Paringsdans
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 19
Gepubliceerd op: 16 januari 2005
Half acht. Mijn wekker lanceerde me uit een wazige droom, waarin ik zweefde in een schimmige omgeving, aangestaard door vage mensen uit een ondefinieerbaar grijs verleden. Ik opende voorzichtig mijn oogleden. Ik voelde ergens diep onder mijn hersenpan een bonkende hoofdpijn opkomen.
Het was zaterdag. Waarom had ik godsnaam de wekker zo achterlijk vroeg gezet? Herinneringen aan de avond ervoor trokken in flarden aan me voorbij. Ik was bij Cat en Fiona was langsgekomen. De flessen Campari en jonge jenever met cola vulden de glazen salontafel. Na een glas of vier konden we elkaar’s gesprekken al niet meer volgen.
Later op de avond sijpelden Jet en Eva vanuit de regen de woonkamer van Cat binnen. Ze hadden een bordspel - Kolonisten van Catan - meegenomen, waar we ons de rest van de nacht in verloren, evenals in de laatste druppels drank. Daar moest ik nu zwaar voor boeten. Het geluid van de telefoon bezorgde me bijna een infarct.
"Do, ben je al klaar, ik kom er zo aan." Fiona klonk gruwelijk wakker.
"Hebben we een afspraak bij Betty Ford?"
"Ach schat, van dat lullige beetje drank gaan wij toch niet achteruit lopen? Trek wel iets warms aan, het is koud."
Ik zat rechtop in bed versuft voor me uit te staren, in de overtuiging dat Fiona me in de maling nam. "Fioon, waar gaan we heen?"
Fiona pufte. "Korsakovje, naar de Efteling natuurlijk. Hebben we vannacht afgesproken. Je gaat me toch niet vertellen dat je dat vergeten was?"
Ik durfde het al niet eens meer te bekennen. Vergeet dat mens dan nooit iets?
"Spring onder de douche, ik ben er over een half uur."
Het pretpark had een weerzinwekkend vrolijke uitstraling op dit onchristelijke tijdstip. Zelfs toen we door de toegangspoorten naar binnen liepen kon ik me nog steeds niet voorstellen dat ik me hiertoe had laten overhalen. Cat had alleen maar honend gelachen toen ik vroeg of ze met ons mee wilde. En zich daarna waarschijnlijk weer heerlijk omgedraaid in haar warme bed.
Fiona ritste haar witte nylonjack tot aan haar nek toe dicht en stak haar handen diep in de zakken. "Het is verdomme koud zeg."
We wandelden in slakkengang richting het sprookjesbos. Er scheen een flauw zonnetje en ondanks het vroege uur was het al aardig druk. Er passeerden groepjes uitgelaten, krijsende kinderen met in hun kielzog gillende ouders die duidelijk moeite hadden hun kroost in het gareel te houden. We liepen langs Sneeuwwitje en haar dwergen, Roodkapje, Doornroosje en heel veel wat we niet eens thuis konden brengen.
"Dit is dinges", poogde Fiona bij een tafereeltje dat eruit zag als het schilderij van de Aardappeleters van Vincent van Gogh.
"Ik weet het niet, het lijkt eerder op die ene...", zei ik vertwijfeld en hield mijn hoofd scheef, omdat ik dacht dat ik het daardoor beter zou kunnen zien.
We vervolgden onze weg en doorkruisten het idyllisch stukje bos.
Fiona trok me mee in de richting van een kraam op een kruising van paden die naar verschillende attracties leidden. "Ik heb trek in een suikerspin, jij ook een?"
Ik trok een gezicht en schudde heftig mijn hoofd. Ik moest er niet aan denken op dit uur. Fiona beende voor me uit en ging in de korte rij staan.
Ik hield mijn leren jas stevig dicht geklemd en de kou trok via mijn zwarte laarzen door mijn strakke spijkerboek. Ik liep naar een bankje aan de rand van het pad en ging zitten. Fiona bleef erg lang weg. Ik klappertandde bijna de vullingen uit mijn gebit. Eindelijk kwam ze terug. Zonder suikerspin.
"Heb je nou de hele tijd de rij gestaan om vervolgens met niks terug te komen?" vroeg ik verbaasd.
Fiona kwam zuchtend naast me zitten, maar zei niets. Ze keek wazig voor zich uit. Haar heldere groene ogen hadden een gloed die ik niet vaak bij haar zag. Ik kon het ook niet echt peilen. Ik draaide me iets naar haar toe en keek haar schuins aan. Het was lastig om door de zee van sproeten Fiona’s gelaatstrekken te ontdekken.
