Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 44

Gepubliceerd op: 25 juli 2005

Paringsdans
De ingeving van Dominique bleek juist: eindelijk kan Eliza worden opgepakt. Dat moet gevierd! De meiden drinken zich een delirium bij Cat thuis en Do doet sinds haar hersenschudding weer voorzichtig mee. Dit levert echter spanningen op tussen haar en Cat...
 
“Verdomme, ze neemt niet op”, tierde ik en ijsbeerde rondjes om de glazen salontafel.
Cat glimlachte. “Die ligt nu waarschijnlijk over een kopieermachine gebogen, met een rechercheur tussen haar benen.”
Ik draaide me om en trok een vies gezicht. “Waarom wil ik me daar niets bij voor kunnen stellen?”
 
Jorinde speelde met het papieren zakdoekje dat Cat haar had aangereikt om de tranenregen te kunnen stelpen. “Joh, bel gewoon het centrale nummer, het gaat er toch om dat die griet zo snel mogelijk wordt opgesnord?”
Cat zette een glas water voor haar op tafel en keek toen weer naar mij. “Ze heeft gelijk schat, zet Fiona en Brenda nu maar even uit je hoofd, het gaat erom dat Eliza eindelijk gevonden wordt.”
 
Ik fronste en toetste het nummer in dat ik van Brenda had gekregen. De dienstdoende agent had aan een half woord genoeg toen ik mijn vermoeden uitsprak over Eliza’s verblijfplaats. Toen ik ophing keek ik vermoeid naar Cat op en streek met mijn vinger een blonde lok van haar voorhoofd. “Ze gaan erachteraan en nemen nog contact op. Ze willen ons ook nog spreken.”
Cat kuste me en hield me dicht tegen zich aan. “Alles komt goed schat, ik voel het.”

Ik probeerde het ook te voelen, maar dat lukte nog niet helemaal.
 
Later...
Fiona kwam met een grijns die van oor tot oor liep binnengewandeld. Jorinde en Cat waren een blokje om voor wat frisse lucht en ik lag op de bank om mijn hoofd nog wat rust te gunnen. “Wat is dat voor big smile?” vroeg ik met lichte argwaan.
Fiona deed de deur achter zich dicht en kwam naast me zitten. Haar rode krullen dansten om haar sproetengezicht, waarin fonkelende groene ogen stonden.
‘”Weet je dan niet wat voor heerlijke middag dit is?” vroeg ze stralend.
“Nou ik heb wel een vermoeden, ja...” zei ik fronsend. “Ben je lekker door haar gevisiteerd? Hoe opwindend is dat nou, zo’n one-noon-stand?”
 
Het klonk gefrustreerd. Waarschijnlijk omdat ik dat ook was.
 
Fiona lachte en keek vervolgens heel geheimzinnig. “Do, je hebt geen idee”, fluisterde ze. “Ik heb me in bochten gewrongen waarvan ik dacht dat ik er niet lenig genoeg voor was, maar Brenda is zeer inventief. Alleen zo’n kopieerhok is toch echt veel te klein.” Ze wreef even over haar rug.
 
Ik schudde mijn hoofd. “Dat je Eliza uit je hoofd wilt zetten begrijp ik, maar om je nu meteen in iets anders te storten...”
Plots veerde Fiona van de bank. Haar mobiel. Ze nam op en luisterde kort. Haar ogen werden zo groot als schotels en ze keerde zich op en neer wippend naar mij. “Ze hebben haar!” riep ze uit. Ze drukte haar mobiel uit en smeet hem op de bank naast zich, waarna ze me omhelsde. Ik hield haar een eindje van me af en keek haar vertwijfeld aan. “Meen... meen je dat?” stamelde ik. Opluchting en ongeloof vochten om voorrang.
“Ja schat en weet je waar?”
“Bij Patrick?”
Fiona trok een wenkbrauw op. “Hoe weet jij dat nou?”
“Ik heb de politie zelf gebeld.”
 
Weer later...
De drank was niet aan te slepen. Myrthe en Marga waren op het goede nieuws afgekomen en we toastten gezamenlijk op de goede afloop. “Nou ja, we moeten nog maar zien hoe lang ze kunnen worden vastgehouden”, zei Cat en hief haar glas, “maar het lijkt me voldoende om ze voor lange tijd terug te sturen naar de kliniek.”

“Ja”, viel Myrthe haar bij, “of eerst de cel in en dan terug naar de kliniek.”
Fiona stond nu ook op en duwde haar glas tussen de andere twee. “Nee, de cel in, daarna TBS met dwangverpleging en dan, bij goed gedrag, mogen ze terug naar de kliniek.”
“Nou daar kan ik niet meer overheen”, grijnsde Jorinde. “Proost lady’s.”
“Ja cheers”, deed ik uitgelaten mee.
 
Ik kon het nog altijd niet geloven, maar Brenda had het zojuist bevestigd. Ze hadden Eliza te pakken, wat niet zonder slag of stoot was gegaan. Patrick had geen idee van wat er allemaal aan de hand was en heeft Eliza tot het laatst toe verdedigd en geprobeerd haar uit handen van de politie te houden. Uiteindelijk moest er geweld aan te pas komen om Eliza de politieauto in te krijgen en mocht Patrick meteen mee om zich te verantwoorden voor zijn gedrag.
 
