Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 25
Gepubliceerd op: 27 februari 2005
Vorige week ging Dominique bij Fiona langs omdat de moeder van het jonge meisje Eliza langs zou komen om te praten met haar weggelopen dochter. Fiona was op van de zenuwen, maar het gesprek bleek goed te gaan. Voor Dominique liep het bezoekje aan Fiona anders af, en ze vertrok vol twijfels.
De lucht was grijs en grauw. Het regende onophoudelijk. Ik zat in de metro naast een grote gezette man die, leunend tegen het raam, een boek zat te lezen. Zijn korte grijze haar glinsterde van de regendruppels en zijn bruine overjas vertoonde tal van natte plekken.
De jas rook een beetje muf. De geur deed me aan vroeger denken, aan mijn opa. Die had ook zo’n lange jas en als ‘ie vanuit het gure natte weer de keuken bij mijn oma instapte, kon je ‘m in de woonkamer al ruiken.
Ik staarde langs de lezende man door het raam. Er zoefden gebouwen voorbij en we waren bijna in het centrum. Ik zou een halte eerder uit kunnen stappen en naar Cat toe kunnen gaan. Die hele affaire met Fiona, Eliza en haar ouders maakte me moe en ik wilde Cat’s armen om me heen voelen.
In gedachten ging ik terug naar Fiona’s appartement, waar ik zojuist nog op de bank had gezeten met Eliza. Het leek wel of haar lippen een brandplek in mijn hals hadden achtergelaten. In de ruit zag ik mijn eigen spiegelbeeld, dat werd doorklieft met regendruppels.
Ik leek wel een fantoom.
De metro minderde vaart en kwam tot stilstand op een station. Mensen schuifelden langs me heen het mistroostige weer in. Ik haalde mijn mobiel uit de tas en belde naar Cat.
“Dag schat, hoe was aan het front?” hoorde ik haar lieve hese stem vragen.
“Pff”, pufte ik, “breek me de bek niet open. Al moet ik zeggen dat het erger had gekund. Eliza’s moeder verblijdde ons met een bezoekje en ze had haar man gelukkig thuisgelaten.”
“Is ze nu mee terug?”
“Nee, dat niet. Ze wilde niet. Fiona heeft met Jeanne gesproken waarna ze beide besloten dat het geen zin had Eliza onder dwang mee terug te nemen naar Breda. Ze blijft dus voorlopig.”
“Wat een toestand. Kom je nu hierheen?” vroeg Cat.
Ik slikte even. Ik wilde niets liever. Toch aarzelde ik en ik hoopte dat het Cat ontging. Maar er ontging Cat over het algemeen bar weinig.
“Schat, ik kan me voorstellen dat je moe bent, maar ik wil graag lekker voor je koken. Ik heb Fiona en Eliza ook gevraagd, zijn ze er even uit.”
Mijn maag kantelde een kwartslag. “Wanneer heb je Fiona gesproken?”
“Net, voordat jij belde. Kom je lekker bij me schat, heb je gemist.”
“Ik jou ook”, prevelde ik.
“Zie ik je zo? Ga ik nu even boodschappen doen.”
“Oké lieverd, tot zo.”
Ik hing op en staarde nog even naar de display.
Het leek wel of er ineens van alles gebeurde waar ik zelf totaal geen vat op had.
De gedachte om met z’n vieren aan tafel te gaan zitten eten bedierf bij voorbaat al mijn eetlust. Hoe moest ik hemelsnaam een fatsoenlijke hap door mijn keel krijgen? De spanning in mijn lijf zou voor iedereen merkbaar zijn. Ik moest iets doen. Mijn vingers toetsten razendsnel het telefoonnummer van Tamar en Jorinde in. “Neem alsjeblieft op”, fluisterde ik zacht.
“Hey Do, wat een verrassing”, begroette Tamar me opgewekt.
“Hallo schat, hebben jullie vanavond iets te doen?” vuurde ik direct.
“Hm, niet dat ik weet, even aan mijn eega vragen.” Tamar riep iets naar Jorinde en wendde zich toen weer tot mij. “Nee, wij hangen maar een beetje op de bank, hoezo, gaan jullie iets leuks doen?”
“Nou, Fiona en haar nieuwe vriendinnetje komen bij ons eten, we zouden het heel leuk vinden als jullie ook kwamen.” Ik deed mijn ogen dicht en mompelde een schietgebedje.
“Oh leuk. Wij zijn natuurlijk heel benieuwd naar dat nieuwe vriendinnetje. Hoe laat worden we verwacht?”
“Zo meteen al, Cat is nu boodschappen doen, maar ik ben al onderweg naar haar huis. Komen jullie nu?” Het klonk wanhopiger dan ik wilde.
