Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 29
Gepubliceerd op: 27 maart 2005
Dominique heeft Cat eindelijk verteld over de bokkensprongen van Eliza. Fiona gelooft er geen woord van, wat een wig drijft tussen haar en Do. Cat is de hele situatie beu en zet koers richting Breda.
Myrthe had gevraagd of we eindelijk weer eens mee gingen stappen. Dat hadden we sinds het debaculeuze strandfeest niet meer gezamenlijk gedaan. En de keer dat Fiona en ik het nachtleven in waren gedoken was ook al niet zo goed bevallen. Ik had ons dronken het taluud afgereden, waarna we door de politie naar het bureau werden geëscorteerd, alwaar ik en passant mijn rijbewijs mocht inleveren. Daar moet ik me overigens nog steeds voor verantwoorden, maar de dagvaarding lijkt vooralsnog in de justitiële administratieve rompslomp te zijn blijven steken.
Cat, Jorinde, Tamar en ik zaten bij Myrthe op de bank te wachten op Marga. Ik miste Fiona. Normaal gesproken was ze er altijd bij. Haar humor en idioterie hielden me zelfs in de meest onnozele kroeg immer op de been. Ik had haar de hele week nog niet gesproken. Ze was duidelijk gepikeerd over het feit dat we haar vriendin hadden beschuldigd van de grimmige sms-jes die ik had gekregen. Vreemd genoeg had ik die de rest van de week niet meer gehad. Wat me opnieuw aan het denken zette.
Maar het waren niet alleen de sms-jes die me dwars zaten. Eliza had wel degelijk geprobeerd me te verleiden. Het leek wel of Fiona dat terzijde had geschoven toen bleek dat Eliza op het moment dat Cat en ik bij hen waren fysiek niet in staat was berichtjes te versturen, terwijl ik er wel een kreeg.
Hoe ze het had gedaan weet ik niet, maar ik was er stellig van overtuigd dat ze van haar afkomstig waren.
“Waar blijft dat kind?” vroeg Cat licht ongeduldig.
Myrthe schonk nog een borrel cola in. “Je kent Marga nu toch zo langzamerhand wel, die moet eerst anderhalf uur voor de spiegel, rimpels wegwerken, oogleden liften, liposuctie, haar in de krul, drie broeken strijken waarvan ze er toch echt maar een aan kan. En vervolgens belt ze zestig keer dat ze er zo aankomt.”
Tamar en Jorinde zaten op de grond en staken tegelijk een sigaret op. “Waar gaan we eigenlijk heen”, vroeg Jorinde.
“Er is een vrouwenfeest in de Dok. Schijnt wel oké te zijn”, zei Myrthe. Ze speelde met haar halflange blonde lokken, waar sinds kort de vlechtjes uit waren gehaald.
“Het pluist nog wel een beetje”, zei ik en voelde even aan haar haar.
“Joh, hou op. Ik word er gek van. Ik doe het ook nooit meer. Toen het er net uit was leek ik wel een poedel.”
We lachten.
“Wat ben je stil Do”, concludeerde Tamar.
Cat trok me even naar zich toe en kuste me op mijn voorhoofd. Ik glimlachte flauw.
“Ik baal van die hele toestand. Fiona hoort hier gewoon te zijn”, zei ik mat.
De meiden knikten instemmend.
“Het is eigenlijk wel toevallig dat ik tegen iemand aanliep die Eliza kende”, zei Myrthe.
“Ik vind helemaal niets meer toevallig", zei ik en vertelde over het sms-je dat ik kreeg in bijzijn van Fiona, Cat en Eliza.
“Dat meen je niet. Hoe kan dat dan?” vroeg Jorinde verbaasd.
“Ja, weet ik veel. Ik begreep er geen reet van.”
“Kun je met je mobiel ook sms-jes later verzenden dan op het moment zelf?” vroeg Myrthe.
Cat en ik keken elkaar aan. Daar had ik nog niet eens aan gedacht. “Niet dat ik weet, met mijn mobiel in elk geval niet”, zei ik.
“Met die van mij ook niet”, zei Tamar, druk door het menu van haar mobiel scrollend.
“Kan het niet door iemand anders zijn verstuurd?” opperde Jorinde.
We keken haar aan alsof ze zojuist had voorgesteld naakt een boswandeling te maken.
Myrthe nam nog een slok en staarde in het luchtledige. “Toch is dat helemaal geen gek idee, vind ik.”
