Paringsdans: Sinterklaasspecial | (H)eerlijk avondje
Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 13
Gepubliceerd op: 05 december 2004
Alle ruzies, aanhoudingen en seksuele uitspattingen ten spijt gaat het gewone leven ook gewoon door. Daarom gaan de acht meiden gewoon door met hun surpriseavond voor Sinterklaas.
Do, Fiona, Cat, Myrthe, Jorinde, Tamar, Eva en Jet voor het eerst sinds de dramatische ruzie op het feest weer samen in een ruimte. Kan dat goed gaan?
“Wie heb jij?” vroeg Fiona op samenzweerderige toon, terwijl ze de deur van de Bijenkorf voor me openhield.
“Ja zeg, dat gaat je niks aan, ik wil ook niet weten wie jij hebt.” Haar groene ogen vormden zich tot spleetjes, maar ze vroeg niet door.
We wurmden ons door de drukte. Op de tweede etage liepen we naar de boeken- en cd-afdeling. Ik wilde niet dat Fiona erachter zou komen waar ik naar op zoek was. Ze zou me de oren van het hoofd zaniken tot ik iets los liet.
“Ik moet hier toevallig ook zijn. Zullen we dan maar ieder een andere kant opgaan?”
Dankbaar maakte ik gebruik van haar voorstel.
Ik slaagde al vrij snel. Daar was ik blij mee, want Myrthe had bij de vooraf afgesproken drie wensen allemaal hetzelfde ingevuld; ‘verzamel-cd van discohits’. Als ik die dus niet had kunnen vinden, zou ik uit pure wanhoop alsnog met Fiona hebben moeten overleggen, waardoor ze misschien gemakkelijk zou hebben kunnen raden wie ik geloot had voor onze surpriseavond.
Fiona kwam bij de kassa vandaan gewandeld en sloeg triomfantelijk haar paarse gebreide sjaal (die leuk vloekte bij haar rode haar) om haar schouders. “Zo, dat viel mee, we kunnen alweer aan de koffie.”
Winkelen met Fiona was zo mogelijk een nog grotere ramp dan winkelen met mijn moeder. We zaten meer aan de koffie dan dat we shopten, en naarmate de dag vorderde kwamen er steeds meer likeurtjes aan te pas. Met als gevolg dat we half teut door de stad waggelden zonder ook maar íets te hebben gekocht.
Later die dag...
Myrthe had het gezellig gemaakt in haar kleine woonkamer. Overal brandden kaarsjes en de geur van warme chocolademelk kwam ons vanuit de keuken tegemoet.
“Zet jullie surprises maar bij de rest naast de haard. Willen jullie ook chocolademelk?”
“Nee zeg, heb je niks sterkers?” vroeg Fiona alsof Myrthe haar probeerde te vergiftigen.
“Campari dan maar?” Zonder op antwoord te wachten verdween Myrthe de keuken weer in.
Binnen waren alle meiden al in uitgelaten stemming. Cat zat in een groene fauteuil die tegenover de bank stond, waarop Jorinde en Tamar onderuitgezakt hingen. Eva en Jet zaten op de grond. In het midden op de salontafel stonden schalen met gevulde speculaas en pepernoten.
We kusten iedereen en ploften op de rode zitkussens op de grond.
“Niemand weet volgens mij wie wie heeft”, zei Tamar.
Haar vriendin Jorinde grinnikte kort. “Maar dat duurt vast niet lang meer.”
Myrthe kwam terug met de chocolademelk en zette die tussen schalen met lekkers.
“Als we allemaal voorzien zijn kunnen we denk ik zo langzamerhand wel beginnen.” Ze verdween weer in de keuken.
Eva bond haar lange blonde haar in een staart en stroopte de mouwen van haar zwarte trui omhoog. “Nou, ik ben er klaar voor. Mijn surprise is al weken af. Alleen dat gedicht, mijn god, ik heb zelfs het rijmwoordenboek erbij moeten halen.”