Tamar bleef even stil. “Zeg Do, is alles wel goed met je?” vroeg ze vervolgens oprecht bezorgd.
Ik beet even op mijn lip. Er was niet veel nodig om me in tranen uit te doen barsten.
Ik vermande me. “Ja tuurlijk. Ik vind het gewoon gezellig als jullie er ook vroeg zijn. We hebben elkaar al een tijdje niet gezien, kunnen we bijkleppen.”
“Oké, ik hijs me even in iets degelijks en dan komen we jullie kant op.”
Ik drukte mijn mobiel uit en zuchtte diep.
De man in de muffe regenjas keek even opzij, trok een wenkbrauw op en verdween weer in zijn boek.
Cat vond het gelukkig een heel goed idee van me om Tamar en Jorinde ook uit te nodigen. Hoe meer zielen hoe meer vreugd was zo’n beetje haar levensmotto.
Ik schonk een jonge borrel cola in voor Tamar en Jorinde trok een blikje bier open. We liepen elkaar gezellig in de weg in de keuken. Zo nu en dan kuste Cat me op mijn wang of haalde even haar handen door mijn haar. Het feit dat ik daar oprecht van genoot en nog steeds verlangde naar haar aanrakingen ontspande me iets.
Met z’n vieren zou ik het niet hebben getrokken, maar nu Tamar en Jorinde er waren durfde ik het wel aan. Hoewel ik Cat nog altijd niets had verteld over mijn verwarring met betrekking tot Eliza. Ik had geen idee welke moment het juiste zou zijn om over zoiets te beginnen.
Ik dronk mijn glas Campari leeg en schonk onmiddellijk een nieuwe in.
“Schat, je moet nog eten, straks komt de spaghetti weer door je neus naar buiten”, herinnerde Cat me aan een vorig etentje, in een restaurant ergens aan zee, waar we met een stel meiden eerst hadden zitten pimpelen en later hadden getracht voedsel op een christelijke manier naar binnen te werken. Dat was niet meer gelukt.
Fiona en Eliza kwamen door de achterdeur naar binnen. Fiona stelde haar vlam voor aan Jorinde en Tamar. Cat en ik stonden in de keuken. “Zo, het is wel een lekker ding”, fluisterde Cat in mijn oor.
Ik probeerde heel nonchalant een slok Campari naar binnen te laten glijden. Daar moest ik me enorm op concentreren.
“Hm, hm...” was dan ook mijn eigen commentaar. Ze kwamen onze kant opgelopen. Cat stelde zich aan Eliza voor. “Ik heb al veel over je gehoord in korte tijd. Ik hoop dat je je een beetje kunt ontspannen na alle toestanden. Neem lekker wat te drinken.”
Fiona kuste me op mijn wang en kneep even in mijn arm. “Dank je, voor er zijn. Je bent een engel.”
Ik wendde opgelaten mijn hoofd af. “Ach, het was niets.”
Eliza draaide zich naar me toe en schonk me een stralende glimlach. “Hoi Dominique”, zei ze met haar lieve zachte stem.
Ik versteende even. Toch hervond ik mezelf verbazingwekkend snel. Als haar aanwezigheid en nu al aflegde tegen die van de Campari hoefde ik me over de rest van de avond misschien ook geen zorgen te maken.
“Nou, eigenlijk kunnen we wel aan tafel”, zei Cat en liep met de pan spaghetti de aanbouw in.
“Wie zit waar?” vroeg Tamar. Ze schudde haar donkere krullen naar achteren en trok haar oranje zijden bloes recht. Jorinde legde haar hand om de middel van haar vriendin en duwde haar verder naar achteren. Ik hoopte vurig dat die twee gewoon bij elkaar zouden blijven, ondanks alle buitenechtelijke liefdesperikelen.
“Maakt niet uit”, riep Cat vanuit de keuken. “Laat mij trouwens maar aan het hoofd zitten, ik wandel toch op en neer.”
Fiona trok een stoel naar achteren zodat Eliza naast haar kon gaan zitten, maar Eliza leek te twijfelen en bleef staan. Vanachter lange donkere wimpers volgden haar ogen elke beweging die ik maakte. Ik voelde wederom een ongemakkelijk gevoel opkomen. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ze stond af te wachten waar ik zou gaan zitten.
Het moment was kort, maar ik wist zeker dat ik het goed gezien had.
Ineens bekroop me een misselijkmakend onaangenaam gevoel. In mijn hoofd weerklonken de woorden van Fiona. Wat nou als het voor haar alleen maar een uitvlucht is, dat ze via mij onder het juk van die ouders uit wil komen?
Ik stond nog steeds naast mijn stoel, tegenover Fiona en Eliza en naast Tamar en Jorinde. Ik keek naar mijn beste vriendin en haar nieuwe liefde. In mijn hoofd begon het te spoken.