Cat opende een flesje bier en schonk zichzelf en Jorinde nog eens in. “En wie moet dat zijn dan?”
Ik greep naar de fles Campari en vroeg me af of we überhaupt de deur wel uit zouden komen als we zo doorzopen. Marga was nog altijd in geen velden of wegen te bekennen.
Plots verslikte Myrthe zich in haar drank. “Weet je wat me nu te binnen schiet? Dat meisje uit Breda vertelde ook dat Eliza helemaal niet in de Efteling werkt.”
Nu was het Myrthe die ons naakt het bos in leek te willen sturen.
“Wat zeg je nou?” vroeg ik met hoog opgetrokken wenkbrauwen. “Ik heb haar daar zelf gezien!”
Jorinde schoof dichterbij. Ze was gek op complottheorieën. Tamar legde haar hand kalmerend op de arm van haar vriendin. “Rustig schatje, ik zie dat wiel in je hoofd alweer draaien.”
Jorinde greep naar haar pakje sigaretten, zonder haar blik van Myrthe af te wenden. “Misschien zijn er wel twee Eliza’s”, riep ze enthousiast uit.
“God bewaar me”, zuchtte ik.
Cat hield mijn hand vast. “Nou, dat zal toch zeker niet?”
Ik wendde me weer tot Myrthe. “Dat meisje beweerde dus dat Eliza niet in de Efteling werkt, maar ze stond die dag toch echt in de suikerspinkraam. Hoe verklaar je dat dan?”
Myrthe haalde haar schouders op. “Ik vertel alleen wat ik heb gehoord.”
“Ja, maar dat zegt toch niets? Dat meisje is door Eliza gestalkt, die loopt misschien wel met allerlei wraakgevoelens rond”, zei Tamar.
Dat klonk reëel. We zwegen even.
“Is er iemand die we kennen die er belang bij heeft dat Cat en Do uit elkaar gedreven worden?” vroeg Jorinde na een poosje.
“Of Do en Fiona”, zei Tamar, “want dat dreigt nu te gebeuren.”
“Ja, maar was dat dan wel de bedoeling?” vroeg Myrthe zich hardop af. “Dat laatste sms-je getuigt er misschien van dat er ergens een foutje gemaakt is.”
“Hoe bedoel je?” vroeg ik fronsend.
Jorinde veerde zo heftig op dat ze bijna het plafond raakte. “Ja! Ik heb het! Ze zijn met z’n tweeën en dat laatste sms-je was een typisch geval van bad timing! Het feit dat je de hele week niets meer hebt gehoord komt waarschijnlijk doordat er nu een kink in de kabel zit!”
Ik kon het amper meer volgen. De drank steeg ons overduidelijk weer eens naar het hoofd.
Cat leek die optie werkelijk serieus te nemen. “Dat is eigenlijk geen gekke gedachte. Eliza en die ander hebben tijd nodig om hun plannen te herzien.”
Ik keek naar haar alsof ik water zag branden. “Dit meen je toch niet hè?”
Cat kneep in mijn hand en keek me met haar warme ogen ernstig aan. “Ja schat, dat meen ik zeker wel.”
“Maar ja”, verzuchtte Jorinde terwijl ze weer terug op het kussen plofte, “wie is dan die ander?”
Het idee dat er twee van die griezels rondliepen maakte me draaierig, maar dat kon ook door de Campari komen.
Ik liet alles wat er tot nu toe was voorgevallen nog eens de revue passeren en kon me niet voorstellen dat Eliza een partner in crime had met wie ze dit alles bekokstoofde. Maar ik leek de enige die er zo over dacht.
“Ik wil dat meisje uit Breda wel eens spreken”, zei Cat tegen Myrthe. “heb je haar nummer toevallig niet?”
“Toevallig niet, inderdaad.”
Cat tuitte haar lippen. “Weet je waar ze ongeveer woont in Breda, heeft ze dat gezegd?”
Myrthe schudde haar hoofd. “Nee, maar Marga kent iemand die haar weer kent. Misschien dat we er op die manier achter kunnen komen. Speaking of Marga, waar blijft ze in godsnaam?”
Op dat moment rolde Marga over de drempel.
“Zo ben je daar eindelijk, wij zijn al lang dronken!” wierp Myrthe haar toe.
“Oh, dus ik moet rijden”, concludeerde Marga.
“We willen naar Breda”, zei Cat terwijl ze Marga op beide wangen kuste.
