Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 28
Gepubliceerd op: 20 maart 2005
Het zit Dominique maar niet lekker dat Eliza, Fiona's nieuwe vriendin, zo raar bezig lijkt te zijn. En hoe moet ze de hele situatie aan Cat vertellen? Myrthe had vorige week nog raar nieuws en dat hielp ook al niet mee. De twijfel zit er goed in. Er komt echter een onverwachte wending in de situatie...
Cat stond in de keuken en schepte het avondeten op. Ik zette mijn tas op de grond naast de bank en liep aarzelend naar haar toe.
“Hoi schat, bloemkool, we moeten iets gezonds eten.” Ze kuste me vluchtig op mijn mond en liep met onze borden naar de salontafel. Ik had totaal geen trek.
Ze liep weer langs me om iets te drinken voor ons in te schenken. “Kom, eten lieverd, anders wordt het koud.”
Ik knikte, maar maakte geen aanstalten om richting de dampende prak te lopen. Cat nam de glazen mee en ging zitten. Ik leunde tegen de koelkast en staarde naar de houten vloer.
Cat draaide zich naar me om. “Wat sta je daar nou?”
Ik slikte moeilijk en had de kracht niet om mijn hoofd op te heffen. Cat kauwde haar bal gehakt weg en ik voelde hoe ze naar me bleef kijken. De stilte die viel was beklemmend.
De vork met daaraan een nieuw stukje bal was al onderweg naar haar mond, toen ze zich ineens leek te beseffen dat er wel eens iets aan de hand kon zijn. Ze legde het bestek neer en liep naar me toe. Toen ze vlak voor me stond hield ze haar hand onder mijn kin en hief mijn hoofd op. Haar ogen stonden bezorgd. “Schat, wat is er?”
Ik slikte nogmaals.
Toen haar ogen de mijne ontmoetten, hield ik het niet meer. Ik barstte in huilen uit.
Cat schrok, maar sloeg onmiddellijk haar armen om me heen. “He, schatje, wat is er?” Ze probeerde me aan te kijken, maar ik verborg mijn gezicht in haar hals en hield haar stevig vast. Ze troostte me en fluisterde dat wat er ook aan de hand was, het allemaal goed zou komen.
Maar daar was ik helemaal niet zo zeker van.
Ze hield me een eindje van zich af. “Kom even zitten.”
We liepen naar de bank en ploften neer. “Wat is er met mijn meisje?”
Ik snikte onophoudelijk. Na een paar keer diep adem gehaald te hebben zei ik zacht: “Jouw meisje is niet eerlijk tegen je geweest.”
Het hoge woord was eruit. Cat’s ogen werden donkerder en keken me niet begrijpend aan. “Hoe bedoel je, niet eerlijk?” Het klonk argwanend.
Ik pulkte aan mijn nagels en durfde haar niet aan te kijken.
“Weet je, dat hele gedoe met Eliza en Fiona, dat is een grote bak ellende”, begon ik haperend. “Eliza...” Ik stokte. Cat zei niets. “Eliza”, vervolgde ik, “is niet verliefd op Fiona. Ze is verliefd op mij.”
Cat zei nog steeds niets. Ik voelde hoe de woorden bij haar aankwamen. Ze legde voorzichtig haar hand op de mijne. Dat gebaar verraste me. Een enorm gevoel van warmte overspoelde me. Ze draaide mijn gezicht haar kant op en keek me aan. Haar blik was zacht. “Begin eens bij het begin.”
We zaten nog altijd op de bank. Het eten was intussen koud. Cat hield me vast en kuste me op mijn wang. “Ik begrijp best dat je even in de war was”, zei ze. “Ik denk dat ik dat ook wel zou zijn. Ik vind wel dat je het me eerder had moeten vertellen.”
Ik knikte. “Ja, ik weet het. Het spijt me, ik wist echt niet hoe en vooral waar ik moest beginnen.”
Ze knikte. “Hebben we dat gezeik met Yvette op afstand kunnen houden, zitten we zelf ineens met zo’n idioot.” Ze snoof. “Heeft ze dat echt allemaal tegen je gezegd boven?”
“Ik wist niet wat me overkwam, stond als aan de grond genageld.”
“En die sms-jes, heb je die bewaard?”
“Eentje nog.”
“Goed zo, niet wissen. Daar gaan we haar mee confronteren.” Cat stond op en trok haar jas van de kapstok in de gang.
Ik keek verschrikt op. “Nu?”
