Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 41

Gepubliceerd op: 03 juli 2005

Paringsdans
Vorige week einde Paringsdans nogal vervelend. Eliza en Irma werden betrapt in het huis (en ín het bed!) van Dominique. Een worsteling volgde, waarbij Dominique bewusteloos raakte. Irma is gepakt, maar Eliza is spoorloos... 

Het was aardedonker. Ik twijfelde er even aan of ik mijn ogen eigenlijk wel open had. De duisternis benauwde me heel even. Ik voelde een hand op mijn borst rusten, die ik voorzichtig naast me neerlegde. “Cat?” fluisterde ik. Een zacht gemurmel streelde mijn oor. Cat bewoog haar hoofd, dat blijkbaar al de hele tijd naast me op het kussen had gelegen.
 
“Wat is er lieverdje?” vroeg ze zacht.
“Waar zijn we?” De pijn in mijn hoofd was iets gezakt.
“In het ziekenhuis.” Ze veegde liefdevol wat haren uit mijn gezicht. Ik kon haar nog steeds niet goede zien. “Ziekenhuis? Waarom dat?”
 
Ik hoorde Cat grinniken. “Omdat je twee stevige klappen op je hoofd te verwerken hebt gekregen, ze wilden je een nachtje ter observatie gehouden. Je hebt een hersenschudding.” Ze kuste me licht op mijn neus en ik verbaasde me erover dat ze die zo gemakkelijk kon vinden.
 
“Maar wat doe je hier nog middenin de nacht?” vroeg ik met schorre stem. Ik probeerde mijn keel te schrapen, maar die was te droog. Cat greep naar een glas water dat blijkbaar op het nachtkastje stond. “Het is nog niet zo laat, maar ik heb de gordijnen gesloten en het licht uitgedaan, leek me prettiger voor je dan in die tl-verlichting te moeten liggen.” Ze ondersteunde me en bracht het glas naar mijn lippen. Ik dronk het in een teug leeg.
 
“Is dit een doorlopend bezoekuur of zo?”
“Nee, maar Fiona heeft ervoor gezorgd dat ik bij je mocht blijven. Een paar collega’s van haar hebben nachtdienst, dus ze kon wel wat regelen” Ze kuste me opnieuw, op mijn mond dit keer. Haar lippen voelden warm en zacht aan. “Wat is er precies gebeurd?” vroeg ik.
 
Praten kostte me toch een beetje moeite merkte ik. De pijn in mijn hoofd keerde terug.
 
“Je moet even niet zo veel willen weten, je hebt rust nodig.” Haar lippen beroerden zacht mijn voorhoofd.
“Waar is de rest?”
“Bij mij thuis. Fiona’s spullen worden na sporenonderzoek teruggebracht, dan kan ze weer naar huis.”
 
Er schoten wat flarden van de laatste dagen door mijn pijnlijke hersenpan.  “Hebben jullie Irma naar het bureau gekregen?” vroeg ik wat onzeker.
Ik kon nu de contouren van Cat’s gezicht zien. Ze knikte. “De politie was net op tijd, alleen Eliza zwerft nog ergens rond, maar naar haar wordt gezocht.”
“Ik hoop dat ze haar snel vinden, ik lig hier echt niet lekker, wetende dat zij nog altijd ergens ronddwaalt.”
Cat glimlachte flauw. “Als ze ooit nog bij je in de buurt komt vermoord ik haar.”

Ik streelde haar wang met de palm van mijn hand en herinnerde me ineens het moment in mijn eigen slaapkamer, toen ik juist met mijn hoofd tegen de betonnen muur was gekletterd. “Ze heeft me gezoend”, fluisterde ik met afgrijzen.
 
Cat trok haar hoofd iets terug om me beter aan te kunnen kijken. “Wat? Wanneer?”
“Toen ik min of meer in de kreukels lag in de slaapkamer boven. Ik kon geen kant op”, stotterde ik, “ik had er de kracht niet voor, ik...”
Cat legde een vinger op mijn lippen. “Sssht, het is goed. Ga je daar nu niet voor verontschuldigen, dat wijf is gek.”
“Maar wat nou als ze terugkomt?”
Cat snoof minachtend en speelde met mijn vingers. “Nogmaals: dan vermoord ik ‘r.”
 

De volgende dag...
Fiona kwam binnen met een enorme bos bloemen en zette ze in de vaas die bovenop het kastje naast de wastafel stond. Ze schikte ze en draaide zich vervolgens om. “Nah, mooi bosje toch?”
Ik glimlachte. “Bosje? Als je dat buiten zet veroorzaak je een totale zonsverduistering.”
Ze liep naar de rand van mijn bed en zette de vaas op het nachtkastje. “Niet zo zeuren, anders kijkt dit gegeven paard jou eens even diep in de bek.”
 
Cat lachte haar mooie gebit bloot. Fiona ging in de stoel naast mijn bed aan de andere kant van Cat zitten. “Wanneer mag je naar huis?”
Ik haalde mijn schouders op. “Vandaag hoop ik.”
“Voel je je beter?”
“Ja, dat wel.”
“Nou dan laten ze je echt wel gaan, je houdt tenslotte het bed bezet van iemand die werkelijk zwaar gewond is of hoogzwanger.”
 
De deur zwaaide open en Jorinde en Myrthe schuifelden naar binnen. Ze begroeten ons en kusten mij op beide wangen. Jorinde nestelde zich op de rand van mijn bed, recht voor de neus van Fiona, die daarop demonstratief haar stoel een meter opzij schoof.
 
