Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 21

Gepubliceerd op: 30 januari 2005

Paringsdans
Do en Fiona gingen naar de Efteling en het klikte tussen Fiona en het suikerspinmeisje; Eliza. Toen Fiona echter bij Eliza langs ging voor De Date werd ze (Do was erbij omdat Fiona niet alleen durfde te gaan) de deur gewezen. Eliza's pappa was érg gelovig, en hun date was op een zondag (om nog maar te zwijgen over het 'lesbische' feit). Wat nu?

“Moet ik nu hele bijbel uitpluizen om haar beter te leren kennen?” Vroeg Fiona zich hardop af en nam een slok van haar Campari. Ik schoof de fles naar me toe en schonk mijn glas nog een keer vol.
“Nee natuurlijk niet. Vergeet die achtergrond nu even en leer haar gewoon beter kennen.”
“Ja, dan ontkom ik er toch niet aan om dat in mijn achterhoofd te moeten houden?”
“Nou ja, je hebt al een bijdrage geleverd met een deel van het kerstverhaal. Dat is in elk geval een begin.”
 
Cat had Jorinde op de borrel en ze voegden zich bij ons aan de grote grenenhouten eetkamertafel in de aanbouw van de woonkamer. We waren net terug van onze debaculeuze trip naar Breda en hadden hen het verhaal - druk door elkaar heen kakelend - uit de doeken gedaan. Cat had alleen maar haar wenkbrauwen opgetrokken, zoals alleen zij dat zo mooi en typerend kan doen.

“Leuk meisje?” vroeg ze aan mij.
“Mooi meisje zelfs”, zei ik knikkend.
 
“Ik begrijp alleen iets niet”, mengde Jorinde zich in het gesprek. “Als ze weet hoe haar vader is, waarom sprak ze dan toch met je af op een zondagmiddag? En waarom belde of sms-te ze je dan niet dat het niet door kon gaan bijvoorbeeld?”
 
We zwegen. Daar hadden we nog niet over nagedacht.
 
“Misschien had ze gehoopt dat haar vader haar toch zou laten gaan als we eenmaal voor de deur stonden”, opperde ik.
Fiona nipte van haar glas. “Ik weet het niet hoor.”
 
Jorinde veegde een lange blonde lok uit haar gezicht en trok een blikje bier open. Cat schonk zichzelf nog een borrel in en kuste me vluchtig op mijn wang. “Ben je nog steeds onder de indruk van haar, of ebt dat nu langzaam weg?” vroeg ze aan Fiona. Die haalde ligt haar schouders op.
“Toen ik haar vanachter die schutting vandaan zag komen maakte mijn hart wel een sprongetje.”
Ik schoot in de lach. “Schutting, ja zo kun je die man wel omschrijven. Al heb ik bij een schutting nog het idee dat ‘ie om kan waaien en deze man was volgens mij met geen tien paarden uit die deurpost te trekken.”

“Ze smeekte me zo ongeveer om haar te bellen”, zuchtte Fiona. Ze zette haar glas met een klap op tafel en schoof de fles Campari weer naar zich toe om bij te schenken.
“Waarom doe je dat dan niet?” vroeg Jorinde.
“Ik weet nog niet of ik dat moet willen.”
“Je kunt toch in ieder geval met haar praten?” Zei Cat. “Misschien ben je wel de aangewezen persoon om haar uit dat strakke keurslijf te bevrijden.”
“Ja, dat heb ik ook al gezegd”, zei ik.
 
Fiona verschoof even op haar stoel. Haar rode krullen dansten mee. “Ja maar dat is nu juist waar ik een beetje angstig voor ben. Misschien is het voor haar niet meer dan een weg naar buiten. Via mij vluchten uit die vrome misère. Om vervolgens haar vleugels uit te slaan en weg te vliegen, terwijl ik misschien wel net mijn hart verloren heb.”
 
We knikten alledrie. Dat leek een reële mogelijkheid.
“Maar dat weet je natuurlijk niet”, zei Cat.
“Nee, maar ik weet dus ook niet of ik dat uit wil vinden. Het is een jong meisje dat alles nog moet gaan ontdekken”, zei Fiona.
Ze keek bedenkelijk.
“Je vond haar gisteren nog helemaal niet te jong”, wierp ik tegen.
“En wie zegt dat ze alles...” (Cat maakte even een handgebaar om dat woord tussen denkbeeldige aanhalingstekens te plaatsen) “...nog moet gaan ontdekken? Wie weet met wie ze intussen al heeft liggen rollebollen. Kijk naar ons. Lag jij op je twintigste nog met je handen boven de dekens?”
Jorinde en ik grinnikten.
 