Ze greep haar autosleutels van de bar. “Ja natuurlijk nu, zoiets moet je in de kiem smoren.”
We parkeerden haar auto onderaan het appartement van Fiona en stapte uit. Ze oogde zo kalm, maar ik wist dat er onder de oppervlakte een vulkanische woede borrelde. We hadden de hele weg niets tegen elkaar gezegd.
Met lood in mijn schoenen volgde ik Cat de trap op.
We belden aan. Fiona deed bijna onmiddellijk open. “Ah, kom verder, mijn eten staat aan te branden. Ik kook natuurlijk eigenlijk nooit en ik weet nu weer waarom dat ook al weer was.” Ze liet de deur open en dartelde terug naar de keuken. Cat en ik stapten de woonkamer binnen, tot op het bot gespannen voor wie we daar zouden aantreffen. Maar er was niemand.
“Willen jullie een borrel?” riep Fiona.
“Nee, dank je”, riep Cat terug. “Waar is dat vriendinnetje van je?”
Het was de toon waarop Cat de vraag stelde, die Fiona fronsend uit de keuken deed komen lopen. “Is er iets?” Ze keek verbaasd van Cat naar mij en weer terug.
Cat liet zich in een van de twee fauteuils zakken en gebaarde naar mij. “Laat haar dat berichtje eens lezen”, beval ze ijzig.
Ik voelde me slecht op m’n gemak. Ik had graag zelf met Fiona gesproken. Niet dat Cat daar niet bij zou mogen zijn, natuurlijk wel, maar nu was de situatie al gespannen voor er überhaupt iets was gezegd.
“Welk berichtje?” vroeg Fiona aan mij.
Ik haalde mijn mobiel uit mijn zak en zocht het sms-je op. Ik gaf het toestel aan haar. Fiona las het en keek toen met dezelfde verbaasde blik weer naar mij. “Ja, und? Wat is dit dan?”
Cat stak een sigaret op. “Dat, lieve schat van me, is een berichtje van jouw vriendin aan de mijne. Vanmiddag verstuurd, kun je zien.”
Fiona keek nogmaals naar het scherm en toen opnieuw naar mij. “Wat moet dit voorstellen?”
Ik deed mijn mond open om te antwoorden, maar Cat was me voor. “Ja, dat vroegen wij ons ook af.”
Fiona stond nog altijd met mijn mobiel in haar handen. “Dus je beweert dat Eliza jou dit bericht heeft gestuurd?”
Ik knikte.
“Hoe weet je dat het van haar is?”
Ik vertelde haar van het voorval op de overloop bij Cat en hoe ze me in mijn nek had gezoend toen ik haar wilde troosten nadat haar moeder op bezoek was geweest.
Fiona vernauwde haar ogen tot spleetjes. “Dus jij beweert dat mijn meisje achter jou aanzit?”
“Nou, ik beweer met name dat ze een spelletje speelt met ons. Ik ben je vriendin Fioon, al twintig jaar, denk je nou echt dat ik dit zomaar zou verzinnen?”
Fiona dacht even na en schudde toen haar hoofd. “Nee, ik geloof niet dat je dat zomaar zou doen, maar ik geloof ook niet dat Eliza dit allemaal zomaar zou doen.”
Cat schraapte haar keel. “Vertel haar wat je van Myrthe hebt gehoord.”
Ik zuchtte en deed het telefoongesprek uit de doeken.
Fiona lachte kort. “Allemaal van horen zeggen, dus. Die meiden waren dronken, Do, het was carnaval.”
Ik zuchtte diep. Hoe moest ik haar er van overtuigen dat Eliza niet was zoals ze zich voordeed?
We hoorde de sleutel in het slot omdraaien. Mijn maag kromp ineen en we wisselden gedrieën een gespannen blik. “Nou”, zei Fiona, “laten we het haar dan maar meteen vragen hè?”
Eliza deed de kamerdeur open. Toen ze ons zag werden haar ogen groot. Het was een fractie van een seconde, maar zichtbaar. Toen hervond ze zich en schonk ons haar meest engelachtige glimlach. “Haai”, zei ze vrolijk. “Wat gezellig dat jullie er zijn.”
Ik keek naar Cat, die zich duidelijk zat te verbijten, maar ze hield zich in.
Fiona liep naar Eliza toe en duwde mijn mobiel onder haar neus. “Wat is dit?”
Eliza bekeek het bericht. “Ik heb geen idee, wat moet dit zijn dan?”
Ik bevochtigde mijn lippen. “Dat kreeg ik vanmiddag van je.”
