Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 18
Gepubliceerd op: 09 januari 2005
Vorige week konden we lezen wat er kan gebeuren als je meerdere kemphanen bij elkaar in een hotelletje zet. Er was er echter één niet bij, en dat was Cat. Die miste de hele ruzie, met alle gevolgen van dien.
Cat had op de terugweg helemaal niets tegen me gezegd. Ze was duidelijk geïrriteerd. Haar lange slanke vingers omsloten het stuur van de auto zo stevig dat haar knokkels wit waren geworden. Ik keek haar van opzij aan, probeerde haar aandacht op me te vestigen door naar haar te blijven kijken, maar Cat hield haar ogen strak op het wegdek. Laaiend was ze, toen ze vanmorgen hoorde wat er was gebeurd.
We hadden haar voorzichtig wakker gemaakt.
“Lieverd, we moeten opschieten. Over tien minuten moeten we het hotel uit zijn”, fluisterde ik zachtjes in haar oor. Cat draaide zich versuft naar me toe. “Hoe lang heb ik hemelsnaam geslapen dan?”
Fiona deed de zware groene gordijnen een beetje open en een flauw licht drong door de kier. Ze liep terug naar het bed en ging aan het voeteneind zitten. Ze keek Cat van onder een paar rode krullen vertwijfeld aan. “Myrthe en Marga hebben met z’n tweeën het ontbijtbuffet schoongeveegd. De manager van het hotel is ziedend en wil ons hier onmiddellijk weg hebben.”
Cat schoot overeind. “Dat meen je niet! Hebben ze gevochten? Wat is dat toch met die wijven. Ik word daar schijtziek van!”
Ik slikte, geschrokken door de felheid van Cat. Het verhaal van mijn blauwe oog had ik nog niet eens uit te doeken gedaan. In het halfduister kon Cat niet zien hoe de klap van Yvette bij me was aangekomen. Ze sprong uit bed en verzamelde haar kleren. “Ga ik hier heen voor m’n rust, blijkt dat stel idioten hier eveneens te bivakkeren en dankzij diezelfde achterlijke, onvolwassen trutten word ik het hotel uitgezet?” Cat was razend.
Fiona stond op. “Nou niet alleen jij, Cat. Ik zit ook niet te wachten op al die ellende.”
“Ik hoef ze voorlopig ook niet meer te zien”, tierde Cat, terwijl ze de kranen van de douche opendraaide. “Spuug zat ben ik ze, allemaal!”
Ik verschoof ongemakkelijk op het bed.
Als Cat mijn blauwe oog zag, ging ze ongetwijfeld door de geluidsbarrière.
Fiona keek me hulpeloos aan, geen raad wetend met de hele situatie en al helemaal niet met een woedende Cat. De kalmte die Cat doorgaans uitstraalde was volledig verdwenen. In haar woede leek ze nog veel hoger boven me uit te torenen dan ze al deed en ik voelde me steeds kleiner worden bij elke vloek die door de badkamer echode.
Fiona stond op. “Ik moet mijn spullen ook even gaan pakken.” Het klonk verontschuldigend. Alsof ze me niet alleen durfde te laten met mijn giftige vriendin.
Ik knikte en liet haar uit. “We bellen wel, straks, als we allemaal weer veilig thuis zijn.”
Fiona knikte. We kusten elkaar vluchtig zoals we altijd deden en ik deed de deur weer zachtjes dicht.
Cat stond onder de douche. Ik liep de badkamer in en ging op het deksel van het toilet zitten. Cat draaide de kranen dicht en greep haar handdoek van de reling boven het bad. Ze depte haar gezicht. Ik keek naar haar en speelde nerveus met mijn nagels. Cat opende haar ogen. Haar blik stond strak en haar voorhoofd vertoonde rimpels. Haar boosheid was duidelijk niet met het water door de afvoer gespoeld. Haar ogen vernauwden zich en ze deed een stap in mijn richtring. Voor ik iets kon zeggen had ze mijn gezicht in haar handen genomen. “Hoe kom jij aan dat blauwe oog?”
Ik slikte. Cat nam mijn gezicht wel vaker in haar handen, maar dan deed ze dat heel teder, met de bedoeling me vervolgens te kussen.
Haar greep voelde nu aan als een klem, een bankschroef, waaruit ik niet kon ontsnappen.
Ik voelde mijn ogen vochtig worden en probeerde haar aan te blijven kijken. Ik slikte nog een keer. “Van Yvette gekregen”, hoorde ik mezelf piepen. Cat hield mijn gezicht nog steeds stevig vast en keek alleen maar een beetje verdwaasd naar mijn oogkas. Toen liet ze me los. Zonder verder nog iets te zeggen kleedde ze zich aan en ruimde haar tas in.