“Nee”, zei Fiona fronsend, “Maar ik lag daarentegen ook niet bij Jan en alleman met mijn handen onder het dekbed.”
Ik legde even mijn hand op haar been. “Het spijt me schat, maar ik geloof dat de Korsakov nu ook bij jou heeft toegeslagen. Ik hoef je er hopelijk niet aan te herinneren dat jij op die leeftijd praktisch alleen máár onder dekbedden te vinden was. Soms zag je hele weekenden het daglicht niet.”
“Sloerie!” Grapte Jorinde.
 
Fiona schonk de laatste druppels uit de fles in haar glas. “Je hebt toch zeker nog wel ergens wat staan?” Vroeg ze lichtelijk ontredderd aan Cat. Die was al opgestaan om een nieuwe fles Campari te halen en kwam meteen terug met pinda’s en chips. Ze zette de schaaltjes in het midden van de tafel en kwam weer naast me zitten.

“Om er nog maar even op terug te komen”, vervolgde ze, “Het enige dat je van haar weet is dat ze in de suikerspinkraam van de Efteling werkt, in Breda woont en uit een gereformeerd gezin komt...”
“Nou vind je dat al niet genoeg?” onderbrak Fiona haar met grote ogen, “Ik heb heel wat ontdekt in amper vierentwintig uur.”
“Maar zeg nou eerlijk”, ging Cat verder, “Als je aan haar denkt, wat voel je dan?”
Psychologie was niet Fiona’s sterkste kant.
 
“Word ik nu op de sofa gelegd?”
 
Jorinde lachte hard. “Geef nou maar antwoord, dat werkt het beste. Geloof me, I’ve been there.”
Fiona draaide zich naar haar toe. “Ja, hoe staat het er eigenlijk voor, met die verliefdheid van jou?”
“Nu moet je er niet overheen lullen, ik kom zo nog wel aan de beurt”, zei Jorinde knipogend.
 
“Wat voel je als je aan haar denkt?” vroeg Cat opnieuw. We keken alledrie met een glazige blik naar Fiona. De alcohol besmeurde ons centrale zenuwstelsel, hetgeen Fiona wat loslippiger maakte. “Verwarring. Gisteren in de Efteling was ik echt ondersteboven van haar. Ik heb geen oog dicht gedaan de afgelopen nacht. Maar door wat er vanmiddag is gebeurd ben ik gaan twijfelen, of ik het toch niet op afstand moet houden. Het hierbij moet laten. Aan de andere kant wil ik haar graag beter leren kennen.”
“Doe dat dan ook”, zei Cat droog en gooide een handvol pinda’s tegen haar huig.
 
Fiona’s mobiel piepte en ze bukte zich om het ding uit haar tas te pakken. We keken haar vol verwachting aan. Fiona las een binnengekomen bericht.
“Is ze dat?” vroeg ik nieuwsgierig. Fiona knikte traag.
“Of ik haar wil bellen. Nu.” Cat hief haar glas.
“Doen!”
Fiona keek ons onzeker aan. “En wat moet ik dan zeggen?”
“Dat moet je je niet van tevoren gaan bedenken”, zei Jorinde, "Zo’n gesprek loopt vanzelf wel.”

“Misschien wil ze je gewoon uitleggen wat er vanmiddag is gebeurd,” zei ik op geruststellende toon.
Fiona pufte. “Wie stonden er nou in die voortuin? Wat valt daar nog aan uit te leggen?”
“Ik bedoel”, zei ik nu iets langzamer, “dat ze je misschien wil uitleggen waarom het zo gelopen is.”
“Ja, doordat er ineens een bunker op de drempel stond natuurlijk. Een niet te nemen horde. Fanny Blankers-Koen zou er nog over gestruikeld zijn.”
“Luister gewoon naar wat zij je te zeggen heeft. Geef haar een eerlijke kans”, zei Jorinde.
 
