamer is bezet.”
Ik haalde mijn schouders op. “Slaap ik toch naast jou.”
Fiona grinnikte. “Dat gaat ook al niet, want daar ligt Anna.”
“Anna?” ik keek haar niet begrijpend aan. “Anna van de wintersport?”
Fiona knipoogde. “Ja, die Anna, en ik ga haar natuurlijk niet op de bank neerleggen, dat begrijp jij wel.”
Langzaam verscheen er een brede glimlach op mijn vermoeide gezicht en vergat ik in mijn blijdschap voor haar, heel even mijn eigen ellende.
Volgende keer weer meer Paringsdans!