Wat nou als ze via Fiona bij mij probeerde te komen?
Is ze überhaupt wel voor Fiona naar Rotterdam afgereisd...?
Volgende week zondag weer meer Paringsdans!
De lucht was grijs en grauw. Het regende onophoudelijk. Ik zat in de metro naast een grote gezette man die, leunend tegen het raam, een boek zat te lezen. Zijn korte grijze haar glinsterde van de regendruppels en zijn bruine overjas vertoonde tal van natte plekken.
De jas rook een beetje muf. De geur deed me aan vroeger denken, aan mijn opa. Die had ook zo’n lange jas en als ‘ie vanuit het gure natte weer de keuken bij mijn oma instapte, kon je ‘m in de woonkamer al ruiken.
Ik staarde langs de lezende man door het raam. Er zoefden gebouwen voorbij en we waren bijna in het centrum. Ik zou een halte eerder uit kunnen stappen en naar Cat toe kunnen gaan. Die hele affaire met Fiona, Eliza en haar ouders maakte me moe en ik wilde Cat’s armen om me heen voelen.
In gedachten ging ik terug naar Fiona’s appartement, waar ik zojuist nog op de bank had gezeten met Eliza. Het leek wel of haar lippen een brandplek in mijn hals hadden achtergelaten. In de ruit zag ik mijn eigen spiegelbeeld, dat werd doorklieft met regendruppels.
Ik leek wel een fantoom.
De metro minderde vaart en kwam tot stilstand op een station. Mensen schuifelden langs me heen het mistroostige weer in. Ik haalde mijn mobiel uit de tas en belde naar Cat.
“Dag schat, hoe was aan het front?” hoorde ik haar lieve hese stem vragen.
“Pff”, pufte ik, “breek me de bek niet open. Al moet ik zeggen dat het erger had gekund. Eliza’s moeder verblijdde ons met een bezoekje en ze had haar man gelukkig thuisgelaten.”
“Is ze nu mee terug?”
“Nee, dat niet. Ze wilde niet. Fiona heeft met Jeanne gesproken waarna ze beide besloten dat het geen zin had Eliza onder dwang mee terug te nemen naar Breda. Ze blijft dus voorlopig.”
“Wat een toestand. Kom je nu hierheen?” vroeg Cat.
Ik slikte even. Ik wilde niets liever. Toch aarzelde ik en ik hoopte dat het Cat ontging. Maar er ontging Cat over het algemeen bar weinig.
“Schat, ik kan me voorstellen dat je moe bent, maar ik wil graag lekker voor je koken. Ik heb Fiona en Eliza ook gevraagd, zijn ze er even uit.”
Mijn maag kantelde een kwartslag. “Wanneer heb je Fiona gesproken?”
“Net, voordat jij belde. Kom je lekker bij me schat, heb je gemist.”
“Ik jou ook”, prevelde ik.
“Zie ik je zo? Ga ik nu even boodschappen doen.”
“Oké lieverd, tot zo.”
Ik hing op en staarde nog even naar de display.
Het leek wel of er ineens van alles gebeurde waar ik zelf totaal geen vat op had.
De gedachte om met z’n vieren aan tafel te gaan zitten eten bedierf bij voorbaat al mijn eetlust. Hoe moest ik hemelsnaam een fatsoenlijke hap door mijn keel krijgen? De spanning in mijn lijf zou voor iedereen merkbaar zijn. Ik moest iets doen. Mijn vingers toetsten razendsnel het telefoonnummer van Tamar en Jorinde in. “Neem alsjeblieft op”, fluisterde ik zacht.
“Hey Do, wat een verrassing”, begroette Tamar me opgewekt.
“Hallo schat, hebben jullie vanavond iets te doen?” vuurde ik direct.
“Hm, niet dat ik weet, even aan mijn eega vragen.” Tamar riep iets naar Jorinde en wendde zich toen weer tot mij. “Nee, wij hangen maar een beetje op de bank, hoezo, gaan jullie iets leuks doen?”
“Nou, Fiona en haar nieuwe vriendinnetje komen bij ons eten, we zouden het heel leuk vinden als jullie ook kwamen.” Ik deed mijn ogen dicht en mompelde een schietgebedje.
“Oh leuk. Wij zijn natuurlijk heel benieuwd naar dat nieuwe vriendinnetje. Hoe laat worden we verwacht?”
“Zo meteen al, Cat is nu boodschappen doen, maar ik ben al onderweg naar haar huis. Komen jullie nu?” Het klonk wanhopiger dan ik wilde.
Tamar bleef even stil. “Zeg Do, is alles wel goed met je?” vroeg ze vervolgens oprecht bezorgd.
Ik beet even op mijn lip. Er was niet veel nodig om me in tranen uit te doen barsten.
