Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 34
Gepubliceerd op: 01 mei 2005
Dominique en Fiona zijn samen op pad om een ingewikkelde zaak uit te zoeken. Via Fiona's nieuwe liefde gebeuren er nogal wat rare dingen en de meiden willen uitzoeken wie nu precies wat doet. Wie stuurt de rare smsjes, wie is de geheimzinnige derde persoon en misschien nog wel de belangrijkste vraag: waar is Eliza heen met haar kind? Volg je het soms niet meer, ga dan even naar het archief en lees de eerdere afleveringen van Paringsdans!
Jos, de vader van Eliza, beschreef de vriendin van Irma en we konden niet anders concluderen dan dat hij het over Yvette had. Patrick, de vader van Eliza’s kind, was hem nog niet eens de spreekwoordelijke doorn in het oog.
Eigenlijk ging het deze man niet zozeer om de personen die zijn leven tot een hel hadden gemaakt, zoals hij zelf omschreef, maar om het feit dat hij totaal geen controle had over de ontstane situatie.
Hij zag zijn enige dochter er met de eerste de beste knul vandoor gaan en vervolgens bleek ze ook nog eens zwanger. Dat een mensenleven het mooiste geschenk is van god staat voor hem buiten kijf, maar dat uitgerekend zijn dochter van amper twintig jaar haar schoot had opengesteld, wierp een heel ander licht op die overtuiging.
Jos vocht overduidelijk met zijn geweten en alle principes die hem eens zo dogmatisch waren opgelegd.
We staarden alledrie naar onze lege kopjes. Ik was in gedachten verzonken. Het feit dat Yvette en Irma elkaar dus kenden had me compleet verrast. Die mogelijkheid was totaal niet bij me opgekomen. Waarvan en hoe lang ze elkaar al kenden boeide me nog het minst. Ze zullen eens met elkaar in gesprek zijn geraakt en op een gegeven moment hun frustraties met elkaar hebben gedeeld, ergens aan een of andere bar, onder het genot van veel drank.
Ongetwijfeld kwam het gesprek op Marga en Eliza en al snel zal de link met ons gelegd zijn. Eliza die bij ‘ene Fiona' in Rotterdam verblijft, de Fiona van Dominique, die Myrthe kent, die weer de ex is van Marga. Je hoeft geen wiskundige te zijn om de rekensom vervolgens op te lossen.
Misschien hadden ze op dat moment een soort pact gesloten; ik krab jouw rug en jij de mijne. Wie welke stappen heeft genomen als het gaat om het sturen van vervelende sms-jes deed er naar mijn mening niet zo veel toe. Wie van de twee er nu eigenlijk gestoorder was al evenmin.
“Ik krijg sinds enkele weken nare berichtjes op mijn telefoon”, verbrak ik de stilte. “Ik denk dat het te maken heeft met wat er speelt tussen Irma, Patrick en Eliza. Die Yvette waar u het over had”, richtte ik me tot Jos, “Is de vriendin van een vriendin van ons. Marga. Ze hebben een tamelijk gewelddadige relatie. Yvette heeft haar meerdere keren ernstig mishandeld en wij, Fiona en ik hebben evenzo vaak geprobeerd Marga uit die relatie te praten. Er is zelfs politie bij geweest.”
Jos trok even een wenkbrauw op, maar zei niets.
“Ik denk dat Yvette Irma zo ver heeft gekregen om mij te bedreigen, uit wraak. Om me duidelijk te maken dat ik me met mijn eigen zaken moet bemoeien. Toen haar eenmaal ter oren was gekomen dat Eliza, het meisje waar Irma zo verliefd op is, bij mijn vriendin zat, kreeg ze het genereuze plan om die peniebele situatie uit te buiten voor eigen gewin.”
Jos onderbrak me. “Irma verliefd op Eliza?” vroeg hij verbaasd.
Ik knikte. “Ja, ik denk dat Irma al heel lang verliefd is op uw dochter. En toen Patrick, haar eigen broer nota bene, iets met haar kreeg sloegen de stoppen door. Helemaal toen ook nog eens bleek dat ze zwanger was. Ik denk dat in die periode het stalken is begonnen.”
