Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 35

Gepubliceerd op: 08 mei 2005

Paringsdans
Dominique heeft iets met Cat, Fiona iets met Eliza. Hoe zit het met Eliza en haar kind? Waar zijn ze? Is Eliza stiekem gek op Dominique? Wie stuurt Dominique anders die rare smsjes? Is het de ietwat geflipte Yvette? Of toch Eliza? Of Irma? Wat ís eigenlijk Irma's rol in dit alles? De meiden naderen de ontknoping van het raadsel.  


Fiona parkeerde haar auto in een achteraf straatje in Den Haag. Het was intussen donker geworden. Onderweg van Breda naar hier was ik na alle in’s en out’s van Jos steeds pissiger geworden en wilde koste wat het kost verhaal halen bij Yvette. Maar nu we praktisch voor haar deur stonden voelde ik me lang zo zeker niet meer.

Yvette was onvoorspelbaar en haar psychopathische woede-uitbarstingen inmiddels algemeen bekend. Ik aarzelde dan ook om uit te stappen.
 
“Nah, gaan we nog bewegen, of schieten we liever wortel”, probeerde Fiona me aan te sporen, “anders rijd ik door naar de kroeg namelijk.”

Ik keek de slecht verlichtte straat in. In een paar huizen brandde licht, maar het overgrote deel was aardedonker. “Ik kan het niet goed zien vanaf hier, maar volgens mij is ze niet eens thuis”, zei ik al voor me uit turend.
“Wat is dat nou jammer zeg.” Fiona deed haar gordel weer om en startte de motor. Ze keerde en reed de straat uit.
“Waar gaan we nu heen?” vroeg ik.
“Naar Myrthe, daar zijn we toch vlakbij en die heeft ook een bar.” 

Later...

Myrthe kwam de kamer ingelopen met twee glazen Campari, die ze aan ons overhandigde en nestelde zich weer op haar tweezittertje.
Fiona nam een grote slok. “God, wat had ik hier behoefte aan zeg.” Ze veegde een paar ontsnapte druppels van haar kin.

“Dus jullie komen nu bij Eliza’s pa vandaan?” vroeg Myrthe.
Ik zuchtte en knikte. We vertelden haar wat we van haar vader hadden gehoord over Irma en Yvette.
“Oh? Raar, Yvette is volgens mij met haar zus op vakantie.”
Fiona en ik staarden haar wazig aan. “Sinds wanneer?” vroeg ik ongelovig.

Myrthe wierp even een blik op het plafond. “Vorige week? Marga zei zoiets. Ze wilden eerst samen gaan, maar ja, na de zoveelste keer bonje ging dat niet door en nam Yvette haar zus mee. Volgens mij zitten ze op Kreta.”
 
“Maar,” zei ik verward mijn hoofd schuddend, “Als Yvette op  vakantie is, wie was er dan met Irma bij Eliza’s vader?”
 
“Ja, en dat vraag je aan mij, júllie komen net bij die kerel vandaan!”
We sloegen onze glazen achterover en hielden die in de lucht voor een re-fill. Myrthe begreep dat we meer nodig hadden om dit nieuws te verwerken en kwam terug met de fles. “Op voorwaarde dat er niet meer wordt gereden.”
 
Fiona schonk ons bij. “Misschien heeft haar vader zich vergist.”
“Nou, hij was anders meteen overtuigd toen je de naam Yvette noemde”, zei ik.
“Misschien was Irma met iemand die zich uitgaf voor Yvette”, opperde Myrthe.
“Met welk doel dan?” vroeg ik geïrriteerd.

Fiona zakte nog verder onderuit in de fauteuil. “Het suggereert dan dat Irma weet hoe gevoelig Yvette bij ons ligt en waardoor dit komt. Maar dat moet iemand haar toch hebben ingefluisterd?”
“Nou dan weet ik wel wie”, zei Myrthe stellig.
 
We keken haar vragend aan.
“Nah, denk nou eens na. Er is er maar een die al wekenlang als schakel fungeert tussen Irma en ons allemaal hier. En het is ook wel heel toevallig dat ze nu plotsklaps zoekgeraakt is.”
“Eliza?” riep ik verbaasd uit.

