Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 60
Gepubliceerd op: 16 december 2005
Fiona en Do gaan kerstboomshoppen. Wat elk jaar weer hetzelfde gevecht oplevert, de boom moet tenslotte ook nog vervoerd worden. In de auto bekent Fiona eindelijk voor wie het laatste Sinterklaascadeau bestemd was. Do valt hierdoor bijna in katzwijm. Alsof dat nog niet genoeg is, deelt Fiona mede plannen te hebben voor een groot verzoeningsdiner met Kerst. Maar zit iedereen daar wel op te wachten...?
“Voor wie was nou dat ene overgebleven cadeau?”
Fiona sloeg de hoek om en reed bijna een voetganger van z’n sokken. “Dat komt later wel. Eerst een parkeerplek vinden. ‘t Is godverdomme niet normaal, zo vol als het hier is.”
Ik trok een gezicht en bleef haar vragend aankijken. “Je bent niet van plan me vandaag nog antwoord te geven, hè?”
“Zie jij een plekje aan jouw kant?” Ze draaide aan het stuur en schoot half over de stoeprand.
Ik lag bijna met mijn snufferd op het dashboard. “Mijn god, jouw lesauto had destijds zeker vierkante wielen.”
“Doe je gordel dan ook om.”
Eindelijk een gaatje gevonden. Fiona bracht haar Fiat tussen twee Hummers tot stilstand en stapte uit. “Schiet nou op, ik moet zo naar m’n werk.”
“Ja jezus, heb je gezien hoe we staan. Pak die krik eens uit de kofferbak, anders zit ik hier morgenochtend nog.”
Fiona haastte zich naar de overkant van de winkelstraat. “Het moet een kleine zijn, anders past ‘ie er niet in. En het moet een verse zijn, met kluit. Ik haat het als die krengen gaan uitvallen. Ik viste verdomme in april nog naalden tussen de bank vandaan.”
“Koop dan een opblaasboom.”
“Ach, die zijn met Kerst al weer leeg. Nee ik wil een echte.”
We slenterden langs de marktkraam waar tientallen sparren stonden opgesteld. Fiona pakte er zo nu en dan een beet om er eens flink aan te schudden.
“Mijn god, Fiona was here. Straks zit er aan geen enkele meer een naald.”
“Schijt. Kopen al die anderen maar een plastic boom.”
“Het feit dat je überhaupt aan al die anderen denkt is toch wel bijzonder barmhartig te noemen”, mompelde ik.
“Deze wil ik wel”, riep ze enthousiast en hield een kleine boom omhoog, met kluit.
“Die ziet er goed uit inderdaad. Hoe duur?”
Ze zocht de stam af opzoek naar een prijskaartje. “Geen idee, even vragen.”
Met de boom in haar kielzog stapte ze op de standhouder af. “Kost dit kleintje?”
De marktkoopman, een grote gezette grijze vijftiger met bontmuts op, draaide zich naar haar om en lachte vriendelijk. “Vijfendertig euro mevrouw.”
“Vijfendertig euri? Voor deze bezemsteel? Ben je wel goed bij je hoofd?”
“Fioon hou je een beetje in, dat is nu eenmaal de prijs van een gemiddelde kerstboom.”
“Ja, als ze tot het plafond reiken, maar toch niet deze petunia?”
“U mag hem voor dertig meenemen. Lager ga ik echt niet”, zei de grijsaard.
Hij bleef zowaar vriendelijk.
Fiona stond te dubben.
“Wat sta je daar nou, neem dat ding gewoon, ben je er vanaf. En waarom moet het er zo nodig een met kluit zijn, je flikkert ‘m na de kerst toch meteen weg.”
“Ik ben milieu bewust. Het moet er een zijn met kluit.”
“Zodat ‘ie mooi door kan groeien op de gemeentelijke composthoop?”
Fiona rekende af en sleepte de boom richting de auto. Ik slenterde achter haar aan, wetende dat het echte gevecht nu pas zou beginnen.
“Oké, jij in de auto, ik erachter.”
Ik zuchtte diep en klom op de achterbank.