Ze draaide haar gezicht naar me toe en keek me een beetje wezenloos aan.
Ik keek even wezenloos terug. "Wat is er?"
Fiona zuchtte opnieuw.
"Do", zei ze zacht, "In die suikerspinkraam staat wel zo’n ongelofelijk mooi meisje."
Ik trok een wenkbrauw op en draaide mijn hoofd even in de richting van de kraam links van ons. "Dus je hebt geen suikerspin gekocht, maar alleen een beetje kwijlend voor die kraam gestaan?"
"Nee natuurlijk niet", reageerde ze geagiteerd. "Ik heb even een praatje met haar gemaakt en de suikerspin ondertussen naar binnen gewerkt. Jezus Do, het is zo’n lekker ding."
Ze zeeg achterover. Ik keek haar geamuseerd aan. Het was lang geleden dat Fiona zo onder de indruk was van een meisje. De laatste keer was zeker meer dan een jaar geleden, in een kroeg ergens in de stad op een druilerige zaterdagavond. We stonden aan de bar te kletsen met een glas Campari toen een klein blond meisje langs ons schoof. Daarbij raakte ze per ongeluk Fiona’s glas en een deel van de inhoud vloog over haar witte bloes.
Het knappe meisje met stralende blauwe ogen had zich oprecht verontschuldigd en Fiona wilde al bijna tegen haar uitvallen. Ze slikte haar woorden abrupt in toen hun blikken elkaar kruisten. Het was de eerste keer dat ik Fiona met een mond vol tanden naar lucht zag happen, duidelijk onder de indruk van wat ze zag. Het meisje bleef lieflijk naar haar glimlachen en Fiona kon alleen nog maar een beetje stamelen. Het was eigenlijk een heel vertederend gezicht, maar ik kon een licht gegrinnik toch niet onderdrukken. Fiona had zich naar me omgedraaid en haar blik had me ter plekke moeten doen sterven.
De blonde deerne en Fiona raakten wonderwel in een geanimeerd gesprek en ik mocht de rest van de avond voor mijn eigen drank zorgen. Zij belandden uiteindelijk met elkaar in bed en ik in een taxi naar huis, waarna de chauffeur me naar mijn portiek moest slepen omdat ik niet meer op mijn benen kon staan. Daar was ik ook in slaap gevallen, om de volgende morgen wakker gegooid te worden door de ochtendkrant.
"Wil je echt geen suikerspin?" vroeg Fiona hoopvol.
Ik keek haar glimlachend aan. "Ik wil best een suikerspin, die jij dan natuurlijk voor me mag gaan halen, maar je eet hem wel zelf op."
Fiona grinnikte. "Deal."
Ze stond op en liep weer terug naar de kraam. Ik stond op en liep een stukje achter haar aan om te zien hoe het meisje eruit zag. Het was niet al te druk en dus had ik prima zicht. In de kraam bewoog een grote dikke vrouw van middelbare leeftijd heen en weer. Ze rolde een grote roze suikerspin en gaf deze met een toepasselijke mierzoete glimlach aan Fiona.
Ik knipperde even met mijn ogen. Dit kon haar toch niet zijn?
Niets ten nadele van dikke mensen van middelbare leeftijd, maar ik kende de voorkeuren van Fiona en dit was nu niet bepaald de voorstelling die ik me had gemaakt van een ‘ongelofelijk mooi meisje’.
Fiona kwam teruggelopen met een teleurgestelde blik in haar ogen. "Zij was het niet."
"Zoiets hoopte ik al."
"Nu moet ik dit ding nog opeten ook." Ze voegde de daad bij het woord. Met lange tanden, dat wel.
We waren het park bijna rond gelopen. Tussendoor waren we in de afgrijselijke Python geweest en in Villa Volta, waarna ik buiten alleen nog maar volledig gedesoriÎnteerd tegen een hekje kon leunen.
"Heb je nu trek in een suikerspin?" vroeg Fiona terwijl ze een sigaret opstak.
Ik maakte me met moeite los van het hekje. "Ja misschien moet ik inderdaad even iets eten", zei ik met een zielig stemmetje.
We liepen terug naar de kruising van de suikerspinnenkraam.
Fiona hield plotseling in en staarde met grote ogen voor zich uit. "Daar staat ze", zei ze en kneep even in mijn arm.
Ik keek en zag wat ze al die tijd bedoelde met ‘ongelofelijk mooi meisje’. In de kraam stond een klein, slank meisje van een jaar of twintig, met opgestoken donkerblond haar en een mooi gevormd knap gezichtje. "Fioon, is ze niet een beetje jong?"
