Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 56

Gepubliceerd op: 14 november 2005

Paringsdans
Hoewel John duidelijk andere intenties heeft, weet Dominique hem op afstand te houden. Cat belt Do op, maar deze laat het telefoontje onbeantwoord. Fiona’s advies over de te nemen stappen om de impasse tussen haar en Cat te doorbreken, valt bij Do totaal verkeerd...
 
John keek me vragend aan en knikte naar mijn pingelende mobieltje. “Moet je niet opnemen?”
Ik hield mijn blik op het telefoontje gericht en twijfelde. Het was Cat. Wat moest ik zeggen als ik op zou nemen? ‘Haai Cat, het komt nu niet gelegen, ik heb John in de huiskamer zitten’. Waarop zij natuurlijk zou vragen wie de hell John in godsnaam is. Het leek me beter het ding even te laten gaan.
 
Ik schudde mijn hoofd en legde de telefoon op tafel.
John zuchtte en drukte zijn sigaartje uit in de asbak die hij op zijn schoot had gezet. “Waarom zit ik hier Dootje? Vertel het me eens.”
Ik keek hem met vermoeide ogen aan. “Ik heb eerlijk gezegd geen idee Johnny-boy. Jou bellen was meer een impuls dan dat ik je werkelijk hier wenste.”
“Ai, nu breek je m’n hart.” Hij grijnsde. “En je vriendinnetje mag niet weten dat ik hier ben?”
Ik zei niets en stak de zoveelste sigaret op.
 
John leunde achterover en vouwde zijn grote handen in z’n nek. Een donkere lok viel half over zijn voorhoofd. “Dus je hebt haar nooit iets over ons verteld. Misschien moet je dat toch maar eens doen.”
Ik snoof. “Ik hoef haar helemaal niets te vertellen over ons, dat lijkt me totaal niet relevant.”
“Oh nee? Zulke dingen komen altijd uit Do, je weet toch hoe dat gaat.”
Als door een wesp gestoken veerde ik op. “Is dit een dreigement, John Lansberg?”
Hij lachte en boog zich voorover. “Zeg, ik ben misschien wel een klootzak, maar niet zo’n klootzak. Nee, ik bedoel dat het jullie relatie alleen maar ten goede zal komen, een beetje openheid.”
“Sinds wanneer interesseer jij je voor het welzijn van anderen?”
“Nou, dat doe ik inderdaad te weinig, maar jij bent een bijzondere vrouw. Voor míj ben je dat. Wat wij hadden was eenmalig, dat weet ik, zo duidelijk ben je echt wel geweest.”
“Waarom ben je dan hierheen gekomen? Ik durf te wedden dat toen je in alle vroegte in dat smetteloze pak stapte je tenminste hoopte op een herhaling. Anders had je me wel afgewimpeld.”
Hij keek me met een halve glimlach aan. “Touché.”
 
“Het spijt me maar dat zit er dus niet in.”
“Daarom stel ik mijn vraag nog maar een keer: waarom ben ik hier?”
Ik nam een trek van mijn sigaret en blies de rook gefrustreerd voor me uit. Ik was nog altijd niet helemaal helder. Waarom wilde ik dat hij kwam? Waarom had ik hem überhaupt gebeld? “Ik had iemand nodig. Iemand die, ehh...”
“Niet te veel vragen zou stellen?”
“Nou, dan had ik wel iemand anders gebeld.”
 
Daar was die zelfingenomen grijns weer van ‘m…
 
“Eigenlijk weet ik het niet”, zei ik met een diepe zucht. “Ik vond een papiertje met je telefoonnummer erop dat ik niet direct herkende, uit nieuwsgierigheid belde ik vervolgens. Toen ik je stem hoorde...”
“Kon je me niet weerstaan..!” Hij maakte mijn zin breed lachend af.
Ik trok een grimas. “Ja, John. Je bent ónweerstaanbaar.”
Hij haalde zijn schouders op, alsof ‘ie wilde zeggen daar nu eenmaal niets aan te kunnen doen.
 
