Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 23
Gepubliceerd op: 13 februari 2005
Na een nachtje borrelen met de meiden beseft Dominique dat ze al een tijdje niets meer van Fiona heeft gehoord. Fiona was tijdens de borrel halsoverkop vertrokken, nadat een meisje dat ze heeft leren kennen opbelde dat ze naar haar op weg was.
Sinds Fiona Eliza van het station was gaan halen had ik niets meer van haar gehoord. Ik kon m’n nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en besloot naar haar toe te gaan. Het was wel een heel gedoe: eerst met de metro en toen nog twee haltes met de tram. Nog twee maanden en ik zou weer mogen rijden. Eindelijk.
Ik belde aan en wachtte even. Het duurde lang voor er open werd gedaan. Ik keek in het bleke gezicht van Fiona, vol sproetjes en waarin doffe groene ogen stonden. Zo had ik haar nog nooit gezien.
“Kolere, wat zie jij eruit!” begroette ik haar weinig subtiel.
Fiona bond haar lichtblauwe ochtendjas dicht en trok me naar binnen. “Do, ik ben zo blij dat je er bent.” Ze bleef mijn hand vasthouden en leidde me de woonkamer in. Ik draaide mijn hoofd naar links en naar rechts om Eliza te ontdekken, maar ik zag haar niet.
“Ze ligt nog in bed’, verklaarde Fiona haar afwezigheid. Ze liep naar de keuken en begon koffie te zetten. “Jij ook?”
Ik knikte.
“Fioon, wat is er allemaal aan de hand?”
Fiona maakte een wegwerpgebaar en pufte. “Dat wil je niet weten, het is een groot drama. Het hele leven is op dit moment een groot drama.”
Ik trok een wenkbrauw op. Was dit de Fiona die ik al twintig jaar kende en die ik niet eerder op enige vorm van pessimisme had kunnen betrappen? “Schat, begin bij het begin. Waarom is Eliza in de eerste plaats hierheen gekomen?”
Fiona kwam terug met twee mokken koffie en gaf er een aan mij. We gingen op haar zwartleren bank zitten. Ik keek haar bezorgd aan. “Je ziet er moe uit.”
“Dat ben ik ook, afgepeigerd. En niet om wat jij denkt. Ik heb dat kind nog amper aangeraakt, alleen een beetje gezoend, maar weet je daar hadden we helemaal geen tijd voor verder. Ik heb de hele nacht gespendeerd aan telefoneren met haar ouders.”
Ik verslikte me bijna in een slok koffie. “Met haar ouders?”
“Eliza is zonder iets te zeggen weg gegaan, heeft zomaar de trein gepakt en is min of meer op de bonnefooi mijn kant opgekomen, in de hoop dat ik er zou zijn. Nou haar ouders werden op den duur ongerust natuurlijk dus haar vader belt op haar mobiel.”
“Ah, het rotsblok.”
“Ja, de schutting die maar niet om wilde vallen. Anyway, hij brulde door de telefoon dat ze onmiddellijk naar huis moest komen. Dat had natuurlijk geen enkel effect en vervolgens damde hij iets in, maar toen ze eenmaal vertelde waar ze was kreeg hij zo ongeveer een beroerte. Ik was de duivel, de antichrist die zijn dochter verleidde, ik zou haar laten eten van de verboden vrucht enzovoorts.” Fiona lachte schamper. ‘Het was eerder alleen maar godslasterlijk dan beledigend voor mij. Iemand die zulke uitspraken doet kun je toch niet serieus nemen?”
“Maar hoe reageerde Eliza?” vroeg ik.
Fiona schokschouderde. “Ja, opstandig. Hoe harder hij tekeer ging, des te meer zij daar tegenin ging. Ze wilde gewoon niet naar huis. Ze zei dat ze bij mij zou blijven zolang ze wilde.”
“En dat benauwt je...”
