Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 32
Gepubliceerd op: 17 april 2005
De meiden zijn onverrichter zake teruggekeerd uit Breda. Dominique gaat eindelijk weer bij Fiona langs. Samen bespreken ze het hectische verloop van de afgelopen weken. Fiona brengt Do onverwacht op een idee...
Na twee weken hadden Fiona en ik eindelijk weer met elkaar afgesproken. Uit haar sms-jes kon ik al opmaken dat het niet zo lekker met haar ging. Ik hoopte dat Eliza iets had losgelaten over zichzelf, haar ouders, Patrick, Irma en vooral haar kindje.
Ik was een beetje zenuwachtig. We kenden elkaar al zo lang, maar dit was de eerste keer dat we zo tegenover elkaar waren komen te staan. We hadden nooit ruzie. Ik dacht altijd dat het onmogelijk was om verbaal in gevecht te raken met haar. Hoewel dat nu eigenlijk ook niet eens gebeurd was. Ze had slechts een duidelijke een keuze gemaakt tussen haar nieuwe liefde en mij. En dat terwijl ze diep vanbinnen misschien wel wist dat die keuze tegen beter weten in was. Maar goed, vriendinnen of niet, hoe ver mag je gaan om iemand dat duidelijk te maken, juist als diegene zelf oogkleppen draagt en zich niet bewust lijkt van wat er werkelijk speelt. Dat was mijn dilemma van de afgelopen weken.
De deur stond al op een kier toen ik boven kwam. Ik liep de kamer in en vond Fiona met een grote mok koffie op de bank. Ze nam een slok en keek me aan met een blik die me deed aarzelen direct naar haar toe te lopen. Ik kon niet goed peilen of ze boos op me was, of teleurgesteld, of beide. Het moment van onzekerheid duurde gelukkig maar kort. Ze toverde een flauwe glimlach tevoorschijn en sloeg twee keer met haar vlakke hand op het leer van de bank, ten teken dat ze me naast zich wenste. Ik gehoorzaamde het korte commando.
Ze had nog altijd niets tegen me gezegd. Ik schraapte daarom mijn keel om de gespannen stilte te doorbreken. “Hoe is het met je?” vroeg ik aarzelend.
Ze nam nog een slok een haalde haar schouders op. “Ik heb betere tijden gekend.”
Ik knikte.
“Als je koffie wilt, staat in de keuken.” Ze klonk mat.
“Je ziet er moe uit”, zei ik.
Ze tuitte haar lippen even. “Het kan erger, maar je hebt gelijk, ik heb me wel eens frisser gevoeld.”
We zwegen weer. Het liefst had ik haar even vastgehouden, of met mijn hand plagend door haar rode krullen gewoeld, om vervolgens alle narigheid schaterend weg te lachen. Zo losten we onaangename situaties meestal op, maar er was nu te veel gebeurd om het met een dergelijk simpel gebaar af te doen.
“Ik eh...” Meer kwam er niet uit.
Fiona roerde onophoudelijk in haar koffie.
“Ik vond het heel moeilijk om het tegen je te zeggen”, begon ik.
Fiona leek mijn woorden even te laten nagalmen in haar hoofd. “Ja nou ja, ik snap het ergens ook wel…”
“Ik zou nooit tegen je liegen.”
“Dat weet ik”, zei ze half glimlachend.
Haar groene ogen kregen weer een beetje glans toen ze me aankeek. “Het was meer dat ik versteld stond van wat je allemaal zei. Ik kon m’n oren echt niet geloven. Alsof je het over twee verschillende Eliza’s had.”
“Weet je wat ik me nou al die tijd al afvraag? Hoe is het de afgelopen weken tussen jullie gegaan? Jij gaat naar je werk, zij naar college, jullie komen weer thuis en dan?”
Fiona zette haar kop op tafel en leunde naar achteren. “In het begin hebben we veel gepraat over hoe moeilijk ze het thuis had en waarom ze weg wilde. Later kwamen er steeds meer hiaten in dat verhaal, moet ik bekennen. Het is dat we die vader bijvoorbeeld zelf hebben gezien, anders zou ik ook aan dat deel van haar relaas zijn gaan twijfelen.”