“Bij mij rijmde bijna alles, maar ik bleef op den duur in het midden steken”, zei haar vriendin Jet. Ze schudde haar donkerblonde krullen naar achteren. “Er rijmde maar niets op fietsbandventieltje.”
We schoten in de lach.
Cat nam een slok en keek mij en Fiona aan. “Hoe lang zijn jullie bezig geweest?”
“Nou, tot een uur geleden ongeveer”, mompelde ik.
“Ik heb het niet geklokt. Veel te lang in elk geval.” Fiona pakte haar glas Campari aan van Myrthe, die vervolgens naast ons op de grond kwam zitten.
“Zo, nou wat mij betreft kunnen we.” Haar spitsige snoetje gloeide van opwinding.
Cat stond op. “Nah, zal ik er dan maar gewoon eentje tussenuit plukken?”
Ze liep op de stapel pakketten af en nam er een mee terug naar de groep.
“Deze is voor Tamar.”
Tamar nam het pakje aan en ging er eens goed voor zitten. Het pak was niet al te groot en aan de vorm konden we geen van allen zien wat het moest voorstellen.
“Misschien helpt het als je het papier er eerst afhaalt”, merkte Fiona droog op. Tamar scheurde verwoed het papier aan gort en staarde even onnozel naar wat ze op haar schoot had liggen. Het was bruin en groen met allerlei uitsteeksels.
“Ehh....” was haar enige commentaar.
Jorinde boog zich naar haar toe.
“Tja, het lijkt wel een cactus.”
Myrthe proestte. “Nee joh, het is een uit elkaar geklapte ballon.”
“Volgens mij is het een parasol”, zei Jet op quasi gewichtige toon.
“Lees anders eerst het gedicht eens voor”, opperde Cat.
Jorinde vouwde het papier uit en begon hardop voor te lezen.
“...en daarom dus dit cadeau.
Want tussen de palmbomen komen jullie helemaal tot rust.
En groeit jullie relatie weer naar een acceptabel niveau...”
We bleven even stil. Die laatste woorden sloegen overduidelijk op het feit dat het tussen Tamar en Jorinde een tijdje niet zo lekker is gegaan. Maar om dat nu in een Sinterklaasgedicht te proppen was op zijn minst discutabel te noemen.
“Nou, pak het eerst maar eens uit”, verbrak Cat de stilte.
Jorinde, zichtbaar nijdig om het gedicht, scheurde de palmboom uiteen en viste er een dik reisboek over Mexico uit. Haar ronde gezicht fleurde weer iets op.
“Wauw, wat een mooi boek. We willen in het najaar inderdaad naar Mexico”, zei Tamar opgetogen. Haar reactie nam de spanning die er even hing weer een beetje weg.
“Oké, nu pak ik er een uit”, riep Myrthe.
Ze graaide tussen de pakjes en zette een grote doos voor Jets neus. Die ging als eerste opzoek naar het gedicht.
“...En soms hadden we wat mot.
Dan vlogen we elkaar naar de strot.
Het kwam gelukkig altijd weer goed.
Hoewel ik soms ook zoiets had van, nou, het is dat het moet.
Je bent een beetje dominant.
Maar je hebt gelukkig ook een lieve kant.
Dit cadeau past goed bij jou.
En eigenlijk ook wel bij je vrouw.
Groeten, Sint en Piet...”
Jet staarde nog secondenlang naar het papier en keek toen enigszins argwanend de kring rond. Ze leek niet eens meer aanstalten te maken het pak te openen.
Cat fronste even, alsof ze probeerde te begrijpen wat er nu eigenlijk gaande was.
“Nou, we sparen elkaar niet, zo tegen het eind van het jaar”, zei Eva op geringschattende toon.
Fiona sloeg haar laatste slok Campari achterover en stak een sigaret op.
Die trok zich werkelijk nooit iets aan van welk spanningsveld dan ook.
