Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 43
Gepubliceerd op: 18 juli 2005
Dominique ontwijkt een zeer persoonlijke vraag van Cat, maar komt er dit keer mee weg. Fiona wordt naar het politiebureau geroepen in verband met de Eliza en Irma-zaak en Jorinde zit verdrietig te zijn op de bank om de impasse in haar relatie met Tamar, die na een avondje buiten de deur eten zwanger blijkt te zijn. Do is nog altijd niet gerust op het feit dat Eliza vrij rondloopt. Plots krijgt ze een idee waar die zou kunnen zijn.
Wanneer ik voor het laatst een ‘ventieltje heb laten leeglopen’. Ik keek Cat lang aan en besloot mijn rendez-vous met John nog een poosje in de koelkast te laten liggen. Ik vond het niet nodig dat nu met haar te delen, zo met iedereen erbij, hoewel Fiona het wel wist en ik het Cat natuurlijk al eerder had kunnen en misschien wel moeten vertellen. Ik probeerde Fiona’s blik op te vangen, maar die hield haar ogen op het glas Campari gericht dat voor haar op tafel stond, alsof daarin alle antwoorden op alle vragen dreven.
“Ik eh, zou het niet weten. Tijd geleden in ieder geval”, maakte ik er ten slotte van.
Cat’s warme glimlach trof me recht in het hart en een pijnscheut trok door mijn borststreek. Waarom vertelde ik zulke dingen niet gewoon meteen? Waarschijnlijk omdat ik ze niet belangrijk vind, maar het keert zich op de een of andere manier altijd tegen me. Cat houdt van openheid en is zelf als een open boek. Op de werkelijk onbelangrijke dingen na, weet ik eigenlijk alles van haar. Waarom geef ik haar dat zo slecht terug? En het geval John was niet meer dan een avondje op de bank na veel drank. Net te veel om goed en wel te beseffen waar ik mee bezig was en net te weinig om niks meer klaar te kunnen maken. Jammer genoeg, achteraf.
“Wat wil Tamar met de baby, houden?” vroeg Fiona aan Jorinde en stak nog maar eens een sigaret op, waarvan een smeulend vonkje een gat brandde in haar zwarte zijden bloes. “Ik word eigenlijk gek van dat grut, we hebben er net eentje weggebracht.”
“Zou Brenda je nog bellen?” vroeg ik snel, omdat Jorinde op het punt stond Fiona te antwoorden.
“Ja. We zullen heus nog wel een verklaring af moeten leggen. Ik hoop alleen dat ze werkelijk iets kunnen ondernemen tegen die schizo’s.”
“Dat is sterk afhankelijk van onze bijdrage denk ik.” Ik dacht aan een loslopende Eliza, gevolgd door een rilling langs mijn ruggengraat.
Jorinde ging op het puntje van de bank zitten en keek naar Fiona. “Ik denk dat Tamar het kind wil houden, maar ik weet niet of ik dat allemaal wel wil. We hebben het vaak genoeg over het krijgen van kinderen gehad, maar dat had ik me iets anders voorgesteld.”
Cat knikte. “Ja, logisch. Maar hoe moet het dan vanaf nu?”
Jorinde haalde haar schouders op. “Ja, dat weet ik ook niet. Daarom ben ik hier, dan kan ik daar eens rustig over nadenken. Maar ja, met al dat gedoe ertussendoor. Heeft niemand die blonde feeks nog kunnen vinden?”
Fiona nam een trek van haar sigaret, inhaleerde diep en blies de rook in kringetjes voor zich uit. “Nope. Geen spoor.”
“Ze spoort ook niet, dus dat is misschien niet zo raar”, zei ik. Ik ging rechtop zitten om een slok cola te kunnen nemen. De pijn in mijn hoofd was nagenoeg weg, gelukkig.
Cat hielp me overeind. “Ik vind het eigenlijk wel een beetje triest. Tamar zit alleen thuis en wij hier. Jullie moeten er toch samen uitkomen.”
“Ik weet nou juist niet of dat wel kan, Cat. Ik weet het op dit moment echt even niet.”
Fiona’s mobiel ging af. Ze graaide in haar tas en nam op. Het klonk alsof het Brenda was en we spitsten onze oren. Niet dat we veel konden opmaken uit de ‘hm’s, aha’s en oké’s’, maar toch. Ze hing op en zuchtte diep. “Nou, dat wordt nog een hele klus. Irma schuift alles volledig af op Eliza en die is onvindbaar, dus aan haar kunnen ze niets vragen. Of wij enig idee hebben waar ze zou kunnen zijn.”
We staarden alle vier voor ons uit. “Ik zou het niet weten”, zei Jorinde vreugdeloos glimlachend, “ik heb haar even vluchtig tussen m’n vinger gehad en vervolgens ontsnapte ze me.”