Fiona pakte de steel en schoof de boom zo ongeveer in mijn gezicht. Ik wist nog net een paar takken te ontwijken. “Hey, kijk een beetje uit ja, straks moeten we terug voor een hond!”
“Pak dat ding dan ook fatsoenlijk aan, je lijkt verdomme wel een wijf.” Ze liet los en trok me vervolgens van de achterbank. “Kom hier. Duw jij dat kreng naar binnen, trek ik ‘m wel goed.”
Ik wurmde me langs haar heen en pakte de boom op. “Waarom neem jij eigenlijk ieder jaar weer een boom als je er zo’n hekel aan hebt.”
Fiona stoeide met de toppen en trok de boom naar binnen. “Als het eenmaal staat vind ik het hartstikke gezellig. Het duurt alleen even voor je van zoiets kunt genieten.” Ze vouwde de takken in de door haar gewenste positie, waarna ik de klep kon sluiten.
“Willen jullie dan geen boom?” vroeg ze terwijl ze achter het stuur kroop.
Ik plofte naast haar neer en had meteen ruzie met een zestal netelige takken in m’n nek. “Kolere, zo kan ik toch niet zitten joh. En ja, natuurlijk willen Cat en ik een boom. Maar die staat dan bij haar thuis, daar heb ik verder geen last van. En daarbij komt dat Cat op de een of andere manier met veel meer beleid een boom in huis kan halen. Bij jou heb ik altijd het idee dat we de stam naar boven sjouwen en de naalden achterlaten. Moet je je bank zien, ’t lijkt verdomme wel een Noorse fjord.”
We reden de straat uit. “Hoe laat moet jij op je werk zijn?” vroeg Fiona met een mond vol Liga.
“Elf uur, dus rijd een beetje door, wil je?”
“Komen jullie eigenlijk nog met Kerst? Ik wil een verzoeningsdiner geven.”
Ik verdraaide mijn hoofd toen ik haar onnozel aan wilde kijken. “Pardon?”
“Een verzoeningsdiner. Ik wil iedereen uitnodigen die het afgelopen jaar mot met elkaar heeft gehad.”
Voor het eerst van m’n leven zag ik werkelijk water branden. “Een ‘verzoeningsdiner’?”
Fiona keek me kort aan en hield haar blik toen weer op de weg gericht. “Ja, wat is daar zo vreemd aan?”
“Nou ik hoop dat je eraan denkt om plastic bestek aan te schaffen.”
“Nah, zo erg zal het niet worden. Integendeel. Kerst verbroedert. Het is de uitgelezen mogelijkheid om iedereen weer een beetje on speaking terms te krijgen.”
“Wil iedereen dat ook wel?”
“Ze hoeven het toch niet te weten?”
Ik bleef haar een poosje alleen maar aanstaren. “Niet te weten?”
“Blijf je de rest van de rit mijn woorden herhalen? Ja, ik nodig iedereen uit, zonder dat ze weten wie er zullen zijn. Dan komen ze tenminste ook daadwerkelijk. Vervolgens gaan we gezellig met z’n allen eten en kunnen dingen eindelijk eens worden uitgepraat en bijgelegd. Ik vond het zelf wel een goed idee.”
“Fantastisch.”
Ze wees naar haar tas tussen mijn voeten. “Geef m’n sigaretten eens aan.”
Nog altijd in licht comateuze toestand reikte ik naar haar tas en haalde het pakje eruit. Ik stak er zelf ook snel een op.
“Wie wil je eigenlijk allemaal uitnodigen”, durfde ik na twee keer diep inhaleren voorzichtig te vragen.
“Iedereen. Jou en Cat, Myrthe, Marga en Brenda, Tamar en Jorinde, Jet en Eva...”
Ik spuugde de rook tegen de voorruit. “Jet en Eva?”
“Ja, waarom niet? Ze zijn wel jarenlang onze vriendinnen geweest. Dat achterlijke gedoe met Sinterklaas vorig jaar, dat moet toch goed te praten zijn?”
“Ik zie niet in wat daaraan goed te praten valt. Nog meer verrassingen in petto? Waarom haal je die twee halve zolen ook niet uit de kliniek?”