Jet had het papier intussen toch maar opengescheurd. Er kwam een enorm kartonnen boek onder vandaan. “Goh, wat zou dit nou zijn”, zei ze sarcastisch.
Van een heerlijk avondje was intussen geen sprake meer. Ik voelde me wat ongemakkelijk, nu iedereen het dichten kennelijk had aangegrepen om nog even wat oud zeer te verwerken.
Eva hielp haar vriendin het karton open te werken. Jet hield een boek omhoog. “Wayne Dyer, Niet morgen maar nu”, las ze voor. “Nou, inderdaad, daar gaan we meteen mee aan de slag.” Het klonk dreigend.
Cat klapte even kort in haar handen. “Iemand nog iets drinken?”
Myrthe keek schichtig naar Jorinde en Tamar. Ik naar Eva en Jet en Fiona hield alleen maar haar lege glas omhoog. “Lekker, Camparietje.”
“Nee, ik hoef niet”, zei Jet, “ik ben érg benieuwd naar het volgende pakje.”
Ze stond op en frommelde tussen de surprises. Ze kwam terug met een pak voor Tamar. Die aarzelde even en keek opzij naar Jorinde. Ze vouwde tergend langzaam het op de doos geplakte briefje uiteen en begon te lezen.
“...Het is dan ook goed dat je zo bent afgevallen.
Anders zou je dit niet eens passen.
Het zal je goed bevallen.
Je kunt wel weer wat calorieën verbrassen.
De kleur kun je misschien nog ruilen.
Maar ach, je hebt wel om mindere dingen moeten huilen...”
Tamar stopte abrupt met voorlezen. Ze propte het gedicht op tot een bal en smeet het in de richting van Jet. “Jij vuil secreet, vind je het nodig om me zo af te zeiken?”
Ze ging staan en gooide het pakket naar het hoofd van Eva, die nog net op tijd kon wegduiken. Cat sprong eveneens op en ging tussen Jet en Tamar in staan, die op het punt stonden elkaar in de haren te vliegen.
“Makkers, makkers, dit wild geraas is toch nergens voor nodig?”
Ik staarde met wijd opengesperde ogen naar het tafereel. Fiona keek me met hoog opgetrokken wenkbrauwen en een slok Campari in haar wang aan.
“Vind je het normaal? Mijn vriendin en mij zo af te zeiken, zulke intieme dingen in een achterlijk Sinterklaasrijmpje te proppen?” schreeuwde Tamar buiten zichzelf.
“Nee jij, met je niet morgen maar nu, alsof jij me niet eerder had kunnen vertellen hoe je blijkbaar werkelijk over me denkt!”
Myrthe stond nu ook op.
“Hey, kappen nou, het is verdomme Sinterklaas!”
Eva duwde haar terug in de kussens en wees met een priemende vinger naar Jorinde.
“En jij, met je kinderachtige gedoe, als je me iets te zeggen hebt doe je dat maar in mijn gezicht en niet in een gedicht”
“Hè, dat rijmt”, merkte Fiona op.
Jorinde richtte zich op van de bank en posteerde zich pal voor Eva.
“Ja, wel godverdegodver, wie ben jij dan...!”
Het geschreeuw ging over en weer en er was geen touw meer aan vast te knopen.
“Nou ja, we weten nu in elk geval wie wie had”, fluisterde Fiona tussen twee slokken door. “Ik had jou trouwens.”
Ik draaide me naar haar toe.
“Oh, gelukkig maar”, zei ik mat. “Zit er ook zo’n fantastisch gedicht bij?”
Fiona glimlachte. “Schat, ik hou van je. Als ik je iets te vertellen heb hoor je dat wel van me hoor.”
Gelukkig kende ik Fiona als mijn eigen jaszak. En wist ik dat ze dat meende.
Het gekrakeel hield aan en Cat en Myrthe hadden moeite de vier kemphanen uit elkaar te houden.
“Jorinde, we gaan. Pak je jas. Ik wil hier geen seconde langer meer blijven.”
