Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 27

Gepubliceerd op: 13 maart 2005

Paringsdans
Dominique heeft de ware aard van Eliza aan den lijve ondervonden. Nu worstelt ze met de kwestie: aan wie en vooral hóe moet ze dit vertellen? En hoe wordt gereageerd? Eliza heeft Do redelijk klem en dat zit Do niet lekker. 
 
Cat ruimde de laatste glazen op en zette de vaatwasser aan. Ik hing onderuitgezakt op de bank en staarde naar mijn eigen spiegelbeeld in het grote raam tegenover me. De woorden van Eliza echoden nog na in mijn hoofd. Ze had me evengoed met een hamer neer kunnen meppen; het voelde alsof ik een uur lang buiten westen was geweest en net weer een beetje zat bij te komen.
 
Cat liep naar me toe en pakte mijn hand. “Ga je mee naar bed schat, je hangt erbij als een natte dweil.”
Zonder iets te zeggen liet ik mee naar boven voeren. Eenmaal in bed voelde ik pas goed hoe moe ik was. Hoeveel energie het me kostte om mijn mond te houden tegen Cat. Ze vleide zich tegen me aan en legde haar hand op een van mijn borsten. “Ik ben zo blij dat ik lig. Het was wel heel gezellig. En Fiona en Eliza lijken hevig verliefd.”
Lijken inderdaad, dacht ik. Hoewel Fiona het onbetwist werkelijk was.
 
“Heerlijk om je weer te voelen schat, heb je gemist de afgelopen dagen”, fluisterde Cat en ze kuste me zacht op mijn wang.
Ik kuste haar terug. Ze legde haar hoofd in mijn hals en viel naar verloop van tijd in slaap.
 
Ik had geen idee hoe lang ik al naar het plafond lag te staren.
 
Ik streelde zacht Cats rug. “Lieverd?”
Geen reactie.
“Cat?” Ik verlegde haar hoofd van mijn schouder naar haar kussen. Ze murmelde wat en richtte zich half op. “Wat is er schat?” vroeg ze met slaperige stem.
Ik slikte even en zei aarzelend: “Als iemand je iets over mij zou vertellen, zou je dan zonder meer aannemen dat het waar is?”
 
Cat wreef een deel van de slaap uit haar ogen. “Kun je iets specifieker zijn, om half vijf ‘s ochtends?”
Ik keek haar aan en haalde mijn hand door haar blonde haren. “Stel dat iemand je iets over mij zou vertellen, iets wat overigens absoluut niet waar is, zou je diegene dan zo maar geloven?”
“Iets over jou wat niet waar is, maar waarvan ik niet weet dat het niet waar is?”
Ik knikte.
 
Cat keek me vragend aan. “Zoals?”
Ik bevochtigde mijn lippen. Hoe moest ik het haar nu vertellen? En waar moest ik beginnen? Bij de middag in Fiona’s appartement, waar Eliza haar gezicht in mijn hals verborg en met haar lippen mijn huid verkende? Hoe ze bleef dralen aan de eettafel, wachtend op waar ik zou gaan zitten? Of moest ik beginnen bij de rondleiding door het huis, waarbij de wolf zich plotseling van haar schaapskleren had ontdaan? “Vertrouw je me?” vroeg ik zacht.
Cat kuste me op mijn mond. “Volledig.”
“Maar waarop baseer je dat, zo goed ken je me nog niet.”
 
Cat liet zich weer zakken en leunde met haar elleboog op de matras. Haar borsten waren nu vlakbij mijn gezicht en de verleiding was groot ze te kussen, te voelen hoe haar tepels hard zouden worden in mijn warme mond en urenlang met haar te vrijen. Maar het zou uitstel van executie zijn en ik plofte bijna uit elkaar.
 
“Ik ken je al wat langer dan slechts een paar maanden lieverdje en ik ben erg goed in observeren. Ik heb je in die jaren nooit kunnen betrappen op iets wat mij tegenstaat of niet bij me past. Ik ben niet voor niets zo verliefd op je geworden. We praten over alles, we zijn altijd eerlijk tegen elkaar en dat is voor mij het enige dat telt.”
Cats woorden waren goedbedoeld, maar maakten het alleen maar erger.
 
Maar ik ben nu niet eerlijk tegen je, lieve Cat. Ik wil het zo graag zijn, maar ik ben het niet.
 
Ik voelde me steeds kleiner worden. Eindelijk was ik op een punt beland waarop ik haar wilde vertellen over de ware aard van Eliza, maar ik klapte volledig dicht. Cat kuste me op mijn voorhoofd en kwam weer tegen me aan liggen.
“Ga lekker slapen schat, het is al vroeg.” Ze knipoogde.
Ik glimlachte flauw en kon wel janken.
 
Die maandag op mijn werk kon ik me niet concentreren.
Bas rolde zijn stoel naar me toe en zette een kop koffie op mijn bureau. “Drink deze eerst even leeg, je verkeert in staat van ontbinding.”
Bas, de eindredacteur van het magazine waar ik voor schreef, was altijd zo heerlijk direct. We konden het van begin af aan goed met elkaar vinden. We waren de enige homoseksuelen op een redactie van twintig mensen en dat schept nu eenmaal een band. Bas had een dappere coming-out achter de rug. Hij was destijds de enige open homoseksueel van het dorp waaruit hij kwam. De reacties waren zo heftig dat hij ervoor heeft moeten verhuizen. Daar konden we nu gelukkig eindeloos grappen over maken, maar het was natuurlijk te debiel voor woorden.
 