“Hoe is het eigenlijk met die rooie, die vriendin van je?”
“Fiona bedoel je? Goed.”
“Ze is een beetje, hoe zeg je dat... vinnig. Volgens mij vond ze me nooit zo aardig.”
“Niemand vindt jou aardig, John.”
“Nou, er zijn anders genoeg vrouwen die het tegendeel beweren.”
“Ja, totdat je ze aan een leugendetector hangt.”
 
Hij stond op en trok zijn broek recht. “Bel haar op en maak het goed. Ik meen het Do, je houdt van die vrouw. Wat er ook is tussen jullie, zorg dat het goed komt.”

Hij liep naar de trap en begon aan zijn weg naar beneden. “Je mag me altijd bellen”, riep hij naar boven, “Maar niet meer om vijf uur ’s morgens alsjeblieft. Ik ben een man op leeftijd en heb m’n slaap hard nodig. Anders zakt mijn libido tot onder het vriespunt en dat kan ik niet gebruiken.” Ik hoorde hoe hij de buitendeur opendeed. “En wat ben ik zonder mijn libido, Do?” Hij lachte. “Jij hebt iemand die van je houdt. Wees daar zuinig op.” Ik hoorde hoe hij even aarzelde, maar uiteindelijk toch naar buiten stapte en de deur zacht in het slot trok.
 
Later...
 
Ik stapte de lift van het ziekenhuis uit en draalde door de brede gang, op zoek naar de koffiekamer. Het was redelijk rustig, zo in alle vroegte. De meeste patiënten sliepen kennelijk nog en de personele bezetting leek minimaal op zondag. Ik sloeg de hoek om en ontweek een zuster die een leeg bed voor zich uitduwde. Eindelijk vond ik de koffiekamer, maar die bleek leeg. “Godverdomme Fioon, waar hang je uit,” mompelde ik in mezelf. Ik besloot er maar even op haar te wachten en ging op een van de stoelen zitten. Mijn hoofd leek wel een blok beton, zo zwaar. Ik liet mijn armen slap naast mijn lichaam hangen en deed mijn ogen dicht.
 
Enige tijd later schrok ik op van een binnenstormende Fiona, die me verbaast aangaapte. “Wat doe jij nou hier?”
Ik kwam half overeind en greep meteen naar mijn hoofd, die deze onverwachte beweging klaarblijkelijk niet zo prettig vond. “Ik zocht jou.”
Fiona greep trok de stoel naast me naar zich toe en ging eveneens zitten. Ze keek me bezorgd aan. “Is alles goed, heb je Cat nog gesproken?”
Ik schudde zacht mijn bonkende hoofd. “Nee, die niet...”

Fiona kneep haar ogen samen. “Wie dan wel..?”
Ik tuitte mijn lippen en bevochtigde ze. “John.”
Fiona trok haar wenkbrauwen tot aan haar haargrens op. “Dé John?” vroeg ze uiteindelijk op fluisterende toon.
Ik knikte.
 
“Ik moet even roken geloof ik.” Ze stond op om haar sigaretten uit haar tas te pakken. Ze wierp mij er ook een toe.
“Waar ben je in godsnaam mee bezig? Waarom doe jij altijd van die achterlijke dingen als je toch al in de nesten zit, kun je je kicks niet op een andere manier verkrijgen? Ga op een vechtsport of zo!” Ze blies de rook puffend naar het plafond. “Wat moest ‘ie van je?”
Ik haalde mijn schouders op en nam een trek van mijn sigaret.
“Hoe wist je trouwens dat ik aan het werk was?”
“Nou, als jij om zeven uur ’s ochtends beide telefoons niet opneemt kun je maar op een plek zijn.”
“Hmm, ja… We kampen met zieken en ik werd opgeroepen om in te vallen. Ik lag verdomme net één uur. In plaats van zorg te verlenen, blaf ik iedereen terug z’n nest in. Ik wou dat ze dat bij mij ook deden.”
 