“Wij ook niet”, besloot Jet en beende naar de gang.
Eva stoof achter haar aan en draaide zich bij de deurpost om. “En die achterlijke surprises steken jullie maar fijn in je achterste!”
Myrthe draaide zich naar haar om. “Als je nu niet snel maakt dat je oprot, duw ik mijn hele huisraad in jouw achterste!”
Fiona schoot onbedaarlijk in de lach. Ik probeerde mijn gezicht aanvankelijk nog in de plooi te houden, maar even later proestte ik het ook uit. De situatie was zo absurd dat het komisch werd. De vier meiden liepen bekvechtend de voordeur uit en Myrthe sloeg hem met een harde klap achter hen dicht. “Idioten, laat ze lekker buiten herrie maken.”
De rust was weer teruggekeerd. We keken elkaar allemaal even aan en schaterden het vervolgens uit.
“Dit is eigenlijk zwaar belachelijk. Nou ja, zij hadden elkaar dus”, hikte ik nog na.
Cat knikte. “Ja, dan weten wij verder ook wel hoe het zit.”
“Ik had Do”, zei Fiona. Ze stond op en plofte naast Mythe op de bank.
Cat rolde een sigaret. “Ik had jou”, zei ze tegen Fiona.
“En ik Myrthe”, zei ik.
“Tja, nou en ik dus Cat”, zei Myrthe zuchtend.
We evalueerden de explosieve situatie van die avond onder het genot van veel Campari en bier. We wisselden de surprises uit, lazen de leuke, lieve en soms zelfs ontroerende gedichten aan elkaar voor en we waren oprecht blij met onze cadeaus.
“Volgend jaar doen we het anders”, besloot Myrthe.
“Volgend jaar doe ik niet meer mee”, zei Cat resoluut.
“Ik ook niet”, zei Fiona.
“Anders doen we het volgend jaar met Kerst”, opperde ik.
Drie paar ogen staarden me aan alsof ik zojuist een wel heel oneerbaar voorstel had gedaan. Ik zakte weer terug in de kussens en keek tussen de lamellen door naar buiten.
De maan scheen flauw door de bomen.
Do, Fiona, Cat, Myrthe, Jorinde, Tamar, Eva en Jet voor het eerst sinds de dramatische ruzie op het feest weer samen in een ruimte. Kan dat goed gaan?
“Wie heb jij?” vroeg Fiona op samenzweerderige toon, terwijl ze de deur van de Bijenkorf voor me openhield.
“Ja zeg, dat gaat je niks aan, ik wil ook niet weten wie jij hebt.” Haar groene ogen vormden zich tot spleetjes, maar ze vroeg niet door.
We wurmden ons door de drukte. Op de tweede etage liepen we naar de boeken- en cd-afdeling. Ik wilde niet dat Fiona erachter zou komen waar ik naar op zoek was. Ze zou me de oren van het hoofd zaniken tot ik iets los liet.
“Ik moet hier toevallig ook zijn. Zullen we dan maar ieder een andere kant opgaan?”
Dankbaar maakte ik gebruik van haar voorstel.
Ik slaagde al vrij snel. Daar was ik blij mee, want Myrthe had bij de vooraf afgesproken drie wensen allemaal hetzelfde ingevuld; ‘verzamel-cd van discohits’. Als ik die dus niet had kunnen vinden, zou ik uit pure wanhoop alsnog met Fiona hebben moeten overleggen, waardoor ze misschien gemakkelijk zou hebben kunnen raden wie ik geloot had voor onze surpriseavond.
Fiona kwam bij de kassa vandaan gewandeld en sloeg triomfantelijk haar paarse gebreide sjaal (die leuk vloekte bij haar rode haar) om haar schouders. “Zo, dat viel mee, we kunnen alweer aan de koffie.”
