Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 22
Gepubliceerd op: 06 februari 2005
Fiona is onderweg naar het station om Eliza van de trein te halen, totaal verrast door haar komst. Cat, Do en Jorinde blijven bij Cat thuis achter, alledrie overmand door een illuster delirium. Toch lukt het Do een interessante discussie opgang te brengen...
Alle glazen stonden verspreid over de tafel. Daartussen zwierven chips- en pindaresten. De plens jenever van Cat die niet meer in het glas paste, had zich vastgezogen aan het houten tafelblad. Jorinde verfrommelde haar zoveelste blikje bier en trok, meer uit gewoonte dan uit trek, nog een volgende open. Cat hing achterover in haar stoel en bracht een half gevuld glas, waarvan de inhoud er eigenlijk niet meer zo toedeed, naar haar mond, spoelde de bacteriën erin dood en liet een krachtige boer. Totaal Cat-onwaardig, maar in deze toestand mochten we alledrie blij zijn dat het daarbij bleef.
Ik kon alleen nog maar met mijn hoofd in mijn handen voorovergebogen hangen. “Wat denk je”, vroeg Cat met dubbele tong, “zijn we dronken?”
Ik haalde mijn schouders op.
“Nou, ik voel niks hoor”, beweerde Jorinde. Haar halflange blonde haar hing sluik langs haar gezicht en haar oogleden hadden dringend behoefte aan luciferhoutjes.
Cat had haar schoenen uitgeschopt en legde haar voeten op de stoel tegenover zich. We staarden een poosje zwijgend naar de ravage op tafel.
“Zou ze er al zijn?” vroeg ze zich hardop af.
“Wie?” reageerde ik traag.
“Nou, Fioon. Zou ze al op het station zijn, of thuis?”
“Oh ja, geen idee. Hoe laat is het?”
Jorinde vouwde de mouw van haar bloes omhoog en tuurde secondenlang naar de wijzerplaat van haar horloge. “Ik kan de streepjes niet zo goed meer zien.”
Ik richtte mijn hoofd iets op om de klok aan de muur van de woonkamer te kunnen zien. “Half twaalf.”
“Hoe laat ging ze weg?” vroeg Cat.
“Geen idee”, zei ik doods.
Ik schoof de fles Campari iets naar me toe. “Campari, dat schrijf je toch met een ‘k’?”
Jorinde nam een slok van haar bier en keek me wazig aan. “Nee. Volgens mij met de ‘r’, van ‘banaan’.”
Cat en ik draaiden ons wankele hoofd langzaam haar kant op en schoten allebei tegelijk in de lach, wat klonk als het briesen van een paard.
We schuddebuikten zo erg dat de rotanstoelen hoorbaar in opstand kwamen. Jorinde proestte haar slok bier terug in het blikje.
“Mijn god, stel dat we meedoen aan een datingprogramma waarbij je een promofilmpje van jezelf moeten laten zien en je zou dit insturen, denk je dat iemand ons in bed zou willen vinden?” vroeg Jorinde terwijl ze de tranen van haar wangen veegde.
“Misschien alleen als we aan handen en voeten worden vastgebonden”, gierde ik.
“Ja, of als we net zijn afgelegd”, hinnikte Cat.
We schaterden en hoestten alle sigarettenrook van de avond weer op, waarna we alledrie gelijktijdig naar ons pakje grepen en er nog een opstaken.
“Om er nog even op terug te komen”, pufte ik, “ben je eigenlijk nog verliefd?” Ik keek naar Jorinde.
“Nou op dit moment ben ik vooral dronken.”
Cat reageerde quasi verbaasd. “Maar je voelde toch niks?”
“Nee, klopt, ik ben alleen maar dronken.”
Ik zuchtte. “Oké, laat ik het anders vragen. Was je, toen je hier vanmiddag kwam, nog verliefd?”
Jorinde wiegde het blikje bier in haar hand. Ze keek ernstig. “Ja, ik ben nog steeds verliefd op Iris.”
Cat graaide naar een verloren pinda en stak die in haar mond. “Maar dat weet Tamar niet?”
“Nee, Tamar denkt dat het over is, dat heb ik haar tenslotte verteld."
Ik schudde even met mijn hoofd, zachtjes, anders dreigde ik naast mijn stoel te belanden. “Maar je wordt toch niet zomaar verliefd? Ik bedoel, het overkomt je toch niet zomaar?”
Jorinde tuitte haar lippen even. “Het overkwam mij.”
Ik maakte een wegwerpgebaar. “Kom op, dat is gelul, mensen beschouwen dat altijd als stap één, verliefd worden, maar er gaat naar mijn mening toch echt iets aan vooraf hoor.”