Fiona draaide zich naar me toe. "Waar slaat dat nou weer op?"
Daar had ik even geen antwoord op. Het was gewoon het eerste wat in me opkwam.
"Ga jij die suikerspin nu maar halen, ik wacht hier wel."
Fiona kwam terug met een gelukzalige glimlach om haar lippen en zonder suikerspin. "Waar is mijn suikerspin?"
"Ja sorry, ik raakte in gesprek en ik heb ‘m per ongeluk opgegeten. Ik moest iets doen, ik was zo nerveus."
Ik lachte. "Jij en nerveus?"
Fiona zuchtte diep. "Do, ze is zo lief, zo heerlijk, zo...."
"Jong?"
"Mijn god, wat heb jij? Hoeveel scheel jij eigenlijk met Cat, dat is toch ook bijna tien jaar?"
"Ja maar zij is wel heel jong. Jullie kunnen wel vijftien jaar schelen."
Fiona ging op het bankje zitten en sloeg demonstratief haar armen over elkaar. "Nou en? Daar voel je verder toch niks van?"
"Er van uitgaande dat het iets zou kunnen worden tussen jullie. Wat weet je nou van iemand die in een suikerspinnenkraam werkt?"
"Laat me nog een suikerspin halen en ik kom met haar telefoonnummer terug."
Ik keek haar met een steelse blik aan. "Ik ben heel benieuwd."
Zes suikerspinnen later, waarvan ik er zelf drie op had en al bijna over mijn nek ging van alleen de geur, kwam Fiona triomfantelijk teruggelopen. Ze wapperde met een stukje servet dat ze onder mijn neus schoof. "Zei ik het niet?"
Ik las. Eliza, en daaronder een telefoonnummer. We grinnikten.
"Hoe oud is ze Fioon?" wilde ik toch even weten.
"Eenentwintig", fluisterde ze schalks.
Ik grinnikte nu harder.
"Ik heb morgen met haar afgesproken, ga ik naar haar toe."
We keken elkaar even aan en schoten in de lach.
"Je bent onverbeterlijk", gierde ik.
Fiona leunde achterover tegen de leuning van het bankje. "Ik ben een beetje misselijk. Doordat ik zo zenuwachtig ben natuurlijk."
"Je hebt vijf suikerspinnen op."
"Dat ook ja."
Volgende week zondag meer over het leven van Do en de uitspattingen van Fiona!
Het was zaterdag. Waarom had ik godsnaam de wekker zo achterlijk vroeg gezet? Herinneringen aan de avond ervoor trokken in flarden aan me voorbij. Ik was bij Cat en Fiona was langsgekomen. De flessen Campari en jonge jenever met cola vulden de glazen salontafel. Na een glas of vier konden we elkaar’s gesprekken al niet meer volgen.
Later op de avond sijpelden Jet en Eva vanuit de regen de woonkamer van Cat binnen. Ze hadden een bordspel - Kolonisten van Catan - meegenomen, waar we ons de rest van de nacht in verloren, evenals in de laatste druppels drank. Daar moest ik nu zwaar voor boeten. Het geluid van de telefoon bezorgde me bijna een infarct.
"Do, ben je al klaar, ik kom er zo aan." Fiona klonk gruwelijk wakker.
"Hebben we een afspraak bij Betty Ford?"
"Ach schat, van dat lullige beetje drank gaan wij toch niet achteruit lopen? Trek wel iets warms aan, het is koud."
Ik zat rechtop in bed versuft voor me uit te staren, in de overtuiging dat Fiona me in de maling nam. "Fioon, waar gaan we heen?"
Fiona pufte. "Korsakovje, naar de Efteling natuurlijk. Hebben we vannacht afgesproken. Je gaat me toch niet vertellen dat je dat vergeten was?"
Ik durfde het al niet eens meer te bekennen. Vergeet dat mens dan nooit iets?
"Spring onder de douche, ik ben er over een half uur."
Het pretpark had een weerzinwekkend vrolijke uitstraling op dit onchristelijke tijdstip. Zelfs toen we door de toegangspoorten naar binnen liepen kon ik me nog steeds niet voorstellen dat ik me hiertoe had laten overhalen. Cat had alleen maar honend gelachen toen ik vroeg of ze met ons mee wilde. En zich daarna waarschijnlijk weer heerlijk omgedraaid in haar warme bed.
Fiona ritste haar witte nylonjack tot aan haar nek toe dicht en stak haar handen diep in de zakken. "Het is verdomme koud zeg."