“Dus jij betwijfelt ook haar wegloopreden?”
Fiona knikte langzaam. “Ik twijfel zo langzamerhand aan alles. Toen jij en Cat hier op hogen poten naartoe waren gekomen en je me vertelde over haar gedrag naar jou viel alles wel op z’n plek. Nou, er is niets erger dan je eigen bange vermoedens bevestigd te zien.”
Ik kneep even in haar hand. “ Maar hoe houd je het dan al die tijd met haar vol? Waarom gooi je haar de deur niet uit?”
“Ja wist ik het maar. De pest is dat ik gewoon echt gek ben op dat meisje, ondanks alles. Ik weet ook dat het niet wederzijds is, maar ik kan het niet over m’n hart verkrijgen haar de deur uit te zetten.”
“Maar ze belazert de boel Fioon, je hebt toch nog wel ergens enige vorm van eigenwaarde in die body van je?”
Fiona: “Nou schat, daar is eerlijk gezegd bar weinig meer van over.”
Haar ogen stonden verdrietig en ik kreeg overweldigend medelijden met haar. Het deed me pijn deze altijd vrolijke, warme, hartelijke vrouw zo neerslachtig te zien. Het was zo Fiona-onwaardig. Ik sloeg mijn arm om haar heen en schoof iets dichter naar haar toe.
Fiona legde haar hoofd op mijn schouder. “Het lijkt wel of ik twee weken geleden in een achtbaan ben gestapt die ineens heel abrupt tot stilstand is gekomen. Aanvankelijk draaien je ogen nog en je maag als het goed tegenzit, maar naar verloop van tijd realiseer je je dat je stilstaat en uit moet stappen. Alleen krijg ik dat verdomde sluitpoortje maar niet open. Drukt op mijn borst, weet je wel?”
Ik kuste haar op haar wang en glimlachte flauw.
“Hoe is ze naar jou toe?” vroeg ik.
“Ze is eigenlijk best lief.”
“Hebben jullie seks?” Het was eruit voor ik er erg in had.
“In het begin wel, nu eigenlijk niet meer. Maar we zien elkaar ook weinig momenteel. Ze is veel weg. Ik heb negen van de tien keer geen idee waar ze is.”
“Praat ze wel eens over mij?”
Fiona snoof. “Wel eens? Ze heeft het continue over je. Dat ik je moet bellen, dat we weer moeten afspreken, alles moeten uitpraten.” Ze zuchtte. “Maar ja, daar heeft ze zelf natuurlijk ook belang bij.” Ze richtte zich half op om me aan te kunnen kijken. “Op den duur deed ze zelfs geen moeite meer om voor zich te houden hoe mooi ze je vindt en hoe graag ze je wil”, schamperde ze.
“Heeft ze dat zo uitgesproken?” vroeg ik verbijsterd.
“Ja”, zei Fiona licht geprikkeld. “En ik heb je vervloekt.”
“Dat lijkt me toch de meest legitieme reden om haar de deur te wijzen.”
“Het was voor mij slechts een reden om jou bij me uit de buurt te houden. Zolang wij elkaar niet zagen, zou Eliza je wel uit haar hoofd zetten. Kan het nog naïever?”
Ze legde haar hoofd weer neer. “Als ik haar ermee confronteerde bagatelliseerde ze altijd alles en maakte er iets van waardoor het weer acceptabel werd voor mij. Vervolgens verleidde ze me, hadden we geweldige seks en ik was weer om. Do, heb je me ooit zo stom bezig gezien?”
“Eerlijk gezegd; nee. Maar liefde maakt blind schat.”
“Dat is verdomme nog een understatement”, mompelde ze.
We staarden een tijdje uit het immense raam dat uitzicht bood op de havens.
“Heeft ze het ooit wel eens met je gehad over ene Irma of Patrick?” vroeg ik.
“Nee zegt me zo niets, hoezo?”
Ik deed haar ons Breda-avontuur uit de doeken van de vorige nacht.
Fiona schoot overeind en keek me met grote ogen aan.