“Nou zover wilde ik nu ook weer niet gaan. Ik vond een Sinterklaascadeautje meer dan genoeg.”
Ik verslikte me in mijn rook. “Wat zeg je? Wat. Zeg. Je?! Heb jij...”
Fiona grinnikte. “Joh relax. Het is niet wat je denkt. Ik heb Eliza een cadeautje willen opsturen. Dat pakje wat overbleef was voor haar.”
Ik kon niet anders concluderen dan dat Fiona totaal mesjokke was geworden.
“Je bent niet goed snik, weet je wel hoeveel ellende ze ons bezorgd heeft, en jij stuurt haar doodleuk een Sinterklaascadeau?!”
“Ja. Wil je niet weten wat?”
“Nee. Daar ben ik nou helemaal niet nieuwsgierig naar.”
“Een cake, zelf gebakken. Met een vijl erin. Heb ik altijd al eens willen doen. Niet dat ze tralies hebben in die kliniek, dus ze zal er hooguit haar nagels mee kunnen doen, maar toch. Om het er allemaal nog even extra in te wrijven.”
Van verbazing vergat ik mijn peuk tijdig in de asbak uit te drukken, waardoor ik nog net mijn vingers brandde. Ik duwde het ding door het raampje naar buiten en keek haar weer aan met een blik die de stomme verbazing allang voorbij was.
Fiona trok een grijns. Ik betrapte mezelf erop dat ik met haar meedeed. Tot hij niet breder kon en we beiden in schaterlachen uitbarstten.
“Heb je dat echt gedaan?” hikte ik.
“Ja”, hinnikte Fiona. “Ik wou dat ik haar gezicht kon zien als ze het openmaakt.”
We gierden nog wat na. “He, maar even serieus, wil je dat echt doen, een diner voor iedereen met Kerst?”
Fiona knikte. “Ja. Omdat ik werkelijk denkt dat het iets oplost.”
“Hooguit de suiker in je koffie. Ik ben sceptisch.”
“Geeft niet. Maar komen jullie?”
“Wat denk jij, dat willen wij echt niet missen hoor.”
“Oké. Maak jij dan het toetje?”
“Ik ben bang dat we het toetje helemaal niet halen.”
“Natuurlijk wel, beetje positief denken.”
Positief denken. Dat wilde ik best proberen, maar ik wist dat alleen dat niet genoeg zou zijn voor een geslaagde Kerst...
“Voor wie was nou dat ene overgebleven cadeau?”
Fiona sloeg de hoek om en reed bijna een voetganger van z’n sokken. “Dat komt later wel. Eerst een parkeerplek vinden. ‘t Is godverdomme niet normaal, zo vol als het hier is.”
Ik trok een gezicht en bleef haar vragend aankijken. “Je bent niet van plan me vandaag nog antwoord te geven, hè?”
“Zie jij een plekje aan jouw kant?” Ze draaide aan het stuur en schoot half over de stoeprand.
Ik lag bijna met mijn snufferd op het dashboard. “Mijn god, jouw lesauto had destijds zeker vierkante wielen.”
“Doe je gordel dan ook om.”
Eindelijk een gaatje gevonden. Fiona bracht haar Fiat tussen twee Hummers tot stilstand en stapte uit. “Schiet nou op, ik moet zo naar m’n werk.”
“Ja jezus, heb je gezien hoe we staan. Pak die krik eens uit de kofferbak, anders zit ik hier morgenochtend nog.”
Fiona haastte zich naar de overkant van de winkelstraat. “Het moet een kleine zijn, anders past ‘ie er niet in. En het moet een verse zijn, met kluit. Ik haat het als die krengen gaan uitvallen. Ik viste verdomme in april nog naalden tussen de bank vandaan.”
“Koop dan een opblaasboom.”
“Ach, die zijn met Kerst al weer leeg. Nee ik wil een echte.”
We slenterden langs de marktkraam waar tientallen sparren stonden opgesteld. Fiona pakte er zo nu en dan een beet om er eens flink aan te schudden.
“Mijn god, Fiona was here. Straks zit er aan geen enkele meer een naald.”
“Schijt. Kopen al die anderen maar een plastic boom.”