Jorinde keek me niet begrijpend aan. “Zoals?”
Ik boog me iets naar haar toe. “Je ervoor openstellen.”
Cat knikte. “Ik vind dat ze daar wel een punt heeft.”
Jorinde nam een trek van haar sigaret. “Je bedoelt dat als het tussen mij en Tamar goed zou zitten, ik eventuele gevoelens voor Iris niet zou hebben toegelaten.”
Ze keek me met haar bruine ogen, half verborgen achter haar hangende oogleden, indringend aan.
We waren eigenlijk te ver heen voor een dergelijk serieus gesprek.
“Kijk”, begon Jorinde, “in iedere relatie zijn wel eens problemen, hm? Elk huis heeft z’n kruis, zeg maar. Daarop vormen wij echt geen uitzondering.”
“Ja, maar als je elke keer dat je problemen hebt je heil zoekt in iets anders, of bij iemand naders...” wierp ik tegen.
“Nee, luister nou. Ik snap wel wat je wilt zeggen, maar zo zwart wit is het niet altijd. Soms zijn de problemen van dien aard, dat je elkaar geen aandacht meer geeft. Dat er geen lichamelijk contact is, dat je ineens een stukje geborgenheid mist. Als er dan iemand in je leven stapt die je dat wel geeft, dan is de verleiding erg groot om daar op in te gaan. Ik miste Tamar op een gegeven moment zo erg, dat ik de aandacht die ik van Iris kreeg met open armen ontving.”
“Ja maar met open hart..?”
Cat legde haar hand op mijn arm en kneep kort haar ogen samen, ten teken dat ik Jorinde nog even uit moest laten praten.
“Jij en Cat kennen elkaar heel kort. Tenminste, jullie kennen elkaar al langer, maar jullie zijn nog niet zo lang samen. Stel nou dat er een moment komt waarop Cat zich, om welke reden dan ook, van je distantieert. Dat ze er niet voor je is, dat ze je nauwelijks nog aanraakt, dat er afstand is tussen jullie en je gaat een keertje stappen of zo, met Fiona, volg je me nog?”
Ik knikte.
Dus”, vervolgde ze, “je gaat stappen met Fiona en je loopt ergens een heel leuk meisje tegen het lijf. Leuk, gezellig, jullie drinken wat, dansen, praten, geinen, heel gezellig allemaal. Dat meisje vindt jou duidelijk leuk, raakt je af en toe even aan, staat heel dichtbij je, geeft je complimentjes, kijkt zo nu en dan schalks jouw kant op, afgewisseld door een blik waaruit onmiskenbaar valt op te maken dat ze je behoorlijk ziet zitten. De hele avond heeft ze alleen maar oog voor jou, alles wat je zegt is grappig en alles wat je doet is geweldig.”
“Ze geeft je alle aandacht die je zo lang hebt moeten missen. En dat afgezet tegen de achtergrond van je thuissituatie. Hoe verleidelijk is het dan niet om in te gaan op iemands avances?”
“Ik kan me er gewoon niets bij voorstellen”, antwoordde ik naar waarheid.
Jorinde priemde haar wijsvinger in de lucht. “Nee, op dit moment niet. Maar lieve schat, dat gold ook voor mij, toen alles nog koek en ei was tussen mij en Tamar.”
“Maar je wilt niet bij haar weg.”
“Nee, ik hou van haar. Ik wil hier samen met haar uitkomen.”
“Dat doe je niet door verliefd te worden op iemand anders, denk ik.”
Jorinde nam nog een slok bier. “Nee, daarom heb ik er ook een punt achter gezet met Iris. Geloof me, dat was niet gemakkelijk. Zij zit ook met haar gevoelens voor mij, maar we kunnen niet zo aan blijven modderen natuurlijk.”
Cat, die zich de hele tijd niet in het gesprek had gemengd, ging verzitten op haar stoel en keek Jorinde met glazige ogen aan. “Maar Tamar wist wel van je gevoelens voor Iris. Je hebt het niet voor haar achtergehouden en ze heeft begrip getoond. Dat vind ik heel knap, want ik weet echt niet of ik dat zou kunnen opbrengen, maar als het nu andersom geweest was? Als Tamar verliefd zou zijn geworden op een andere vrouw?”
Jorinde dacht even na. “Dat zou ik niet hebben getrokken. Dan had ik haar de deur uitgezet.”
Cat en ik keken elkaar verbaasd aan.
“Dus jij kunt je van alles permitteren in jullie relatie en Tamar mag met haar armen over elkaar toekijken hoe jij buiten de deur eet?” vroeg Cat met hoog opgetrokken wenkbrauwen. “Nou dan hebben we hier met onze dronken hoofden de aard van jullie problemen in elk geval vast blootgelegd.”