“Mijn god Do, dat meen je niet. Eliza is toch zeker veel te jong om moeder te zijn?”
“Ja,, mijn idee, maar we moeten er ernstig rekening mee houden dat Patrick de waarheid vertelde. Daarom wilde ik haar ouders spreken.”
Fiona staarde verbluft voor zich uit. “Met recht zeg, en?”
“Het was al laat we wilden ze niet uit bed bellen. Maar, waar is Eliza nu eigenlijk?”
Fiona haalde haar schouders op. “Weggegaan om iets op te gaan halen, geen idee wat ik er van moet denken en wanneer ze terugkomt. Als ze al terugkomt.”
“Waarom zou ze niet terugkomen?”
“Omdat ze het grootste deel van haar spullen heeft meegenomen.”
Nu was het mijn beurt om verbluft voor me uit te staren.
Fiona keek me ineens geschrokken aan. “Ze zal toch niet met dat kind hierheen komen?”
Ik moest onbedoeld lachen. Dat kind. Fiona had vele talenten, maar fatsoenlijke omgang met klein grut zat daar niet tussen. “Ik weet het echt niet. Wat als dat zo blijkt te zijn?”
“Nou, dan kun je me net zo goed van het balkon aflazeren. Met mijn hoofd naar beneden.”
Ik vouwde mijn benen onder mijn achterste en stak een sigaret op. “Fioon, wie kan er belang bij hebben dat wij uiteen worden gedreven?”
Fiona’s wenkbrauwen maakten een sprongetje. “Doel je nu op die sms-jes die je kreeg?”
Ik knikte. “Al heb ik die nu al meer dan een week niet gehad. Eigenlijk stopte dat op het moment dat Cat en ik hier stampij stonden te maken. Vanaf dat moment ben ik gaan twijfelen. Ik denk dat er zich twee verschillende scenario’s naast elkaar afspelen.”
Fiona dacht even na. “Je bedoelt Eliza en haar Bredase entourage aan de ene kant en een of andere idioot uit onze eigen kring?”
“Ja, dat denk ik.”
Ze verlegde haar blik naar de tafel en liet hem daarop rusten. “Ja maar wie dan en waarom?”
“Nou dat waarom komt later wel, ik wil eerst weten wie.”
“Myrthe en Cat vallen al af. Tamar en Jorinde ook, dat zijn allemaal goede vriendinnen die we al jaren kennen. Jet en Eva?”
Ik schudde mijn hoofd. “Nee joh, dat Sinterklaas-debacle van vorig jaar buiten beschouwing gelaten hebben we toch altijd goed met ze op kunnen schieten? Ik heb ze trouwens al in geen maanden meer gezien. Zij zouden hun pijlen eerder richten op Tamar en Jorinde, daar hadden ze een conflict mee, niet met ons.”
“Ja maar wie dan, Marga?”
“Nee Marga niet.”
We keken elkaar aan en zagen dat we beiden hetzelfde dachten.
“Yvette?” vroeg Fiona enigszins vertwijfeld.
“Ze is er verknipt genoeg voor moet ik toegeven, maar haar psychisch gestoorde woede heeft zich tot nog toe alleen op Marga gericht.”
“Nou, ben je die lel die je van haar kreeg met de kerst nu alweer vergeten? Ze had je toch goed te pakken bij de lift.”
Ja dat was natuurlijk zo. Ik was min of meer hardhandig met haar in botsing gekomen bij de lift in het hotel. Het had zelfs nog geleid tot spanningen tussen mij en Cat, omdat ik haar daar niet meteen over had verteld.
“Maar dat is maanden geleden”, wees ik haar gedachte af.
“Nou, het zou mij niet verbazen hoor. Ik denk dat Marga wel kan beamen hoe wraakzuchtig Yvette kan zijn.”
“Ja zeg, maar ik heb haar niet geslagen, het was andersom hoor.”
“Maakt niet uit, het gaat erom wat je daarvoor tegen haar hebt gezegd.”
“Dat weet ik niet meer.”
Fiona stak eveneens een sigaret op. “Zij kennelijk nog wel.”