Winkelen met Fiona was zo mogelijk een nog grotere ramp dan winkelen met mijn moeder. We zaten meer aan de koffie dan dat we shopten, en naarmate de dag vorderde kwamen er steeds meer likeurtjes aan te pas. Met als gevolg dat we half teut door de stad waggelden zonder ook maar íets te hebben gekocht.
Later die dag...
Myrthe had het gezellig gemaakt in haar kleine woonkamer. Overal brandden kaarsjes en de geur van warme chocolademelk kwam ons vanuit de keuken tegemoet.
“Zet jullie surprises maar bij de rest naast de haard. Willen jullie ook chocolademelk?”
“Nee zeg, heb je niks sterkers?” vroeg Fiona alsof Myrthe haar probeerde te vergiftigen.
“Campari dan maar?” Zonder op antwoord te wachten verdween Myrthe de keuken weer in.
Binnen waren alle meiden al in uitgelaten stemming. Cat zat in een groene fauteuil die tegenover de bank stond, waarop Jorinde en Tamar onderuitgezakt hingen. Eva en Jet zaten op de grond. In het midden op de salontafel stonden schalen met gevulde speculaas en pepernoten.
We kusten iedereen en ploften op de rode zitkussens op de grond.
“Niemand weet volgens mij wie wie heeft”, zei Tamar.
Haar vriendin Jorinde grinnikte kort. “Maar dat duurt vast niet lang meer.”
Myrthe kwam terug met de chocolademelk en zette die tussen schalen met lekkers.
“Als we allemaal voorzien zijn kunnen we denk ik zo langzamerhand wel beginnen.” Ze verdween weer in de keuken.
Eva bond haar lange blonde haar in een staart en stroopte de mouwen van haar zwarte trui omhoog. “Nou, ik ben er klaar voor. Mijn surprise is al weken af. Alleen dat gedicht, mijn god, ik heb zelfs het rijmwoordenboek erbij moeten halen.”
“Bij mij rijmde bijna alles, maar ik bleef op den duur in het midden steken”, zei haar vriendin Jet. Ze schudde haar donkerblonde krullen naar achteren. “Er rijmde maar niets op fietsbandventieltje.”
We schoten in de lach.
Cat nam een slok en keek mij en Fiona aan. “Hoe lang zijn jullie bezig geweest?”
“Nou, tot een uur geleden ongeveer”, mompelde ik.
“Ik heb het niet geklokt. Veel te lang in elk geval.” Fiona pakte haar glas Campari aan van Myrthe, die vervolgens naast ons op de grond kwam zitten.
“Zo, nou wat mij betreft kunnen we.” Haar spitsige snoetje gloeide van opwinding.
Cat stond op. “Nah, zal ik er dan maar gewoon eentje tussenuit plukken?”
Ze liep op de stapel pakketten af en nam er een mee terug naar de groep.
“Deze is voor Tamar.”
Tamar nam het pakje aan en ging er eens goed voor zitten. Het pak was niet al te groot en aan de vorm konden we geen van allen zien wat het moest voorstellen.
“Misschien helpt het als je het papier er eerst afhaalt”, merkte Fiona droog op. Tamar scheurde verwoed het papier aan gort en staarde even onnozel naar wat ze op haar schoot had liggen. Het was bruin en groen met allerlei uitsteeksels.
“Ehh....” was haar enige commentaar.
Jorinde boog zich naar haar toe.
“Tja, het lijkt wel een cactus.”
Myrthe proestte. “Nee joh, het is een uit elkaar geklapte ballon.”
“Volgens mij is het een parasol”, zei Jet op quasi gewichtige toon.
“Lees anders eerst het gedicht eens voor”, opperde Cat.
Jorinde vouwde het papier uit en begon hardop voor te lezen.
“...en daarom dus dit cadeau.
Want tussen de palmbomen komen jullie helemaal tot rust.
En groeit jullie relatie weer naar een acceptabel niveau...”
We bleven even stil. Die laatste woorden sloegen overduidelijk op het feit dat het tussen Tamar en Jorinde een tijdje niet zo lekker is gegaan. Maar om dat nu in een Sinterklaasgedicht te proppen was op zijn minst discutabel te noemen.
