Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 20
Gepubliceerd op: 23 januari 2005
Do en Fiona waren in de Efteling, waar Fiona's gaydar al snel een heel leuk meisje opsnorde. Vandaag heeft ze haar date. Ondertussen gaat het met Do en Cat heel goed. Té goed, zeker als je iemand als verrassing wakker wilt maken.
Cat haastte zich naar de badkamer, plukte snel een stuk toiletpapier van de houder en hield die tegen haar mond. Het kleurde onmiddellijk rood. Ik snelde achter haar aan. “Lieverd! Het spijt me!”
Cat hield even haar ogen dicht en knikte. Ze had duidelijk pijn. Toch probeerde ze te glimlachen. Mijn hart bonkte in mijn keel. “Doet het erg zeer?” vroeg ik bezorgd.
Cat schokschouderde en murmelde iets onverstaanbaars. Ze haalde het papiertje van haar lippen en bekeek het met opgetrokken wenkbrauwen. “Zo, dat was een goed gemikte trap.”
Ik keek haar met een blik vol spijt aan en wreef met mijn hand over haar blote arm.
Cat had me heel romantisch wakker willen kussen. Ze was begonnen bij mijn tenen. Als in een reflex schopte ik haar een tand door de lip. “Het spijt me echt heel erg.”
Cat depte haar mond en gooide het papiertje vervolgens in het toilet. “Het bloed niet meer zo erg, de rest slik ik wel door.”
Ik trok een vies gezicht. Cat sloeg haar armen om me heen en wilde me op mijn mond zoenen, maar ik draaide mijn hoofd weg. “Nah, ben je bang dat ik je met een of andere ziekte besmet?”
“Nee, ik wil het gewoon niet hoeven proeven.”
Ze kuste me op mijn wang en hield me dicht tegen zich aan. “We zouden niet misstaan in de soap rond Yvette en Marga. Zal ik ze opbellen om te zeggen hoe gruwelijk hard je me in mijn gezicht hebt geschopt?”
Ik maakte me los uit haar omhelzing en liep verder de badkamer in om onder de douche te kunnen. “Ik zou ook meteen aangifte doen. Dat maakt het nog wat erger.”
Cat’s lach galmde door de badkamer. “Maar die zou ik dan weer intrekken omdat ik zo veel van je houd.”
"Of omdat je bang van me bent."
Cat rolde met haar ogen. Ik liet het douchewater over mijn lijf gutsen en waste mijn haar. Cat kwam bij me staan. “Zal ik je rug even wassen?”
Ik draaide me om en vleide me tegen haar aan. “Lekker, maar alleen mijn rug graag, Fiona staat zo voor de deur.”
Cat pakte wat douchecel, beet zachtjes in mijn oor omdat ze wist dat mijn lijf daar altijd ogenblikkelijk op reageerde en wreef met haar heerlijk warme handen over mijn rug. Ik sloot mijn ogen en genoot van haar aanraking.
Ik deed de deur open voor Fiona, die meteen door denderde naar de keuken. Ze rukte de koelkast open en griste de fles Campari eruit. Dat het pas vroeg in de middag was, maakte haar kennelijk niet uit. Ze nam een flinke teug en zette de fles weer terug. “Mijn god, dat had ik echt even nodig. Ik ben verdomme stront zenuwachtig.”
Ik staarde haar verbaasd aan. Niet vanwege die slok, maar om hoe ze zich had opgedirkt.
“Fioon, wat heb je in godsnaam gedaan?”
Fiona draaide zich naar me om. “Wat? Hoezo?”
“Je haar, om mee te beginnen, waar zijn je krullen gebleven?”
Fiona richtte haar blik omhoog en liep vervolgens naar de grote spiegel aan de wand in de woonkamer. Ze bekeek zichzelf en keerde haar hoofd weer naar me toe. “Vind je het niet leuk? Ik heb er uren op staan föhnen.”
Ik begon te lachen en liep naar haar toe. “En die make-up, je ziet je ogen amper meer.”
Fiona keek opnieuw in de spiegel. “Heb ik uit een tijdschrift.”
“Welke dan, de Gothic Overdose?” verzon ik ter plekke.
Fiona trok een gezicht. “Ik wil op m’n paasbest zijn als ik bij Eliza aankom.”
“Dat kind schrikt zich een ongeluk. Ze is kennelijk gevallen voor je rode krullenkop, waarom zou je er dan iets anders van willen maken?”