We wandelden in slakkengang richting het sprookjesbos. Er scheen een flauw zonnetje en ondanks het vroege uur was het al aardig druk. Er passeerden groepjes uitgelaten, krijsende kinderen met in hun kielzog gillende ouders die duidelijk moeite hadden hun kroost in het gareel te houden. We liepen langs Sneeuwwitje en haar dwergen, Roodkapje, Doornroosje en heel veel wat we niet eens thuis konden brengen.
"Dit is dinges", poogde Fiona bij een tafereeltje dat eruit zag als het schilderij van de Aardappeleters van Vincent van Gogh.
"Ik weet het niet, het lijkt eerder op die ene...", zei ik vertwijfeld en hield mijn hoofd scheef, omdat ik dacht dat ik het daardoor beter zou kunnen zien.
We vervolgden onze weg en doorkruisten het idyllisch stukje bos.
Fiona trok me mee in de richting van een kraam op een kruising van paden die naar verschillende attracties leidden. "Ik heb trek in een suikerspin, jij ook een?"
Ik trok een gezicht en schudde heftig mijn hoofd. Ik moest er niet aan denken op dit uur. Fiona beende voor me uit en ging in de korte rij staan.
Ik hield mijn leren jas stevig dicht geklemd en de kou trok via mijn zwarte laarzen door mijn strakke spijkerboek. Ik liep naar een bankje aan de rand van het pad en ging zitten. Fiona bleef erg lang weg. Ik klappertandde bijna de vullingen uit mijn gebit. Eindelijk kwam ze terug. Zonder suikerspin.
"Heb je nou de hele tijd de rij gestaan om vervolgens met niks terug te komen?" vroeg ik verbaasd.
Fiona kwam zuchtend naast me zitten, maar zei niets. Ze keek wazig voor zich uit. Haar heldere groene ogen hadden een gloed die ik niet vaak bij haar zag. Ik kon het ook niet echt peilen. Ik draaide me iets naar haar toe en keek haar schuins aan. Het was lastig om door de zee van sproeten Fiona’s gelaatstrekken te ontdekken.
Ze draaide haar gezicht naar me toe en keek me een beetje wezenloos aan.
Ik keek even wezenloos terug. "Wat is er?"
Fiona zuchtte opnieuw.
"Do", zei ze zacht, "In die suikerspinkraam staat wel zo’n ongelofelijk mooi meisje."
Ik trok een wenkbrauw op en draaide mijn hoofd even in de richting van de kraam links van ons. "Dus je hebt geen suikerspin gekocht, maar alleen een beetje kwijlend voor die kraam gestaan?"
"Nee natuurlijk niet", reageerde ze geagiteerd. "Ik heb even een praatje met haar gemaakt en de suikerspin ondertussen naar binnen gewerkt. Jezus Do, het is zo’n lekker ding."
Ze zeeg achterover. Ik keek haar geamuseerd aan. Het was lang geleden dat Fiona zo onder de indruk was van een meisje. De laatste keer was zeker meer dan een jaar geleden, in een kroeg ergens in de stad op een druilerige zaterdagavond. We stonden aan de bar te kletsen met een glas Campari toen een klein blond meisje langs ons schoof. Daarbij raakte ze per ongeluk Fiona’s glas en een deel van de inhoud vloog over haar witte bloes.
Het knappe meisje met stralende blauwe ogen had zich oprecht verontschuldigd en Fiona wilde al bijna tegen haar uitvallen. Ze slikte haar woorden abrupt in toen hun blikken elkaar kruisten. Het was de eerste keer dat ik Fiona met een mond vol tanden naar lucht zag happen, duidelijk onder de indruk van wat ze zag. Het meisje bleef lieflijk naar haar glimlachen en Fiona kon alleen nog maar een beetje stamelen. Het was eigenlijk een heel vertederend gezicht, maar ik kon een licht gegrinnik toch niet onderdrukken. Fiona had zich naar me omgedraaid en haar blik had me ter plekke moeten doen sterven.
De blonde deerne en Fiona raakten wonderwel in een geanimeerd gesprek en ik mocht de rest van de avond voor mijn eigen drank zorgen. Zij belandden uiteindelijk met elkaar in bed en ik in een taxi naar huis, waarna de chauffeur me naar mijn portiek moest slepen omdat ik niet meer op mijn benen kon staan. Daar was ik ook in slaap gevallen, om de volgende morgen wakker gegooid te worden door de ochtendkrant.
"Wil je echt geen suikerspin?" vroeg Fiona hoopvol.