Mijn god, zo simpel kon het toch zeker niet zijn? Had ik Eliza dan al die tijd onterecht iets in de schoenen geschoven?
Na twee weken hadden Fiona en ik eindelijk weer met elkaar afgesproken. Uit haar sms-jes kon ik al opmaken dat het niet zo lekker met haar ging. Ik hoopte dat Eliza iets had losgelaten over zichzelf, haar ouders, Patrick, Irma en vooral haar kindje.
Ik was een beetje zenuwachtig. We kenden elkaar al zo lang, maar dit was de eerste keer dat we zo tegenover elkaar waren komen te staan. We hadden nooit ruzie. Ik dacht altijd dat het onmogelijk was om verbaal in gevecht te raken met haar. Hoewel dat nu eigenlijk ook niet eens gebeurd was. Ze had slechts een duidelijke een keuze gemaakt tussen haar nieuwe liefde en mij. En dat terwijl ze diep vanbinnen misschien wel wist dat die keuze tegen beter weten in was. Maar goed, vriendinnen of niet, hoe ver mag je gaan om iemand dat duidelijk te maken, juist als diegene zelf oogkleppen draagt en zich niet bewust lijkt van wat er werkelijk speelt. Dat was mijn dilemma van de afgelopen weken.
De deur stond al op een kier toen ik boven kwam. Ik liep de kamer in en vond Fiona met een grote mok koffie op de bank. Ze nam een slok en keek me aan met een blik die me deed aarzelen direct naar haar toe te lopen. Ik kon niet goed peilen of ze boos op me was, of teleurgesteld, of beide. Het moment van onzekerheid duurde gelukkig maar kort. Ze toverde een flauwe glimlach tevoorschijn en sloeg twee keer met haar vlakke hand op het leer van de bank, ten teken dat ze me naast zich wenste. Ik gehoorzaamde het korte commando.
Ze had nog altijd niets tegen me gezegd. Ik schraapte daarom mijn keel om de gespannen stilte te doorbreken. “Hoe is het met je?” vroeg ik aarzelend.
Ze nam nog een slok een haalde haar schouders op. “Ik heb betere tijden gekend.”
Ik knikte.
“Als je koffie wilt, staat in de keuken.” Ze klonk mat.
“Je ziet er moe uit”, zei ik.
Ze tuitte haar lippen even. “Het kan erger, maar je hebt gelijk, ik heb me wel eens frisser gevoeld.”
We zwegen weer. Het liefst had ik haar even vastgehouden, of met mijn hand plagend door haar rode krullen gewoeld, om vervolgens alle narigheid schaterend weg te lachen. Zo losten we onaangename situaties meestal op, maar er was nu te veel gebeurd om het met een dergelijk simpel gebaar af te doen.
“Ik eh...” Meer kwam er niet uit.
Fiona roerde onophoudelijk in haar koffie.
“Ik vond het heel moeilijk om het tegen je te zeggen”, begon ik.
Fiona leek mijn woorden even te laten nagalmen in haar hoofd. “Ja nou ja, ik snap het ergens ook wel…”
“Ik zou nooit tegen je liegen.”
“Dat weet ik”, zei ze half glimlachend.
Haar groene ogen kregen weer een beetje glans toen ze me aankeek. “Het was meer dat ik versteld stond van wat je allemaal zei. Ik kon m’n oren echt niet geloven. Alsof je het over twee verschillende Eliza’s had.”
“Weet je wat ik me nou al die tijd al afvraag? Hoe is het de afgelopen weken tussen jullie gegaan? Jij gaat naar je werk, zij naar college, jullie komen weer thuis en dan?”
Fiona zette haar kop op tafel en leunde naar achteren. “In het begin hebben we veel gepraat over hoe moeilijk ze het thuis had en waarom ze weg wilde. Later kwamen er steeds meer hiaten in dat verhaal, moet ik bekennen. Het is dat we die vader bijvoorbeeld zelf hebben gezien, anders zou ik ook aan dat deel van haar relaas zijn gaan twijfelen.”
“Dus jij betwijfelt ook haar wegloopreden?”