“Gaat je IQ nu ook naar beneden als je een hersenschudding hebt?” vroeg Jorinde grappend.
“Geen idee,laten we dat meteen eens bij jou proberen”, zei Fiona terwijl ze de stoel waarop ze zat omhoog hield en net deed of ze die op het hoofd van Jorinde wilde laten vallen.
“Marga wilde ook nog langskomen, maar ik heb gezegd dat het te druk voor je zou worden”, zei Myrthe en plofte bij Cat op schoot bij gebrek aan een fatsoenlijke zitplek.
 
“Wat is de stand van zaken?” vroeg ik aan Fiona.
“Ik had Brenda toevallig net nog aan de telefoon...”
“Toevallig?” onderbrak ik haar.
Fiona trok haar lippen samen en keek me alleen maar aan. “Oké, ze belde me. De verhoren zijn in volle gang, moeder en dochter zijn niet erg spraakzaam. Ze lijken de schuld een beetje in elkaars schoenen te willen schuiven.”
“Moeder en dochter?” vroeg Myrthe verbaast.
Fiona knikte. “Dat mens dat het op mijn huisraad had voorzien, bleek Irma’s moeder te zijn.”
“Het wordt steeds gekker”, zuchtte Jorinde. “Maar waar kunnen ze nu werkelijk op gepakt worden?”
 
Fiona tuitte haar lippen en dacht na.
“In ieder geval op diefstal”, zei Cat.
“Ja en huisvredebreuk lukt misschien ook nog wel, ik had Irma in elk geval niet uitgenodigd in mijn huis”, zei ik. “Oh en stalken en dreigen.”
“Ik denk dat dat laatste het lastigst wordt”, zei Cat.
 “Ja maar wat nog meer dan?” vroeg Myrthe zich af.
“En hoe moet dat nu met haar zoontje?” vroeg Jorinde.
We zwegen een poosje.
 
“Tja, wat moet er van zo’n kereltje terecht komen..” peinsde ik hardop.
“Het klinkt misschien een beetje hard, maar dat is niet onze zorg”, zei Fiona.
“Ja dat klinkt een beetje hard, maar je hebt denk ik wel gelijk”, moest Cat bekennen.
“Misschien kan Irma’s broer Patrick ervoor zorgen?” opperde Jorinde.
Fiona fronste. “Zullen we ze dat lekker zelf uit laten zoeken? Ik maak me meer zorgen over die andere ellendeling, die nog altijd on the lose is.”
Eliza was onmiskenbaar sterk in rang gedaald bij Fiona, hoewel ik de pijn in haar ogen zag. Ik rekte me iets uit en legde mijn hand op de hare. Ze knipoogde en kneep er even in.
“Hoe wist je dat ze uit dezelfde kliniek komen Do?” vroeg Myrthe en frunnikte aan haar blonde piekhaar.
 
“Nou, dat bedacht ik me later. In al die tijd is Eliza niet thuis geweest, ja, om de baby bij haar ouders op te halen. Vraag me niet waarom haar moeder die kleine in godsnaam heeft meegegeven, misschien heeft Eliza haar moeder bedreigd of zo, maar vervolgens verdween ze spoorloos. Ik denk dat haar moeder contact heeft opgenomen met de kliniek en dat Eliza daarom even van het toneel moest verdwijnen, ze wilde natuurlijk niet gevonden worden.”
“Maar Irma dan, het is haar kind”, hielp Jorinde ons herinneren.
 
Het leek aanvankelijk zo logisch, maar mijn hersenen hadden inderdaad een behoorlijke klap gekregen waardoor ik niet meer zo helder kon denken.
 
“Er is iets met die twee en ik kan mijn vinger er maar niet op leggen. Ik denk wel dat ze al die tijd samen iets hebben gehad.”
Fiona hield haar hoofd iets schuin. “Je bedoelt als in een relatie?”
Ik knikte. “Ja, ik denk dat ze naar jou gevlucht is, het was een toevallige samenloop van omstandigheden. Ze werkte officieel niet eens in die suikerspinkraam in de Efteling (zie PD 19)
 
“Maar”, zei Myrthe diepfronsend, “ik kwam Irma tegen tijdens carnaval in Den Bosch. Ze waren dus beide niet meer in de kliniek.”
“Hm”, zei Cat, “dat is waar. Misschien hadden ze verlof?”
“Ja dat kan”, zei ik.
“Ik snap er geen reet van”, zei Jorinde hoofdschuddend.
‘Ik ook niet”, viel Myrthe haar bij.
“Misschien moeten we even afwachten op wat Brenda ons kan vertellen, ze belt me straks terug.”
 
Ik keek naar Cat. “Ik ben echt bang dat ik nog niet van Eliza af ben.”
Cat keek me lang aan. “Ze komt echt niet meer bij je in de buurt, schat. Ik meende wat ik daarstraks zei.”
 
Ik wist dat haar woorden geruststellend bedoeld waren, maar de grimmige ondertoon baarde me zorgen. Ik bad in stilte dat de paden van Eliza en Cat elkaar nooit meer zouden kruisen.


Volgende week zondag meer Paringsdans! Hoe zit het met Irma en 'suikerspinmeisje' Eliza? En wat hebben de moeders ermee te maken? Wat te doen met het kindje?