Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 59
Gepubliceerd op: 08 december 2005
De meiden vieren Sinterklaas. Een select clubje, zonder wild geraas. Bij gebrek aan surprises en gedichten, komt Do op een idee. Een avondje live rijmen, maar dat valt nog niet mee. Fiona verzamelt de pakjes. Eentje blijft onaangebroken. Voor wie het is bestemd, wil ze niet verklappen. Hoe lang blijft dit onbesproken?
Do: “Ik ben blij dat we niet gedaan hebben aan die stomme lootjes.”
Fiona: “Had ik niet erg gevonden, maar het gaat uiteindelijk om de cadeautjes.”
Do: “Ik haat surprises maken, het is ook altijd het net op tijd af.”
Fiona: “Ik wil er niet aan herinnerd worden. Ook al kan ik er vaak om lachen, achteraf.”
Do: “Schenk jij nog wat te drinken in, krijg een droge strot.”
Fiona: “Waar blijven Cat en Myrthe eigenlijk, ze zouden hier al zijn.”
Do: “Dat rijmt niet.”
Fiona: “Nee, ik word namelijk schijtziek van dit achterlijke gelul.”
Do: “Misschien moet je iets meer drinken, van dat lekkere Campari spul.”
Daar gaat de bel. Fiona laat Cat en Myrthe binnen.
“Zijn jullie er eindelijk, kunnen we beginnen.”
Cat kust Do op haar neus en ploft op de bank.
“We konden niet parkeren, het is hier mudjevol.”
Fiona: “Je moet rijmen met je woorden, anders verliest Do haar binding met Sinterklaas.”
Do: “Was een trauma uit mijn jeugd, maar die ben ik nu de baas.”
Myrthe: “Dus alles wat ik zeg, moet rijmen op wat ik zei.”
Fiona: : ”Daar komt het wel op neer, het is je reinste idioterij.”
Cat: “Ach het heeft wel iets gezelligs, eens zien of ik het kan.”
Do: “En als het jou niet lukt, maak ik er wel wat van.”
Myrthe: “Wel een klein clubje, dat was voorheen wel anders.”
Cat: “Ik vind het wel lekker rustig, het is weer eens wat anders.”
Do: “Die telt niet, je gebruikt het zelfde woord.”
Fiona: “Als je nu niet ophoudt, ben ik bang dat ik je vermoord.”
De drank vloeit rijkelijk, bij schimmig kaarslicht en verwarming. Do nestelt zich tegen Cat en duikt diep weg in haar omarming.
Myrthe: “Marga belde me, of ze mee mocht.”
Do: “Wat zei je, dat vind ik na alles een beetje kort door de bocht?”
Myrthe: “Nah, ze ging iets leuks doen met Brenda, ze had cadeautjes gekocht. He, dat ging toch best goed, ik rijm en dicht in overvloed.”
Fiona: “Ik weet niet of ik dit een avond volhou.”
Do: “Ach het is toch gezellig, wat zeur je nou.”
Cat: “Ik geloof dat ik begrijp wat Fiona bedoelt, geef mij eens een biertje, anders raak ik onderkoeld.”
Myrthe: “Alleen maar om te rijmen zeg je de meest achterlijke dingen.”
Fiona: “Wacht maar tot er een fles doorheen is, gaat Do ook nog zingen.”
Cat: “Hier word je melig van.”
Do: “Pff, alsof ik niet zingen kan.”
Myrthe: “Jezus, dit spul is sterk.”
Fiona: Ja goed hè, gekregen van m’n werk.”
Myrthe: “Ik weet niet of ik hier veel van moet drinken.”
Cat: “Wat is het eigenlijk, jenever?”
Fiona: “Nee, een of ander Braziliaans nieuw goedje.”
Do: “Gieten ze normaal gesproken na het eten over je toetje.”
Myrthe: “Nou dan kom je toch toeter het restaurant uit, kolere.”
Fiona staat op en verzamelt alle pakjes.
Eentje legt ze apart, die is kennelijk voor strakjes.