Fiona zuchtte en staarde nog altijd naar het mobieltje in haar hand. Aan haar gezicht was te zien dat ze enorm in gevecht was met zichzelf.
“Oké, oké, ik ga haar bellen. Maar niet nu.”
“Wanneer dan, waarom laat je haar zo in spanning zitten? Dat zou je toch zelf ook vreselijk vinden?” Riep Cat verbaasd uit. Ze schonk zichzelf nog maar eens in, al ging dat niet meer zo soepel en een deel van de cola met jenever gutste over de rand van het glas op het tafelblad.
Jorinde kwam half overeind. “Zal ik een doekje halen?”
Cat boog zich al voorover en slurpte het plasje luid naar binnen. Jorinde zakte terug op haar stoel.
 
De tafel lag bezaaid met pinda’s die Cat’s mond nooit gehaald hadden en de blikjes bier van Jorinde stonden speels opgestapeld naast de twee flessen Campari, waarvan er een leeg was en de ander bijna.
 
“Is dit dezelfde Fiona die normaal gesproken op iedereen afstapt om zich een slag in de rondte te babbelen?” Vroeg Cat met dubbele tong.
Fiona, zelf ook niet meer zo helder, keek haar even aan. “Dit is anders. Hier komt gevoel bij kijken.”
 
Haar mobiel ging nu af. Ze bekeek de telefoon alsof ze zich voor het eerst realiseerde dat er geluid uit zo’n ding kon komen.
“Ik vind het een leuk melodietje hoor”, zei Jorinde loom, “Maar zou je hem niet gewoon opnemen?”
“Ja maar het is Eliza”, zei Fiona met een piepstem.
“En dus?” vroeg Cat fronsend.
“Neem op. Ze wil je blijkbaar heel graag horen”, zei ik lijzig. Mijn tong hield zich ook al niet meer aan de signalen van mijn hersenen. Of juist wel.
Het geluid hield aan en eindelijk nam Fiona op.
 
We bleven muisstil en keken haar vol verwachting aan.
 
“Hoi?” Zei Fiona aarzelend. Het bleef weer even stil. “In de trein?” Vroeg ze verbaasd. “Naar Rotterdam?” Haar ogen werden zo groot als schotels. “Of ik wat??”

Ik hield het bijna niet meer en greep Cats hand om er in te kunnen knijpen.
“Ophalen..? Je bent er bijna?” Fiona staarde me met een blik vol ongeloof aan.
“Ja ehh, ik kom. Ja; ik kom. Oké, tot zo. Ja is goed. Tot zo.”
Ze hing op.
 
Jorinde, Cat en ik hingen voorover gebogen over de tafel.
“Wat zei ze?” vroeg Jorinde.
Fiona had haar mond half geopend maar er kwam geen geluid uit. Ze keek van mij naar Cat en van Cat naar Jorinde. Toen hervond ze zich. “Ze komt hierheen. Naar mij. Naar het station.”
“Ja, wat is het nou”, vroeg Cat tussen twee slokken door.
Fiona was in een klap nuchter. Ze stond op en pakte haar tas van de grond. “Ik ga haar ophalen, geloof ik.”
 
Jorinde had als enige even een helder moment. “Maar hoe dan, rijden kun je niet want je hebt gedronken.”
Fiona’s blik bleef vragend op mij rusten. “Nee, ik kan onmogelijk rijden. En ik mag trouwens niet eens rijden want ik heb mijn rijbewijs in moeten leveren na ons nachtje stappen een paar weken geleden, weet je nog?”
Fiona was nu redelijk in paniek. “Maar wat moet ik dan?”
“Op de fiets?” Opperde Jorinde, maar toen ze onze gezichten zag, wuifde ze haar eigen idee ogenblikkelijk weg.
“Stuur een taxi en laat haar bij je huis afzetten”, wierp Cat op.
“Ja, maar hoe kom ik dan zelf thuis?”
“Weet je wat”, zei ik, “Ga hier vandaan met de taxi en rijd langs het station. Dan pik je haar zelf op en laten jullie je naar je huis brengen.”
“Maar wil ik dit allemaal wel?”

Cat sloeg de inhoud van haar glas achterover. “Vanaf nu wel schat, je kunt dat kind onmogelijk op het station laten staan.”

Volgende week: hoe redden de vrouwen van de Paringsdans zich uit deze situatie? En wat moet Fiona met dat jonge meisje?