Het grote Paringsdans-interview
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Interview
Gepubliceerd op: 11 september 2005
Dominique is nog even bij aan het komen van het jubileumfeestje van Paringsdans. Daarom deze week nog even een herhaling van Het Grote Interview met de hoofdrolspeelsters van het feuilleton. Volgende week weer helemaal vers!
De vijftigste Paringsdans: dat moet gevierd worden! Al bijna een jaar lang kan lesbisch Nederland meegenieten van de belevenissen rond Dominique en haar vriendinnen. Maar wie gaan er schuil achter de personages en zijn de meiden eigenlijk wel zo blij om (dingen van) zichzelf terug te zien in een feuilleton? RozeRijk.nl zette de groep bij elkaar en onderwierp hen aan een vraaggesprek.
De vrouwen zijn uitgelaten en luidruchtig. “De zenuwen”, verklaart Marga ongevraagd.
“Ik heb dit nog nooit gedaan”, giechelt Jorinde en trekt nog even haar bloes recht, voor het geval er, alle geruststellingen vooraf ten spijt, onverwacht toch een fotograaf opduikt.
We zijn bij Cat thuis. “Leuk om iedereen tegelijk over de vloer te hebben, want hoewel het feuilleton anders doet vermoeden, is de werkelijkheid dat het hier geen zoete inval van vriendinnen is. Daarvoor wonen we te ver van elkaar.”
De setting is als volgt: Marga zit bij Myrthe op schoot in de ruime donkerbruine leunstoel, die tegen de ivoorwitte zijmuur van de woonkamer staat. Cat en Dominique hangen onderuitgezakt op hun crèmekleurige driezitter en Jorinde en Tamar zitten tegenover Myrthe en Marga op de donkerbruine tweezitsbank. Fiona, ‘in het echt’ lang niet zo druk en heftig aanwezig als in de verhalen, zit als enige op een kussen op de grond en nipt, dat dan weer wel, van een groot glas Campari.
De meiden kakelen onafgebroken door elkaar heen en lachen als schoolmeisjes om de aandacht die hen door het feuilleton ten deel valt. De verslaggever van RozeRijk.nl komt er aanvankelijk nauwelijks tussen.
RR: Oké, om te beginnen denk ik dat de lezer wel wil weten in hoeverre Paringsdans de werkelijkheid benadert. Ik stel voor een rondje te maken, zodat iedereen op haar beurt kan vertellen of dat zo is.
Er daalt een welkome stilte neer in Cat’s woonkamer en alle gezichten worden in de plooi getrokken.
Marga, laten we bij jou beginnen. Herken jij jezelf in de Marga van Paringsdans?
Marga: “Nou, ik vind dat het verhaal tot nu toe de gebeurtenissen op zich wel goed weergeeft, zij het iets aangedikt. Ik denk dat mijn rol te klein is om een goede vergelijking te maken. Wat ik een beetje jammer vond was dat Do het gedoe tussen mij en Yvette zo uitdiepte in het begin. Tenminste, hoe het voor de lezer overkwam weet ik niet, maar omdat het zo persoonlijk was moest ik een paar keer slikken. Daar hebben we ook heel wat pittige discussies over gevoerd, moet ik eerlijk zeggen. Ik vond het lastig om zoveel van mezelf terug te zien doordat het me deed inzien hoe zeer ik niet in die relatie zou moeten willen zitten. Het was te confronterend. Ik ben geneigd de dingen te bagatelliseren en mijn relatie met Yvette heb ik dan ook heel lang verdedigd.”
Ze pauzeert even en vervolgt dan lachend: “Verder heb ik inderdaad halflang blond haar, blauwe ogen, ik hou van een drankje, maar dat doen we geloof ik allemaal wel...”
Iedereen valt haar nu gierend bij en Fiona heft haar glas.
“Maar”, verheft ze haar stem om boven het gekrakeel uit te komen, “er zijn ook heel veel dingen die ik niet heb teruggezien.”
“Nog niet”, werpt Jorinde haar toe.
Myrthe, hoe is dat voor jou?