Fiona knikte traag. “Ja een beetje wel. We kennen elkaar niet. We vonden elkaar direct leuk op een druilerige zaterdag in een pretpark, waarbij driftig over en weer werd geflirt. Een dag later zit ik ineens in een heel slechte B-film, waarbij een of andere Pilatus uit Breda me aan het kruis genageld wil zien.”
Ik moest lachen.
“Die vent wilde mij ook persé spreken, dus Eliza gaf haar mobiel door. Nou Do, echt waar, er was geen touw aan vast te knopen. Een beerput van razernij. Later kreeg ik haar moeder ook nog. Die was gelukkig wel wat milder, zij maakte zich vooral zorgen en daar kon ik me natuurlijk alles bij voorstellen. Maar echt veel kwam er verder ook niet uit hoor, ze was duidelijk niet van plan achter de rug van haar man vandaan te kruipen.”
“En Eliza en jij?”
“Wat moet ik daarover zeggen? We stuiterden van de adrenaline vannacht, na zulke telefoongesprekken. Ik was nog half teut van anderhalve fles Campari bij jullie. Ik heb haar gezegd dat het allemaal wel goed komt, dat we wel zullen zien hoe alles gaat.
“Toen kwam ze dichterbij me staan en moest ik ineens in die prachtige blauwe ogen kijken.”
“Ineens wist ik weer waarom ik in de Efteling zo ondersteboven van haar was geraakt.”
“En toen?” vroeg ik nieuwsgierig.
Fiona nam een slok van haar koffie en glimlachte flauw. “Toen nam ik haar gezichtje in mijn handen en drukte zacht mijn lippen op de hare.”
Dit was geen doorsnee Fiona-beschrijving van iemand kussen. Normaal gesproken had Fiona met iemand ‘gebekt’, of iemand even ‘gepakt’. Nu had ze ‘haar lippen’ op die van Eliza ‘gedrukt’. Daardoor wist ik dat het Fiona allemaal meer deed dan ze aan zichzelf wilde toegeven.
‘Voelde het fijn?”
Fiona zuchtte en sloot haar ogen. “Het was gruwelijk heerlijk. Toen ik haar zachte tong de binnenkant van mijn mond voelde ontdekken zakte ik bijna door m’n hoeven.”
Ik proefde een ‘maar’.
“Maar”, zei Fiona, “ik moest mezelf onder controle houden. Voor m’n gevoel maken we zo een onwijs valse start. Er spelen te veel dingen mee. Haar ouders, dat idiote geloof en alle beperkingen die daaruit voortvloeien. Ik weet nog steeds niet goed of ze op haar gevoel voor mij afgaat of dat ze vlucht voor dat juk.”
We zwegen en staarden uit het grote raam, dat uitzicht bood op een deel van de Rotterdamse haven. We hoorden de slaapkamerdeur open gaan en zagen Eliza met een slaperig hoofd binnenkomen. Haar halflange donkerblonde haar zat leuk in de war en haar blauwe ogen glansden tussen haar nog hangende oogleden door. We keken haar glimlachend aan, beiden onder de indruk van haar schoonheid.
Ergens begon iets te borrelen bij me en dat had me moeten alarmeren.
Misschien had ik zelfs weg moeten gaan, maar op de een of andere manier drukte ik dat gevoel weg en concentreerde me weer op de penibele situatie waarin Fiona en Eliza zaten.
“Goeiemiddag slaapkopje, zal ik koffie voor je maken?” vroeg Fiona en zonder op antwoord te wachten liep ze de keuken in.
Eliza ging tegenover me zitten in de zwartleren fauteuil en sloeg de zachtgele badjas van Fiona om haar mooie slanke benen. Ik keek naar haar bewegingen en slikte even.
“Je zult wel gedacht hebben toen jullie zo bij me voor de deur stonden, in wat voor tijdperk zijn we beland”, zei ze met zachte stem.
Ik glimlachte lief naar haar. “Ja, ik zal niet ontkennen dat we met stomheid geslagen waren. Niet omwille van jullie overtuiging, iedereen mag geloven wat ‘ie wil, het was de manier waarop je vader zich opstelde. We moesten er ook wel om lachen eigenlijk.”
