Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 36

Gepubliceerd op: 22 mei 2005

Paringsdans
De meiden kwamen vorige week al een stukje dichter de oplossing van het mysterie rond de nieuwe liefde van Fiona. Maar hoe het nou écht zit? Dat werd niet helemaal duidelijk... misschien deze week voor een deel wel? Vast wel; anders zouden we het niet zeggen...

(Deze aflevering is een herhaling van 15/05.)


Als je denkt alles gehad te hebben gaat er alleen nog maar meer mis. Wet van Murphy heet dat. Daar stonden we dan in een compleet inhoudsloze woonkamer.

Fiona snikte zachtjes en hield mijn hand stevig vast, alsof ze het gevoel had ieder moment onderuit te kunnen gaan. Dat gevoel had ik zelf eerlijk gezegd ook.
 
Ik kon geen woord uitbrengen en staarde alleen maar naar het gelige behang, dat ooit gebroken wit was, maar de eindeloze nicotine-invasie niet had doorstaan. Misschien hadden ze dat er ook beter maar meteen af kunnen halen. Ik rilde van mijn eigen misplaatste gedachtekronkel.
“Do?” hoorde ik Fiona onzeker fluisteren.
“Ja?” fluisterde ik terug.
“Denk je dat als ik morgenochtend wakker wordt alles weer is zoals het was?”

Ik draaide me naar haar om en keek in haar doffe groene ogen. Welke woorden boden nou troost op een afschuwelijk moment als dit?

“Je kunt wel zo lang in mijn huis, dan blijf ik bij Cat. Totdat we al je spullen hebben teruggevonden.”
Fiona snoof. “Op Marktplaats zeker.”
Ik lachte vreugdeloos en kneep even in haar hand.
 
Cat was intussen naar boven gelopen, omdat het haar allemaal te lang duurde. “Zeg schatten, ik wil niet veel zeggen, maar...” Ze stopte abrupt met praten toen ze de kamer in kwam lopen. Haar mond viel letterlijk open. “Christus, wat is hier gebeurd?”

Ze liep een rondje door de lege kamer. Haar voetstappen klonken hol in de leegte. Fiona barstte opnieuw in snikken uit en ik sloeg mijn armen stevig om haar heen. Cat keek ons met wijd opengesperde ogen aan, maar wist van verbijstering niets uit te brengen. Ik hield Fiona stevig vast en kon mijn eigen tranen ook niet meer bedwingen. Ik was in staat om degene die dit op z’n geweten had eigenhandig de nek om te draaien.
 
We hoorden voetstappen die dichterbij kwamen. We keken alledrie verbaasd naar de deuropening. Fiona maakte zich van me los en veegde de tranen uit haar gezicht.
 
“Waar kom jij in godsnaam vandaan?”
 
Eliza leek haar niet te horen. Ze keek vol ongeloof de kamer rond. Aan haar linkerarm kleefde een baby. Cat en ik wisselden een korte blik uit, waar enige ontreddering uit sprak. Eliza bleef in de deuropening staan en richtte haar grote blauwe ogen op Fiona, die met haar armen slap langs zich leek te twijfelen of ze haar nu moest omhelzen, of moest slaan. Als ze geen kind op haar arm had gehad, zou ze waarschijnlijk voor het laatste hebben gekozen.
“Wat is dit?” vroeg Eliza onthutst.
 
Fiona deed voorzichtig een stap haar kant op. “Wat dit is?” vroeg ze met fonkelende ogen die een opkomende boosheid verrieden. “Dit is nou een extreme make-over. Morgen komen ze de rest halen. En volgende week krijg ik een compleet nieuw interieur. Weliswaar op eigen kosten, maar dat mag de pret niet drukken.”
 
We staarden elkaar aan, maar niemand zei iets. Eliza leek werkelijk van haar stuk gebracht door de lege aanblik. Ze hield de baby dicht tegen zich aan. De dreumes sliep. “Fioon, wat is er allemaal aan de hand?” vroeg ze.
Fiona zette nog een stap in haar richting. “Dat mag jij mij verdomme wel eens uitleggen. En je hébt heel wat uit te leggen!” Haar woede weerkaatste tegen de muren.
 
Eliza zuchtte. Er leek ineens iets van haar af te vallen. Haar ogen schoten vol tranen. “Ja, dat heb ik, dat weet ik.” Ze liep naar het raam en ging in de vensterbank zitten. We draaiden ons naar haar om en wachtten gespannen af.
“Ik ben een paar dagen ondergedoken.”
Fiona pufte, nog altijd furieus. “Natuurlijk, achter welke boekenkast heb je gezeten?”
“Niet zo hard, ik wil de baby niet wakker maken”, siste ze. Ze keek liefdevol op het mannetje neer. “Ik moest even weg. Omwille van hem hier.” Ze knikte kort naar de uk op haar arm.
“Waarom heb je me niet verteld dat je een kind hebt?” vroeg Fiona op gedempte toon.
 
“Dit is niet mijn kind, maar dat van Irma.”
 
Ik dacht dat ik flauwviel. Cat opende haar mond, maar dat was eerder om naar lucht te happen dan om iets te willen zeggen. Fiona stond roerloos in het midden van de kamer en keek haar slechts onnozel aan. Ik ging naarstig op zoek naar iets om op te kunnen zitten en plofte uiteindelijk maar op de parketvloer.
Eliza slikte even. “Irma was zwanger zonder het te weten. Op een dag beviel ze van een zoon.”
“Dat bestaat niet”, zei ik vol ongeloof.
Eliza sloot even haar ogen. “Het is echt waar. Ze heeft kort iets met een jongen gehad in de kliniek waar ze haar therapie had, ze was daar intern. Irma is psychiatrisch patiënt. Ze kon het kind daarom niet houden en haar ouders wisten ook niets.”
 