Ik strompelde de woonkamer in, mijn bewegingen ernstig beperkt door de zwaarte van de sporttas. Cat beende direct door naar de gang, hing haar jas op en liep de trap op naar boven. Ze smeet de slaapkamerdeur met een harde klap dicht.
Ik zuchtte vermoeid en teleurgesteld. Als Cat communiceren werkelijk zo hoog in het vaandel had, waarom paste ze het dan nu niet toe? Ik voelde me moe en plofte op de bank. De gonzende pijn rond mijn rechteroog hield aan en de zwelling nam alleen maar toe. Er prikten tranen in mijn ooghoeken en ik voelde me ineens doodongelukkig. Daar zat ik dan, in mijn eentje op de bank en een mokkende Cat boven op bed. Onze eerste ruzie.
Ik twijfelde. Moest ik naar haar toe gaan of zou ik gewoon de deur uit lopen? Hoewel dat laatste alles waarschijnlijk alleen maar erger zou maken, was die optie het meest verleidelijk. Ik hoorde de slaapkamerdeur boven me opnieuw dichtslaan en daarna voetstappen op de trap. Cat kwam de woonkamer binnen, liep om de bank heen en schoof toen naast me op de tweezitter. Ze pakte mijn hand en streelde die. “Het spijt me dat ik me zo voor je afsloot”, zei ze zacht. Haar ogen hadden weer die ouderwets heerlijke warme gloed die mijn hart sneller deed slaan. “Maar ik kan er niet tegen als mensen niet meteen tegen me zeggen wat er aan de hand is”, ging ze verder. “En dan bedoel ik de mensen die naast me staan, zoals jij.”
Ik schoof dichter naar haar toe. Ze kuste me zacht op mijn zere oog. Even verharde haar blik opnieuw. “Ik ben in staat om precies hetzelfde te doen als waarom ik de anderen vanochtend zo heb vervloekt. Wie denkt dat mens wel niet dat ze is?”
Ik glimlachte flauw en veegde een blonde lok uit haar gezicht.
Cat bevochtigde haar lippen. “Beloof me dat als er iets is, je het me meteen vertelt. Ik kan er niet goed mee omgaan als je iets probeert te verbergen, zelfs als de bedoeling goed is, want ik neem aan dat je me gewoon graag wilde laten slapen vanochtend?”
Ik knikte naar waarheid.
“Maar toch heb ik liever dat je meteen naar me toe komt.” Ze zweeg even en keek me aan. “Ik heb in het verleden naast meisjes gestaan die het niet zo nauw namen met de waarheid en met mijn gevoelens. Vandaar dat ik nu misschien wat overdreven reageer.”
“Je hoeft je niet te verontschuldigen”, zei ik zacht.
“Ik meende wel wat ik zei, ik hoef ze voorlopig echt even niet te zien.”
“Fiona toch wel?” vroeg ik een beetje onzeker.
“Ja, Fiona natuurlijk wel. Die heeft er verder toch niets mee te maken? Het is vooral iets tussen Myrthe, Marga en Yvette.”
Op dat moment belde Fiona me op mijn mobiel.
“Zijn jullie weer gewoon verliefd in plaats van gebrouilleerd?” vroeg ze plagerig.
“We zitten samen op de bank te babbelen”, zei ik en knipoogde naar Cat, terwijl ik geluidloos Fiona’s naam naar haar uitsprak. We resumeerden de ochtend en meteen het hele weekend nog maar eens. Cat en ik vonden het vreemd dat Myrthe haar woede zo op Marga afreageerde. “Ik dacht dat Myrthe zoveel van Marga hield”, zei ik verbaasd. “En dat ze Yvette vandaag of morgen zou neerschieten.”
Fiona grinnikte. “Natuurlijk houdt ze van Marga. Maar Marga moet Myrthe ook niet aan het lijntje houden. Een ex is een ex, toch?”
Ik begreep het niet helemaal.
“Na het strandfeest is Marga bij Myrthe gebleven”, sprak Fiona droog uit.
“Ja, en?” Ik begreep niet waar ze heen wilde.
“Toen zijn ze met elkaar naar bed geweest”, zei Fiona.
Mijn mond viel open van verbazing.
“En dat weet Yvette?”
Fiona sloeg een kort hoog kreetje en grinnikte opnieuw. “Nee, zeg. Als ze daar achter komt kunnen Marga en Myrthe maar beter het land uitvluchten.”