Eliza lachte en haar ogen straalden mee.
Diep vanbinnen ging bij mij iets mis.
Weer drukte ik het weg. En ik weigerde op te staan en weg te lopen. Fiona kwam terug met de koffie en zette een kop voor Eliza op de houten tafel. Ze kuste haar vluchtig op haar wang en kwam weer naast me zitten. Eliza sloeg verlegen haar ogen neer.
We roerden zwijgend in onze mokken.
“Hoe eh, moet het nu verder?” vroeg ik voorzichtig.
Fiona en Eliza keken elkaar aan en haalden tegelijkertijd de schouders op. “Ze kan zolang wel hier blijven”, zei Fiona. “We moeten maar even zien hoe het gaat. Eerst de boel maar een beetje laten kalmeren.”
Eliza knikte. “Ik heb je niet voor het blok willen zetten, maar ik moest daar echt weg En ik wilde je graag zien. Ik weet ook niet wat me bezielde door zomaar de trein te pakken en maar te hopen dat je thuis zou zijn.”
“Nou ja, ik was in elk geval in de buurt.”
Ik keek weer naar haar. Naar haar knappe gezicht, haar mooie rechte neus, haar volle rode lippen, haar stralende blauwe ogen, de zachte gelaatstrekken, haar licht getinte huidskleur. Ze zag er kwetsbaar uit, zoals ze daar zat in de badjas van Fiona die duidelijk te groot was. Tegelijkertijd gaf de lichtgele kleur, die zo mooi afstak bij haar lichtbruine huid, haar een prachtige exotische uitstraling.
Ik realiseerde me plots dat mijn ogen te lang op haar gericht waren.
En ik zag ook dat ze andersom hetzelfde deed. Onze blikken kruisten elkaar en ik wendde me af. Wat bezielde me? Ik was verliefd op Cat. Zij was mijn alles. Mijn liefde, mijn leven, mijn droomvrouw. Ik keek nogmaals op naar Eliza.
Dit meisje deed iets met me. En hoe hard ik er ook tegen zat te vechten op Fiona’s bank, ik had er geen antwoord op...
Hoe loopt dit af? Volgende week zondag meer Paringsdans!
Sinds Fiona Eliza van het station was gaan halen had ik niets meer van haar gehoord. Ik kon m’n nieuwsgierigheid niet langer bedwingen en besloot naar haar toe te gaan. Het was wel een heel gedoe: eerst met de metro en toen nog twee haltes met de tram. Nog twee maanden en ik zou weer mogen rijden. Eindelijk.
Ik belde aan en wachtte even. Het duurde lang voor er open werd gedaan. Ik keek in het bleke gezicht van Fiona, vol sproetjes en waarin doffe groene ogen stonden. Zo had ik haar nog nooit gezien.
“Kolere, wat zie jij eruit!” begroette ik haar weinig subtiel.
Fiona bond haar lichtblauwe ochtendjas dicht en trok me naar binnen. “Do, ik ben zo blij dat je er bent.” Ze bleef mijn hand vasthouden en leidde me de woonkamer in. Ik draaide mijn hoofd naar links en naar rechts om Eliza te ontdekken, maar ik zag haar niet.
“Ze ligt nog in bed’, verklaarde Fiona haar afwezigheid. Ze liep naar de keuken en begon koffie te zetten. “Jij ook?”
Ik knikte.
“Fioon, wat is er allemaal aan de hand?”
Fiona maakte een wegwerpgebaar en pufte. “Dat wil je niet weten, het is een groot drama. Het hele leven is op dit moment een groot drama.”
Ik trok een wenkbrauw op. Was dit de Fiona die ik al twintig jaar kende en die ik niet eerder op enige vorm van pessimisme had kunnen betrappen? “Schat, begin bij het begin. Waarom is Eliza in de eerste plaats hierheen gekomen?”
Fiona kwam terug met twee mokken koffie en gaf er een aan mij. We gingen op haar zwartleren bank zitten. Ik keek haar bezorgd aan. “Je ziet er moe uit.”