Jos knikte langzaam. “Ja, ja dat kan. Ik weet dat Eliza in die tijd net als u heel nare berichtjes kreeg en brieven. Bijzonder dreigend. Zelfs mijn vrouw kon er niet door slapen.”
“Irma was tijdens carnaval met vriendinnen in Den Bosch”, nam Fiona het gesprek van me over. “ Daar waren Myrthe en Marga toen ook. (zie PD 24, red.)
Via Yvette zal Irma geweten hebben wie zij waren. Tegen Myrthe heeft ze toen het verhaal afgestoken dat het juist Eliza was die haar lastig viel.” Fiona slikte even en keek me zijdelings aan.
“Doordat Eliza zich, eh, nogal onbehoorlijk had gedragen naar Dominique toe, leek dat verhaal ons zeer aannemelijk. We dachten daarom heel lang dat Eliza achter de bedreigingen zat.”
Jos zuchtte en keek ons allebei lang aan voor hij weer iets zei. “Eliza....”, hij stokte even. “Eliza is een niet zo stabiel meisje. Die Patrick zal zich op een zeker moment over haar hebben ontfermd en van het een is kennelijk het ander gekomen. Kijk, ik ben een vroom man, ga elke week trouw naar de kerk en probeer mijn leven in te richten volgens de wetten van god. Maar ik heb niet overal vat op. Ik weet al langer dat mijn dochter van de, eh, vrouwenliefde is, zeg maar. Dat was een hele schok, kan ik u vertellen. Ik dacht altijd dat haar labiliteit daaraan ten grondslag lag en dus probeerde ik haar koste wat kost te behoeden voor een dergelijk verderfelijk leven.”
Fiona ging verzitten en ik zag aan haar gezicht dat ze daar maar wat graag tegenin wilde gaan. Ik legde mijn hand op haar arm, ten teken dat dit niet het moment was om uit te vechten wat nu precies wel of niet verderfelijk was in deze wereld.
“Maar ik wist ook wel dat dat tegen beter weten in was”, vervolgde Jos. “Helemaal toen jullie hier ineens voor de deur stonden, op een zondag nog wel. Ze wist dondersgoed dat de haren me te bergen zouden rijzen. Maar dat is Eliza, continu uitproberen, steeds weer de grens opzoeken van wat wel en niet kan.”
Fiona kon het toch niet laten daarop in te haken. “Meneer, met alle respect, maar komt het misschien niet door het strakke keurslijf waar ze van u in moet leven? Denkt u niet dat het geloof haar juist enorm uit evenwicht brengt?”
Hij keek haar niet begrijpend aan. Fiona bevochtigde haar lippen. “Ik bedoel, Eliza zit met vragen over het leven, ontdekt dat ze op vrouwen valt en heeft geen idee hoe daar mee om te gaan, omdat hier binnen de kerk nu niet bepaald vrij over wordt gesproken. En thuis blijkbaar ook niet. Dat geworstel met haar identiteit lijkt mij juist de reden dat ze zich vrij heeft willen vechten, inderdaad continu die strijd aan wilde gaan.”
Jos reageerde niet. Hij leek daadwerkelijk over haar woorden na te denken. Hij stond op en liep naar het dressoir tegenover de eetkamertafel waaraan we zaten. “Vinden jullie het erg als ik een sigaret opsteek, ik moet echt even roken.”
Fiona en ik keken elkaar enigszins triomfantelijk aan. “Nou vind u het erg dat we met u meedoen”, zei Fiona, “mijn longen smeken om nog diepere verkleuring.”
Luttele tellen later dampten we de kamer gezellig blauw. Eindelijk kalmeerde ik een beetje. Het deed me ergens goed om meer inzicht te krijgen in de achtergrond van Eliza en mede daardoor in de hele situatie. Toch waren er nog een paar struikelblokken. Eliza was verliefd op mij en niet op Fiona. Fiona was verliefd op Eliza en wist nog altijd niet wat nu het beste was om te doen; haar de deur wijzen of haar blijven opvangen. En nog belangrijker: we hadden geen idee waar ze kon zijn.