“Nou, pak het eerst maar eens uit”, verbrak Cat de stilte.
Jorinde, zichtbaar nijdig om het gedicht, scheurde de palmboom uiteen en viste er een dik reisboek over Mexico uit. Haar ronde gezicht fleurde weer iets op.
“Wauw, wat een mooi boek. We willen in het najaar inderdaad naar Mexico”, zei Tamar opgetogen. Haar reactie nam de spanning die er even hing weer een beetje weg.
“Oké, nu pak ik er een uit”, riep Myrthe.
Ze graaide tussen de pakjes en zette een grote doos voor Jets neus. Die ging als eerste opzoek naar het gedicht.
“...En soms hadden we wat mot.
Dan vlogen we elkaar naar de strot.
Het kwam gelukkig altijd weer goed.
Hoewel ik soms ook zoiets had van, nou, het is dat het moet.
Je bent een beetje dominant.
Maar je hebt gelukkig ook een lieve kant.
Dit cadeau past goed bij jou.
En eigenlijk ook wel bij je vrouw.
Groeten, Sint en Piet...”
Jet staarde nog secondenlang naar het papier en keek toen enigszins argwanend de kring rond. Ze leek niet eens meer aanstalten te maken het pak te openen.
Cat fronste even, alsof ze probeerde te begrijpen wat er nu eigenlijk gaande was.
“Nou, we sparen elkaar niet, zo tegen het eind van het jaar”, zei Eva op geringschattende toon.
Fiona sloeg haar laatste slok Campari achterover en stak een sigaret op.
Die trok zich werkelijk nooit iets aan van welk spanningsveld dan ook.
Jet had het papier intussen toch maar opengescheurd. Er kwam een enorm kartonnen boek onder vandaan. “Goh, wat zou dit nou zijn”, zei ze sarcastisch.
Van een heerlijk avondje was intussen geen sprake meer. Ik voelde me wat ongemakkelijk, nu iedereen het dichten kennelijk had aangegrepen om nog even wat oud zeer te verwerken.
Eva hielp haar vriendin het karton open te werken. Jet hield een boek omhoog. “Wayne Dyer, Niet morgen maar nu”, las ze voor. “Nou, inderdaad, daar gaan we meteen mee aan de slag.” Het klonk dreigend.
Cat klapte even kort in haar handen. “Iemand nog iets drinken?”
Myrthe keek schichtig naar Jorinde en Tamar. Ik naar Eva en Jet en Fiona hield alleen maar haar lege glas omhoog. “Lekker, Camparietje.”
“Nee, ik hoef niet”, zei Jet, “ik ben érg benieuwd naar het volgende pakje.”
Ze stond op en frommelde tussen de surprises. Ze kwam terug met een pak voor Tamar. Die aarzelde even en keek opzij naar Jorinde. Ze vouwde tergend langzaam het op de doos geplakte briefje uiteen en begon te lezen.
“...Het is dan ook goed dat je zo bent afgevallen.
Anders zou je dit niet eens passen.
Het zal je goed bevallen.
Je kunt wel weer wat calorieën verbrassen.
De kleur kun je misschien nog ruilen.
Maar ach, je hebt wel om mindere dingen moeten huilen...”
Tamar stopte abrupt met voorlezen. Ze propte het gedicht op tot een bal en smeet het in de richting van Jet. “Jij vuil secreet, vind je het nodig om me zo af te zeiken?”
Ze ging staan en gooide het pakket naar het hoofd van Eva, die nog net op tijd kon wegduiken. Cat sprong eveneens op en ging tussen Jet en Tamar in staan, die op het punt stonden elkaar in de haren te vliegen.
“Makkers, makkers, dit wild geraas is toch nergens voor nodig?”
Ik staarde met wijd opengesperde ogen naar het tafereel. Fiona keek me met hoog opgetrokken wenkbrauwen en een slok Campari in haar wang aan.