“Dat ben ik ook, afgepeigerd. En niet om wat jij denkt. Ik heb dat kind nog amper aangeraakt, alleen een beetje gezoend, maar weet je daar hadden we helemaal geen tijd voor verder. Ik heb de hele nacht gespendeerd aan telefoneren met haar ouders.”
Ik verslikte me bijna in een slok koffie. “Met haar ouders?”
“Eliza is zonder iets te zeggen weg gegaan, heeft zomaar de trein gepakt en is min of meer op de bonnefooi mijn kant opgekomen, in de hoop dat ik er zou zijn. Nou haar ouders werden op den duur ongerust natuurlijk dus haar vader belt op haar mobiel.”
“Ah, het rotsblok.”
“Ja, de schutting die maar niet om wilde vallen. Anyway, hij brulde door de telefoon dat ze onmiddellijk naar huis moest komen. Dat had natuurlijk geen enkel effect en vervolgens damde hij iets in, maar toen ze eenmaal vertelde waar ze was kreeg hij zo ongeveer een beroerte. Ik was de duivel, de antichrist die zijn dochter verleidde, ik zou haar laten eten van de verboden vrucht enzovoorts.” Fiona lachte schamper. ‘Het was eerder alleen maar godslasterlijk dan beledigend voor mij. Iemand die zulke uitspraken doet kun je toch niet serieus nemen?”
“Maar hoe reageerde Eliza?” vroeg ik.
Fiona schokschouderde. “Ja, opstandig. Hoe harder hij tekeer ging, des te meer zij daar tegenin ging. Ze wilde gewoon niet naar huis. Ze zei dat ze bij mij zou blijven zolang ze wilde.”
“En dat benauwt je...”
Fiona knikte traag. “Ja een beetje wel. We kennen elkaar niet. We vonden elkaar direct leuk op een druilerige zaterdag in een pretpark, waarbij driftig over en weer werd geflirt. Een dag later zit ik ineens in een heel slechte B-film, waarbij een of andere Pilatus uit Breda me aan het kruis genageld wil zien.”
Ik moest lachen.
“Die vent wilde mij ook persé spreken, dus Eliza gaf haar mobiel door. Nou Do, echt waar, er was geen touw aan vast te knopen. Een beerput van razernij. Later kreeg ik haar moeder ook nog. Die was gelukkig wel wat milder, zij maakte zich vooral zorgen en daar kon ik me natuurlijk alles bij voorstellen. Maar echt veel kwam er verder ook niet uit hoor, ze was duidelijk niet van plan achter de rug van haar man vandaan te kruipen.”
“En Eliza en jij?”
“Wat moet ik daarover zeggen? We stuiterden van de adrenaline vannacht, na zulke telefoongesprekken. Ik was nog half teut van anderhalve fles Campari bij jullie. Ik heb haar gezegd dat het allemaal wel goed komt, dat we wel zullen zien hoe alles gaat.
“Toen kwam ze dichterbij me staan en moest ik ineens in die prachtige blauwe ogen kijken.”
“Ineens wist ik weer waarom ik in de Efteling zo ondersteboven van haar was geraakt.”
“En toen?” vroeg ik nieuwsgierig.
Fiona nam een slok van haar koffie en glimlachte flauw. “Toen nam ik haar gezichtje in mijn handen en drukte zacht mijn lippen op de hare.”
Dit was geen doorsnee Fiona-beschrijving van iemand kussen. Normaal gesproken had Fiona met iemand ‘gebekt’, of iemand even ‘gepakt’. Nu had ze ‘haar lippen’ op die van Eliza ‘gedrukt’. Daardoor wist ik dat het Fiona allemaal meer deed dan ze aan zichzelf wilde toegeven.
‘Voelde het fijn?”
Fiona zuchtte en sloot haar ogen. “Het was gruwelijk heerlijk. Toen ik haar zachte tong de binnenkant van mijn mond voelde ontdekken zakte ik bijna door m’n hoeven.”
Ik proefde een ‘maar’.