“Waar zou Eliza heen gaan met de baby, denkt u?” vroeg ik voorzichtig. Jos spuugde de rook richting het nicotinekleurige plafond. “Na alles wat ik tot nu toe heb gehoord mag ik toch hopen dat ze in elk geval terug naar u gaat”, zei hij terwijl hij Fiona aankeek. Die verschoof ongemakkelijk op haar stoel. “Maar we weten het niet zeker. Is er iemand anders naar wie ze toe kan, iemand die ze vertrouwd?”
Jos haalde zijn schouders op en zijn blik werd ernstiger. “Moeten we de politie waarschuwen anders?”
Ik keek even naar Fiona en toen weer naar Jos. “Nou, laten we niet meteen van het ergste uitgaan”, zei ik op kalmerende toon.
“Maar ze kan toch niet gaan rondzwerven met een kind?” vroeg hij met wijd opengesperde ogen.
“Probeer haar eens te bellen”, zei ik tegen Fiona. Die pakte haar mobiel uit haar zak en scrolde door het menu voor het nummer. Ze drukte op een toets en hield de telefoon tegen haar oor. Na een paar seconden hing ze op. “Voicemail.”
“Bel jezelf eens”, opperde ik. Fiona trok een gezicht en vroeg zich hardop af of ik niet goed bij m’n hoofd was. “Doe het nou maar, dan kun je je eigen antwoordapparaat inspreken. Als Eliza intussen bij jou is dan hoort ze dat en misschien neemt ze dan wel op.”
Dat vond ze toch wel goed bedacht. Ze toetste haar eigen nummer in en liet de telefoon aan de andere kant overgaan tot ze de piep van het antwoordapparaat hoorde. “Hallo? Eliza ben je daar? Als dat zo is, wil je dan de telefoon opnemen?”
Het bleef stil. “Eliza, ik ben het, Fiona, zou je willen opnemen als je er bent?”
Geen reactie. Ze wachtte even en hing toen zuchtend op. “Helaas...”
Verdomme, waar hing dat mens uit? Na al haar versiertrucs was ik uiteindelijk een soort van allergisch voor haar geworden en nu begon ik me nog ongerust te maken ook.
“Hoe lang is ze al weg?” vroeg Jos, duidelijk nerveus.
“Een dag”, zei Fiona.
“Dat is zeker nog niet lang genoeg om haar als vermist te mogen opgeven?”
We haalden tegelijk onze schouders op. “Geen idee”, zei ik.
“Weet u wat”, zei Fiona terwijl ze opstond. “Wij gaan nu terug naar huis en wachten daar op haar. Zodra we meer weten bellen we u en ik hoop dat u hetzelfde doet.”
Jos stond ook op. “Ik denk dat dit wel de laatste plek is waar ze naar terugkeert, maar ik beloof u op de hoogte te houden, als ik meer weet bel ik.”
Fiona en Jos wisselden telefoonnummers uit en even later zaten we weer in de auto, dit keer met Fiona achter het stuur en ik er keurig naast.
“Oké, wat nu?”
“Nou wat dacht je van een borrel”, zei Fiona terwijl ze de auto startte. “We hebben verdomme nogal wat info uitgewisseld. Hier moet je kijken”, ze hield haar handen voor zich uit, “ik lijk wel een Parkinson patiënt.”
We reden richting Rotterdam. Net toen Fiona de snelweg af wilde gaan, gaf ik een ruk aan het stuur. “Godverdomme ben je wel wijs!” krijste ze.
“Rijd eerst maar naar Den Haag.”
“Naar Den Haag? Waarom in godsnaam?”
“We gaan even bij Yvette langs.”
Fiona probeerde me verbijsterd aan te staren, maar ze moest haar aandacht op de weg houden. “Yvette? Wat gaan we daar verdomme doen?”
“Hetzelfde als wat zij bij ons doet; haar de stuipen op het lijf jagen.”