“Misschien zit ze wel in mijn huis”, zei Fiona met grote ogen.
“Nou daar valt weinig te zitten, dus dat denk ik niet”, stelde ik haar gerust.
Cat stond op om nog wat te drinken in te schenken. “Ze kan overal wel zitten”, riep ze vanuit de keuken.
“Ja precies”, beaamde Fiona. “Dat is nu juist zo ellendig.”
“Gaat zo’n kliniek dan ook niet opzoek?” vroeg ik me af.
Jorinde schokschouderde. “Ik heb werkelijk geen idee. Als er een TBS-er ontsnapt, worden de officiële opsporingsinstanties ingeschakeld, omdat zulke lui een gevaar vormen voor de samenleving, maar ik weet niet hoe dat bij een psychiatrische patiënt gaat.”
“Die evengoed een gevaar voor de samenleving kan zijn, daar zijn wij het toch zeker wel over eens inmiddels”, zei Fiona en trok een gezicht.
“Ja en daarom zaten Irma en Eliza waarschijnlijk ook intern”, zei Cat. “Hoewel ik eerder denk dat ze een gevaar voor zichzelf vormen dan voor anderen.”
“Nou sorry hoor schat”, reageerde ik fel, “maar dat is niet het beeld dat ik heb gekregen van die twee in de afgelopen maanden.”
Ik werd er zo langzamerhand onpasselijk van het steeds maar weer over ze te moeten hebben. Ik was ook blij niet alleen thuis te zijn, hoewel ik niet het idee had dat Eliza daar op zou duiken. Rotterdam was op dit moment geen veilige plek voor haar. Maar waar was ze dan wel?
Opnieuw pingelde het mobieltje van Fiona. “Hallo?” Ze luisterde en na een paar ‘oké’s’ hing ze weer op. “Brenda vraagt of ik naar het bureau wil komen in verband met mijn inboedel. Wie weet kan ik meteen wat meer info lospeuteren over Irma en haar moeder.”
Ik zag de twinkeling in haar ogen en had een donkerbruin vermoeden dat ze nog wel iets anders los zou peuteren dan slechts informatie. Een BH-bandje bijvoorbeeld.
Ik keek haar met een schuin hoofd aan. Fiona knipoogde en ik kon een brede grijns niet langer onderdrukken.
“Missen wij nu iets?” vroeg Cat half lachend en keek van Jorinde en Fiona naar mij.
Ik tuitte mijn lippen en schudde mijn hoofd.
“Nou, dan ga ik maar. Ik bel zodra ik meer weet.” Fiona liep de deur uit.
“Ben benieuwd”, zei Jorinde zuchtend en keek verdrietig voor zich uit. De problemen tussen haar en Tamar begonnen haar nu zichtbaar parten te spelen.
Cat kuste me op mijn wang en stond op om bij Jorinde te gaan zitten. Ze sloeg een arm om haar vriendin heen. “Tamar heeft waarschijnlijk net zo veel verdriet als jij schat. Ik hoop dat jullie tenminste on speaking terms blijven met z’n tweeën.”
Jorinde liet haar tranen de vrije loop en legde haar hoofd op Cat’s schouder. “Ik wil haar niet kwijt, Cat. Ik houd van haar.”
Cat streelde met een hand over de halflange donkerblonde haren van Jorinde. “Zij ook van jou.”
“Waarom doet ze dit dan?” vroeg Jorinde snikkend.
Cat keek even naar mij. “Daar kan ik je geen antwoord op geven lieverd. Dat kan alleen Tamar je vertellen.”
Ik leunde achterover in de kussens van de bank en keek naar hoe Cat Jorinde troostte. Mijn gedachten dwaalden af en de afgelopen maanden trokken als in een flits aan me voorbij, met hier en daar een gebeurtenis in slow motion.
Telkens als ik dacht te weten hoe de vork in de steel zat, werden we op het verkeerde been gezet. Ik was er nog steeds niet helemaal uit welke invloed Irma en Eliza op elkaar hebben of welke plannen van wie afkomstig waren. En de rol van Irma’s moeder was me al helemaal onduidelijk. Die hele familie leek wel van lotje getikt. De enige die een beetje normaal overkwam was haar broer Patrick.
De stumper. Hij leefde nog altijd in de overtuiging dat hij de vader is, van een kind dat niet eens van Eliza is, maar van zijn zus.
Misschien zou hij proberen de voogdij op te eisen. Blijft het kind toch in de familie. De biologische vader was tenslotte ook psychiatrisch patiënt en dat vergrootte de kansen voor Patrick wellicht. Of hij vindt uiteindelijk dat oom zijn net zoveel verantwoordelijkheden met zich meebrengt en legt zich daarbij neer. Maar dan moet iemand het hem wel eerst vertellen...