“Breda? Daar zijn we vorige week nog geweest, kunnen we niet iets anders doen?” vroeg Marga met een diepe frons.
“Dat was Den Bosch, schat”, zei Myrthe met samengeknepen ogen.
We keken allemaal naar Cat. “Jij kent dat ene grietje toch, waar jullie mee in gesprek zijn geraakt?” vroeg ze.
Marga haalde haar schouders op. “Ik ken een vriendin van dat grietje, zeg maar.”
“Denk je dat je weet waar we ze ongeveer zouden kunnen vinden?”
Marga keek haar niet begrijpend aan. “Waarom wil je dat eigenlijk, heb ik iets gemist?”
Ik wilde mijn mond al opendoen, maar Cat hief haar hand op en ik zweeg braaf.
“Nou, duiken we het nachtleven van Breda in, op goed geluk?”
Marga dronk het glas van Myrthe leeg en ging op de leuning van de bank zitten. “En dan, wil je iedere kroeg afstruinen tot je ze gevonden hebt? Wie zegt dat ze aan het stappen zijn?”
Daar zat wat in, vond ik. Cat niet.
“Misschien komen we bekenden van ze tegen”, opperde ze.
Marga schudde haar hoofd. “Dat is echt gekkenwerk, Cat, dat weet je zelf ook wel.”
Cat reageerde als door een wesp gestoken. “Weet je wat gekkenwerk is Mar, dat mijn vriendin bedreigd wordt door een of ander gestoord wijf. Misschien zelfs wel twee. Als er iemand op deze planeet zich daar iets bij voor zou moeten kunnen stellen, ben jij dat toch zeker wel, of niet?”
Marga incasseerde de harde woorden van Cat en knikte vervolgens langzaam. “Daar heb je gelijk in, maar het blijft gekkenwerk om naar een speld in een hooiberg te willen zoeken.”
Tien minuten later zaten we in de auto, onderweg naar Breda. Marga reed, Cat zat naast haar, Myrthe, Jorinde, Tamar en ik zaten als sardientjes in een blikje op de achterbank. Niemand zei iets. Ik was gespannen. Cat was er op gebrand dit alles tot op de bodem uit te zoeken. Ik wist niet wat me nu meer zorgen baarde; het idee dat ik een stalker achter me aan had, of de verbetenheid van Cat om deze te ontmaskeren.
Ik leunde met mijn hoofd achterover en maakte me op voor een lange nacht.
Myrthe had gevraagd of we eindelijk weer eens mee gingen stappen. Dat hadden we sinds het debaculeuze strandfeest niet meer gezamenlijk gedaan. En de keer dat Fiona en ik het nachtleven in waren gedoken was ook al niet zo goed bevallen. Ik had ons dronken het taluud afgereden, waarna we door de politie naar het bureau werden geëscorteerd, alwaar ik en passant mijn rijbewijs mocht inleveren. Daar moet ik me overigens nog steeds voor verantwoorden, maar de dagvaarding lijkt vooralsnog in de justitiële administratieve rompslomp te zijn blijven steken.
Cat, Jorinde, Tamar en ik zaten bij Myrthe op de bank te wachten op Marga. Ik miste Fiona. Normaal gesproken was ze er altijd bij. Haar humor en idioterie hielden me zelfs in de meest onnozele kroeg immer op de been. Ik had haar de hele week nog niet gesproken. Ze was duidelijk gepikeerd over het feit dat we haar vriendin hadden beschuldigd van de grimmige sms-jes die ik had gekregen. Vreemd genoeg had ik die de rest van de week niet meer gehad. Wat me opnieuw aan het denken zette.
Maar het waren niet alleen de sms-jes die me dwars zaten. Eliza had wel degelijk geprobeerd me te verleiden. Het leek wel of Fiona dat terzijde had geschoven toen bleek dat Eliza op het moment dat Cat en ik bij hen waren fysiek niet in staat was berichtjes te versturen, terwijl ik er wel een kreeg.
Hoe ze het had gedaan weet ik niet, maar ik was er stellig van overtuigd dat ze van haar afkomstig waren.
“Waar blijft dat kind?” vroeg Cat licht ongeduldig.
Myrthe schonk nog een borrel cola in. “Je kent Marga nu toch zo langzamerhand wel, die moet eerst anderhalf uur voor de spiegel, rimpels wegwerken, oogleden liften, liposuctie, haar in de krul, drie broeken strijken waarvan ze er toch echt maar een aan kan. En vervolgens belt ze zestig keer dat ze er zo aankomt.”