“Oké, wie wil er beginnen?”
Cat: “Ruk gewoon wat van de stapel. Moest er eigenlijk een gedicht bij? Dat ben ik vergeten.”
Fiona: “Welnee, dat heb ik ook niet gedaan.”
Do: “Heb er ook niet aan gedacht, dus trek het je niet aan.”
Myrthe: “In plaats daarvan doe je het oraal. Ook niet erg, maar het klinkt als wartaal.”
Cat: “Doe mij dat pakje maar, waar mijn naam op staat.”
Fiona: “Het is een groot pak, ben benieuwd wat er in zit.”
Do: “Pak ook vast een schaar uit de keuken, het zit nogal een beetje dicht gekit.”
Cat: “Ik dacht dat we niet aan surprises deden?”
Do: “Ik wilde het een beetje moeilijk maken, zomaar, zonder reden.”
Fiona: “Godverdomme, moet ik nu weer opstaan.”
Myrthe: “Je glas is leeg, dus je was toch al van plan om te gaan. Haha, ik vind dit wel leuk klinken.”
Fiona: “Als je nu niet kapt met dat achterlijke gerijm laat ik je straks naar huis hinken.”
Cat: “Mijn god, die schaar is bot.”
Fiona: “Kaak je eigen gereedschap af, achterlijke pot.”
Myrthe: “Hahaha, je wordt een beetje grof in de bek.”
Do: “Dit is nog niks, begin eens over haar bestek.”
Cat: “Schat, dit is echt een waanzinnige trui. Kan mooi mee op wintersport.”
Do: “Daar heb ik ‘m ook voor gekocht, is ‘ie niet te kort?”
Cat: “Nee lieverd, hij is precies goed, het is toch mijn maat?”
Fiona: “Pas ‘m voor de zekerheid even, kunnen we zien of ‘ie je staat.”
Myrthe: “Nu mag Do een pakje graaien.”
Fiona: En geef dat papier eens hier, in plaats van het te verfomfaaien.”
Do: “Wat een mooi doosje, wat zit er in?”
Fiona: “Jah, dan moet je ’t openmaken, lekker ding.”
Do: “Wauw, parfum van Pierre Cardin, ik wist niet dat dit nog bestond.”
Fiona: “’t Was ook even zoeken, maar ik vond nog een flacon.”
Cat: “Laat me raden, in een oude doos, diep onder de grond.”
Do: “Mooi cadeau Fioon, ik ben er heel blij mee.”
Fiona: “Goed zo, schenk dan nog maar in voor ons twee.”
Myrthe: “Oké, nu mag ik. Geef die middelste maar aan mij.”
Fiona: “’t Is de enige met jouw naam erop, van die drie op een rij.”
Cat: “Hahaha, worden jullie hier niet ook strontmelig van?”
Fiona: “Ik ben nog niet dronken genoeg.”
Do: “Maar daar komt zo verandering in, of wil je liever naar de kroeg?”
Myrthe: “Ik scheur het papier er zonder enige vorm van beleid af hoor, zonde, maar het wordt toch weggesmeten.”
Cat: “Goed hoor schat, en van een mooi bord kun je niet eten.”
Do: “Wat is dat nu weer voor uitdrukking?”
Cat: “Oh, heb je liever dat ik het voor je zing?”
Fiona: “Ik word hier flauw van. Krijg wurgnijgingen.”
Do: “Ik zou dit best een weekje vol kunnen houwen.”
Fiona: “Ja, maar dan wel in gezelschap van een paar andere vrouwen.”
Myrthe: “Cool, DVD van Madonna, deze had ik nog niet.”
Cat: “Nah, goed hè, van die Sint en Piet.”
Fiona: “Jongens, kappen nou, ik meen het serieus.”
Do: “Kop op, drink door, het gaat vanzelf over, heus.”
Cat valt in de bank en giert het uit.
Myrthe doet met haar mee en lacht al even luid.
Fiona: “Het laatste pakje is voor mij. Zal ik ‘m dan maar openmaken?”