Ik schoot overeind en keek verschrikt naar Cat en Jorinde. “Bel jij Fiona even op haar mobiel, ze is inmiddels wel op het bureau denk ik.”
Cat en Jorinde keken me niet begrijpend aan. “Vanwaar die haast ineens?” vroeg mijn vriendin.
“Ik denk dat ik weet waar Eliza is.”
Wanneer ik voor het laatst een ‘ventieltje heb laten leeglopen’. Ik keek Cat lang aan en besloot mijn rendez-vous met John nog een poosje in de koelkast te laten liggen. Ik vond het niet nodig dat nu met haar te delen, zo met iedereen erbij, hoewel Fiona het wel wist en ik het Cat natuurlijk al eerder had kunnen en misschien wel moeten vertellen. Ik probeerde Fiona’s blik op te vangen, maar die hield haar ogen op het glas Campari gericht dat voor haar op tafel stond, alsof daarin alle antwoorden op alle vragen dreven.
“Ik eh, zou het niet weten. Tijd geleden in ieder geval”, maakte ik er ten slotte van.
Cat’s warme glimlach trof me recht in het hart en een pijnscheut trok door mijn borststreek. Waarom vertelde ik zulke dingen niet gewoon meteen? Waarschijnlijk omdat ik ze niet belangrijk vind, maar het keert zich op de een of andere manier altijd tegen me. Cat houdt van openheid en is zelf als een open boek. Op de werkelijk onbelangrijke dingen na, weet ik eigenlijk alles van haar. Waarom geef ik haar dat zo slecht terug? En het geval John was niet meer dan een avondje op de bank na veel drank. Net te veel om goed en wel te beseffen waar ik mee bezig was en net te weinig om niks meer klaar te kunnen maken. Jammer genoeg, achteraf.
“Wat wil Tamar met de baby, houden?” vroeg Fiona aan Jorinde en stak nog maar eens een sigaret op, waarvan een smeulend vonkje een gat brandde in haar zwarte zijden bloes. “Ik word eigenlijk gek van dat grut, we hebben er net eentje weggebracht.”
“Zou Brenda je nog bellen?” vroeg ik snel, omdat Jorinde op het punt stond Fiona te antwoorden.
“Ja. We zullen heus nog wel een verklaring af moeten leggen. Ik hoop alleen dat ze werkelijk iets kunnen ondernemen tegen die schizo’s.”
“Dat is sterk afhankelijk van onze bijdrage denk ik.” Ik dacht aan een loslopende Eliza, gevolgd door een rilling langs mijn ruggengraat.
Jorinde ging op het puntje van de bank zitten en keek naar Fiona. “Ik denk dat Tamar het kind wil houden, maar ik weet niet of ik dat allemaal wel wil. We hebben het vaak genoeg over het krijgen van kinderen gehad, maar dat had ik me iets anders voorgesteld.”
Cat knikte. “Ja, logisch. Maar hoe moet het dan vanaf nu?”
Jorinde haalde haar schouders op. “Ja, dat weet ik ook niet. Daarom ben ik hier, dan kan ik daar eens rustig over nadenken. Maar ja, met al dat gedoe ertussendoor. Heeft niemand die blonde feeks nog kunnen vinden?”
Fiona nam een trek van haar sigaret, inhaleerde diep en blies de rook in kringetjes voor zich uit. “Nope. Geen spoor.”
“Ze spoort ook niet, dus dat is misschien niet zo raar”, zei ik. Ik ging rechtop zitten om een slok cola te kunnen nemen. De pijn in mijn hoofd was nagenoeg weg, gelukkig.
Cat hielp me overeind. “Ik vind het eigenlijk wel een beetje triest. Tamar zit alleen thuis en wij hier. Jullie moeten er toch samen uitkomen.”
“Ik weet nou juist niet of dat wel kan, Cat. Ik weet het op dit moment echt even niet.”
Fiona’s mobiel ging af. Ze graaide in haar tas en nam op. Het klonk alsof het Brenda was en we spitsten onze oren. Niet dat we veel konden opmaken uit de ‘hm’s, aha’s en oké’s’, maar toch. Ze hing op en zuchtte diep. “Nou, dat wordt nog een hele klus. Irma schuift alles volledig af op Eliza en die is onvindbaar, dus aan haar kunnen ze niets vragen. Of wij enig idee hebben waar ze zou kunnen zijn.”
We staarden alle vier voor ons uit. “Ik zou het niet weten”, zei Jorinde vreugdeloos glimlachend, “ik heb haar even vluchtig tussen m’n vinger gehad en vervolgens ontsnapte ze me.”
“Misschien zit ze wel in mijn huis”, zei Fiona met grote ogen.
“Nou daar valt weinig te zitten, dus dat denk ik niet”, stelde ik haar gerust.
Cat stond op om nog wat te drinken in te schenken. “Ze kan overal wel zitten”, riep ze vanuit de keuken.