“Oh ja”, zei Fiona spottend, “oog om oog, tand om tand, om maar even in bijbelse termen te blijven.”
“Precies”, zei ik grimmig.
Volgende week meer Paringsdans! Klik hier voor eerdere edities.
Jos, de vader van Eliza, beschreef de vriendin van Irma en we konden niet anders concluderen dan dat hij het over Yvette had. Patrick, de vader van Eliza’s kind, was hem nog niet eens de spreekwoordelijke doorn in het oog.
Eigenlijk ging het deze man niet zozeer om de personen die zijn leven tot een hel hadden gemaakt, zoals hij zelf omschreef, maar om het feit dat hij totaal geen controle had over de ontstane situatie.
Hij zag zijn enige dochter er met de eerste de beste knul vandoor gaan en vervolgens bleek ze ook nog eens zwanger. Dat een mensenleven het mooiste geschenk is van god staat voor hem buiten kijf, maar dat uitgerekend zijn dochter van amper twintig jaar haar schoot had opengesteld, wierp een heel ander licht op die overtuiging.
Jos vocht overduidelijk met zijn geweten en alle principes die hem eens zo dogmatisch waren opgelegd.
We staarden alledrie naar onze lege kopjes. Ik was in gedachten verzonken. Het feit dat Yvette en Irma elkaar dus kenden had me compleet verrast. Die mogelijkheid was totaal niet bij me opgekomen. Waarvan en hoe lang ze elkaar al kenden boeide me nog het minst. Ze zullen eens met elkaar in gesprek zijn geraakt en op een gegeven moment hun frustraties met elkaar hebben gedeeld, ergens aan een of andere bar, onder het genot van veel drank.
Ongetwijfeld kwam het gesprek op Marga en Eliza en al snel zal de link met ons gelegd zijn. Eliza die bij ‘ene Fiona' in Rotterdam verblijft, de Fiona van Dominique, die Myrthe kent, die weer de ex is van Marga. Je hoeft geen wiskundige te zijn om de rekensom vervolgens op te lossen.
Misschien hadden ze op dat moment een soort pact gesloten; ik krab jouw rug en jij de mijne. Wie welke stappen heeft genomen als het gaat om het sturen van vervelende sms-jes deed er naar mijn mening niet zo veel toe. Wie van de twee er nu eigenlijk gestoorder was al evenmin.
“Ik krijg sinds enkele weken nare berichtjes op mijn telefoon”, verbrak ik de stilte. “Ik denk dat het te maken heeft met wat er speelt tussen Irma, Patrick en Eliza. Die Yvette waar u het over had”, richtte ik me tot Jos, “Is de vriendin van een vriendin van ons. Marga. Ze hebben een tamelijk gewelddadige relatie. Yvette heeft haar meerdere keren ernstig mishandeld en wij, Fiona en ik hebben evenzo vaak geprobeerd Marga uit die relatie te praten. Er is zelfs politie bij geweest.”
Jos trok even een wenkbrauw op, maar zei niets.
“Ik denk dat Yvette Irma zo ver heeft gekregen om mij te bedreigen, uit wraak. Om me duidelijk te maken dat ik me met mijn eigen zaken moet bemoeien. Toen haar eenmaal ter oren was gekomen dat Eliza, het meisje waar Irma zo verliefd op is, bij mijn vriendin zat, kreeg ze het genereuze plan om die peniebele situatie uit te buiten voor eigen gewin.”
Jos onderbrak me. “Irma verliefd op Eliza?” vroeg hij verbaasd.
Ik knikte. “Ja, ik denk dat Irma al heel lang verliefd is op uw dochter. En toen Patrick, haar eigen broer nota bene, iets met haar kreeg sloegen de stoppen door. Helemaal toen ook nog eens bleek dat ze zwanger was. Ik denk dat in die periode het stalken is begonnen.”
Jos knikte langzaam. “Ja, ja dat kan. Ik weet dat Eliza in die tijd net als u heel nare berichtjes kreeg en brieven. Bijzonder dreigend. Zelfs mijn vrouw kon er niet door slapen.”