Eliza keek me aan. Haar blauwe ogen stonden helder in hun kassen. “Ik weet niet waar je het over hebt.”
“Natuurlijk niet”, schamperde Cat.
“Fiona wat is dit?” vroeg Eliza onzeker aan haar vriendin.
Die richtte zich weer tot mij. “Volgens Do heb jij een oogje op haar en stuur je haar berichtjes.”
Eliza lachte. “Nou dan heeft Do niet goed opgelet. Ik ben verliefd op jou schat.” Ze kuste Fiona en gaf mijn mobiel terug aan mij. Ik probeerde haar blik op te vangen, maar ze ontweek me vakkundig.
“Bel het nummer”, gebood Cat.
Ik keek haar niet begrijpend aan.
“Bel het nummer uit dat berichtje.”
Ik snapte het. Ik sloeg het nummer op en belde het. Ik hoorde hoe ergens aan de andere kant een telefoon over ging. Na een keer of zes ging het over op de voicemail. Een vriendelijke computerstem nodigde me uit om een boodschap achter te laten op het nummer dat ik had getoetst.
“Hoorden jullie ergens een telefoon overgaan?” vroeg Fiona geïrriteerd. “Ik niet namelijk.” Eliza haalde haar mobiel uit haar tas. “Ik heb de mijne hier en zoals je ziet heb geen gemiste gesprekken.”
Cat keek ons strak aan. Ik was even uit het veld geslagen. Fiona sloeg haar arm om Eliza heen. “Was dit het, dames? Ik zou graag willen gaan eten.”
De spanning was om te snijden.
Hoe had ze het geflikt? Had ze twee mobiele telefoons? Bewaarde ze er een voor haar vieze spelletjes en de ander om de schijn op te houden?
Cat stond op en duwde me in de richting van de deur. “Eet smakelijk dan maar.”
Ik voelde plots mijn mobiel trillen in mijn zak en hield in. Ik las het binnengekomen sms-je. Lieve Dominique. Speel geen spelletjes met me. Ik mag dan van je houden, ik hou er niet van om teleurgesteld te worden. Daar kan ik niet tegen, liefste...
Mijn mond viel letterlijk open. Cat keek me vragend aan, evenals Fiona en Eliza. Maar als Eliza hier stond, met haar armen om Fiona heen, van wie was dan in godsnaam dit bericht?
Volgende week lezen we misschien hoe die vork nu in de steel zit! Paringsdans; iedere zondagmiddag online.
Cat stond in de keuken en schepte het avondeten op. Ik zette mijn tas op de grond naast de bank en liep aarzelend naar haar toe.
“Hoi schat, bloemkool, we moeten iets gezonds eten.” Ze kuste me vluchtig op mijn mond en liep met onze borden naar de salontafel. Ik had totaal geen trek.
Ze liep weer langs me om iets te drinken voor ons in te schenken. “Kom, eten lieverd, anders wordt het koud.”
Ik knikte, maar maakte geen aanstalten om richting de dampende prak te lopen. Cat nam de glazen mee en ging zitten. Ik leunde tegen de koelkast en staarde naar de houten vloer.
Cat draaide zich naar me om. “Wat sta je daar nou?”
Ik slikte moeilijk en had de kracht niet om mijn hoofd op te heffen. Cat kauwde haar bal gehakt weg en ik voelde hoe ze naar me bleef kijken. De stilte die viel was beklemmend.
De vork met daaraan een nieuw stukje bal was al onderweg naar haar mond, toen ze zich ineens leek te beseffen dat er wel eens iets aan de hand kon zijn. Ze legde het bestek neer en liep naar me toe. Toen ze vlak voor me stond hield ze haar hand onder mijn kin en hief mijn hoofd op. Haar ogen stonden bezorgd. “Schat, wat is er?”
Ik slikte nogmaals.
Toen haar ogen de mijne ontmoetten, hield ik het niet meer. Ik barstte in huilen uit.
Cat schrok, maar sloeg onmiddellijk haar armen om me heen. “He, schatje, wat is er?” Ze probeerde me aan te kijken, maar ik verborg mijn gezicht in haar hals en hield haar stevig vast. Ze troostte me en fluisterde dat wat er ook aan de hand was, het allemaal goed zou komen.
Maar daar was ik helemaal niet zo zeker van.
Ze hield me een eindje van zich af. “Kom even zitten.”
We liepen naar de bank en ploften neer. “Wat is er met mijn meisje?”