Alle glazen stonden verspreid over de tafel. Daartussen zwierven chips- en pindaresten. De plens jenever van Cat die niet meer in het glas paste, had zich vastgezogen aan het houten tafelblad. Jorinde verfrommelde haar zoveelste blikje bier en trok, meer uit gewoonte dan uit trek, nog een volgende open. Cat hing achterover in haar stoel en bracht een half gevuld glas, waarvan de inhoud er eigenlijk niet meer zo toedeed, naar haar mond, spoelde de bacteriën erin dood en liet een krachtige boer. Totaal Cat-onwaardig, maar in deze toestand mochten we alledrie blij zijn dat het daarbij bleef.
Ik kon alleen nog maar met mijn hoofd in mijn handen voorovergebogen hangen. “Wat denk je”, vroeg Cat met dubbele tong, “zijn we dronken?”
Ik haalde mijn schouders op.
“Nou, ik voel niks hoor”, beweerde Jorinde. Haar halflange blonde haar hing sluik langs haar gezicht en haar oogleden hadden dringend behoefte aan luciferhoutjes.
Cat had haar schoenen uitgeschopt en legde haar voeten op de stoel tegenover zich. We staarden een poosje zwijgend naar de ravage op tafel.
“Zou ze er al zijn?” vroeg ze zich hardop af.
“Wie?” reageerde ik traag.
“Nou, Fioon. Zou ze al op het station zijn, of thuis?”
“Oh ja, geen idee. Hoe laat is het?”
Jorinde vouwde de mouw van haar bloes omhoog en tuurde secondenlang naar de wijzerplaat van haar horloge. “Ik kan de streepjes niet zo goed meer zien.”
Ik richtte mijn hoofd iets op om de klok aan de muur van de woonkamer te kunnen zien. “Half twaalf.”
“Hoe laat ging ze weg?” vroeg Cat.
“Geen idee”, zei ik doods.
Ik schoof de fles Campari iets naar me toe. “Campari, dat schrijf je toch met een ‘k’?”
Jorinde nam een slok van haar bier en keek me wazig aan. “Nee. Volgens mij met de ‘r’, van ‘banaan’.”
Cat en ik draaiden ons wankele hoofd langzaam haar kant op en schoten allebei tegelijk in de lach, wat klonk als het briesen van een paard.
We schuddebuikten zo erg dat de rotanstoelen hoorbaar in opstand kwamen. Jorinde proestte haar slok bier terug in het blikje.
“Mijn god, stel dat we meedoen aan een datingprogramma waarbij je een promofilmpje van jezelf moeten laten zien en je zou dit insturen, denk je dat iemand ons in bed zou willen vinden?” vroeg Jorinde terwijl ze de tranen van haar wangen veegde.
“Misschien alleen als we aan handen en voeten worden vastgebonden”, gierde ik.
“Ja, of als we net zijn afgelegd”, hinnikte Cat.
We schaterden en hoestten alle sigarettenrook van de avond weer op, waarna we alledrie gelijktijdig naar ons pakje grepen en er nog een opstaken.
“Om er nog even op terug te komen”, pufte ik, “ben je eigenlijk nog verliefd?” Ik keek naar Jorinde.
“Nou op dit moment ben ik vooral dronken.”
Cat reageerde quasi verbaasd. “Maar je voelde toch niks?”
“Nee, klopt, ik ben alleen maar dronken.”
Ik zuchtte. “Oké, laat ik het anders vragen. Was je, toen je hier vanmiddag kwam, nog verliefd?”
Jorinde wiegde het blikje bier in haar hand. Ze keek ernstig. “Ja, ik ben nog steeds verliefd op Iris.”
Cat graaide naar een verloren pinda en stak die in haar mond. “Maar dat weet Tamar niet?”
“Nee, Tamar denkt dat het over is, dat heb ik haar tenslotte verteld."
Ik schudde even met mijn hoofd, zachtjes, anders dreigde ik naast mijn stoel te belanden. “Maar je wordt toch niet zomaar verliefd? Ik bedoel, het overkomt je toch niet zomaar?”
Jorinde tuitte haar lippen even. “Het overkwam mij.”
Ik maakte een wegwerpgebaar. “Kom op, dat is gelul, mensen beschouwen dat altijd als stap één, verliefd worden, maar er gaat naar mijn mening toch echt iets aan vooraf hoor.”
Jorinde keek me niet begrijpend aan. “Zoals?”
Ik boog me iets naar haar toe. “Je ervoor openstellen.”