Fiona dacht even na. “Maar ik ben altijd zo ‘gewoon’.”
“Ja nou en, dat is toch wie jij bent?”
“Ik wil ook wel eens anders zijn, flitsend.”
Ik grinnikte. “Nou ja, dat is je dan wel gelukt, maar ik raad je toch aan een doek over je gezicht te halen en je haar terug in het vertrouwde model te brengen.”
Fiona trok een gezicht en liep naar boven.
Onderweg kwam ze Cat tegen en de twee begroetten elkaar uitbundig. “Ik moest wel even twee keer kijken”, plaagde Cat. Fiona liep zonder verder iets te zeggen door.
“Dat had ze trouwens snel voor elkaar, dat telefoonnummer van dat meisje”, zei Cat terwijl ze koffie zette voor zichzelf.
“Fiona heeft een vlotte babbel en een enorm goed ontwikkelde gaydar. Op een gegeven moment heeft ze gewoon de stoute schoenen aangetrokken en aan dat meisje gevraagd of ze met haar wilde stappen.”
Cat keek even verbaasd. “Nou, ze heeft wel lef.”
Ik grinnikte. “Je had haar die suikerspinnen naar binnen moeten zien werken. Volgens mij is in een dag drie kilo aangekomen.”
Fiona kwam terug de kamer ingelopen en greep naar haar tas. Haar rode krullen dansten als vanouds vrolijk rond haar olijke gezicht en haar groene ogen waren bevrijd van de dikke laag make-up. “Zo beter?” vroeg ze met een sarcastische ondertoon.
“Je bent er weer”, wierp ik haar glimlachend toe.
“Zullen we dan maar gaan, ik ben al drie keer naar de wc geweest, mijn darmen zijn nu wel schoon.”
Onderweg had Fiona de ene na de andere sigaret opgestoken. In de auto hing een ongezond blauwe walm. “Volgens mij moet het hier zijn.” Ze draaide de auto een parkeerplaats op. Zo op het eerste gezicht leek het een rustige wijk in Breda, aan de rand van het centrum. “Welk nummer is het?”, vroeg ik, terwijl ik het portier dichtsmeet. Ik fatsoeneerde mijn zwarte bloes en vouwde mijn bruine leren jack dicht tegen de wind.
“Vierendertig.” Fiona keek de straat in en liep met haar ogen de huisnummers af. “Daar!”, wees ze.
We liepen op het huis af en stopten voor de grote massief houten voordeur. Ik wilde aanbellen, maar Fiona trok me terug. “Nee, wacht even. Ik moet me even hervinden.”
Ik lachte en fronste. “Hoe lang denk je daar voor nodig te hebben?”
Nog voor Fiona iets kon zeggen, zwaaide de deur open.
Een grote stevige man van rond de vijftig stond in de deuropening. “Kan ik iets voor jullie doen?”, vroeg hij met barse stem.
Fiona en ik wisselden een korte blik uit. “Eh, we komen voor Eliza.”
De man maakten geen aanstalten om ons binnen te laten. “Ik ken jullie niet.”
Ik trok even een wenkbrauw op en keek weer naar Fiona. Die deed voorzichtig een stapje naar voren.
“Ik ben Fiona Riksen, ik heb uw dochter gisteren in de Efteling leren kennen en we hadden afgesproken om vandaag iets leuks te gaan doen.”
De man stak zijn handen in de broekzakken van zijn donkerbruine pantalon. “Ik denk niet dat dat gaat.” Zijn toon was mat.
Het gevoel bekroop me dat deze man niet van plan was ons binnen te gaan laten, noch dat hij zijn dochter naar buiten zou laten komen.
Fiona hapte even naar lucht. “Is ze er soms niet? Dat kan hoor, dat geeft ook niet. Ik wilde alleen...”
De man onderbrak haar. “Jawel hoor, ze is er wel. Maar het is zondag mevrouw, de dag van de Heer en dan wordt er niet gestapt.”
Fiona en ik keken elkaar aan. Ik zag aan dat bij haar een zelfde soort bel rinkelde als bij mij. Toch gaf ze het nog niet op. “Maar zou ik haar dan alleen even mogen spreken, zodat we wellicht op een andere dag af kunnen spreken?”