Fiona knikte langzaam. “Ik twijfel zo langzamerhand aan alles. Toen jij en Cat hier op hogen poten naartoe waren gekomen en je me vertelde over haar gedrag naar jou viel alles wel op z’n plek. Nou, er is niets erger dan je eigen bange vermoedens bevestigd te zien.”
Ik kneep even in haar hand. “ Maar hoe houd je het dan al die tijd met haar vol? Waarom gooi je haar de deur niet uit?”
“Ja wist ik het maar. De pest is dat ik gewoon echt gek ben op dat meisje, ondanks alles. Ik weet ook dat het niet wederzijds is, maar ik kan het niet over m’n hart verkrijgen haar de deur uit te zetten.”
“Maar ze belazert de boel Fioon, je hebt toch nog wel ergens enige vorm van eigenwaarde in die body van je?”
Fiona: “Nou schat, daar is eerlijk gezegd bar weinig meer van over.”
Haar ogen stonden verdrietig en ik kreeg overweldigend medelijden met haar. Het deed me pijn deze altijd vrolijke, warme, hartelijke vrouw zo neerslachtig te zien. Het was zo Fiona-onwaardig. Ik sloeg mijn arm om haar heen en schoof iets dichter naar haar toe.
Fiona legde haar hoofd op mijn schouder. “Het lijkt wel of ik twee weken geleden in een achtbaan ben gestapt die ineens heel abrupt tot stilstand is gekomen. Aanvankelijk draaien je ogen nog en je maag als het goed tegenzit, maar naar verloop van tijd realiseer je je dat je stilstaat en uit moet stappen. Alleen krijg ik dat verdomde sluitpoortje maar niet open. Drukt op mijn borst, weet je wel?”
Ik kuste haar op haar wang en glimlachte flauw.
“Hoe is ze naar jou toe?” vroeg ik.
“Ze is eigenlijk best lief.”
“Hebben jullie seks?” Het was eruit voor ik er erg in had.
“In het begin wel, nu eigenlijk niet meer. Maar we zien elkaar ook weinig momenteel. Ze is veel weg. Ik heb negen van de tien keer geen idee waar ze is.”
“Praat ze wel eens over mij?”
Fiona snoof. “Wel eens? Ze heeft het continue over je. Dat ik je moet bellen, dat we weer moeten afspreken, alles moeten uitpraten.” Ze zuchtte. “Maar ja, daar heeft ze zelf natuurlijk ook belang bij.” Ze richtte zich half op om me aan te kunnen kijken. “Op den duur deed ze zelfs geen moeite meer om voor zich te houden hoe mooi ze je vindt en hoe graag ze je wil”, schamperde ze.
“Heeft ze dat zo uitgesproken?” vroeg ik verbijsterd.
“Ja”, zei Fiona licht geprikkeld. “En ik heb je vervloekt.”
“Dat lijkt me toch de meest legitieme reden om haar de deur te wijzen.”
“Het was voor mij slechts een reden om jou bij me uit de buurt te houden. Zolang wij elkaar niet zagen, zou Eliza je wel uit haar hoofd zetten. Kan het nog naïever?”
Ze legde haar hoofd weer neer. “Als ik haar ermee confronteerde bagatelliseerde ze altijd alles en maakte er iets van waardoor het weer acceptabel werd voor mij. Vervolgens verleidde ze me, hadden we geweldige seks en ik was weer om. Do, heb je me ooit zo stom bezig gezien?”
“Eerlijk gezegd; nee. Maar liefde maakt blind schat.”
“Dat is verdomme nog een understatement”, mompelde ze.
We staarden een tijdje uit het immense raam dat uitzicht bood op de havens.
“Heeft ze het ooit wel eens met je gehad over ene Irma of Patrick?” vroeg ik.
“Nee zegt me zo niets, hoezo?”
Ik deed haar ons Breda-avontuur uit de doeken van de vorige nacht.
Fiona schoot overeind en keek me met grote ogen aan.
“Mijn god Do, dat meen je niet. Eliza is toch zeker veel te jong om moeder te zijn?”