Fiona had haar glas alweer leeg en boog zich voorover naar de fles op tafel. “Weet je dat ik daar zelf ook aan heb gedacht de afgelopen tijd. Tot aan vanmiddag dan, al vond ik het wel weer een beetje toevallig dat de tentakels van Yvette tegenwoordig kennelijk al tot aan Breda reiken.”
Myrthe stond op om wat wierook en kaarsjes aan te steken.
Mijn mobiel ging af. Het was Cat. “Dag liefste van me, waar hang je in hemelsnaam uit?”
Ik vertelde haar in het kort over ons laatste bezoek aan Breda. “We zitten nu bij Myrthe, kom je ook?”
“Is goed. Je ziet me zo schat.”

Het voelde alsof ik Cat al dagen niet had gezien. En gevoeld. En, godbetert, had geproefd. Ik voelde hoe ik haar nodig had en was blij dat ze onze kant opkwam.
 
“Om er nog even op terug te komen”, zei Myrthe terwijl ze weer ging zitten, “Snappen jullie nog hoe het zit, want ik ben echt de draad kwijt.”
Fiona trok een grimas. “Als je ’t allemaal zou opschrijven en ik zou het nu teruglezen, dan kon je me denk ik wegdragen.”
“Ja, het is wel een hele slechte soap”, moest ik toegeven.
“Ik snap ook de clou niet”, zei Myrthe na een slok bier. “Eliza en Irma hebben duidelijk iets uit te vechten, maar ik kan me ook niet aan de indruk ontrekken dat ze samen iets bekokstoven.”
 
Dat vond ik wat vergezocht en het leek ook niet overeen te komen met wat we tot dusver te weten waren gekomen.
 
Fiona stak een sigaret op. “Er is een derde in het spel en dan heb ik het niet over Patrick. Die jongen weet amper wat er speelt volgens mij. Het enige dat hij wil is zijn kind graag zien, nou daar kan ik me alles bij voorstellen.”
“We hebben alles al een de revue laten passeren en steeds zitten we er weer naast. Volgens mij draait het alleen maar om wraak”, zei ik.
Fiona zuchtte. “Ik wil eigenlijk helemaal niet meer weten hoe het precies zit, ik wil alleen dat het ophoudt.”
“En Eliza?” kon ik niet nalaten te vragen.
“Ik wil dat ze terugkomt. Als ik maar weet dat alles goed is.”

In de stilte die viel dronken we onze glazen voor de zoveelste keer leeg en schonken ze gemakshalve ook maar weer vol.
 
“Dat grietje met wie ik had gezoend”, verbrak Myrthe de stilte, “Die we tijdens onze zoektocht in Breda tegen het lijf liepen in dat ene café stond gisteren op mijn voicemail. Of we weer iets af kunnen spreken.”
“Ik hoef geen mensen uit Breda meer om me heen voorlopig”, zei ik half lachend.
“Nou jij hoeft er ook niks mee te doen. Niet dat ik hiermee wil zeggen dat ik dat wel wil, maar god, het is wel een lekker ding natuurlijk.”
 
Fiona grinnikte. “Net als die ene blonde in Amsterdam? God, wanneer was het, een keer op Koninginnedag of zo, buiten bij de Vie. Toen had je er ook een aan de haak geslagen. Typeerde je ook als een lekker ding. Nou al was ze de laatste op aarde. Maar goed dat je zo strontlazarus was.”
Myrthe barstte in schaterlachen uit. “Ja, die ja, god hoe heette ze nou, Marianne, Marlene? Geen idee, maar die had ik ook nog mee naar huis genomen. De volgende dag zag ik in de spiegel dat ik onder de krassen zat. Mijn hele rug lag zo’n beetje open. Ik kon me echt niet herinneren dat we zo tekeer waren gegaan. Al helemaal niet toen ik haar weer zag die ochtend, schrok me verdomme wezenloos.”
 