Ik vermande me. “Ja tuurlijk. Ik vind het gewoon gezellig als jullie er ook vroeg zijn. We hebben elkaar al een tijdje niet gezien, kunnen we bijkleppen.”
“Oké, ik hijs me even in iets degelijks en dan komen we jullie kant op.”
Ik drukte mijn mobiel uit en zuchtte diep.
De man in de muffe regenjas keek even opzij, trok een wenkbrauw op en verdween weer in zijn boek.
Cat vond het gelukkig een heel goed idee van me om Tamar en Jorinde ook uit te nodigen. Hoe meer zielen hoe meer vreugd was zo’n beetje haar levensmotto.
Ik schonk een jonge borrel cola in voor Tamar en Jorinde trok een blikje bier open. We liepen elkaar gezellig in de weg in de keuken. Zo nu en dan kuste Cat me op mijn wang of haalde even haar handen door mijn haar. Het feit dat ik daar oprecht van genoot en nog steeds verlangde naar haar aanrakingen ontspande me iets.
Met z’n vieren zou ik het niet hebben getrokken, maar nu Tamar en Jorinde er waren durfde ik het wel aan. Hoewel ik Cat nog altijd niets had verteld over mijn verwarring met betrekking tot Eliza. Ik had geen idee welke moment het juiste zou zijn om over zoiets te beginnen.
Ik dronk mijn glas Campari leeg en schonk onmiddellijk een nieuwe in.
“Schat, je moet nog eten, straks komt de spaghetti weer door je neus naar buiten”, herinnerde Cat me aan een vorig etentje, in een restaurant ergens aan zee, waar we met een stel meiden eerst hadden zitten pimpelen en later hadden getracht voedsel op een christelijke manier naar binnen te werken. Dat was niet meer gelukt.
Fiona en Eliza kwamen door de achterdeur naar binnen. Fiona stelde haar vlam voor aan Jorinde en Tamar. Cat en ik stonden in de keuken. “Zo, het is wel een lekker ding”, fluisterde Cat in mijn oor.
Ik probeerde heel nonchalant een slok Campari naar binnen te laten glijden. Daar moest ik me enorm op concentreren.
“Hm, hm...” was dan ook mijn eigen commentaar. Ze kwamen onze kant opgelopen. Cat stelde zich aan Eliza voor. “Ik heb al veel over je gehoord in korte tijd. Ik hoop dat je je een beetje kunt ontspannen na alle toestanden. Neem lekker wat te drinken.”
Fiona kuste me op mijn wang en kneep even in mijn arm. “Dank je, voor er zijn. Je bent een engel.”
Ik wendde opgelaten mijn hoofd af. “Ach, het was niets.”
Eliza draaide zich naar me toe en schonk me een stralende glimlach. “Hoi Dominique”, zei ze met haar lieve zachte stem.
Ik versteende even. Toch hervond ik mezelf verbazingwekkend snel. Als haar aanwezigheid en nu al aflegde tegen die van de Campari hoefde ik me over de rest van de avond misschien ook geen zorgen te maken.
“Nou, eigenlijk kunnen we wel aan tafel”, zei Cat en liep met de pan spaghetti de aanbouw in.
“Wie zit waar?” vroeg Tamar. Ze schudde haar donkere krullen naar achteren en trok haar oranje zijden bloes recht. Jorinde legde haar hand om de middel van haar vriendin en duwde haar verder naar achteren. Ik hoopte vurig dat die twee gewoon bij elkaar zouden blijven, ondanks alle buitenechtelijke liefdesperikelen.
“Maakt niet uit”, riep Cat vanuit de keuken. “Laat mij trouwens maar aan het hoofd zitten, ik wandel toch op en neer.”
Fiona trok een stoel naar achteren zodat Eliza naast haar kon gaan zitten, maar Eliza leek te twijfelen en bleef staan. Vanachter lange donkere wimpers volgden haar ogen elke beweging die ik maakte. Ik voelde wederom een ongemakkelijk gevoel opkomen. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ze stond af te wachten waar ik zou gaan zitten.
Het moment was kort, maar ik wist zeker dat ik het goed gezien had.
Ineens bekroop me een misselijkmakend onaangenaam gevoel. In mijn hoofd weerklonken de woorden van Fiona. Wat nou als het voor haar alleen maar een uitvlucht is, dat ze via mij onder het juk van die ouders uit wil komen?
Ik stond nog steeds naast mijn stoel, tegenover Fiona en Eliza en naast Tamar en Jorinde. Ik keek naar mijn beste vriendin en haar nieuwe liefde. In mijn hoofd begon het te spoken.
Wat nou als ze via Fiona bij mij probeerde te komen?
Is ze überhaupt wel voor Fiona naar Rotterdam afgereisd...?
Volgende week zondag weer meer Paringsdans!