“Zij en ik hebben kort iets met elkaar gehad”... Ze stokte even. “Nou ja, we hebben een paar keer met elkaar gezoend. Zij maakte er meer van dan het was. Ik deed het meer uit nieuwsgierigheid, hoe het zou zijn om met een meisje te zoenen. Dat werd uiteindelijk niets, maar we gingen daarna nog vrij goed met elkaar om, ook doordat ik destijds verkering kreeg met Patrick, haar broer. In alle radeloosheid hebben we toen besloten dat we net zouden doen alsof ik degene was die zonder het te weten zwanger was, met Patrick als vader. Zo bleef het kind nog in de familie en dus dicht bij haar. Alleen denkt Patrick nu dus werkelijk dat hij een zoon heeft.”
 
Zoveel onwaarschijnlijkheid werkte bij Cat op de lachspieren. Ze begon zachtjes te giechelen en kon er niet meer mee ophouden.
 
Fiona en ik bleven haar aankijken, totaal overdonderd en verbijsterd.
“Het was nog een heel gedoe”, ging Eliza verder. “Ik moest mijn ouders vertellen dat ik een kind had. Dat ik seks had gehad voor het huwelijk en ook nog eens onbeschermd. En Patrick, god, die jongen wist niet hoe ‘ie het had. Mijn vader was helemaal ten einde raad. Hij geloofde mijn verhaal natuurlijk niet en ik heb hem meegesleept naar specialisten om hem te overtuigen van het feit dat dergelijke zwangerschappen wel degelijk voorkomen, hoe ongelofelijk het ook is.”
 
Eliza wendde zich tot Fiona. “Ik zocht een onderkomen voor ons. Voor deze kleine en mij. Irma wil haar kind terug, maar ik weet zeker dat ze niet voor hem kan zorgen. Ze is te labiel en te onvoorspelbaar. Bij zo iemand kun je toch geen kind onderbrengen?”
“Ik hoop dat dit een retorische vraag was”, zei Fiona mat.

Eliza zweeg even, irriteerde zich duidelijk aan het gegiechel van Cat en keek toen naar mij. “Toen ze eenmaal wist dat ik naar Rotterdam was gegaan sloegen bij haar de stoppen door. Ik had de baby zolang ondergebracht bij mijn ouders omdat ik weet dat Irma daar niet zomaar een poot aan de grond krijgt. Als ze zou vertellen hoe het werkelijk zat, zou het haar verhaal tegen het mijne zijn. En wie gelooft er nu een dergelijk relaas van iemand met zo’n medische achtergrond? Ik dacht daarom dat ik wel veilig zou zijn voor haar. Maar dat bleek dus niet zo. Via mijn vader, die nog wel eens loslippig wil zijn in al zijn naïviteit, wist ze wie er bij mij aan de deur waren geweest, die dag na de Efteling.”
 
“Ja, en dan, hoe weet ze dan wie ik ben, waar ik woon?” vroeg Fiona.
“Via Myrthe. Tijdens carnaval”, zei Eliza met een schuin hoofd. (zie PD 27, red.)
Cat hield op met giechelen. Ik keek van haar naar Fiona en weer terug. “Ja, nu snap ik het wel”, zei ik langzaam. “Myrthe en zij raakten in gesprek en de rest kunnen we wel invullen. Irma draaide de boel om en Myrthe, in al haar onwetendheid, gaf haar precies de info die ze nodig had, denkende ons daarmee te helpen, om ons te waarschuwen tegen jou.” Ik draaide me weer om naar Eliza. Die knikte alleen maar.
“Ik denk dan ook dat Irma hierachter zit”, zei ze zacht.
 
We lieten onze blikken nog eens door de kale ruimte dwalen. Het leek inderdaad niet het werk van iemand met een gezond stel hersens.
 
“En die sms-jes idem dito.”
“Ik hoop het”, zei Cat, die haar spraak eindelijk weer had gevonden. “Dan weten we tenminste waar we het zoeken moeten.”
 
Zelfs de stilte die viel klonk hol. We lieten Eliza’s verhaal op ons inwerken en zonken diep weg in onze eigen gedachten.
Hoewel het veel verklaarde, riep het natuurlijk ook weer vragen op. Hoe kwam Irma bijvoorbeeld aan mijn telefoonnummer? En hoe wist ze van Yvette, wier naam ze had misbruikt, toen ze bij Eliza’s ouders langs ging om te polsen waar Eliza was?
 
Ik keek naar het slapende mannetje op haar arm. Het was eigenlijk een heel vertederend gezicht en ik kon een flauwe glimlach niet onderdrukken. Ik verlegde mijn blik en haar ogen ontmoetten de mijne. Toen zag ik het. Alle onschuld en wanhoop was eruit verdwenen. In plaats daarvan zag ik een fonkeling die ik eerder ook had gezien bij Cat op de overloop. Ze bleef me strak aankijken. Ik voelde mijn maag een kwartslag draaien en moest denken aan de woorden van Myrthe eerder op de avond.
 
Zou zij dan verdomme toch gelijk hebben?

Volgende week zondag meer lesbisch feuilleton! Lees eerdere afleveringen via de link hier rechtsboven (het archief van Paringsdans).