Myrthe: “Hm, er zijn dingen die ik herken van mezelf, maar ook van anderen. Soms is het wel een beetje zoeken moet ik eerlijk zeggen. Ik herken mezelf wel als het gaat om uiterlijkheden, mijn rosblonde piekhaar bijvoorbeeld, mijn interieur als zich iets in mijn huis afspeelt en ook in de dingen die ik zeg, of hoe ik ze zeg, welke bek ik daarbij kan trekken. Ik was gevleid toen bleek dat Do mij als karakter in haar verhaal had gestopt. We zijn doorgaans met nog meer meiden, maar ik snap dat het veel te verwarrend wordt om iedereen erin terug te laten komen.”
Dominique knikt bevestigend en knipoogt naar Myrthe.
Jorinde?
Jorinde: “Nou dat geldt voor mij eigenlijk precies zo. Ik vind het enorm leuk om te lezen. En ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik er heel erg mee bezig kan zijn. Als we bijvoorbeeld ergens zijn met z’n allen, tijdens een avondje stappen of zo, ben ik me er heel bewust van dat wat er gezegd wordt wel eens zou kunnen terugkomen in het feuilleton. Daar moest ik ook wel een beetje aan wennen. Al is het vaak zo dat Do niet alles koppelt aan de oorsprong. Ik heb wel eens iets gezegd of gedaan, wat in het verhaal aan iemand anders wordt toegeschreven.” Grijnzend: “Daar ben ik dan weer heel blij mee.”
Tamar, jij en Jorinde gaan op dit moment in Paringsdans door een moeilijke periode samen. Hoe is het om jullie strubbelingen zo uitvergroot te zien?
Tamar: “Dat voelde raar. Was confronterend soms. Het is natuurlijk allemaal door de ogen van Do, dus je ziet dan ook hoe het op iemand anders overkomt, al weet ik tegelijkertijd dat het inderdaad sterk uitvergroot is. Ik ben blij ergens, dat ze het nog een beetje oppervlakkig houdt. Een trouwe lezer weet dat het niet goed zit, maar niet alle details keren terug in het verhaal. Soms zijn de grote lijnen ook genoeg om weer te geven dat er ergens iets niet goed zit. Het hoeft van mij ook weer niet zo heel erg uitgediept te worden, al hebben we nooit aangegeven dat ze iets niet zou mogen gebruiken of dat we dingen liever niet zouden willen terugzien. Het heeft op de een of andere manier zelfs wel een soort therapeutische werking. Maar het voelt toch beetje vreemd allemaal.”
En dan Cat. Jij en Dominique hadden een voortvarende start, totdat een of andere Eliza om de hoek kwam kijken.
Cat, lachend: “Ja dat zijn de valkuilen in het leven hè, dat het gras bij de buren altijd groener lijkt, al kwam ze daar wel heel snel weer op terug.” Ze port Dominique even in haar zij en vervolgt dan weer serieus: “Eliza en Irma zijn denk ik gebaseerd op een aantal gebeurtenissen met mensen die we liever niet waren tegengekomen, maar met wie je nu eenmaal soms geconfronteerd wordt. Sommigen zijn heel vasthoudend en begrijpen het woord ‘nee’ niet als je ze duidelijk maakt dat je ergens niet van gediend bent. Jaloezie is van alledag, maar soms slaan mensen erin door. Do heeft het een beetje opgerekt in haar verhaal, de akkefietjes waar ik nu op doel sleepten zich niet zo lang voort, maar helaas moest er wel politie aan te pas komen om de gemoederen weer te sussen.”
Over wat voor soort ‘akkefietjes’ praten we dan?
Cat: “Nou, ernstige vormen van jaloezie, niet kunnen loslaten, geen genoegen nemen met het feit dat Dominique en ik gelukkig zijn samen, het misgunnen van dat geluk. Dan gaan mensen dus rare dingen doen, blijkt.”
Maar jij herkent jezelf wel in het feuilleton?
Cat: “Ja, heel erg. Soms vind ik het een beetje te realistisch als het om ons gaat. Dan mag het best wat minder van mij. Vooral als het intiem wordt en Do beschrijft hoe we met elkaar naar bed gaan bijvoorbeeld. Dan denk ik: moet dat nou?”