“Het feit dat je überhaupt aan al die anderen denkt is toch wel bijzonder barmhartig te noemen”, mompelde ik.
“Deze wil ik wel”, riep ze enthousiast en hield een kleine boom omhoog, met kluit.
“Die ziet er goed uit inderdaad. Hoe duur?”
Ze zocht de stam af opzoek naar een prijskaartje. “Geen idee, even vragen.”
Met de boom in haar kielzog stapte ze op de standhouder af. “Kost dit kleintje?”
De marktkoopman, een grote gezette grijze vijftiger met bontmuts op, draaide zich naar haar om en lachte vriendelijk. “Vijfendertig euro mevrouw.”
“Vijfendertig euri? Voor deze bezemsteel? Ben je wel goed bij je hoofd?”
“Fioon hou je een beetje in, dat is nu eenmaal de prijs van een gemiddelde kerstboom.”
“Ja, als ze tot het plafond reiken, maar toch niet deze petunia?”
“U mag hem voor dertig meenemen. Lager ga ik echt niet”, zei de grijsaard.
Hij bleef zowaar vriendelijk.
Fiona stond te dubben.
“Wat sta je daar nou, neem dat ding gewoon, ben je er vanaf. En waarom moet het er zo nodig een met kluit zijn, je flikkert ‘m na de kerst toch meteen weg.”
“Ik ben milieu bewust. Het moet er een zijn met kluit.”
“Zodat ‘ie mooi door kan groeien op de gemeentelijke composthoop?”
Fiona rekende af en sleepte de boom richting de auto. Ik slenterde achter haar aan, wetende dat het echte gevecht nu pas zou beginnen.
“Oké, jij in de auto, ik erachter.”
Ik zuchtte diep en klom op de achterbank.
Fiona pakte de steel en schoof de boom zo ongeveer in mijn gezicht. Ik wist nog net een paar takken te ontwijken. “Hey, kijk een beetje uit ja, straks moeten we terug voor een hond!”
“Pak dat ding dan ook fatsoenlijk aan, je lijkt verdomme wel een wijf.” Ze liet los en trok me vervolgens van de achterbank. “Kom hier. Duw jij dat kreng naar binnen, trek ik ‘m wel goed.”
Ik wurmde me langs haar heen en pakte de boom op. “Waarom neem jij eigenlijk ieder jaar weer een boom als je er zo’n hekel aan hebt.”
Fiona stoeide met de toppen en trok de boom naar binnen. “Als het eenmaal staat vind ik het hartstikke gezellig. Het duurt alleen even voor je van zoiets kunt genieten.” Ze vouwde de takken in de door haar gewenste positie, waarna ik de klep kon sluiten.
“Willen jullie dan geen boom?” vroeg ze terwijl ze achter het stuur kroop.
Ik plofte naast haar neer en had meteen ruzie met een zestal netelige takken in m’n nek. “Kolere, zo kan ik toch niet zitten joh. En ja, natuurlijk willen Cat en ik een boom. Maar die staat dan bij haar thuis, daar heb ik verder geen last van. En daarbij komt dat Cat op de een of andere manier met veel meer beleid een boom in huis kan halen. Bij jou heb ik altijd het idee dat we de stam naar boven sjouwen en de naalden achterlaten. Moet je je bank zien, ’t lijkt verdomme wel een Noorse fjord.”
We reden de straat uit. “Hoe laat moet jij op je werk zijn?” vroeg Fiona met een mond vol Liga.
“Elf uur, dus rijd een beetje door, wil je?”
“Komen jullie eigenlijk nog met Kerst? Ik wil een verzoeningsdiner geven.”
Ik verdraaide mijn hoofd toen ik haar onnozel aan wilde kijken. “Pardon?”
“Een verzoeningsdiner. Ik wil iedereen uitnodigen die het afgelopen jaar mot met elkaar heeft gehad.”
Voor het eerst van m’n leven zag ik werkelijk water branden. “Een ‘verzoeningsdiner’?”
Fiona keek me kort aan en hield haar blik toen weer op de weg gericht. “Ja, wat is daar zo vreemd aan?”
“Nou ik hoop dat je eraan denkt om plastic bestek aan te schaffen.”