“Maar”, zei Fiona, “ik moest mezelf onder controle houden. Voor m’n gevoel maken we zo een onwijs valse start. Er spelen te veel dingen mee. Haar ouders, dat idiote geloof en alle beperkingen die daaruit voortvloeien. Ik weet nog steeds niet goed of ze op haar gevoel voor mij afgaat of dat ze vlucht voor dat juk.”
We zwegen en staarden uit het grote raam, dat uitzicht bood op een deel van de Rotterdamse haven. We hoorden de slaapkamerdeur open gaan en zagen Eliza met een slaperig hoofd binnenkomen. Haar halflange donkerblonde haar zat leuk in de war en haar blauwe ogen glansden tussen haar nog hangende oogleden door. We keken haar glimlachend aan, beiden onder de indruk van haar schoonheid.
Ergens begon iets te borrelen bij me en dat had me moeten alarmeren.
Misschien had ik zelfs weg moeten gaan, maar op de een of andere manier drukte ik dat gevoel weg en concentreerde me weer op de penibele situatie waarin Fiona en Eliza zaten.
“Goeiemiddag slaapkopje, zal ik koffie voor je maken?” vroeg Fiona en zonder op antwoord te wachten liep ze de keuken in.
Eliza ging tegenover me zitten in de zwartleren fauteuil en sloeg de zachtgele badjas van Fiona om haar mooie slanke benen. Ik keek naar haar bewegingen en slikte even.
“Je zult wel gedacht hebben toen jullie zo bij me voor de deur stonden, in wat voor tijdperk zijn we beland”, zei ze met zachte stem.
Ik glimlachte lief naar haar. “Ja, ik zal niet ontkennen dat we met stomheid geslagen waren. Niet omwille van jullie overtuiging, iedereen mag geloven wat ‘ie wil, het was de manier waarop je vader zich opstelde. We moesten er ook wel om lachen eigenlijk.”
Eliza lachte en haar ogen straalden mee.
Diep vanbinnen ging bij mij iets mis.
Weer drukte ik het weg. En ik weigerde op te staan en weg te lopen. Fiona kwam terug met de koffie en zette een kop voor Eliza op de houten tafel. Ze kuste haar vluchtig op haar wang en kwam weer naast me zitten. Eliza sloeg verlegen haar ogen neer.
We roerden zwijgend in onze mokken.
“Hoe eh, moet het nu verder?” vroeg ik voorzichtig.
Fiona en Eliza keken elkaar aan en haalden tegelijkertijd de schouders op. “Ze kan zolang wel hier blijven”, zei Fiona. “We moeten maar even zien hoe het gaat. Eerst de boel maar een beetje laten kalmeren.”
Eliza knikte. “Ik heb je niet voor het blok willen zetten, maar ik moest daar echt weg En ik wilde je graag zien. Ik weet ook niet wat me bezielde door zomaar de trein te pakken en maar te hopen dat je thuis zou zijn.”
“Nou ja, ik was in elk geval in de buurt.”
Ik keek weer naar haar. Naar haar knappe gezicht, haar mooie rechte neus, haar volle rode lippen, haar stralende blauwe ogen, de zachte gelaatstrekken, haar licht getinte huidskleur. Ze zag er kwetsbaar uit, zoals ze daar zat in de badjas van Fiona die duidelijk te groot was. Tegelijkertijd gaf de lichtgele kleur, die zo mooi afstak bij haar lichtbruine huid, haar een prachtige exotische uitstraling.
Ik realiseerde me plots dat mijn ogen te lang op haar gericht waren.
En ik zag ook dat ze andersom hetzelfde deed. Onze blikken kruisten elkaar en ik wendde me af. Wat bezielde me? Ik was verliefd op Cat. Zij was mijn alles. Mijn liefde, mijn leven, mijn droomvrouw. Ik keek nogmaals op naar Eliza.
Dit meisje deed iets met me. En hoe hard ik er ook tegen zat te vechten op Fiona’s bank, ik had er geen antwoord op...
Hoe loopt dit af? Volgende week zondag meer Paringsdans!