Tamar en Jorinde zaten op de grond en staken tegelijk een sigaret op. “Waar gaan we eigenlijk heen”, vroeg Jorinde.
“Er is een vrouwenfeest in de Dok. Schijnt wel oké te zijn”, zei Myrthe. Ze speelde met haar halflange blonde lokken, waar sinds kort de vlechtjes uit waren gehaald.
“Het pluist nog wel een beetje”, zei ik en voelde even aan haar haar.
“Joh, hou op. Ik word er gek van. Ik doe het ook nooit meer. Toen het er net uit was leek ik wel een poedel.”
We lachten.
“Wat ben je stil Do”, concludeerde Tamar.
Cat trok me even naar zich toe en kuste me op mijn voorhoofd. Ik glimlachte flauw.
“Ik baal van die hele toestand. Fiona hoort hier gewoon te zijn”, zei ik mat.
De meiden knikten instemmend.
“Het is eigenlijk wel toevallig dat ik tegen iemand aanliep die Eliza kende”, zei Myrthe.
“Ik vind helemaal niets meer toevallig", zei ik en vertelde over het sms-je dat ik kreeg in bijzijn van Fiona, Cat en Eliza.
“Dat meen je niet. Hoe kan dat dan?” vroeg Jorinde verbaasd.
“Ja, weet ik veel. Ik begreep er geen reet van.”
“Kun je met je mobiel ook sms-jes later verzenden dan op het moment zelf?” vroeg Myrthe.
Cat en ik keken elkaar aan. Daar had ik nog niet eens aan gedacht. “Niet dat ik weet, met mijn mobiel in elk geval niet”, zei ik.
“Met die van mij ook niet”, zei Tamar, druk door het menu van haar mobiel scrollend.
“Kan het niet door iemand anders zijn verstuurd?” opperde Jorinde.
We keken haar aan alsof ze zojuist had voorgesteld naakt een boswandeling te maken.
Myrthe nam nog een slok en staarde in het luchtledige. “Toch is dat helemaal geen gek idee, vind ik.”
Cat opende een flesje bier en schonk zichzelf en Jorinde nog eens in. “En wie moet dat zijn dan?”
Ik greep naar de fles Campari en vroeg me af of we überhaupt de deur wel uit zouden komen als we zo doorzopen. Marga was nog altijd in geen velden of wegen te bekennen.
Plots verslikte Myrthe zich in haar drank. “Weet je wat me nu te binnen schiet? Dat meisje uit Breda vertelde ook dat Eliza helemaal niet in de Efteling werkt.”
Nu was het Myrthe die ons naakt het bos in leek te willen sturen.
“Wat zeg je nou?” vroeg ik met hoog opgetrokken wenkbrauwen. “Ik heb haar daar zelf gezien!”
Jorinde schoof dichterbij. Ze was gek op complottheorieën. Tamar legde haar hand kalmerend op de arm van haar vriendin. “Rustig schatje, ik zie dat wiel in je hoofd alweer draaien.”
Jorinde greep naar haar pakje sigaretten, zonder haar blik van Myrthe af te wenden. “Misschien zijn er wel twee Eliza’s”, riep ze enthousiast uit.
“God bewaar me”, zuchtte ik.
Cat hield mijn hand vast. “Nou, dat zal toch zeker niet?”
Ik wendde me weer tot Myrthe. “Dat meisje beweerde dus dat Eliza niet in de Efteling werkt, maar ze stond die dag toch echt in de suikerspinkraam. Hoe verklaar je dat dan?”
Myrthe haalde haar schouders op. “Ik vertel alleen wat ik heb gehoord.”
“Ja, maar dat zegt toch niets? Dat meisje is door Eliza gestalkt, die loopt misschien wel met allerlei wraakgevoelens rond”, zei Tamar.
Dat klonk reëel. We zwegen even.
“Is er iemand die we kennen die er belang bij heeft dat Cat en Do uit elkaar gedreven worden?” vroeg Jorinde na een poosje.
“Of Do en Fiona”, zei Tamar, “want dat dreigt nu te gebeuren.”
“Ja, maar was dat dan wel de bedoeling?” vroeg Myrthe zich hardop af. “Dat laatste sms-je getuigt er misschien van dat er ergens een foutje gemaakt is.”
“Hoe bedoel je?” vroeg ik fronsend.