Fiona: “Ja dat moet! En trouwens, zeg jij nou niks, moet je zien wat ze er over mij allemaal uitgooit, alsof ik elk weekend met de fles nog in mijn strot een hoofd tussen mijn benen heb.”
Er wordt geschaterd. Dominique houdt een hand voor haar ogen, alsof ze zich schaamt voor haar openheid en de ongeremde manier waarop ze de buitenwereld deelgenoot maakt van hun belevenissen.
Nu we toch bij je aanbeland zijn, gooi de rest er dan ook maar uit.
Fiona neemt snel nog een slok en gaat rechtop zitten. “God, waar wil je dat ik begin? Do hield al jarenlang een dagboek bij van wat we meemaakten, maar dat ging over ons samen en niet zoals nu over iedereen om ons heen. Het is waar dat we niet vies zijn van een slok, maar zo bont als in Paringsdans maken we het nu ook weer niet. Het was jaren geleden veel erger, wellicht gebruikt ze dat nu pas. Er was letterlijk geen kroeg in de stad waar we niet al eens geweest waren. Maar als het barpersoneel op den duur weet hoe je bank vloekt bij het behang en op welke macrobiotische bladen je geabonneerd bent, wordt het toch wel tijd om je levensstijl enigszins aan te passen. Daarbij werk ik in de verpleging en draai ik veel nachtdiensten, ik kan het me helemaal niet permitteren om zo vaak laveloos te zijn.”
Maar die Campari is wel een soort gimmick geworden.
Fiona: “Oh, maar dat lust ik dan ook graag. Sterker nog; als ik drink, is het dat.”
Hoe is het om jezelf in dit feuilleton terug te zien?
Fiona: “Grappig en raar. Ik ken Do al heel lang, zo’n jaar of twintig, en we hebben al veel meegemaakt. Ik ben niet verrast dat ze me neerzet zoals Fiona terugkomt in het verhaal. Ik weet hoe ik ben of kan zijn, zeker als ik wat gedronken heb, dan wordt ik een beetje baldadig. Alleen ben ik dat nu in Paringsdans ineens ook als ik in z’n vrij sta zeg maar, en volgens mij is dat lichtelijk overdreven.”
De meiden joelen haar nu uit ten teken dat Fiona zichzelf toch wel ernstig tekort doet. Dominique werpt haar schaterlachend een kushand toe.
En last but not least, de auteur zelf. Hoe kwam je erop om Paringsdans te gaan schrijven?
Dominique: “Dat deed ik al, zoals Fiona net vertelde. Jaren geleden ben ik begonnen met in een soort dagboekvorm op te schrijven wat we zoal meemaakten. Die opzet was veel grover dan nu, weinig flatteus en soms ronduit schofferend. Dat vonden sommigen leuk om te lezen, maar anderen vonden het kwetsend. Ik heb lang nagedacht over de vorm, hoe ik het dan leuker leesbaar zou kunnen maken.Via via kwam ik in contact met iemand van RozeRijk.nl die opzoek was naar schrijvers en columnisten voor de site. Ze wilden graag wat meer vrouwen aantrekken. Of ik een poging wilde wagen met een lesbisch feuilleton. Dat vond ik heel eng, maar tegelijkertijd enorm spannend.
"Het was echt een uitdaging en ik had geen idee of het goed en leuk genoeg zou zijn om lezers te trekken. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik het zelf nog steeds niet goed genoeg vind, maar het krijgt langzaamaan de vorm waarnaar ik al zo lang opzoek ben. Ik heb erg geworsteld met de personages en hoe die uit te diepen, waar ik overigens nog steeds in tekort schiet. Wie ik wel of niet zou gebruiken als karakter. Ik heb moeten schiften. Het is een eens per week ding en ik kan me voorstellen dat je daardoor de draad snel kwijt bent. Dat is dan de sport, om het aan de ene kant simpel te houden en tegelijkertijd spannend en met genoeg diepgang om te blijven boeien. Maar je kunt niet iedereen continue tevreden stellen heb ik gemerkt.