De man hield zijn gezicht nog altijd strak in de plooi. Hij wiebelde even op de ballen van zijn voeten, alsof hij werkelijk over die vraag nadacht. Achter hem doemde een klein figuurtje op dat langs hem heen naar ons keek. “Hoi Fiona”, klonk het voorzichtig. De man draaide zich om en deed een stap achteruit. Eliza keek schichtig omhoog en voelde dat de situatie aan de deur redelijk gespannen was.
“Ken jij deze dames?” vroeg haar vader nors.
Eliza knikte. “Ja, van mijn werk pap. We wilden gezellig iets gaan drinken.”
De man liet een droog spottend lachje horen. “Iets drinken? “
Eliza knikte.
Fiona en ik waren stilgevallen.
“Hoe haal je ’t in je hoofd om op zondag afspraken te maken. We moeten trouwens zo naar de kerk. Daar kun je ook wat drinken.”
Ik zag mezelf nog niet uit het wijwaterteiltje van een of andere pastoor lurken en hoopte maar dat de nukkige reactie geen uitnodiging was.
Fiona hervond zich, eindelijk, en richtte zich lief glimlachend tot het slanke knappe meisje, van wie de grote blauwe ogen haar enigszins hulpeloos aankeken. “Weet je wat, ik bel je van de week gewoon op. Maken we een nieuwe afspraak.” En tegen haar vader: “Het spijt me dat we u hebben gestoord op deze prachtige doch winderige zondag meneer. Wij komen helemaal uit het westen gereden, in mijn auto ligt nog wat goud, wierook en mirre wat ik u graag had willen schenken, maar dat bewaar ik dan maar tot een volgende keer.”
De ogen van de omvangrijke man werden groot en hij deed dreigend een stap voorwaarts.
“Hoe durft u zich zo beledigend uit te laten!”
Ik trok Fiona met me mee het tuinpad af. “Tijd om te gaan, schat.”
Eliza, half verscholen achter haar grote vader, prevelde een geluidloos ‘bel me’. Haar blik verried wanhoop.
Fiona draaide de snelweg op en stak een sigaret tussen haar lippen.
“Moest dat nou?” vroeg ik geïrriteerd.
“Wat, die verwijzing naar de drie wijzen uit het oosten? Ach kom op, zo’n bullebak van een vent. Hij vroeg erom.”
“Maar je hebt het haar daarmee ook onmogelijk gemaakt.”
Fiona blies de rook tegen de voorruit. “Nou volgens mij had ze het al onmogelijk, met zo’n kerel als vader.”
“Wat weet jij daar nou van?”
“Het lijkt me duidelijk dat die vent niet echt weet wat er in het hoofd van zijn dochter speelt. Volgens mij weet hij niets van de achterliggende gedachte van dit afspraakje.”
Ik stak eveneens een sigaret op. “Hm ja, dat denk ik ook.”
Fiona’s mobiel piepte. “Pak jij ‘m even uit m’n tas, ik heb m’n handen vol.”
Ik greep naar de telefoon. “Je hebt een sms-je.”
“Lees eens voor.”
“Bel me aub. Wil je dolgraag weer zien”, las ik hardop.
Fiona reageerde niet.
“Wat ga je doen?”
“Wat moet ik doen? Je had gelijk, ze is jong en duidelijk nog niet onder het juk van haar ouders vandaan. In elk geval niet die van haar vader.”
“Maar ze vindt je wel echt leuk en jij haar ook, toch?”
Fiona haalde haar schouders op. “En nu moet ik de prinses spelen die haar uit de klauwen van Satan redt?”
“Misschien levert dat je wel iets heel moois op.”
Fiona maakte een scherpe bocht naar links. Ze was duidelijk nijdig.
“Ik weet niet of ik wel zin heb in zo’n gevecht. Ik bedoel, ik kan nu nog terug.”
Daar had ze wel een punt. Toch zei mijn gevoel dat ze het er niet zomaar bij moest laten zitten. “Ze vindt je duidelijk leuk, Fioon, misschien ben jij wel de aangewezen persoon om haar met de vrijheden die ons gegeven zijn in dit leven te laten kennismaken.”
Fiona produceerde een hoog kort lachje. “Die vent vermoordt me.”
“Bel haar op.”
Fiona zweeg even. “Heb ik hier verdomme al die suikerspinnen voor naar binnen gewerkt?”
Ik grinnikte en keek haar weer van opzij aan. “Bel haar op.”
Fiona pufte. “Ik heb het gevoel dat ik aan de vooravond van iets heel onheilspellends sta.”