“Nah, zo erg zal het niet worden. Integendeel. Kerst verbroedert. Het is de uitgelezen mogelijkheid om iedereen weer een beetje on speaking terms te krijgen.”
“Wil iedereen dat ook wel?”
“Ze hoeven het toch niet te weten?”
Ik bleef haar een poosje alleen maar aanstaren. “Niet te weten?”
“Blijf je de rest van de rit mijn woorden herhalen? Ja, ik nodig iedereen uit, zonder dat ze weten wie er zullen zijn. Dan komen ze tenminste ook daadwerkelijk. Vervolgens gaan we gezellig met z’n allen eten en kunnen dingen eindelijk eens worden uitgepraat en bijgelegd. Ik vond het zelf wel een goed idee.”
“Fantastisch.”
Ze wees naar haar tas tussen mijn voeten. “Geef m’n sigaretten eens aan.”
Nog altijd in licht comateuze toestand reikte ik naar haar tas en haalde het pakje eruit. Ik stak er zelf ook snel een op.
“Wie wil je eigenlijk allemaal uitnodigen”, durfde ik na twee keer diep inhaleren voorzichtig te vragen.
“Iedereen. Jou en Cat, Myrthe, Marga en Brenda, Tamar en Jorinde, Jet en Eva...”
Ik spuugde de rook tegen de voorruit. “Jet en Eva?”
“Ja, waarom niet? Ze zijn wel jarenlang onze vriendinnen geweest. Dat achterlijke gedoe met Sinterklaas vorig jaar, dat moet toch goed te praten zijn?”
“Ik zie niet in wat daaraan goed te praten valt. Nog meer verrassingen in petto? Waarom haal je die twee halve zolen ook niet uit de kliniek?”
“Nou zover wilde ik nu ook weer niet gaan. Ik vond een Sinterklaascadeautje meer dan genoeg.”
Ik verslikte me in mijn rook. “Wat zeg je? Wat. Zeg. Je?! Heb jij...”
Fiona grinnikte. “Joh relax. Het is niet wat je denkt. Ik heb Eliza een cadeautje willen opsturen. Dat pakje wat overbleef was voor haar.”
Ik kon niet anders concluderen dan dat Fiona totaal mesjokke was geworden.
“Je bent niet goed snik, weet je wel hoeveel ellende ze ons bezorgd heeft, en jij stuurt haar doodleuk een Sinterklaascadeau?!”
“Ja. Wil je niet weten wat?”
“Nee. Daar ben ik nou helemaal niet nieuwsgierig naar.”
“Een cake, zelf gebakken. Met een vijl erin. Heb ik altijd al eens willen doen. Niet dat ze tralies hebben in die kliniek, dus ze zal er hooguit haar nagels mee kunnen doen, maar toch. Om het er allemaal nog even extra in te wrijven.”
Van verbazing vergat ik mijn peuk tijdig in de asbak uit te drukken, waardoor ik nog net mijn vingers brandde. Ik duwde het ding door het raampje naar buiten en keek haar weer aan met een blik die de stomme verbazing allang voorbij was.
Fiona trok een grijns. Ik betrapte mezelf erop dat ik met haar meedeed. Tot hij niet breder kon en we beiden in schaterlachen uitbarstten.
“Heb je dat echt gedaan?” hikte ik.
“Ja”, hinnikte Fiona. “Ik wou dat ik haar gezicht kon zien als ze het openmaakt.”
We gierden nog wat na. “He, maar even serieus, wil je dat echt doen, een diner voor iedereen met Kerst?”
Fiona knikte. “Ja. Omdat ik werkelijk denkt dat het iets oplost.”
“Hooguit de suiker in je koffie. Ik ben sceptisch.”
“Geeft niet. Maar komen jullie?”
“Wat denk jij, dat willen wij echt niet missen hoor.”
“Oké. Maak jij dan het toetje?”
“Ik ben bang dat we het toetje helemaal niet halen.”
“Natuurlijk wel, beetje positief denken.”
Positief denken. Dat wilde ik best proberen, maar ik wist dat alleen dat niet genoeg zou zijn voor een geslaagde Kerst...