"De een vind het geweldig als Do en Fiona zich weer eens bezatten in een of andere kroeg, de ander vond de verhaallijn Eliza en Irma juist weer leuk. En als ik dan lees dat er mensen zijn die alle delen tot nu toe in een klap hebben gelezen dan denk ik; mijn god, hoe krijg je het voor elkaar. Maar ik ben wel enorm gevleid door alle reacties. Ook van mensen die aangeven het verwarrend te vinden en het even niet meer kunnen volgen. Dat houdt mij scherp.”
Hoe groot is de druk om wekelijks met een nieuwe aflevering te komen?
Dominique: “Groot, maar nog altijd superleuk en spannend. Alleen is het niet zo dat alles van tevoren al kant en klaar in mijn hoofd zit. Dat kan ook niet, we maken heel veel mee met z’n allen en er zijn inderdaad, zoals Marga terecht zei, heel veel dingen die ik nog niet heb gebruikt. Die leuk, ontroerend of zelfs hilarisch zijn, maar waarvoor nog geen ruimte is in het verhaal, omdat ik net bezig ben een bepaald plot uit te werken. Dan schuift alles door en vergeet ik ook veel weer. Dat is jammer. Ik schrijf wel veel op, maar het past niet altijd in het verhaal.”
In hoeverre komt de Do uit Paringsdans overeen met Dominique de schrijfster?
Dominique: “Nou die zijn redelijk identiek. Ik wilde mijn eigen karakter niet al te groot maken omdat ik toch al in de ikvorm schrijf. Ik ben al overal bij. Alles gebeurt vanuit het perspectief van Dominique. Daarmee beperk ik mezelf enorm en misschien doet het af aan wat het zou kunnen zijn, ik weet het niet. Het dwingt me in ieder geval om een goede balans te vinden tussen mij, de karakters en de gebeurtenissen.”
Kun je voor de komende delen alvast een tipje van de sluier oprichten?
Dominique: “Ik zou wel willen, maar het is net wat ik zeg; ik heb zelf vaak ook geen idee welke kant het de volgende keer weer opgaat. Het is voor mij net zo verrassend als voor jullie.”
De vijftigste Paringsdans: dat moet gevierd worden! Al bijna een jaar lang kan lesbisch Nederland meegenieten van de belevenissen rond Dominique en haar vriendinnen. Maar wie gaan er schuil achter de personages en zijn de meiden eigenlijk wel zo blij om (dingen van) zichzelf terug te zien in een feuilleton? RozeRijk.nl zette de groep bij elkaar en onderwierp hen aan een vraaggesprek.
De vrouwen zijn uitgelaten en luidruchtig. “De zenuwen”, verklaart Marga ongevraagd.
“Ik heb dit nog nooit gedaan”, giechelt Jorinde en trekt nog even haar bloes recht, voor het geval er, alle geruststellingen vooraf ten spijt, onverwacht toch een fotograaf opduikt.
We zijn bij Cat thuis. “Leuk om iedereen tegelijk over de vloer te hebben, want hoewel het feuilleton anders doet vermoeden, is de werkelijkheid dat het hier geen zoete inval van vriendinnen is. Daarvoor wonen we te ver van elkaar.”
De setting is als volgt: Marga zit bij Myrthe op schoot in de ruime donkerbruine leunstoel, die tegen de ivoorwitte zijmuur van de woonkamer staat. Cat en Dominique hangen onderuitgezakt op hun crèmekleurige driezitter en Jorinde en Tamar zitten tegenover Myrthe en Marga op de donkerbruine tweezitsbank. Fiona, ‘in het echt’ lang niet zo druk en heftig aanwezig als in de verhalen, zit als enige op een kussen op de grond en nipt, dat dan weer wel, van een groot glas Campari.
De meiden kakelen onafgebroken door elkaar heen en lachen als schoolmeisjes om de aandacht die hen door het feuilleton ten deel valt. De verslaggever van RozeRijk.nl komt er aanvankelijk nauwelijks tussen.