We reden zwijgend terug naar Rotterdam.
Volgende week zondag meer over Do, Cat en het liefdesleven van Fiona!
Cat haastte zich naar de badkamer, plukte snel een stuk toiletpapier van de houder en hield die tegen haar mond. Het kleurde onmiddellijk rood. Ik snelde achter haar aan. “Lieverd! Het spijt me!”
Cat hield even haar ogen dicht en knikte. Ze had duidelijk pijn. Toch probeerde ze te glimlachen. Mijn hart bonkte in mijn keel. “Doet het erg zeer?” vroeg ik bezorgd.
Cat schokschouderde en murmelde iets onverstaanbaars. Ze haalde het papiertje van haar lippen en bekeek het met opgetrokken wenkbrauwen. “Zo, dat was een goed gemikte trap.”
Ik keek haar met een blik vol spijt aan en wreef met mijn hand over haar blote arm.
Cat had me heel romantisch wakker willen kussen. Ze was begonnen bij mijn tenen. Als in een reflex schopte ik haar een tand door de lip. “Het spijt me echt heel erg.”
Cat depte haar mond en gooide het papiertje vervolgens in het toilet. “Het bloed niet meer zo erg, de rest slik ik wel door.”
Ik trok een vies gezicht. Cat sloeg haar armen om me heen en wilde me op mijn mond zoenen, maar ik draaide mijn hoofd weg. “Nah, ben je bang dat ik je met een of andere ziekte besmet?”
“Nee, ik wil het gewoon niet hoeven proeven.”
Ze kuste me op mijn wang en hield me dicht tegen zich aan. “We zouden niet misstaan in de soap rond Yvette en Marga. Zal ik ze opbellen om te zeggen hoe gruwelijk hard je me in mijn gezicht hebt geschopt?”
Ik maakte me los uit haar omhelzing en liep verder de badkamer in om onder de douche te kunnen. “Ik zou ook meteen aangifte doen. Dat maakt het nog wat erger.”
Cat’s lach galmde door de badkamer. “Maar die zou ik dan weer intrekken omdat ik zo veel van je houd.”
"Of omdat je bang van me bent."
Cat rolde met haar ogen. Ik liet het douchewater over mijn lijf gutsen en waste mijn haar. Cat kwam bij me staan. “Zal ik je rug even wassen?”
Ik draaide me om en vleide me tegen haar aan. “Lekker, maar alleen mijn rug graag, Fiona staat zo voor de deur.”
Cat pakte wat douchecel, beet zachtjes in mijn oor omdat ze wist dat mijn lijf daar altijd ogenblikkelijk op reageerde en wreef met haar heerlijk warme handen over mijn rug. Ik sloot mijn ogen en genoot van haar aanraking.
Ik deed de deur open voor Fiona, die meteen door denderde naar de keuken. Ze rukte de koelkast open en griste de fles Campari eruit. Dat het pas vroeg in de middag was, maakte haar kennelijk niet uit. Ze nam een flinke teug en zette de fles weer terug. “Mijn god, dat had ik echt even nodig. Ik ben verdomme stront zenuwachtig.”
Ik staarde haar verbaasd aan. Niet vanwege die slok, maar om hoe ze zich had opgedirkt.
“Fioon, wat heb je in godsnaam gedaan?”
Fiona draaide zich naar me om. “Wat? Hoezo?”
“Je haar, om mee te beginnen, waar zijn je krullen gebleven?”
Fiona richtte haar blik omhoog en liep vervolgens naar de grote spiegel aan de wand in de woonkamer. Ze bekeek zichzelf en keerde haar hoofd weer naar me toe. “Vind je het niet leuk? Ik heb er uren op staan föhnen.”
Ik begon te lachen en liep naar haar toe. “En die make-up, je ziet je ogen amper meer.”
Fiona keek opnieuw in de spiegel. “Heb ik uit een tijdschrift.”
“Welke dan, de Gothic Overdose?” verzon ik ter plekke.
Fiona trok een gezicht. “Ik wil op m’n paasbest zijn als ik bij Eliza aankom.”
“Dat kind schrikt zich een ongeluk. Ze is kennelijk gevallen voor je rode krullenkop, waarom zou je er dan iets anders van willen maken?”
Fiona dacht even na. “Maar ik ben altijd zo ‘gewoon’.”
“Ja nou en, dat is toch wie jij bent?”