Ik keek haar glimlachend aan. "Ik wil best een suikerspin, die jij dan natuurlijk voor me mag gaan halen, maar je eet hem wel zelf op."
Fiona grinnikte. "Deal."
Ze stond op en liep weer terug naar de kraam. Ik stond op en liep een stukje achter haar aan om te zien hoe het meisje eruit zag. Het was niet al te druk en dus had ik prima zicht. In de kraam bewoog een grote dikke vrouw van middelbare leeftijd heen en weer. Ze rolde een grote roze suikerspin en gaf deze met een toepasselijke mierzoete glimlach aan Fiona.
Ik knipperde even met mijn ogen. Dit kon haar toch niet zijn?
Niets ten nadele van dikke mensen van middelbare leeftijd, maar ik kende de voorkeuren van Fiona en dit was nu niet bepaald de voorstelling die ik me had gemaakt van een ‘ongelofelijk mooi meisje’.
Fiona kwam teruggelopen met een teleurgestelde blik in haar ogen. "Zij was het niet."
"Zoiets hoopte ik al."
"Nu moet ik dit ding nog opeten ook." Ze voegde de daad bij het woord. Met lange tanden, dat wel.
We waren het park bijna rond gelopen. Tussendoor waren we in de afgrijselijke Python geweest en in Villa Volta, waarna ik buiten alleen nog maar volledig gedesoriÎnteerd tegen een hekje kon leunen.
"Heb je nu trek in een suikerspin?" vroeg Fiona terwijl ze een sigaret opstak.
Ik maakte me met moeite los van het hekje. "Ja misschien moet ik inderdaad even iets eten", zei ik met een zielig stemmetje.
We liepen terug naar de kruising van de suikerspinnenkraam.
Fiona hield plotseling in en staarde met grote ogen voor zich uit. "Daar staat ze", zei ze en kneep even in mijn arm.
Ik keek en zag wat ze al die tijd bedoelde met ‘ongelofelijk mooi meisje’. In de kraam stond een klein, slank meisje van een jaar of twintig, met opgestoken donkerblond haar en een mooi gevormd knap gezichtje. "Fioon, is ze niet een beetje jong?"
Fiona draaide zich naar me toe. "Waar slaat dat nou weer op?"
Daar had ik even geen antwoord op. Het was gewoon het eerste wat in me opkwam.
"Ga jij die suikerspin nu maar halen, ik wacht hier wel."
Fiona kwam terug met een gelukzalige glimlach om haar lippen en zonder suikerspin. "Waar is mijn suikerspin?"
"Ja sorry, ik raakte in gesprek en ik heb ‘m per ongeluk opgegeten. Ik moest iets doen, ik was zo nerveus."
Ik lachte. "Jij en nerveus?"
Fiona zuchtte diep. "Do, ze is zo lief, zo heerlijk, zo...."
"Jong?"
"Mijn god, wat heb jij? Hoeveel scheel jij eigenlijk met Cat, dat is toch ook bijna tien jaar?"
"Ja maar zij is wel heel jong. Jullie kunnen wel vijftien jaar schelen."
Fiona ging op het bankje zitten en sloeg demonstratief haar armen over elkaar. "Nou en? Daar voel je verder toch niks van?"
"Er van uitgaande dat het iets zou kunnen worden tussen jullie. Wat weet je nou van iemand die in een suikerspinnenkraam werkt?"
"Laat me nog een suikerspin halen en ik kom met haar telefoonnummer terug."
Ik keek haar met een steelse blik aan. "Ik ben heel benieuwd."
Zes suikerspinnen later, waarvan ik er zelf drie op had en al bijna over mijn nek ging van alleen de geur, kwam Fiona triomfantelijk teruggelopen. Ze wapperde met een stukje servet dat ze onder mijn neus schoof. "Zei ik het niet?"
Ik las. Eliza, en daaronder een telefoonnummer. We grinnikten.
"Hoe oud is ze Fioon?" wilde ik toch even weten.
"Eenentwintig", fluisterde ze schalks.
Ik grinnikte nu harder.
"Ik heb morgen met haar afgesproken, ga ik naar haar toe."
We keken elkaar even aan en schoten in de lach.
"Je bent onverbeterlijk", gierde ik.
Fiona leunde achterover tegen de leuning van het bankje. "Ik ben een beetje misselijk. Doordat ik zo zenuwachtig ben natuurlijk."
"Je hebt vijf suikerspinnen op."
"Dat ook ja."
Volgende week zondag meer over het leven van Do en de uitspattingen van Fiona!