RR: Oké, om te beginnen denk ik dat de lezer wel wil weten in hoeverre Paringsdans de werkelijkheid benadert. Ik stel voor een rondje te maken, zodat iedereen op haar beurt kan vertellen of dat zo is.
Er daalt een welkome stilte neer in Cat’s woonkamer en alle gezichten worden in de plooi getrokken.
Marga, laten we bij jou beginnen. Herken jij jezelf in de Marga van Paringsdans?
Marga: “Nou, ik vind dat het verhaal tot nu toe de gebeurtenissen op zich wel goed weergeeft, zij het iets aangedikt. Ik denk dat mijn rol te klein is om een goede vergelijking te maken. Wat ik een beetje jammer vond was dat Do het gedoe tussen mij en Yvette zo uitdiepte in het begin. Tenminste, hoe het voor de lezer overkwam weet ik niet, maar omdat het zo persoonlijk was moest ik een paar keer slikken. Daar hebben we ook heel wat pittige discussies over gevoerd, moet ik eerlijk zeggen. Ik vond het lastig om zoveel van mezelf terug te zien doordat het me deed inzien hoe zeer ik niet in die relatie zou moeten willen zitten. Het was te confronterend. Ik ben geneigd de dingen te bagatelliseren en mijn relatie met Yvette heb ik dan ook heel lang verdedigd.”
Ze pauzeert even en vervolgt dan lachend: “Verder heb ik inderdaad halflang blond haar, blauwe ogen, ik hou van een drankje, maar dat doen we geloof ik allemaal wel...”
Iedereen valt haar nu gierend bij en Fiona heft haar glas.
“Maar”, verheft ze haar stem om boven het gekrakeel uit te komen, “er zijn ook heel veel dingen die ik niet heb teruggezien.”
“Nog niet”, werpt Jorinde haar toe.
Myrthe, hoe is dat voor jou?
Myrthe: “Hm, er zijn dingen die ik herken van mezelf, maar ook van anderen. Soms is het wel een beetje zoeken moet ik eerlijk zeggen. Ik herken mezelf wel als het gaat om uiterlijkheden, mijn rosblonde piekhaar bijvoorbeeld, mijn interieur als zich iets in mijn huis afspeelt en ook in de dingen die ik zeg, of hoe ik ze zeg, welke bek ik daarbij kan trekken. Ik was gevleid toen bleek dat Do mij als karakter in haar verhaal had gestopt. We zijn doorgaans met nog meer meiden, maar ik snap dat het veel te verwarrend wordt om iedereen erin terug te laten komen.”
Dominique knikt bevestigend en knipoogt naar Myrthe.
Jorinde?
Jorinde: “Nou dat geldt voor mij eigenlijk precies zo. Ik vind het enorm leuk om te lezen. En ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik er heel erg mee bezig kan zijn. Als we bijvoorbeeld ergens zijn met z’n allen, tijdens een avondje stappen of zo, ben ik me er heel bewust van dat wat er gezegd wordt wel eens zou kunnen terugkomen in het feuilleton. Daar moest ik ook wel een beetje aan wennen. Al is het vaak zo dat Do niet alles koppelt aan de oorsprong. Ik heb wel eens iets gezegd of gedaan, wat in het verhaal aan iemand anders wordt toegeschreven.” Grijnzend: “Daar ben ik dan weer heel blij mee.”
Tamar, jij en Jorinde gaan op dit moment in Paringsdans door een moeilijke periode samen. Hoe is het om jullie strubbelingen zo uitvergroot te zien?
Tamar: “Dat voelde raar. Was confronterend soms. Het is natuurlijk allemaal door de ogen van Do, dus je ziet dan ook hoe het op iemand anders overkomt, al weet ik tegelijkertijd dat het inderdaad sterk uitvergroot is. Ik ben blij ergens, dat ze het nog een beetje oppervlakkig houdt. Een trouwe lezer weet dat het niet goed zit, maar niet alle details keren terug in het verhaal. Soms zijn de grote lijnen ook genoeg om weer te geven dat er ergens iets niet goed zit. Het hoeft van mij ook weer niet zo heel erg uitgediept te worden, al hebben we nooit aangegeven dat ze iets niet zou mogen gebruiken of dat we dingen liever niet zouden willen terugzien. Het heeft op de een of andere manier zelfs wel een soort therapeutische werking. Maar het voelt toch beetje vreemd allemaal.”