Cat knikte. “Ik vind dat ze daar wel een punt heeft.”
Jorinde nam een trek van haar sigaret. “Je bedoelt dat als het tussen mij en Tamar goed zou zitten, ik eventuele gevoelens voor Iris niet zou hebben toegelaten.”
Ze keek me met haar bruine ogen, half verborgen achter haar hangende oogleden, indringend aan.
We waren eigenlijk te ver heen voor een dergelijk serieus gesprek.
“Kijk”, begon Jorinde, “in iedere relatie zijn wel eens problemen, hm? Elk huis heeft z’n kruis, zeg maar. Daarop vormen wij echt geen uitzondering.”
“Ja, maar als je elke keer dat je problemen hebt je heil zoekt in iets anders, of bij iemand naders...” wierp ik tegen.
“Nee, luister nou. Ik snap wel wat je wilt zeggen, maar zo zwart wit is het niet altijd. Soms zijn de problemen van dien aard, dat je elkaar geen aandacht meer geeft. Dat er geen lichamelijk contact is, dat je ineens een stukje geborgenheid mist. Als er dan iemand in je leven stapt die je dat wel geeft, dan is de verleiding erg groot om daar op in te gaan. Ik miste Tamar op een gegeven moment zo erg, dat ik de aandacht die ik van Iris kreeg met open armen ontving.”
“Ja maar met open hart..?”
Cat legde haar hand op mijn arm en kneep kort haar ogen samen, ten teken dat ik Jorinde nog even uit moest laten praten.
“Jij en Cat kennen elkaar heel kort. Tenminste, jullie kennen elkaar al langer, maar jullie zijn nog niet zo lang samen. Stel nou dat er een moment komt waarop Cat zich, om welke reden dan ook, van je distantieert. Dat ze er niet voor je is, dat ze je nauwelijks nog aanraakt, dat er afstand is tussen jullie en je gaat een keertje stappen of zo, met Fiona, volg je me nog?”
Ik knikte.
Dus”, vervolgde ze, “je gaat stappen met Fiona en je loopt ergens een heel leuk meisje tegen het lijf. Leuk, gezellig, jullie drinken wat, dansen, praten, geinen, heel gezellig allemaal. Dat meisje vindt jou duidelijk leuk, raakt je af en toe even aan, staat heel dichtbij je, geeft je complimentjes, kijkt zo nu en dan schalks jouw kant op, afgewisseld door een blik waaruit onmiskenbaar valt op te maken dat ze je behoorlijk ziet zitten. De hele avond heeft ze alleen maar oog voor jou, alles wat je zegt is grappig en alles wat je doet is geweldig.”
“Ze geeft je alle aandacht die je zo lang hebt moeten missen. En dat afgezet tegen de achtergrond van je thuissituatie. Hoe verleidelijk is het dan niet om in te gaan op iemands avances?”
“Ik kan me er gewoon niets bij voorstellen”, antwoordde ik naar waarheid.
Jorinde priemde haar wijsvinger in de lucht. “Nee, op dit moment niet. Maar lieve schat, dat gold ook voor mij, toen alles nog koek en ei was tussen mij en Tamar.”
“Maar je wilt niet bij haar weg.”
“Nee, ik hou van haar. Ik wil hier samen met haar uitkomen.”
“Dat doe je niet door verliefd te worden op iemand anders, denk ik.”
Jorinde nam nog een slok bier. “Nee, daarom heb ik er ook een punt achter gezet met Iris. Geloof me, dat was niet gemakkelijk. Zij zit ook met haar gevoelens voor mij, maar we kunnen niet zo aan blijven modderen natuurlijk.”
Cat, die zich de hele tijd niet in het gesprek had gemengd, ging verzitten op haar stoel en keek Jorinde met glazige ogen aan. “Maar Tamar wist wel van je gevoelens voor Iris. Je hebt het niet voor haar achtergehouden en ze heeft begrip getoond. Dat vind ik heel knap, want ik weet echt niet of ik dat zou kunnen opbrengen, maar als het nu andersom geweest was? Als Tamar verliefd zou zijn geworden op een andere vrouw?”
Jorinde dacht even na. “Dat zou ik niet hebben getrokken. Dan had ik haar de deur uitgezet.”
Cat en ik keken elkaar verbaasd aan.
“Dus jij kunt je van alles permitteren in jullie relatie en Tamar mag met haar armen over elkaar toekijken hoe jij buiten de deur eet?” vroeg Cat met hoog opgetrokken wenkbrauwen. “Nou dan hebben we hier met onze dronken hoofden de aard van jullie problemen in elk geval vast blootgelegd.”