Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 50

Gepubliceerd op: 19 september 2005

Paringsdans
Zolang het heerlijk zwoel zomerweer is moet je daar van genieten. De meiden besluiten daarom te gaan barbecuen bij Myrthe in de tuin. De zwangere Tamar is bezorgd omdat ze niet weet waar haar vriendin Jorinde uithangt, maar Do biedt een helpende hand. Fiona wacht een onaangename verrassing...
 
Iedereen was in opperbeste stemming. Niet heel verwonderlijk overigens, na zes flessen Rosé, een niet nader te definiëren aantal biertjes en een fles Campari. We zouden die avond gaan barbecuen bij Myrthe, die woonde nu eenmaal het dichts bij het strand en ook al had ze zelf hele andere plannen, haar achtertuin was door ons uitverkoren om als decor te dienen voor blauwe kooldampen en zwartgeblakerd vlees.
 
Hoewel ik het akkefietje van die ochtend met mijn eindredacteur al aardig naar de achtergrond gedronken had, voelde ik me vanbinnen toch een beetje onrustig. Ik kon het niet goed verklaren, maar bedacht me dat het misschien te maken had met het korte weerzien met Jet en Eva. Ik verbaas me er regelmatig over hoe haatdragend, wraakzuchtig, ronduit onbeschoft en vooral onbeschaafd de vrouwen op elkaar kunnen reageren. Marga laat er geen misverstand over bestaan als ze iemand niet moet, Myrthe is misschien iets gematigder, maar kan ook aardig uit de hoek komen. Fiona kent wat dat betreft al helemaal geen grenzen. Soms schaam ik me bijna letterlijk dood. Ik was allang blij dat Cat anders in elkaar stak. Haar kun je tenminste overal mee naar toe nemen, zonder bang te hoeven zijn dat ze je onverwacht in een peniebele situatie brengt door iets wat ze zegt of doet.
 
Ik keek Cat even zijdelings aan en glimlachte flauw. Ze zag het niet omdat ze in gesprek was met Marga. Terwijl ik naar haar bleef kijken voelde ik hoe diep mijn liefde voor haar zat. Verankerd in mijn hart, vond ik wel een mooie typering. Toch betrapte ik mezelf er wel eens op te kunnen verlangen naar seks met iemand anders. Met name als Cat en ik ruzie maakten moest ik soms ongelofelijk mijn best doen om niet rechtsomkeer te maken en te vluchten in de armen van een vreemde, zelfs al was het maar voor een nacht. Het was tot dusver slechts een gedachte, die vaak even snel weer verdween als dat ‘ie was opgekomen, maar toch, het keerde wel steeds weer terug.
 
Moest ik hier nu met haar over praten? Of was dit nou een typisch geval van ‘wat niet weet, wat niet deert’? Er waren zoveel dingen die ik haar nog niet had verteld...
 
Ik nipte van mijn Campari en staarde naar de zee, die kalmpjes kleine golven naar de kust dreef. Ik probeerde de gedachte die zojuist in me op was gekomen weg te slikken met nog een slok, maar veel hielp het niet.
“Hé dromer, zullen we gaan, we moeten die kolenbrander ook nog aanblazen.” Fiona sloeg het glas bijna uit mijn handen toen ze me aanstootte.
We stonden op. Cat draaide zich naar het begin van het terras en ontwaarde Tamar, die onze kant uit kwam gelopen. Ze zwaaide en lachte breeduit, haar donkere halflange haren wapperend in de zwoele avondwind.
 
“Make way! Zwangere vrouw!” riep Fiona met duidelijk te veel Campari in haar lijf.
Myrthe, Cat en ik draaiden ons verschrikt naar haar om. Zelfs Marga keek haar diep fronsend en enigszins geschrokken aan.
Tamar kwam dichterbij en wierp een vernietigende blik naar Fiona. Zonder haar te groeten liep ze naar Cat en mij en kuste ons op beide wangen. “Hallo schatten, wat een tijd geleden.” Ze vervolgde haar weg naar Myrthe en Marga. “Leuk jullie ook weer eens te zien.”
Fiona dronk haar glas leeg en stond nu ook op. “Nah, laten we dan nu maar gezellig gaan barbecuen.”

Bij Myrthe in de tuin...
 
Cat en Tamar zaten achterin de tuin, met hun klapstoelen tegen het schuurtje. Myrthe en Fiona hielden zich bezig met de barbecue en Marga sneed in Myrthe’s kleine keukentje het vlees en stokbrood. Ik was op een stel kussens neergezegen op de grond onder het grote raam van de woonkamer, tegenover Cat en Tamar. Ik nam een hap van mijn tonijnsalade.
 
“Hoe gaat het nu tussen jou en Jorinde?” hoorde ik Cat vragen. “Ze heeft een paar weken bij me geslapen, maar ik moet bekennen dat ik op dit moment geen idee heb waar ze uithangt.”
Ik zag hoe Tamar moeizaam slikte en Cat’s blik meed. “Weet je Cat, ik weet niet of het ooit nog wel goed komt tussen haar en mij. En ik weet al helemaal niet waar ze uithangt. Ze zal vast met iemand meegegaan zijn, iemand die ze heeft opgedoken in een of andere kroeg of zo.”
 