En dan Cat. Jij en Dominique hadden een voortvarende start, totdat een of andere Eliza om de hoek kwam kijken.
Cat, lachend: “Ja dat zijn de valkuilen in het leven hè, dat het gras bij de buren altijd groener lijkt, al kwam ze daar wel heel snel weer op terug.” Ze port Dominique even in haar zij en vervolgt dan weer serieus: “Eliza en Irma zijn denk ik gebaseerd op een aantal gebeurtenissen met mensen die we liever niet waren tegengekomen, maar met wie je nu eenmaal soms geconfronteerd wordt. Sommigen zijn heel vasthoudend en begrijpen het woord ‘nee’ niet als je ze duidelijk maakt dat je ergens niet van gediend bent. Jaloezie is van alledag, maar soms slaan mensen erin door. Do heeft het een beetje opgerekt in haar verhaal, de akkefietjes waar ik nu op doel sleepten zich niet zo lang voort, maar helaas moest er wel politie aan te pas komen om de gemoederen weer te sussen.”
Over wat voor soort ‘akkefietjes’ praten we dan?
Cat: “Nou, ernstige vormen van jaloezie, niet kunnen loslaten, geen genoegen nemen met het feit dat Dominique en ik gelukkig zijn samen, het misgunnen van dat geluk. Dan gaan mensen dus rare dingen doen, blijkt.”
Maar jij herkent jezelf wel in het feuilleton?
Cat: “Ja, heel erg. Soms vind ik het een beetje te realistisch als het om ons gaat. Dan mag het best wat minder van mij. Vooral als het intiem wordt en Do beschrijft hoe we met elkaar naar bed gaan bijvoorbeeld. Dan denk ik: moet dat nou?”
Fiona: “Ja dat moet! En trouwens, zeg jij nou niks, moet je zien wat ze er over mij allemaal uitgooit, alsof ik elk weekend met de fles nog in mijn strot een hoofd tussen mijn benen heb.”
Er wordt geschaterd. Dominique houdt een hand voor haar ogen, alsof ze zich schaamt voor haar openheid en de ongeremde manier waarop ze de buitenwereld deelgenoot maakt van hun belevenissen.
Nu we toch bij je aanbeland zijn, gooi de rest er dan ook maar uit.
Fiona neemt snel nog een slok en gaat rechtop zitten. “God, waar wil je dat ik begin? Do hield al jarenlang een dagboek bij van wat we meemaakten, maar dat ging over ons samen en niet zoals nu over iedereen om ons heen. Het is waar dat we niet vies zijn van een slok, maar zo bont als in Paringsdans maken we het nu ook weer niet. Het was jaren geleden veel erger, wellicht gebruikt ze dat nu pas. Er was letterlijk geen kroeg in de stad waar we niet al eens geweest waren. Maar als het barpersoneel op den duur weet hoe je bank vloekt bij het behang en op welke macrobiotische bladen je geabonneerd bent, wordt het toch wel tijd om je levensstijl enigszins aan te passen. Daarbij werk ik in de verpleging en draai ik veel nachtdiensten, ik kan het me helemaal niet permitteren om zo vaak laveloos te zijn.”
Maar die Campari is wel een soort gimmick geworden.
Fiona: “Oh, maar dat lust ik dan ook graag. Sterker nog; als ik drink, is het dat.”
Hoe is het om jezelf in dit feuilleton terug te zien?
Fiona: “Grappig en raar. Ik ken Do al heel lang, zo’n jaar of twintig, en we hebben al veel meegemaakt. Ik ben niet verrast dat ze me neerzet zoals Fiona terugkomt in het verhaal. Ik weet hoe ik ben of kan zijn, zeker als ik wat gedronken heb, dan wordt ik een beetje baldadig. Alleen ben ik dat nu in Paringsdans ineens ook als ik in z’n vrij sta zeg maar, en volgens mij is dat lichtelijk overdreven.”