Ik glimlachte flauw.
“Maar om er nog even op terug te komen, wat wilde John van je?” Ze keek me met haar groene ogen indringend aan. “Je hebt toch niet...”
“Nee, nee, ik ben niet met ‘m naar bed geweest”, stelde ik haar geïrriteerd gerust.
“Oh nou, dat valt dan weer mee.”
“Zeg, waar zie je me voor aan?”
“Schat, ik ken je langer dan vandaag. Jij doet altijd dingen die je niet zou moeten willen. Waarom heb je Cat nog niet gesproken? Je zou bij háár moeten zitten, niet hier.”
 
“Ik kwam je om advies vragen.”
“Mij?” Ze produceerde een kort hoog lachje. “Sinds wanneer luister jij naar mijn goede raad?”
“Even serieus, moet ik Cat nu over John vertellen of niet?”
Fiona keek haar brandende peuk. “Is er echt niets tussen jullie gebeurd?”
“Nee. Die ene keer niet meegerekend, maar toen kende ik Cat nog niet.”
Ze knikte bedenkelijk. “Hmm… Je bent ten tijde van Cat niet vreemd gegaan, toch?”

Ik trok een gezicht. “Dan zou jij dat als eerste weten. Alhoewel dat met Eliza wel heel dicht in de buurt kwam, maar dat heb ik Cat verteld. Uiteindelijk.”
“Tja, als iets niets betekent en het staat volledig buiten je relatie zou ik zeggen: laat het gaan. Maar god, daar kan ik toch helemaal niet over oordelen, je moet doen wat jou het beste lijkt.”
 
“Ja, dat is het punt, dat weet ik dus niet. Cat wordt laaiend als ze erachter komt.”
“Dat John bij je was à la. Je zult alleen moeten uitleggen waarvan je hem kent en wellicht wat er tussen jullie is gebeurd. Als je dat achterwege wilt laten, zou ik dat met deze ochtend ook maar doen.”
Ik dacht na over haar woorden. Ergens had ze gelijk, feitelijk gezien, maar het strookte niet met mijn geweten. “Zolang ik met dit gevoel rondloop kan ik haar niet onder ogen komen.”

“Dus je wilt haar een week of zes ontlopen?”
“Nee, natuurlijk niet! Ik moet gewoon even mijn gedachten ordenen.”
 
We rookten nog een sigaret. “Kan ik niet een tijdje bij jou blijven?” vroeg ik na een poosje.
Fiona keek op. “Bij mij blijven?”
“Ja, stel dat Cat ineens voor de deur staat, dan weet ik niet wat ik moet zeggen. Ik denk dat het beter is als ik haar nu even niet zie.”
Fiona verschoof iets op haar stoel. “En door bij mij te blijven lost het probleem zich vanzelf op?”
“Jezus, het is maar tijdelijk, doe niet zo moeilijk.”
“Ik doe niet moeilijk, maar jij betrekt me in iets waar ik helemaal geen deel vanuit wil maken! Je moet dit met Cat uitvechten.”
Ik werd kwaad en stond op. “Godver, wat ben jij eigenlijk voor een vriendin!”

Fiona stond nu ook op en drukte driftig haar peuk uit in de asbak. “Dit is iets tussen Cat en jou, het is niet van mij dus drop het ook niet bij me, oké?”
Ik staarde haar vol ongeloof aan. “Dus dit is wat twintig jaar vriendschap voor jou betekent? Je wordt bedankt! Bekijk het maar!”
 
Ik beende de kamer uit en trok de deur met een klap achter me dicht....

Wat nú weer? Ruzie tussen de beste vriendinnen, vanwege een man? Niets lijkt meer heilig! Lees in aflevering 57 hoe dit verder gaat...