Ik snikte onophoudelijk. Na een paar keer diep adem gehaald te hebben zei ik zacht: “Jouw meisje is niet eerlijk tegen je geweest.”
Het hoge woord was eruit. Cat’s ogen werden donkerder en keken me niet begrijpend aan. “Hoe bedoel je, niet eerlijk?” Het klonk argwanend.
Ik pulkte aan mijn nagels en durfde haar niet aan te kijken.
“Weet je, dat hele gedoe met Eliza en Fiona, dat is een grote bak ellende”, begon ik haperend. “Eliza...” Ik stokte. Cat zei niets. “Eliza”, vervolgde ik, “is niet verliefd op Fiona. Ze is verliefd op mij.”
Cat zei nog steeds niets. Ik voelde hoe de woorden bij haar aankwamen. Ze legde voorzichtig haar hand op de mijne. Dat gebaar verraste me. Een enorm gevoel van warmte overspoelde me. Ze draaide mijn gezicht haar kant op en keek me aan. Haar blik was zacht. “Begin eens bij het begin.”
We zaten nog altijd op de bank. Het eten was intussen koud. Cat hield me vast en kuste me op mijn wang. “Ik begrijp best dat je even in de war was”, zei ze. “Ik denk dat ik dat ook wel zou zijn. Ik vind wel dat je het me eerder had moeten vertellen.”
Ik knikte. “Ja, ik weet het. Het spijt me, ik wist echt niet hoe en vooral waar ik moest beginnen.”
Ze knikte. “Hebben we dat gezeik met Yvette op afstand kunnen houden, zitten we zelf ineens met zo’n idioot.” Ze snoof. “Heeft ze dat echt allemaal tegen je gezegd boven?”
“Ik wist niet wat me overkwam, stond als aan de grond genageld.”
“En die sms-jes, heb je die bewaard?”
“Eentje nog.”
“Goed zo, niet wissen. Daar gaan we haar mee confronteren.” Cat stond op en trok haar jas van de kapstok in de gang.
Ik keek verschrikt op. “Nu?”
Ze greep haar autosleutels van de bar. “Ja natuurlijk nu, zoiets moet je in de kiem smoren.”
We parkeerden haar auto onderaan het appartement van Fiona en stapte uit. Ze oogde zo kalm, maar ik wist dat er onder de oppervlakte een vulkanische woede borrelde. We hadden de hele weg niets tegen elkaar gezegd.
Met lood in mijn schoenen volgde ik Cat de trap op.
We belden aan. Fiona deed bijna onmiddellijk open. “Ah, kom verder, mijn eten staat aan te branden. Ik kook natuurlijk eigenlijk nooit en ik weet nu weer waarom dat ook al weer was.” Ze liet de deur open en dartelde terug naar de keuken. Cat en ik stapten de woonkamer binnen, tot op het bot gespannen voor wie we daar zouden aantreffen. Maar er was niemand.
“Willen jullie een borrel?” riep Fiona.
“Nee, dank je”, riep Cat terug. “Waar is dat vriendinnetje van je?”
Het was de toon waarop Cat de vraag stelde, die Fiona fronsend uit de keuken deed komen lopen. “Is er iets?” Ze keek verbaasd van Cat naar mij en weer terug.
Cat liet zich in een van de twee fauteuils zakken en gebaarde naar mij. “Laat haar dat berichtje eens lezen”, beval ze ijzig.
Ik voelde me slecht op m’n gemak. Ik had graag zelf met Fiona gesproken. Niet dat Cat daar niet bij zou mogen zijn, natuurlijk wel, maar nu was de situatie al gespannen voor er überhaupt iets was gezegd.
“Welk berichtje?” vroeg Fiona aan mij.
Ik haalde mijn mobiel uit mijn zak en zocht het sms-je op. Ik gaf het toestel aan haar. Fiona las het en keek toen met dezelfde verbaasde blik weer naar mij. “Ja, und? Wat is dit dan?”
Cat stak een sigaret op. “Dat, lieve schat van me, is een berichtje van jouw vriendin aan de mijne. Vanmiddag verstuurd, kun je zien.”
Fiona keek nogmaals naar het scherm en toen opnieuw naar mij. “Wat moet dit voorstellen?”
Ik deed mijn mond open om te antwoorden, maar Cat was me voor. “Ja, dat vroegen wij ons ook af.”
Fiona stond nog altijd met mijn mobiel in haar handen. “Dus je beweert dat Eliza jou dit bericht heeft gestuurd?”
Ik knikte.
“Hoe weet je dat het van haar is?”