“Eigenlijk hoort Tamar hier ook een beetje bij”, zei Marga. We keken van haar naar Jorinde, om te zien welke uitwerking deze slecht getimede opmerking had, maar het viel mee. Jorinde knikte en nam een slok van haar bier. “Ja, eigenlijk wel. Daarom mis ik haar nu ook zo.” Ze goot snel nog wat van het gele vocht naar binnen, om de brok in haar keel te kunnen wegslikken.
 
Marga had zichtbaar spijt van haar woorden en haalde even een hand door de donkerblonde lokken van Jorinde.
 
Fiona schonk nog een Campari in. “Jij ook Do, die hoofdpijn is nu toch zeker wel gezakt?”
“Ja, maar als ik ga drinken is het zo weer terug.”
“Ach welnee, eentje kan toch geen kwaad?” Ze schonk in en duwde het glas in mijn handen. Ik keek naar Cat die het er duidelijk niet mee eens was. “Eentje schat, om het goede nieuws te vieren.”
Ze zei niets, haar gezicht bleef uitdrukkingloos. Ik begreep die houding niet zo en ging naast haar op de bank zitten. “Laat mij nou ook even meedoen.”
Cat zuchtte diep. “Er zit bijna geen rem op bij jou, het blijft echt niet bij deze ene.”
“Tuurlijk wel, ik kan net weer een beetje kijken.”
 
Fiona dronk stevig door en schonk iedereen nog maar eens bij. “Op eh... op reche...sjeee...rechers.... eh...”, haar dubbele tong zat haar duidelijk in de weg. “Op lekkere wijven bij de pliesie.”
Alle glazen sloegen achterover en met een klap weer terug op de glazen tafel. “Schatten, moeten jullie erdoorheen?” vroeg Cat enigszins bezorgd om haar spullen. Myrthe, Marga en Fiona giechelden als schoolmeisjes.
“Sorry Cat”, zeiden ze in koor en grepen weer naar de fles. Ik nipte van mijn Campari, die me vreemd genoeg niet eens echt smaakte.
 
“Moeten we nu nog wel een verklaring afleggen?” vroeg ik aan Fiona.
Die draaide zich half naar me om en schommelde gevaarlijk op het puntje van de bankleuning. “Ja.... maarrrr niet vanavond hoor....morrege.... of zo.”
Er viel duidelijk geen fatsoenlijk gesprek meer mee te voeren.
 
“Laten we gaan stappen”, opperde Jorinde, ook niet helemaal helder meer.
Myrthe kneep haar ogen samen en richtte haar wijsvinger op Jorinde. “Goed idee.”
Marga zag het ook wel zitten en Fiona stond al bijna bij de deur. “Kom dan...”
 
Ze produceerde een geluid dat het midden hield tussen een hik en een boer.
 
“Zou jij dat nu nog wel doen” vroeg Cat oprecht bezorgd.
Fiona vocht met de mouwen van haar lerenv jas en siste tussen haar tanden. “Tuurlijk...iz toch gezellig? Gaje nie mee dan?” Haar ogen hadden de neiging om naar binnen te trekken.
Cat schudde haar hoofd en keek naar mij. “Ik denk dat jij het ook maar niet moet doen.”

Ik tuitte mijn lippen en wist dat ze gelijk had, maar aan de andere kant wilde ik er graag even uit. “Ik wil eigenlijk wel even mee.”
Cat keek me strak aan. “Dat lijkt me niet verstandig. En trouwens, wie moet er rijden, jij bent je rijbewijs nog altijd kwijt en de rest is dronken.”
“We kunnen toch een taxi nemen?”
 
Marga en Jorinde ondersteunden elkaar. Myrthe stond voor de grote spiegel aan de wand van de woonkamer en probeerde lippenstift aan te brengen, wat nauwelijks lukte. Fiona leunde zwaar tegen de meterkast in de gang met haar ogen half gesloten. “Kom nou....pfffff.....jullie zijn zzloom zzeg....kolere....”
 
Cat bleef me aankijken. Ik wilde aanstalten maken om op te staan, maar ze hield me tegen. “Waar zie je me voor aan?” Haar toon was hard.
Ik begreep die felheid ineens niet en keek haar verward aan. “Wat bedoel je?”
“Denk je dat ik een of andere sul ben, die de poten uit haar lijf loopt voor je? Mevrouw voelt zich wat beter en wil meteen weer een avondje gaan stappen? Heb ik daarvoor de hele nacht aan je nest gezeten in dat ziekenhuis, zodat je zo snel mogelijk de kroeg weer in kon?”
“He god zeg, ik ben blij dat ze dat kreng te pakken hebben, dat mag ik dan toch wel vieren, daar zijn maanden van ellende aan voorafgegaan hoor!”
 
Cat liet me los en leunde achterover in de kussens. “Als je nu de deur uitloopt, kom je er ook niet meer in. Dan zoek je het maar uit.”
 
Ik keek haar aan en toen naar Fiona die zichzelf nauwelijks nog staande kon houden en de andere meiden, die er al niet veel beter uitzagen. De kroeg zouden we nooit meer halen, dat wist ik ook wel. Het was de houding van Cat die weerstand in me opwekte en waardoor ik alleen maar meer geneigd was daar dwars tegenin te gaan.
 
Cat stond op en herhaalde wat ze zojuist tegen me gezegd had. “Nou, ga dan. Dat wil je toch zo graag? Ga lekker met dat zooitje naar de kroeg. Neem daarna een taxi naar je eigen huis, want je komt er hier niet in.”
 
Haar woorden staken als messen dwars door mijn hart, maar mijn, al dan niet misplaatste, trots won het van alle andere emoties. Ik stak mijn kin in de lucht en beende langs Fiona de voordeur uit.