“Irma was tijdens carnaval met vriendinnen in Den Bosch”, nam Fiona het gesprek van me over. “ Daar waren Myrthe en Marga toen ook. (zie PD 24, red.)
Via Yvette zal Irma geweten hebben wie zij waren. Tegen Myrthe heeft ze toen het verhaal afgestoken dat het juist Eliza was die haar lastig viel.” Fiona slikte even en keek me zijdelings aan.
“Doordat Eliza zich, eh, nogal onbehoorlijk had gedragen naar Dominique toe, leek dat verhaal ons zeer aannemelijk. We dachten daarom heel lang dat Eliza achter de bedreigingen zat.”
Jos zuchtte en keek ons allebei lang aan voor hij weer iets zei. “Eliza....”, hij stokte even. “Eliza is een niet zo stabiel meisje. Die Patrick zal zich op een zeker moment over haar hebben ontfermd en van het een is kennelijk het ander gekomen. Kijk, ik ben een vroom man, ga elke week trouw naar de kerk en probeer mijn leven in te richten volgens de wetten van god. Maar ik heb niet overal vat op. Ik weet al langer dat mijn dochter van de, eh, vrouwenliefde is, zeg maar. Dat was een hele schok, kan ik u vertellen. Ik dacht altijd dat haar labiliteit daaraan ten grondslag lag en dus probeerde ik haar koste wat kost te behoeden voor een dergelijk verderfelijk leven.”
Fiona ging verzitten en ik zag aan haar gezicht dat ze daar maar wat graag tegenin wilde gaan. Ik legde mijn hand op haar arm, ten teken dat dit niet het moment was om uit te vechten wat nu precies wel of niet verderfelijk was in deze wereld.
“Maar ik wist ook wel dat dat tegen beter weten in was”, vervolgde Jos. “Helemaal toen jullie hier ineens voor de deur stonden, op een zondag nog wel. Ze wist dondersgoed dat de haren me te bergen zouden rijzen. Maar dat is Eliza, continu uitproberen, steeds weer de grens opzoeken van wat wel en niet kan.”
Fiona kon het toch niet laten daarop in te haken. “Meneer, met alle respect, maar komt het misschien niet door het strakke keurslijf waar ze van u in moet leven? Denkt u niet dat het geloof haar juist enorm uit evenwicht brengt?”
Hij keek haar niet begrijpend aan. Fiona bevochtigde haar lippen. “Ik bedoel, Eliza zit met vragen over het leven, ontdekt dat ze op vrouwen valt en heeft geen idee hoe daar mee om te gaan, omdat hier binnen de kerk nu niet bepaald vrij over wordt gesproken. En thuis blijkbaar ook niet. Dat geworstel met haar identiteit lijkt mij juist de reden dat ze zich vrij heeft willen vechten, inderdaad continu die strijd aan wilde gaan.”
Jos reageerde niet. Hij leek daadwerkelijk over haar woorden na te denken. Hij stond op en liep naar het dressoir tegenover de eetkamertafel waaraan we zaten. “Vinden jullie het erg als ik een sigaret opsteek, ik moet echt even roken.”
Fiona en ik keken elkaar enigszins triomfantelijk aan. “Nou vind u het erg dat we met u meedoen”, zei Fiona, “mijn longen smeken om nog diepere verkleuring.”
Luttele tellen later dampten we de kamer gezellig blauw. Eindelijk kalmeerde ik een beetje. Het deed me ergens goed om meer inzicht te krijgen in de achtergrond van Eliza en mede daardoor in de hele situatie. Toch waren er nog een paar struikelblokken. Eliza was verliefd op mij en niet op Fiona. Fiona was verliefd op Eliza en wist nog altijd niet wat nu het beste was om te doen; haar de deur wijzen of haar blijven opvangen. En nog belangrijker: we hadden geen idee waar ze kon zijn.
