Paringsdans

Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 12

Gepubliceerd op: 28 november 2004

Paringsdans
Fiona en Dominique hebben een fijne nacht stappen achter de rug en zijn nu stomdronken in de auto van Dominique op weg naar huis.

Fiona had zich opgerold in de foetushouding en ik reed stapvoets op de snelweg omdat ik het zicht op de witte strepen op het wegdek niet wilde verliezen. Er scheerden auto’s langs ons heen die luid toeterden en waarschuwden met lichtsignalen. Een enkele bestuurder maande ons zelfs om de vluchtstrook op te rijden.

Ergens wilde ik dat best wel, maar op de een of andere manier kreeg ik de auto daar maar niet heen. Plotseling hulden we ons in een fel blauw knipperend licht dat werd begeleid door een oorverdovend lawaai. Links van me verscheen een politiebusje. Ik tikte op Fiona’s hoofd om haar uit haar roes te halen. Ze kwam kermend en kreunend overeind en keek met samengeknepen ogen in het felle licht.

"Wie zijn dat?"
"Pliesie, we moeten naar de kant, maar ik weet niezzo goed meer hoe dat gaat."
"We moete denk ik naar rechtz. Daar ligt gras, dus dazzal dan wel aan de kant zijn." We waren nog altijd niet verlost van onze dubbele tong.

Ik draaide de auto met een scherpe bocht naar rechts de vluchtstrook op, waarbij ik de macht over het stuur verloor en ons per abuis het taluud afreed. De hobbelige ondergrond bibberde mijn nieren rechtstreeks naar mijn amandelen. Fiona sloeg een monotone kreet uit zoals kinderen dat vaak doen als ze bij iemand op schoot paardje rijden, waardoor ze een stotterend geluid produceren. Alleen was Fiona al in een grijs verleden de dertig gepasseerd en dus klonk het tamelijk infantiel.

De auto kwam tot stilstand tegen een boom. De klap was gelukkig niet hard. Fiona rolde de auto uit en overzag de schade. "Je hebt een kapotte koplamp", was haar enige meelevende opmerking. Ik stapte uit en liet me languit achterover in het gras vallen. Mijn hoofd tolde en mijn oren suisden.
Een zware mannenstem bromde: "Zo dames, ik zie dat jullie het er goed vanaf hebben gebracht, dat is heel fijn." De agent kwam dichterbij.
"Gaat het?" vroeg hij met lichte bezorgdheid aan mij. Ik opende een oog en schudde mijn hoofd. "Nee, maar ik ben wel blij dat ik even lig."
Fiona hees zich op aan de kofferbak. "Met mij gaat het ook wel hoor, dank u", hikte ze.
"Ja het spijt me dames, maar jullie zijn wel behoorlijk in overtreding hè? Ik kon van bovenaan het taluud ruiken dat een blaastest niet eens meer nodig was. Daarom mogen jullie mee naar het bureau. Krijgen jullie een bakkie koffie en meten we en passant even uw promille."

Fiona zwaaide met haar wijsvinger in het luchtledige. "Ja, dazzou je wel willen hè, maar van mijn profiel blijf je mooi af".
Ik probeerde overeind te komen. De agent hielp me en duwde me zacht voor zich uit.
"Zo, nu gaan we rustig naar boven lopen." Hij wenkte Fiona en strekte zijn hand uit om de hare te pakken. Fiona siste verontwaardigd tussen haar tanden en waggelde langs hem heen het taluud op.

Op het bureau werd er bloed afgenomen. Blazen lukte gewoon echt niet meer. De koffie bracht me wel een beetje bij mijn positieven, maar te weinig om me goed te realiseren wat er nu eigenlijk was gebeurd en vooral wat de consequenties zouden zijn. Zo kreeg ik te horen dat ik voorlopig mijn rijbewijs kwijt was en dat mijn auto moest worden weggesleept, waarvan ik de kosten niet zou kunnen verhalen op de verzekering omdat ik stomdronken achter het stuur was gekropen. Ik hing erbij als een natte dweil. Fiona lag uitgestrekt over twee stoelen naast me te pitten.

Na een paar uur werden we keurig thuisgebracht. Cat schudde vol ongeloof haar hoofd. "Mijn god Do, hoe krijg je ’t voor elkaar. Hoe kom je er in hemelsnaam bij om met zo’n kegel achter het stuur te gaan zitten."
Ik gaf schoorvoetend toe dat dat inderdaad nooit had mogen gebeuren, maar dat het wel vaker was gebeurd en dat het altijd goed was gegaan.
"Ja, wat is dat nou weer", zei Cat lichtelijk geïrriteerd, "als je gedronken hebt, neem je een taxi of rijd je met iemand anders mee, punt."  Ze keek me even doordringend aan.

"Hoe lang mag je niet rijden?"
"Sowieso drie maanden niet. Er is proces-verbaal opgemaakt, dus misschien vindt de rechter dat nog niet lang genoeg."
"Ik hoop het ergens voor je, schat. Begrijp me niet verkeerd, maar misschien is het de enige manier voor jou om er van te leren."
"Maar ik kan zo toch niet naar m’n werk?" wierp ik tegen.
"Er rijden ook treinen hoor."
"Nou, met die NS weet je het nooit."
"Het is je eigen schuld schat, jouw verantwoording."

Ik zuchtte en kuste haar. Ze trok me de bank op en ik voelde hoe haar tong in een verhit spel met de mijne vocht. We kreunden zacht. Ze maakte zich even van me los en keek me met die liefdevolle blik aan, waarvan ik altijd smolt.
"Beloof me dat dit de laatste keer was dat je met drank op achter het stuur kroop." Ik knikte. "Beloofd."
"En beloof me ook dat als jij en Fiona samen gaan stappen, jullie al niet eens met de auto ergens naar toe gaan."
"Ook beloofd."

We kusten elkaar opnieuw. Dit keer dwingender. Cat liet haar handen los op mijn verlangende lijf. Ik genoot van haar. Iedere keer weer. Ze had zulke heerlijke zachte handen die mijn meest gevoelige plekjes direct wisten te vinden. De bank bood niet veel ruimte voor een uitgebreide vrijpartij. Tegelijkertijd leidde dergelijke beperkingen tot bovenmatige creativiteit.

Cat lag achter me en ik voelde hoe haar hand zacht mijn buik streelde. Ze ging langzaam steeds verder naar beneden, tot ze daar kwam waar ik haar het liefst voelde. Mijn adem stokte even en een siddering trok langs mijn rug. Het was zo heerlijk om haar vingers te voelen. Strelend, zoekend, plagend. Onze lippen vonden elkaar steeds opnieuw. Ze bleef me strelen en ik bewoog met haar mee. Zo nu en dan ontsnapte me een zacht kreetje van genot, wat haar alleen maar meer aanspoorde. Langzaam voerde ze me mee, naar de diepste spelonken van het universum, vervuld met oneindige passie.