“Ja,, mijn idee, maar we moeten er ernstig rekening mee houden dat Patrick de waarheid vertelde. Daarom wilde ik haar ouders spreken.”
Fiona staarde verbluft voor zich uit. “Met recht zeg, en?”
“Het was al laat we wilden ze niet uit bed bellen. Maar, waar is Eliza nu eigenlijk?”
Fiona haalde haar schouders op. “Weggegaan om iets op te gaan halen, geen idee wat ik er van moet denken en wanneer ze terugkomt. Als ze al terugkomt.”
“Waarom zou ze niet terugkomen?”
“Omdat ze het grootste deel van haar spullen heeft meegenomen.”
Nu was het mijn beurt om verbluft voor me uit te staren.
Fiona keek me ineens geschrokken aan. “Ze zal toch niet met dat kind hierheen komen?”
Ik moest onbedoeld lachen. Dat kind. Fiona had vele talenten, maar fatsoenlijke omgang met klein grut zat daar niet tussen. “Ik weet het echt niet. Wat als dat zo blijkt te zijn?”
“Nou, dan kun je me net zo goed van het balkon aflazeren. Met mijn hoofd naar beneden.”
Ik vouwde mijn benen onder mijn achterste en stak een sigaret op. “Fioon, wie kan er belang bij hebben dat wij uiteen worden gedreven?”
Fiona’s wenkbrauwen maakten een sprongetje. “Doel je nu op die sms-jes die je kreeg?”
Ik knikte. “Al heb ik die nu al meer dan een week niet gehad. Eigenlijk stopte dat op het moment dat Cat en ik hier stampij stonden te maken. Vanaf dat moment ben ik gaan twijfelen. Ik denk dat er zich twee verschillende scenario’s naast elkaar afspelen.”
Fiona dacht even na. “Je bedoelt Eliza en haar Bredase entourage aan de ene kant en een of andere idioot uit onze eigen kring?”
“Ja, dat denk ik.”
Ze verlegde haar blik naar de tafel en liet hem daarop rusten. “Ja maar wie dan en waarom?”
“Nou dat waarom komt later wel, ik wil eerst weten wie.”
“Myrthe en Cat vallen al af. Tamar en Jorinde ook, dat zijn allemaal goede vriendinnen die we al jaren kennen. Jet en Eva?”
Ik schudde mijn hoofd. “Nee joh, dat Sinterklaas-debacle van vorig jaar buiten beschouwing gelaten hebben we toch altijd goed met ze op kunnen schieten? Ik heb ze trouwens al in geen maanden meer gezien. Zij zouden hun pijlen eerder richten op Tamar en Jorinde, daar hadden ze een conflict mee, niet met ons.”
“Ja maar wie dan, Marga?”
“Nee Marga niet.”
We keken elkaar aan en zagen dat we beiden hetzelfde dachten.
“Yvette?” vroeg Fiona enigszins vertwijfeld.
“Ze is er verknipt genoeg voor moet ik toegeven, maar haar psychisch gestoorde woede heeft zich tot nog toe alleen op Marga gericht.”
“Nou, ben je die lel die je van haar kreeg met de kerst nu alweer vergeten? Ze had je toch goed te pakken bij de lift.”
Ja dat was natuurlijk zo. Ik was min of meer hardhandig met haar in botsing gekomen bij de lift in het hotel. Het had zelfs nog geleid tot spanningen tussen mij en Cat, omdat ik haar daar niet meteen over had verteld.
“Maar dat is maanden geleden”, wees ik haar gedachte af.
“Nou, het zou mij niet verbazen hoor. Ik denk dat Marga wel kan beamen hoe wraakzuchtig Yvette kan zijn.”
“Ja zeg, maar ik heb haar niet geslagen, het was andersom hoor.”
“Maakt niet uit, het gaat erom wat je daarvoor tegen haar hebt gezegd.”
“Dat weet ik niet meer.”
Fiona stak eveneens een sigaret op. “Zij kennelijk nog wel.”
Mijn god, zo simpel kon het toch zeker niet zijn? Had ik Eliza dan al die tijd onterecht iets in de schoenen geschoven?