De meiden joelen haar nu uit ten teken dat Fiona zichzelf toch wel ernstig tekort doet. Dominique werpt haar schaterlachend een kushand toe.
En last but not least, de auteur zelf. Hoe kwam je erop om Paringsdans te gaan schrijven?
Dominique: “Dat deed ik al, zoals Fiona net vertelde. Jaren geleden ben ik begonnen met in een soort dagboekvorm op te schrijven wat we zoal meemaakten. Die opzet was veel grover dan nu, weinig flatteus en soms ronduit schofferend. Dat vonden sommigen leuk om te lezen, maar anderen vonden het kwetsend. Ik heb lang nagedacht over de vorm, hoe ik het dan leuker leesbaar zou kunnen maken.Via via kwam ik in contact met iemand van RozeRijk.nl die opzoek was naar schrijvers en columnisten voor de site. Ze wilden graag wat meer vrouwen aantrekken. Of ik een poging wilde wagen met een lesbisch feuilleton. Dat vond ik heel eng, maar tegelijkertijd enorm spannend.
"Het was echt een uitdaging en ik had geen idee of het goed en leuk genoeg zou zijn om lezers te trekken. Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik het zelf nog steeds niet goed genoeg vind, maar het krijgt langzaamaan de vorm waarnaar ik al zo lang opzoek ben. Ik heb erg geworsteld met de personages en hoe die uit te diepen, waar ik overigens nog steeds in tekort schiet. Wie ik wel of niet zou gebruiken als karakter. Ik heb moeten schiften. Het is een eens per week ding en ik kan me voorstellen dat je daardoor de draad snel kwijt bent. Dat is dan de sport, om het aan de ene kant simpel te houden en tegelijkertijd spannend en met genoeg diepgang om te blijven boeien. Maar je kunt niet iedereen continue tevreden stellen heb ik gemerkt.
"De een vind het geweldig als Do en Fiona zich weer eens bezatten in een of andere kroeg, de ander vond de verhaallijn Eliza en Irma juist weer leuk. En als ik dan lees dat er mensen zijn die alle delen tot nu toe in een klap hebben gelezen dan denk ik; mijn god, hoe krijg je het voor elkaar. Maar ik ben wel enorm gevleid door alle reacties. Ook van mensen die aangeven het verwarrend te vinden en het even niet meer kunnen volgen. Dat houdt mij scherp.”
Hoe groot is de druk om wekelijks met een nieuwe aflevering te komen?
Dominique: “Groot, maar nog altijd superleuk en spannend. Alleen is het niet zo dat alles van tevoren al kant en klaar in mijn hoofd zit. Dat kan ook niet, we maken heel veel mee met z’n allen en er zijn inderdaad, zoals Marga terecht zei, heel veel dingen die ik nog niet heb gebruikt. Die leuk, ontroerend of zelfs hilarisch zijn, maar waarvoor nog geen ruimte is in het verhaal, omdat ik net bezig ben een bepaald plot uit te werken. Dan schuift alles door en vergeet ik ook veel weer. Dat is jammer. Ik schrijf wel veel op, maar het past niet altijd in het verhaal.”
In hoeverre komt de Do uit Paringsdans overeen met Dominique de schrijfster?
Dominique: “Nou die zijn redelijk identiek. Ik wilde mijn eigen karakter niet al te groot maken omdat ik toch al in de ikvorm schrijf. Ik ben al overal bij. Alles gebeurt vanuit het perspectief van Dominique. Daarmee beperk ik mezelf enorm en misschien doet het af aan wat het zou kunnen zijn, ik weet het niet. Het dwingt me in ieder geval om een goede balans te vinden tussen mij, de karakters en de gebeurtenissen.”
Kun je voor de komende delen alvast een tipje van de sluier oprichten?
Dominique: “Ik zou wel willen, maar het is net wat ik zeg; ik heb zelf vaak ook geen idee welke kant het de volgende keer weer opgaat. Het is voor mij net zo verrassend als voor jullie.”