“Vind je het normaal? Mijn vriendin en mij zo af te zeiken, zulke intieme dingen in een achterlijk Sinterklaasrijmpje te proppen?” schreeuwde Tamar buiten zichzelf.
“Nee jij, met je niet morgen maar nu, alsof jij me niet eerder had kunnen vertellen hoe je blijkbaar werkelijk over me denkt!”
Myrthe stond nu ook op.
“Hey, kappen nou, het is verdomme Sinterklaas!”
Eva duwde haar terug in de kussens en wees met een priemende vinger naar Jorinde.
“En jij, met je kinderachtige gedoe, als je me iets te zeggen hebt doe je dat maar in mijn gezicht en niet in een gedicht”
“Hè, dat rijmt”, merkte Fiona op.
Jorinde richtte zich op van de bank en posteerde zich pal voor Eva.
“Ja, wel godverdegodver, wie ben jij dan...!”
Het geschreeuw ging over en weer en er was geen touw meer aan vast te knopen.
“Nou ja, we weten nu in elk geval wie wie had”, fluisterde Fiona tussen twee slokken door. “Ik had jou trouwens.”
Ik draaide me naar haar toe.
“Oh, gelukkig maar”, zei ik mat. “Zit er ook zo’n fantastisch gedicht bij?”
Fiona glimlachte. “Schat, ik hou van je. Als ik je iets te vertellen heb hoor je dat wel van me hoor.”
Gelukkig kende ik Fiona als mijn eigen jaszak. En wist ik dat ze dat meende.
Het gekrakeel hield aan en Cat en Myrthe hadden moeite de vier kemphanen uit elkaar te houden.
“Jorinde, we gaan. Pak je jas. Ik wil hier geen seconde langer meer blijven.”
“Wij ook niet”, besloot Jet en beende naar de gang.
Eva stoof achter haar aan en draaide zich bij de deurpost om. “En die achterlijke surprises steken jullie maar fijn in je achterste!”
Myrthe draaide zich naar haar om. “Als je nu niet snel maakt dat je oprot, duw ik mijn hele huisraad in jouw achterste!”
Fiona schoot onbedaarlijk in de lach. Ik probeerde mijn gezicht aanvankelijk nog in de plooi te houden, maar even later proestte ik het ook uit. De situatie was zo absurd dat het komisch werd. De vier meiden liepen bekvechtend de voordeur uit en Myrthe sloeg hem met een harde klap achter hen dicht. “Idioten, laat ze lekker buiten herrie maken.”
De rust was weer teruggekeerd. We keken elkaar allemaal even aan en schaterden het vervolgens uit.
“Dit is eigenlijk zwaar belachelijk. Nou ja, zij hadden elkaar dus”, hikte ik nog na.
Cat knikte. “Ja, dan weten wij verder ook wel hoe het zit.”
“Ik had Do”, zei Fiona. Ze stond op en plofte naast Mythe op de bank.
Cat rolde een sigaret. “Ik had jou”, zei ze tegen Fiona.
“En ik Myrthe”, zei ik.
“Tja, nou en ik dus Cat”, zei Myrthe zuchtend.
We evalueerden de explosieve situatie van die avond onder het genot van veel Campari en bier. We wisselden de surprises uit, lazen de leuke, lieve en soms zelfs ontroerende gedichten aan elkaar voor en we waren oprecht blij met onze cadeaus.
“Volgend jaar doen we het anders”, besloot Myrthe.
“Volgend jaar doe ik niet meer mee”, zei Cat resoluut.
“Ik ook niet”, zei Fiona.
“Anders doen we het volgend jaar met Kerst”, opperde ik.
Drie paar ogen staarden me aan alsof ik zojuist een wel heel oneerbaar voorstel had gedaan. Ik zakte weer terug in de kussens en keek tussen de lamellen door naar buiten.
De maan scheen flauw door de bomen.