Do: “He ja doe, voordat we nog nieuwsgieriger raken.”
Fiona: “Is dat glas nu alweer leeg, Do schenk eens bij, zo word ik toch nooit dronken.”
Myrthe: “Maar goed dat je vrijgezel bent, niemand om zich te storen aan jouw ronken.”
Fiona: “Ik snurk nooit, ook niet als ik heb gedronken.”
Do: “Nou, ik weet nog wel, die ene keer...”
Myrthe: “Die ene keer? Het waren er wel meer...”
Fiona: “Ik woon vier hoog, het is hard vallen hoor, naar beneden.”
Do: “Dat rijmt alweer niet.”
Fiona: “Nee, maar ik ga dat gat in je gezicht dalijk wel even dichten.”
Cat: “Maak nou maar open, ik wil weten wat je krijgt.”
Fiona: “Een hartinfarct. Wat moet ik nou met een CD van Boudewijn de Groot?”
Do: “Zou ik je nog eens geven, had ik beloofd.”
Fiona: “Dat was een geintje muts, dat jij dat gelooft.”
Do: “Ben je er niet blij mee? Stoot ik nu weer mijn hoofd?”
Fiona: “Robert Long wilde ik hebben, mijn god, hoe moeilijk is dat.”
Cat: “Ik wil ‘m wel van je overnemen hoor, makkelijk zat.”
Do: “Iets met een gegeven paard en een verwend kreng.”
Fiona: “Iets met de vierde verdieping en een hard ‘kedeng’.”
Myrthe: “Je had Guus Meeuwis moeten geven.”
Fiona: “Ach, je hebt ook gelijk, ik kan er vast wel aan wennen.”
Cat: “Gewoon hardop meebrullen, laat je niet kennen.”
Do: “Die fles is bijna leeg en ik voel ‘m aardig zitten.”
Fiona: “Ik heb er nog twee, dus je zult moeten blijven pitten.”
Cat: “Voor wie is nu dat ene pakje, dat nog over is?”
Fiona: “Dat is voor iemand die er vanavond helaas niet is.”
Ze weigerde te zeggen voor wie. Wat is dit nu weer voor verborgen feit? In een volgende Paringsdans maar eens zien hoe dit nu weer gedijt...
Do: “Ik ben blij dat we niet gedaan hebben aan die stomme lootjes.”
Fiona: “Had ik niet erg gevonden, maar het gaat uiteindelijk om de cadeautjes.”
Do: “Ik haat surprises maken, het is ook altijd het net op tijd af.”
Fiona: “Ik wil er niet aan herinnerd worden. Ook al kan ik er vaak om lachen, achteraf.”
Do: “Schenk jij nog wat te drinken in, krijg een droge strot.”
Fiona: “Waar blijven Cat en Myrthe eigenlijk, ze zouden hier al zijn.”
Do: “Dat rijmt niet.”
Fiona: “Nee, ik word namelijk schijtziek van dit achterlijke gelul.”
Do: “Misschien moet je iets meer drinken, van dat lekkere Campari spul.”
Daar gaat de bel. Fiona laat Cat en Myrthe binnen.
“Zijn jullie er eindelijk, kunnen we beginnen.”
Cat kust Do op haar neus en ploft op de bank.
“We konden niet parkeren, het is hier mudjevol.”
Fiona: “Je moet rijmen met je woorden, anders verliest Do haar binding met Sinterklaas.”
Do: “Was een trauma uit mijn jeugd, maar die ben ik nu de baas.”
Myrthe: “Dus alles wat ik zeg, moet rijmen op wat ik zei.”
Fiona: : ”Daar komt het wel op neer, het is je reinste idioterij.”
Cat: “Ach het heeft wel iets gezelligs, eens zien of ik het kan.”
Do: “En als het jou niet lukt, maak ik er wel wat van.”
Myrthe: “Wel een klein clubje, dat was voorheen wel anders.”
Cat: “Ik vind het wel lekker rustig, het is weer eens wat anders.”
Do: “Die telt niet, je gebruikt het zelfde woord.”