“Ik wil ook wel eens anders zijn, flitsend.”
Ik grinnikte. “Nou ja, dat is je dan wel gelukt, maar ik raad je toch aan een doek over je gezicht te halen en je haar terug in het vertrouwde model te brengen.”
Fiona trok een gezicht en liep naar boven.
Onderweg kwam ze Cat tegen en de twee begroetten elkaar uitbundig. “Ik moest wel even twee keer kijken”, plaagde Cat. Fiona liep zonder verder iets te zeggen door.
“Dat had ze trouwens snel voor elkaar, dat telefoonnummer van dat meisje”, zei Cat terwijl ze koffie zette voor zichzelf.
“Fiona heeft een vlotte babbel en een enorm goed ontwikkelde gaydar. Op een gegeven moment heeft ze gewoon de stoute schoenen aangetrokken en aan dat meisje gevraagd of ze met haar wilde stappen.”
Cat keek even verbaasd. “Nou, ze heeft wel lef.”
Ik grinnikte. “Je had haar die suikerspinnen naar binnen moeten zien werken. Volgens mij is in een dag drie kilo aangekomen.”
Fiona kwam terug de kamer ingelopen en greep naar haar tas. Haar rode krullen dansten als vanouds vrolijk rond haar olijke gezicht en haar groene ogen waren bevrijd van de dikke laag make-up. “Zo beter?” vroeg ze met een sarcastische ondertoon.
“Je bent er weer”, wierp ik haar glimlachend toe.
“Zullen we dan maar gaan, ik ben al drie keer naar de wc geweest, mijn darmen zijn nu wel schoon.”
Onderweg had Fiona de ene na de andere sigaret opgestoken. In de auto hing een ongezond blauwe walm. “Volgens mij moet het hier zijn.” Ze draaide de auto een parkeerplaats op. Zo op het eerste gezicht leek het een rustige wijk in Breda, aan de rand van het centrum. “Welk nummer is het?”, vroeg ik, terwijl ik het portier dichtsmeet. Ik fatsoeneerde mijn zwarte bloes en vouwde mijn bruine leren jack dicht tegen de wind.
“Vierendertig.” Fiona keek de straat in en liep met haar ogen de huisnummers af. “Daar!”, wees ze.
We liepen op het huis af en stopten voor de grote massief houten voordeur. Ik wilde aanbellen, maar Fiona trok me terug. “Nee, wacht even. Ik moet me even hervinden.”
Ik lachte en fronste. “Hoe lang denk je daar voor nodig te hebben?”
Nog voor Fiona iets kon zeggen, zwaaide de deur open.
Een grote stevige man van rond de vijftig stond in de deuropening. “Kan ik iets voor jullie doen?”, vroeg hij met barse stem.
Fiona en ik wisselden een korte blik uit. “Eh, we komen voor Eliza.”
De man maakten geen aanstalten om ons binnen te laten. “Ik ken jullie niet.”
Ik trok even een wenkbrauw op en keek weer naar Fiona. Die deed voorzichtig een stapje naar voren.
“Ik ben Fiona Riksen, ik heb uw dochter gisteren in de Efteling leren kennen en we hadden afgesproken om vandaag iets leuks te gaan doen.”
De man stak zijn handen in de broekzakken van zijn donkerbruine pantalon. “Ik denk niet dat dat gaat.” Zijn toon was mat.
Het gevoel bekroop me dat deze man niet van plan was ons binnen te gaan laten, noch dat hij zijn dochter naar buiten zou laten komen.
Fiona hapte even naar lucht. “Is ze er soms niet? Dat kan hoor, dat geeft ook niet. Ik wilde alleen...”
De man onderbrak haar. “Jawel hoor, ze is er wel. Maar het is zondag mevrouw, de dag van de Heer en dan wordt er niet gestapt.”
Fiona en ik keken elkaar aan. Ik zag aan dat bij haar een zelfde soort bel rinkelde als bij mij. Toch gaf ze het nog niet op. “Maar zou ik haar dan alleen even mogen spreken, zodat we wellicht op een andere dag af kunnen spreken?”
De man hield zijn gezicht nog altijd strak in de plooi. Hij wiebelde even op de ballen van zijn voeten, alsof hij werkelijk over die vraag nadacht. Achter hem doemde een klein figuurtje op dat langs hem heen naar ons keek. “Hoi Fiona”, klonk het voorzichtig. De man draaide zich om en deed een stap achteruit. Eliza keek schichtig omhoog en voelde dat de situatie aan de deur redelijk gespannen was.