“Hoe gaat het eigenlijk met je zwangerschap?” vroeg Cat weer.
“Ja goed, heb inmiddels een echo laten maken. Maar het voelt wel vreemd. Onder deze omstandigheden zwanger zijn, een kindje krijgen, terwijl ik dat zo graag met Jorinde wil delen.”
“Ja maar schat, het was nogal onverwacht en ook nog eens de manier waarop. Je bent vreemd gegaan Tamar, dat is toch niet niks?”
Tamar knikte schuldbewust. “Ik neem haar ook niet kwalijk dat ze bij me weg is gegaan, al hoop ik natuurlijk dat het tijdelijk is. Maar ik wil wel graag weten waar ze is, hoe het met haar gaat.”
 
“Ik weet misschien wel waar ze is”, hoorde ik mezelf met een mond vol salade zeggen.
 
Tamar en Cat keerden tegelijkertijd hun gezichten mijn kant op. “Hoezo, heb jij haar wel gesproken, waarom zeg je dat dan niet?” vroeg Cat licht geïrriteerd.
“Nee, maar ik stond er min of meer met mijn neus bovenop toen ze met een andere vrouw eh... “ Stond te zoenen. Maar dat wilde ik zo niet zeggen. Leek me niet gepast. “wegging. Ik zag ze samen weggaan.”
“Met wie dan?”
 
Fiona kwam tussenbeide en zette een schaal met worstjes en hamburgers op de witte tuintafel. “Met Marit.”
“Wie is Marit nu weer”, vroeg ik schouderophalend.
“Oh wacht”, zei Cat, “dat is de ex van Evelien.”
“Oh die ken ik wel, dat is een vriendin van Yvette”, mengde Marga zich nu ook in het gesprek.
“Evelien van den Berg?” vroeg Cat verbaasd.
“Nee Evelien eh... god hoe heet ze nou.” Marga groef ogenschijnlijk diep in haar geheugen.
“Mastenbroek!” riep Fiona uit en schonk als beloning nog maar een glas Campari voor zichzelf in.
“Ja Mastenbroek”, zei Marga met haar vingers knippend.
 
“Maar wie is Marit nou?” vroeg ik, er nog altijd geen reet van begrijpend.
“Jah, dat hoor je toch”, zei Fiona kortaf, “de ex van Evelien.”
“En daar is Jorinde nu mee?” vroeg Tamar een beetje onzeker, niet wetende wat ze er precies van moest vinden.
“Nou ja, dat denk ik, daar verliet ze de kroeg mee”, zei ik.
“Ik weet niet of ik dat wel oké vind. Wat is Marit voor iemand?”
“Ze spoort niet”, zei Marga kort.
“Volgens jou spoort iedereen niet”, wierp Myrthe tegen. “Marit valt best mee.”

“Ze heeft een aantal psychoses gehad”, zei Marga weer.
Tamar floot tussen haar tanden. “Gebruikt ze medicijnen?”
Marga knikte en nam een hap van haar hamburger. “Soms. Er zijn perioden dat ze vindt dat ze heel goed zonder kan. Dan voelt ze zich goed, maar dat duurt nooit lang. Ik hoop dat Jorinde snel weer boven water is. Je moet niet te lang in Marit’s gezelschap willen verkeren. Zoals ik al zei; ze spoort niet.”
 
De deurbel ging en Myrthe deed open. Ik hoorde een stem die me vaag bekend voor kwam, maar niet direct kon plaatsen. Toen ik zag wie er de tuin in kwam gewandeld moeten mijn ogen bijna uit mijn kassen gepuild zijn. Die van Fiona in elk geval wel.
 
“B... Brenda?”
“Hai”, zei onze politierechercheur van het eerste uur.
“Hoe weet jij nou dat wij hier zijn?”
Brenda draaide zich om naar Marga. “Marga belde me om te vragen of ik ook kwam.”
“Jullie kennen elkaar?” vroeg ik verbaasd.
 
Marga sloeg een arm om Brenda heen en veegde een paar blonde lokken uit haar gezicht. Ze kusten elkaar liefdevol op de mond. Marga draaide zich grijzend naar ons toe. “Mag ik jullie aan mijn nieuwe vriendinnetje voorstellen?”
Brenda lachte een mooie rij tanden bloot.
 
Fiona keek verdwaasd voor zich uit. Ze moest zich stevig vasthouden aan het krukje waarop ze zat. Ik keek naar haar en zij naar mij. Ik zag aan haar ogen dat we allebei hetzelfde dachten: was dit dezelfde Brenda als met wie Fiona recent nog seks had in het kopieerhok van het politiebureau? 
 
“Meiden, wat leuk voor jullie!” riep Tamar uit.
Cat keek een beetje bedenkelijk.

Fiona en ik knikten schaapachtig. “Ja”, stamelde ik, “ja, leuk...”