“Waar zou Eliza heen gaan met de baby, denkt u?” vroeg ik voorzichtig. Jos spuugde de rook richting het nicotinekleurige plafond. “Na alles wat ik tot nu toe heb gehoord mag ik toch hopen dat ze in elk geval terug naar u gaat”, zei hij terwijl hij Fiona aankeek. Die verschoof ongemakkelijk op haar stoel. “Maar we weten het niet zeker. Is er iemand anders naar wie ze toe kan, iemand die ze vertrouwd?”
Jos haalde zijn schouders op en zijn blik werd ernstiger. “Moeten we de politie waarschuwen anders?”
Ik keek even naar Fiona en toen weer naar Jos. “Nou, laten we niet meteen van het ergste uitgaan”, zei ik op kalmerende toon.
“Maar ze kan toch niet gaan rondzwerven met een kind?” vroeg hij met wijd opengesperde ogen.
“Probeer haar eens te bellen”, zei ik tegen Fiona. Die pakte haar mobiel uit haar zak en scrolde door het menu voor het nummer. Ze drukte op een toets en hield de telefoon tegen haar oor. Na een paar seconden hing ze op. “Voicemail.”
“Bel jezelf eens”, opperde ik. Fiona trok een gezicht en vroeg zich hardop af of ik niet goed bij m’n hoofd was. “Doe het nou maar, dan kun je je eigen antwoordapparaat inspreken. Als Eliza intussen bij jou is dan hoort ze dat en misschien neemt ze dan wel op.”
Dat vond ze toch wel goed bedacht. Ze toetste haar eigen nummer in en liet de telefoon aan de andere kant overgaan tot ze de piep van het antwoordapparaat hoorde. “Hallo? Eliza ben je daar? Als dat zo is, wil je dan de telefoon opnemen?”
Het bleef stil. “Eliza, ik ben het, Fiona, zou je willen opnemen als je er bent?”
Geen reactie. Ze wachtte even en hing toen zuchtend op. “Helaas...”
Verdomme, waar hing dat mens uit? Na al haar versiertrucs was ik uiteindelijk een soort van allergisch voor haar geworden en nu begon ik me nog ongerust te maken ook.
“Hoe lang is ze al weg?” vroeg Jos, duidelijk nerveus.
“Een dag”, zei Fiona.
“Dat is zeker nog niet lang genoeg om haar als vermist te mogen opgeven?”
We haalden tegelijk onze schouders op. “Geen idee”, zei ik.
“Weet u wat”, zei Fiona terwijl ze opstond. “Wij gaan nu terug naar huis en wachten daar op haar. Zodra we meer weten bellen we u en ik hoop dat u hetzelfde doet.”
Jos stond ook op. “Ik denk dat dit wel de laatste plek is waar ze naar terugkeert, maar ik beloof u op de hoogte te houden, als ik meer weet bel ik.”
Fiona en Jos wisselden telefoonnummers uit en even later zaten we weer in de auto, dit keer met Fiona achter het stuur en ik er keurig naast.
“Oké, wat nu?”
“Nou wat dacht je van een borrel”, zei Fiona terwijl ze de auto startte. “We hebben verdomme nogal wat info uitgewisseld. Hier moet je kijken”, ze hield haar handen voor zich uit, “ik lijk wel een Parkinson patiënt.”
We reden richting Rotterdam. Net toen Fiona de snelweg af wilde gaan, gaf ik een ruk aan het stuur. “Godverdomme ben je wel wijs!” krijste ze.
“Rijd eerst maar naar Den Haag.”
“Naar Den Haag? Waarom in godsnaam?”
“We gaan even bij Yvette langs.”
Fiona probeerde me verbijsterd aan te staren, maar ze moest haar aandacht op de weg houden. “Yvette? Wat gaan we daar verdomme doen?”
“Hetzelfde als wat zij bij ons doet; haar de stuipen op het lijf jagen.”
“Oh ja”, zei Fiona spottend, “oog om oog, tand om tand, om maar even in bijbelse termen te blijven.”
“Precies”, zei ik grimmig.
Volgende week meer Paringsdans! Klik hier voor eerdere edities.