Jorinde veerde zo heftig op dat ze bijna het plafond raakte. “Ja! Ik heb het! Ze zijn met z’n tweeën en dat laatste sms-je was een typisch geval van bad timing! Het feit dat je de hele week niets meer hebt gehoord komt waarschijnlijk doordat er nu een kink in de kabel zit!”
Ik kon het amper meer volgen. De drank steeg ons overduidelijk weer eens naar het hoofd.
Cat leek die optie werkelijk serieus te nemen. “Dat is eigenlijk geen gekke gedachte. Eliza en die ander hebben tijd nodig om hun plannen te herzien.”
Ik keek naar haar alsof ik water zag branden. “Dit meen je toch niet hè?”
Cat kneep in mijn hand en keek me met haar warme ogen ernstig aan. “Ja schat, dat meen ik zeker wel.”
“Maar ja”, verzuchtte Jorinde terwijl ze weer terug op het kussen plofte, “wie is dan die ander?”
Het idee dat er twee van die griezels rondliepen maakte me draaierig, maar dat kon ook door de Campari komen.
Ik liet alles wat er tot nu toe was voorgevallen nog eens de revue passeren en kon me niet voorstellen dat Eliza een partner in crime had met wie ze dit alles bekokstoofde. Maar ik leek de enige die er zo over dacht.
“Ik wil dat meisje uit Breda wel eens spreken”, zei Cat tegen Myrthe. “heb je haar nummer toevallig niet?”
“Toevallig niet, inderdaad.”
Cat tuitte haar lippen. “Weet je waar ze ongeveer woont in Breda, heeft ze dat gezegd?”
Myrthe schudde haar hoofd. “Nee, maar Marga kent iemand die haar weer kent. Misschien dat we er op die manier achter kunnen komen. Speaking of Marga, waar blijft ze in godsnaam?”
Op dat moment rolde Marga over de drempel.
“Zo ben je daar eindelijk, wij zijn al lang dronken!” wierp Myrthe haar toe.
“Oh, dus ik moet rijden”, concludeerde Marga.
“We willen naar Breda”, zei Cat terwijl ze Marga op beide wangen kuste.
“Breda? Daar zijn we vorige week nog geweest, kunnen we niet iets anders doen?” vroeg Marga met een diepe frons.
“Dat was Den Bosch, schat”, zei Myrthe met samengeknepen ogen.
We keken allemaal naar Cat. “Jij kent dat ene grietje toch, waar jullie mee in gesprek zijn geraakt?” vroeg ze.
Marga haalde haar schouders op. “Ik ken een vriendin van dat grietje, zeg maar.”
“Denk je dat je weet waar we ze ongeveer zouden kunnen vinden?”
Marga keek haar niet begrijpend aan. “Waarom wil je dat eigenlijk, heb ik iets gemist?”
Ik wilde mijn mond al opendoen, maar Cat hief haar hand op en ik zweeg braaf.
“Nou, duiken we het nachtleven van Breda in, op goed geluk?”
Marga dronk het glas van Myrthe leeg en ging op de leuning van de bank zitten. “En dan, wil je iedere kroeg afstruinen tot je ze gevonden hebt? Wie zegt dat ze aan het stappen zijn?”
Daar zat wat in, vond ik. Cat niet.
“Misschien komen we bekenden van ze tegen”, opperde ze.
Marga schudde haar hoofd. “Dat is echt gekkenwerk, Cat, dat weet je zelf ook wel.”
Cat reageerde als door een wesp gestoken. “Weet je wat gekkenwerk is Mar, dat mijn vriendin bedreigd wordt door een of ander gestoord wijf. Misschien zelfs wel twee. Als er iemand op deze planeet zich daar iets bij voor zou moeten kunnen stellen, ben jij dat toch zeker wel, of niet?”
Marga incasseerde de harde woorden van Cat en knikte vervolgens langzaam. “Daar heb je gelijk in, maar het blijft gekkenwerk om naar een speld in een hooiberg te willen zoeken.”
Tien minuten later zaten we in de auto, onderweg naar Breda. Marga reed, Cat zat naast haar, Myrthe, Jorinde, Tamar en ik zaten als sardientjes in een blikje op de achterbank. Niemand zei iets. Ik was gespannen. Cat was er op gebrand dit alles tot op de bodem uit te zoeken. Ik wist niet wat me nu meer zorgen baarde; het idee dat ik een stalker achter me aan had, of de verbetenheid van Cat om deze te ontmaskeren.
Ik leunde met mijn hoofd achterover en maakte me op voor een lange nacht.