Fiona: “Als je nu niet ophoudt, ben ik bang dat ik je vermoord.”
De drank vloeit rijkelijk, bij schimmig kaarslicht en verwarming. Do nestelt zich tegen Cat en duikt diep weg in haar omarming.
Myrthe: “Marga belde me, of ze mee mocht.”
Do: “Wat zei je, dat vind ik na alles een beetje kort door de bocht?”
Myrthe: “Nah, ze ging iets leuks doen met Brenda, ze had cadeautjes gekocht. He, dat ging toch best goed, ik rijm en dicht in overvloed.”
Fiona: “Ik weet niet of ik dit een avond volhou.”
Do: “Ach het is toch gezellig, wat zeur je nou.”
Cat: “Ik geloof dat ik begrijp wat Fiona bedoelt, geef mij eens een biertje, anders raak ik onderkoeld.”
Myrthe: “Alleen maar om te rijmen zeg je de meest achterlijke dingen.”
Fiona: “Wacht maar tot er een fles doorheen is, gaat Do ook nog zingen.”
Cat: “Hier word je melig van.”
Do: “Pff, alsof ik niet zingen kan.”
Myrthe: “Jezus, dit spul is sterk.”
Fiona: Ja goed hè, gekregen van m’n werk.”
Myrthe: “Ik weet niet of ik hier veel van moet drinken.”
Cat: “Wat is het eigenlijk, jenever?”
Fiona: “Nee, een of ander Braziliaans nieuw goedje.”
Do: “Gieten ze normaal gesproken na het eten over je toetje.”
Myrthe: “Nou dan kom je toch toeter het restaurant uit, kolere.”
Fiona staat op en verzamelt alle pakjes.
Eentje legt ze apart, die is kennelijk voor strakjes.
“Oké, wie wil er beginnen?”
Cat: “Ruk gewoon wat van de stapel. Moest er eigenlijk een gedicht bij? Dat ben ik vergeten.”
Fiona: “Welnee, dat heb ik ook niet gedaan.”
Do: “Heb er ook niet aan gedacht, dus trek het je niet aan.”
Myrthe: “In plaats daarvan doe je het oraal. Ook niet erg, maar het klinkt als wartaal.”
Cat: “Doe mij dat pakje maar, waar mijn naam op staat.”
Fiona: “Het is een groot pak, ben benieuwd wat er in zit.”
Do: “Pak ook vast een schaar uit de keuken, het zit nogal een beetje dicht gekit.”
Cat: “Ik dacht dat we niet aan surprises deden?”
Do: “Ik wilde het een beetje moeilijk maken, zomaar, zonder reden.”
Fiona: “Godverdomme, moet ik nu weer opstaan.”
Myrthe: “Je glas is leeg, dus je was toch al van plan om te gaan. Haha, ik vind dit wel leuk klinken.”
Fiona: “Als je nu niet kapt met dat achterlijke gerijm laat ik je straks naar huis hinken.”
Cat: “Mijn god, die schaar is bot.”
Fiona: “Kaak je eigen gereedschap af, achterlijke pot.”
Myrthe: “Hahaha, je wordt een beetje grof in de bek.”
Do: “Dit is nog niks, begin eens over haar bestek.”
Cat: “Schat, dit is echt een waanzinnige trui. Kan mooi mee op wintersport.”
Do: “Daar heb ik ‘m ook voor gekocht, is ‘ie niet te kort?”
Cat: “Nee lieverd, hij is precies goed, het is toch mijn maat?”
Fiona: “Pas ‘m voor de zekerheid even, kunnen we zien of ‘ie je staat.”
Myrthe: “Nu mag Do een pakje graaien.”
Fiona: En geef dat papier eens hier, in plaats van het te verfomfaaien.”
Do: “Wat een mooi doosje, wat zit er in?”
Fiona: “Jah, dan moet je ’t openmaken, lekker ding.”
Do: “Wauw, parfum van Pierre Cardin, ik wist niet dat dit nog bestond.”