Ik vertelde haar van het voorval op de overloop bij Cat en hoe ze me in mijn nek had gezoend toen ik haar wilde troosten nadat haar moeder op bezoek was geweest.
Fiona vernauwde haar ogen tot spleetjes. “Dus jij beweert dat mijn meisje achter jou aanzit?”
“Nou, ik beweer met name dat ze een spelletje speelt met ons. Ik ben je vriendin Fioon, al twintig jaar, denk je nou echt dat ik dit zomaar zou verzinnen?”
Fiona dacht even na en schudde toen haar hoofd. “Nee, ik geloof niet dat je dat zomaar zou doen, maar ik geloof ook niet dat Eliza dit allemaal zomaar zou doen.”
Cat schraapte haar keel. “Vertel haar wat je van Myrthe hebt gehoord.”
Ik zuchtte en deed het telefoongesprek uit de doeken.
Fiona lachte kort. “Allemaal van horen zeggen, dus. Die meiden waren dronken, Do, het was carnaval.”
Ik zuchtte diep. Hoe moest ik haar er van overtuigen dat Eliza niet was zoals ze zich voordeed?
We hoorde de sleutel in het slot omdraaien. Mijn maag kromp ineen en we wisselden gedrieën een gespannen blik. “Nou”, zei Fiona, “laten we het haar dan maar meteen vragen hè?”
Eliza deed de kamerdeur open. Toen ze ons zag werden haar ogen groot. Het was een fractie van een seconde, maar zichtbaar. Toen hervond ze zich en schonk ons haar meest engelachtige glimlach. “Haai”, zei ze vrolijk. “Wat gezellig dat jullie er zijn.”
Ik keek naar Cat, die zich duidelijk zat te verbijten, maar ze hield zich in.
Fiona liep naar Eliza toe en duwde mijn mobiel onder haar neus. “Wat is dit?”
Eliza bekeek het bericht. “Ik heb geen idee, wat moet dit zijn dan?”
Ik bevochtigde mijn lippen. “Dat kreeg ik vanmiddag van je.”
Eliza keek me aan. Haar blauwe ogen stonden helder in hun kassen. “Ik weet niet waar je het over hebt.”
“Natuurlijk niet”, schamperde Cat.
“Fiona wat is dit?” vroeg Eliza onzeker aan haar vriendin.
Die richtte zich weer tot mij. “Volgens Do heb jij een oogje op haar en stuur je haar berichtjes.”
Eliza lachte. “Nou dan heeft Do niet goed opgelet. Ik ben verliefd op jou schat.” Ze kuste Fiona en gaf mijn mobiel terug aan mij. Ik probeerde haar blik op te vangen, maar ze ontweek me vakkundig.
“Bel het nummer”, gebood Cat.
Ik keek haar niet begrijpend aan.
“Bel het nummer uit dat berichtje.”
Ik snapte het. Ik sloeg het nummer op en belde het. Ik hoorde hoe ergens aan de andere kant een telefoon over ging. Na een keer of zes ging het over op de voicemail. Een vriendelijke computerstem nodigde me uit om een boodschap achter te laten op het nummer dat ik had getoetst.
“Hoorden jullie ergens een telefoon overgaan?” vroeg Fiona geïrriteerd. “Ik niet namelijk.” Eliza haalde haar mobiel uit haar tas. “Ik heb de mijne hier en zoals je ziet heb geen gemiste gesprekken.”
Cat keek ons strak aan. Ik was even uit het veld geslagen. Fiona sloeg haar arm om Eliza heen. “Was dit het, dames? Ik zou graag willen gaan eten.”
De spanning was om te snijden.
Hoe had ze het geflikt? Had ze twee mobiele telefoons? Bewaarde ze er een voor haar vieze spelletjes en de ander om de schijn op te houden?
Cat stond op en duwde me in de richting van de deur. “Eet smakelijk dan maar.”
Ik voelde plots mijn mobiel trillen in mijn zak en hield in. Ik las het binnengekomen sms-je. Lieve Dominique. Speel geen spelletjes met me. Ik mag dan van je houden, ik hou er niet van om teleurgesteld te worden. Daar kan ik niet tegen, liefste...
Mijn mond viel letterlijk open. Cat keek me vragend aan, evenals Fiona en Eliza. Maar als Eliza hier stond, met haar armen om Fiona heen, van wie was dan in godsnaam dit bericht?
Volgende week lezen we misschien hoe die vork nu in de steel zit! Paringsdans; iedere zondagmiddag online.