Ik verslikte me bijna en keek naar Fiona. “Weet je nog dat jij eens een vriendinnetje had die als ze klaarkwam de hele buurt bijeen gilde?”
“Nee hoor, dat weet ik niet meer. Helemaal blanco.”
Myrthe en ik werden overvallen door de slappe lach. “Schrok je niet, de eerste keer?” hinnikte Myrthe.
Fiona proestte. “Ja wat denk jij, ik dacht verdomme dat de Derde Wereldoorlog uitbrak. Mijn buren ook trouwens. Ik heb er die keren erna maar een kussen overheen gelegd.”
 
Ik deed het bijna in mijn broek.
 
“Nou ja Do, zeg jij nou niks. Jij had er een die het nog nooit had gedaan en niet tot een hoogtepunt durfde te komen. Steeds als je er bijna was, schoot alles weer terug, kon je weer opnieuw beginnen. En zij maar brullen; ja nu, ja nu, ja nu echt.”
Ik lag te schuddebuiken op de grond. “Op den duur heb ik het maar opgegeven, ik had ook geen snipperdagen meer.”
We gierden het uit. De tranen stroomden over mijn wangen.
“Oh god, we zijn eigenlijk een stel draken”, hikte Fiona.
Myrthe veegde met de mouw van haar truitje langs haar gezicht. “Als ik jullie zo hoor vind ik die paar nagels in mijn rug eigenlijk helemaal niet zo erg.”
 
De bel ging en Myrthe deed open. Eindelijk, daar was mijn grote liefde. “Hallo schatten.” Cat liep direct naar me toe en kuste me. Ik kuste haar terug en beet even speels in haar onderlip. “Hm, volgens mij heeft iemand me gemist”, zei ze plagerig en plofte op de bank. “Jullie zien er een beetje verlopen uit, als ik zo vrij mag zijn.” Ze keek het kleine kringetje rond.
“Dat komt deels door de drank, maar meer nog doordat we zojuist even wat ervaringen ut het verleden met elkaar deelden”, zei Myrthe en zette een biertje voor Cat op tafel.
 
We hadden het even niet meer over de Eliza’s en Irma’s  en Yvette’s van deze wereld, maar lachten om stommiteiten, blunders, mislukte versierpogingen en regelrechte blauwtjes. Uiteindelijk besloot Cat dat het genoeg was geweest. “Ik wil thuis lekker met je vrijen”, fluisterde ze en stond op om mijn jas te halen die ik bij binnenkomst op de eettafel had gesmeten. We kusten Myrthe welterusten en namen Fiona met ons mee omdat die in geen geval meer in staat was zelf te rijden.
 
Eenmaal terug in Rotterdam zetten we Fiona af bij haar appartement en wachtten zoals altijd tot ze boven was en de deur achter zich had dichtgegooid. Net toen we een bocht wilden draaien om de weg op te kunnen rijden, verscheen ze weer in de deuropening. Ik gaf Cat een por. “Wacht even, ik denk dat ze iets is vergeten.”
 
Ik stapte uit en liep een stukje terug. Eenmaal dichterbij zag ik het afgrijzen op haar gezicht.
 
Toen ik nog dichterbij kwam, de tranen en de grote uitpuilende groene ogen. Haar lippen vormden woorden, maar ik kon haar vanaf beneden niet verstaan. Het was al laat dus ik wilde haar niet laten schreeuwen. Ik liep de trap op naar boven.
 
Toen ik bij haar kwam stamelde en stotterde ze en hield uiteindelijk haar hand voor haar mond. “Mijn god, wat is er?” siste ik geschrokken. Fiona schudde haar hoofd en knikte vervolgens richting de hal van haar flat. Ik liep voorzichtig naar binnen, geen idee wat me te wachten stond. Mijn hart bonkte in mijn keel. Ik zag bijna niets, mijn ogen moesten wennen aan het donker. Toen ik in de kamer kwam was het alsof ik een stevige klap in mijn gezicht kreeg. Mijn adem stokte. De woonkamer was leeg. Kaal. Totaal gestript.
 
Haar hele huisraad was verdwenen.


Volgende week zondag: misschien meer info over waar Fiona's meubels gebleven zijn?