Ik nipte van mijn koffie en richtte mijn lege blik op de stapel teksten die ik nog moest redigeren. Bas bleef me onderzoekend aankijken. “Gaat het wel goed met je?”
Hoofdschuddend dronk ik door. Ik vermeed bewust oogcontact, omdat ik bang was in tranen uit te barsten. Bas stond op en legde even zijn hand op mijn schouder. “Als je tegen iemand aan wilt schoppen of schreeuwen weet je me te vinden hè? Je mag ook je perforator mijn kantoor ingooien, al betwijfel ik of je dat wel haalt vanaf hier.”
 
Ik moest lachen en meteen kwamen de tranen. Bas nam de mok uit mijn handen en sloeg zijn arm om me heen. Het hele verhaal over Eliza kwam hortend en stotend over mijn lippen. Toen ik een beetje gekalmeerd was zei Bas: “Lieverd, je moet dit aan Cat vertellen hoor. Ze houdt van je en kan je helpen. Je moet dit niet alleen willen doen.”
Ik wist dat hij gelijk had. “Maar ik heb er zo lang mee gewacht, dat zal ze me echt niet in dank afnemen.”
“Do, hoe afgezaagd het ook klinkt; beter laat dan nooit. Wie weet wat die Eliza nog allemaal voor je in petto heeft. Dat ga je niet trekken in je eentje. En Cat heeft er recht op het te weten.”
Ik knikte langzaam. “Ik zal het haar vanavond vertellen.”
 
“Doen Do, wie weet hoe gestoord dat kind is.”
 
Hoe dichter ik in de buurt van Cats huis kwam, des te zwaarder mijn benen werden. Al urenlang draaide ik een scenario af in mijn hoofd, waarin stond hoe ik Cat het hele verhaal zou gaan vertellen. Onzin natuurlijk, zulke gesprekken waren niet voor te kauwen. Ik voelde mijn mobiel trillen in mijn tas en ik bekeek het berichtje dat ik had gekregen. Wil je graag zien Dominique. Kunnen we ergens afspreken?
 
Een onbekend nummer, maar ik wist donders goed van wie het smsje afkomstig was. Mijn hart bonkte in mijn keel en ik hield abrupt mijn pas in. Ik staarde naar het beeldschermpje en besloot het berichtje onmiddellijk te wissen. Vervolgens liep ik door. Opnieuw trilde mijn telefoon. Ik kan er niet tegen je zo lang niet te kunnen zien. Ik mis je. Ik mis je ogen. Je stem. Wil je voelen...Bel me Dominique.
 
Met afgrijzen las ik de woorden. Plotseling won de woede het van mijn angst. “Wel godver...”
De telefoon ging over en ik schrok zo dat ik het ding bijna uit mijn handen liet kletteren. “Nu moet je verdomme eens heel goed naar me luisteren...!” schreeuwde ik. Een paar voorbijgangers keken geschrokken op.
“Nee Do, ik denk dat jij eerst heel goed naar mij moet luisteren.”
 
Het was Myrthe.
“Oh sorry Myrt, ik dacht dat je iemand anders was.”
“Geeft niet schat.”
“Wat is er?”
Myrthe bleef even stil.
“Hallo?”
“Do, dat vriendinnetje van Fiona komt uit Breda hè? Jong meisje, begin twintig, Eliza, toch?”
“Ja?”
“Nou, Marga en ik waren natuurlijk aan het carnavallen en toen leerden we in Den Bosch een groepje meiden kennen uit Breda.” Ze wachtte weer even.
“Ja, und?” Ik had geen idee waar ze heen wilde.
“Een van die meiden kent Eliza van de sportschool. Ze heeft kort iets met haar gehad.”
 
Ik werd ongeduldig. “Myrthe, wat probeer je me nou te vertellen?”
“Nou, ze waren weliswaar kort samen, maar dat meisje heeft nog heel lang last van Eliza gehad. Ze stalkte haar een jaar lang. Telefoontjes, aanvankelijk poeslief, maar later behoorlijk dreigend, nare brieven, talloze smsjes, keer op keer door de straat fietsen, opduiken op plaatsen waar zij ook was, moet ik nog doorgaan?”
 
Ik deed mijn ogen dicht. “Weet je zeker dat we het over dezelfde Eliza hebben?” vroeg ik tegen beter weten in.
 
“Ik ben bang van wel. Je moet Fiona waarschuwen, straks gaat het met haar dezelfde kant op. Eliza lijkt het woord 'nee' niet zo goed te begrijpen.”
 
Een enorme misselijkheid maakte zich van me meester en ik dacht terug aan de twee smsjes die ik had gekregen.
“Ik weet dat Fiona verliefd op haar is”, vervolgde Myrthe, “maar iemand moet haar duidelijk maken wat voor iemand die Eliza werkelijk is. Als ik dat meisje moet geloven kan ze heel ver gaan. We moeten zien te voorkomen dat Fiona daarvan het slachtoffer wordt.”
 
De brok in mijn keel ontnam me bijna de adem. Een traan gleed vanuit mijn ooghoek over mijn wang. “Ik denk niet dat Fiona daar bang voor hoeft te zijn”, fluisterde ik.

Volgende week zondag meer feuilleton!
Net ingestapt?
Lees je in!