Fiona: “’t Was ook even zoeken, maar ik vond nog een flacon.”
Cat: “Laat me raden, in een oude doos, diep onder de grond.”
Do: “Mooi cadeau Fioon, ik ben er heel blij mee.”
Fiona: “Goed zo, schenk dan nog maar in voor ons twee.”
Myrthe: “Oké, nu mag ik. Geef die middelste maar aan mij.”
Fiona: “’t Is de enige met jouw naam erop, van die drie op een rij.”
Cat: “Hahaha, worden jullie hier niet ook strontmelig van?”
Fiona: “Ik ben nog niet dronken genoeg.”
Do: “Maar daar komt zo verandering in, of wil je liever naar de kroeg?”
Myrthe: “Ik scheur het papier er zonder enige vorm van beleid af hoor, zonde, maar het wordt toch weggesmeten.”
Cat: “Goed hoor schat, en van een mooi bord kun je niet eten.”
Do: “Wat is dat nu weer voor uitdrukking?”
Cat: “Oh, heb je liever dat ik het voor je zing?”
Fiona: “Ik word hier flauw van. Krijg wurgnijgingen.”
Do: “Ik zou dit best een weekje vol kunnen houwen.”
Fiona: “Ja, maar dan wel in gezelschap van een paar andere vrouwen.”
Myrthe: “Cool, DVD van Madonna, deze had ik nog niet.”
Cat: “Nah, goed hè, van die Sint en Piet.”
Fiona: “Jongens, kappen nou, ik meen het serieus.”
Do: “Kop op, drink door, het gaat vanzelf over, heus.”
Cat valt in de bank en giert het uit.
Myrthe doet met haar mee en lacht al even luid.
Fiona: “Het laatste pakje is voor mij. Zal ik ‘m dan maar openmaken?”
Do: “He ja doe, voordat we nog nieuwsgieriger raken.”
Fiona: “Is dat glas nu alweer leeg, Do schenk eens bij, zo word ik toch nooit dronken.”
Myrthe: “Maar goed dat je vrijgezel bent, niemand om zich te storen aan jouw ronken.”
Fiona: “Ik snurk nooit, ook niet als ik heb gedronken.”
Do: “Nou, ik weet nog wel, die ene keer...”
Myrthe: “Die ene keer? Het waren er wel meer...”
Fiona: “Ik woon vier hoog, het is hard vallen hoor, naar beneden.”
Do: “Dat rijmt alweer niet.”
Fiona: “Nee, maar ik ga dat gat in je gezicht dalijk wel even dichten.”
Cat: “Maak nou maar open, ik wil weten wat je krijgt.”
Fiona: “Een hartinfarct. Wat moet ik nou met een CD van Boudewijn de Groot?”
Do: “Zou ik je nog eens geven, had ik beloofd.”
Fiona: “Dat was een geintje muts, dat jij dat gelooft.”
Do: “Ben je er niet blij mee? Stoot ik nu weer mijn hoofd?”
Fiona: “Robert Long wilde ik hebben, mijn god, hoe moeilijk is dat.”
Cat: “Ik wil ‘m wel van je overnemen hoor, makkelijk zat.”
Do: “Iets met een gegeven paard en een verwend kreng.”
Fiona: “Iets met de vierde verdieping en een hard ‘kedeng’.”
Myrthe: “Je had Guus Meeuwis moeten geven.”
Fiona: “Ach, je hebt ook gelijk, ik kan er vast wel aan wennen.”
Cat: “Gewoon hardop meebrullen, laat je niet kennen.”
Do: “Die fles is bijna leeg en ik voel ‘m aardig zitten.”
Fiona: “Ik heb er nog twee, dus je zult moeten blijven pitten.”
Cat: “Voor wie is nu dat ene pakje, dat nog over is?”
Fiona: “Dat is voor iemand die er vanavond helaas niet is.”
Ze weigerde te zeggen voor wie. Wat is dit nu weer voor verborgen feit? In een volgende Paringsdans maar eens zien hoe dit nu weer gedijt...