“Ken jij deze dames?” vroeg haar vader nors.
Eliza knikte. “Ja, van mijn werk pap. We wilden gezellig iets gaan drinken.”
De man liet een droog spottend lachje horen. “Iets drinken? “
Eliza knikte.
Fiona en ik waren stilgevallen.
“Hoe haal je ’t in je hoofd om op zondag afspraken te maken. We moeten trouwens zo naar de kerk. Daar kun je ook wat drinken.”
Ik zag mezelf nog niet uit het wijwaterteiltje van een of andere pastoor lurken en hoopte maar dat de nukkige reactie geen uitnodiging was.
Fiona hervond zich, eindelijk, en richtte zich lief glimlachend tot het slanke knappe meisje, van wie de grote blauwe ogen haar enigszins hulpeloos aankeken. “Weet je wat, ik bel je van de week gewoon op. Maken we een nieuwe afspraak.” En tegen haar vader: “Het spijt me dat we u hebben gestoord op deze prachtige doch winderige zondag meneer. Wij komen helemaal uit het westen gereden, in mijn auto ligt nog wat goud, wierook en mirre wat ik u graag had willen schenken, maar dat bewaar ik dan maar tot een volgende keer.”
De ogen van de omvangrijke man werden groot en hij deed dreigend een stap voorwaarts.
“Hoe durft u zich zo beledigend uit te laten!”
Ik trok Fiona met me mee het tuinpad af. “Tijd om te gaan, schat.”
Eliza, half verscholen achter haar grote vader, prevelde een geluidloos ‘bel me’. Haar blik verried wanhoop.
Fiona draaide de snelweg op en stak een sigaret tussen haar lippen.
“Moest dat nou?” vroeg ik geïrriteerd.
“Wat, die verwijzing naar de drie wijzen uit het oosten? Ach kom op, zo’n bullebak van een vent. Hij vroeg erom.”
“Maar je hebt het haar daarmee ook onmogelijk gemaakt.”
Fiona blies de rook tegen de voorruit. “Nou volgens mij had ze het al onmogelijk, met zo’n kerel als vader.”
“Wat weet jij daar nou van?”
“Het lijkt me duidelijk dat die vent niet echt weet wat er in het hoofd van zijn dochter speelt. Volgens mij weet hij niets van de achterliggende gedachte van dit afspraakje.”
Ik stak eveneens een sigaret op. “Hm ja, dat denk ik ook.”
Fiona’s mobiel piepte. “Pak jij ‘m even uit m’n tas, ik heb m’n handen vol.”
Ik greep naar de telefoon. “Je hebt een sms-je.”
“Lees eens voor.”
“Bel me aub. Wil je dolgraag weer zien”, las ik hardop.
Fiona reageerde niet.
“Wat ga je doen?”
“Wat moet ik doen? Je had gelijk, ze is jong en duidelijk nog niet onder het juk van haar ouders vandaan. In elk geval niet die van haar vader.”
“Maar ze vindt je wel echt leuk en jij haar ook, toch?”
Fiona haalde haar schouders op. “En nu moet ik de prinses spelen die haar uit de klauwen van Satan redt?”
“Misschien levert dat je wel iets heel moois op.”
Fiona maakte een scherpe bocht naar links. Ze was duidelijk nijdig.
“Ik weet niet of ik wel zin heb in zo’n gevecht. Ik bedoel, ik kan nu nog terug.”
Daar had ze wel een punt. Toch zei mijn gevoel dat ze het er niet zomaar bij moest laten zitten. “Ze vindt je duidelijk leuk, Fioon, misschien ben jij wel de aangewezen persoon om haar met de vrijheden die ons gegeven zijn in dit leven te laten kennismaken.”
Fiona produceerde een hoog kort lachje. “Die vent vermoordt me.”
“Bel haar op.”
Fiona zweeg even. “Heb ik hier verdomme al die suikerspinnen voor naar binnen gewerkt?”
Ik grinnikte en keek haar weer van opzij aan. “Bel haar op.”
Fiona pufte. “Ik heb het gevoel dat ik aan de vooravond van iets heel onheilspellends sta.”
We reden zwijgend terug naar Rotterdam.
Volgende week zondag meer over Do, Cat en het liefdesleven van Fiona!