“Ja precies”, beaamde Fiona. “Dat is nu juist zo ellendig.”
“Gaat zo’n kliniek dan ook niet opzoek?” vroeg ik me af.
Jorinde schokschouderde. “Ik heb werkelijk geen idee. Als er een TBS-er ontsnapt, worden de officiële opsporingsinstanties ingeschakeld, omdat zulke lui een gevaar vormen voor de samenleving, maar ik weet niet hoe dat bij een psychiatrische patiënt gaat.”
“Die evengoed een gevaar voor de samenleving kan zijn, daar zijn wij het toch zeker wel over eens inmiddels”, zei Fiona en trok een gezicht.
“Ja en daarom zaten Irma en Eliza waarschijnlijk ook intern”, zei Cat. “Hoewel ik eerder denk dat ze een gevaar voor zichzelf vormen dan voor anderen.”
“Nou sorry hoor schat”, reageerde ik fel, “maar dat is niet het beeld dat ik heb gekregen van die twee in de afgelopen maanden.”
Ik werd er zo langzamerhand onpasselijk van het steeds maar weer over ze te moeten hebben. Ik was ook blij niet alleen thuis te zijn, hoewel ik niet het idee had dat Eliza daar op zou duiken. Rotterdam was op dit moment geen veilige plek voor haar. Maar waar was ze dan wel?
Opnieuw pingelde het mobieltje van Fiona. “Hallo?” Ze luisterde en na een paar ‘oké’s’ hing ze weer op. “Brenda vraagt of ik naar het bureau wil komen in verband met mijn inboedel. Wie weet kan ik meteen wat meer info lospeuteren over Irma en haar moeder.”
Ik zag de twinkeling in haar ogen en had een donkerbruin vermoeden dat ze nog wel iets anders los zou peuteren dan slechts informatie. Een BH-bandje bijvoorbeeld.
Ik keek haar met een schuin hoofd aan. Fiona knipoogde en ik kon een brede grijns niet langer onderdrukken.
“Missen wij nu iets?” vroeg Cat half lachend en keek van Jorinde en Fiona naar mij.
Ik tuitte mijn lippen en schudde mijn hoofd.
“Nou, dan ga ik maar. Ik bel zodra ik meer weet.” Fiona liep de deur uit.
“Ben benieuwd”, zei Jorinde zuchtend en keek verdrietig voor zich uit. De problemen tussen haar en Tamar begonnen haar nu zichtbaar parten te spelen.
Cat kuste me op mijn wang en stond op om bij Jorinde te gaan zitten. Ze sloeg een arm om haar vriendin heen. “Tamar heeft waarschijnlijk net zo veel verdriet als jij schat. Ik hoop dat jullie tenminste on speaking terms blijven met z’n tweeën.”
Jorinde liet haar tranen de vrije loop en legde haar hoofd op Cat’s schouder. “Ik wil haar niet kwijt, Cat. Ik houd van haar.”
Cat streelde met een hand over de halflange donkerblonde haren van Jorinde. “Zij ook van jou.”
“Waarom doet ze dit dan?” vroeg Jorinde snikkend.
Cat keek even naar mij. “Daar kan ik je geen antwoord op geven lieverd. Dat kan alleen Tamar je vertellen.”
Ik leunde achterover in de kussens van de bank en keek naar hoe Cat Jorinde troostte. Mijn gedachten dwaalden af en de afgelopen maanden trokken als in een flits aan me voorbij, met hier en daar een gebeurtenis in slow motion.
Telkens als ik dacht te weten hoe de vork in de steel zat, werden we op het verkeerde been gezet. Ik was er nog steeds niet helemaal uit welke invloed Irma en Eliza op elkaar hebben of welke plannen van wie afkomstig waren. En de rol van Irma’s moeder was me al helemaal onduidelijk. Die hele familie leek wel van lotje getikt. De enige die een beetje normaal overkwam was haar broer Patrick.
De stumper. Hij leefde nog altijd in de overtuiging dat hij de vader is, van een kind dat niet eens van Eliza is, maar van zijn zus.
Misschien zou hij proberen de voogdij op te eisen. Blijft het kind toch in de familie. De biologische vader was tenslotte ook psychiatrisch patiënt en dat vergrootte de kansen voor Patrick wellicht. Of hij vindt uiteindelijk dat oom zijn net zoveel verantwoordelijkheden met zich meebrengt en legt zich daarbij neer. Maar dan moet iemand het hem wel eerst vertellen...
Ik schoot overeind en keek verschrikt naar Cat en Jorinde. “Bel jij Fiona even op haar mobiel, ze is inmiddels wel op het bureau denk ik.”
Cat en Jorinde keken me niet begrijpend aan. “Vanwaar die haast ineens?” vroeg mijn vriendin.
“Ik denk dat ik weet waar Eliza is.”