Paringsdans
Dominique | Lesbisch feuilleton | Aflevering 10
Gepubliceerd op: 14 november 2004
Dominique was bij Cat op bezoek en dat liep, met een wijntje d'r bij, natuurlijk (op een positieve manier) uit de hand.
Cat had me meegevoerd tot aan de rand van ons zonnestelsel en misschien nog wel ver daarbuiten. Gepassioneerd kronkelden we tussen duizenden sterren en andere hemellichamen, om uiteindelijk in een extatisch gevoel van gewichtloosheid langzaam weer neer te dalen op haar zachte waterbed. Het voelde alsof ik onderweg in een zwart gat was gevallen, waaruit niets kan ontsnappen, zelfs geen licht. Een soort hartstochtelijke implosie.
We hijgden zwaar en keken elkaar met halfopen ogen aan. Cat glimlachte, haar ogen nog altijd donker.
“Wat een heerlijk verzadigde blik”, zei ik zacht.
“Jij bent heerlijk”, antwoordde ze loom.
Onze handen zochten elkaar, waarna onze vingers zich verstrengelden.
Na een poosje stabiliseerde onze ademhaling zich tot een voor ons hart beter bij te benen ritme.
Cat draaide zich op haar zij. “Vergeef me het verstoren van dit sprookjesachtige moment, maar ik heb toch zo’n trek in een peuk.”
Ik lachte. “Ja ik eigenlijk ook wel.”
Ze trok me met zich mee uit bed en wierp me een badjas toe die aan de kastdeur hing.
“Dat prachtige lijf verdient eigenlijk een zijdezachte negligé, maar ik ben bang dat je het met badstof zult moeten doen.”
We liepen naar beneden en nestelden ons op de bank. Ik kroop dicht tegen haar aan om haar warmte te kunnen voelen.
“Heb je eigenlijk nog iets van Myrthe gehoord?” vroeg Cat, terwijl ze de rook van haar sigaret in kringetjes voor zich uitblies.
“Hmm”, zei ik fronsend knikkend met mijn sigaret tussen mijn lippen. “Ja, dat wilde ik al eerder vertellen, maar ik vond het vanmiddag ineens heel onbelangrijk geworden toe ik eenmaal bij je was.” Cat trok haar wenkbrauwen op.
“Ik belde Myrthe om te vragen hoe het was en ineens stond Yvette bij ze voor de deur.”
Cat spuugde haar rook bijna uit. “Dat meen je niet.”
“Fiona is er heen gegaan en de politie was al gebeld. Het klonk erg heftig door de telefoon. Ik hoop maar dat Marga aangifte wil doen.”
“Ik vraag het me af”, zei Cat bedenkelijk. Ik keek haar niet begrijpend aan.
“Marga is helemaal idolaat van Yvette. Volgens haar is het d’r droomvrouw.”
Nu was het mijn beurt om met mijn wenkbrauwen mijn haargrens te kietelen.
“En dus?”
“Dus, denk ik dat Marga die stap net een beetje te veel van het goede vindt.”
“Oh, en de stappen die Yvette neemt zijn volledig toerekeningsvatbaar te noemen?”
Cat grinnikte. “Nee, voor ons niet. En natuurlijk voor Marga verstandelijk gezien ook niet, maar of ze het ook zo voelt is weer wat anders.”
“Hoe lang kennen ze elkaar eigenlijk?”
“Niet zo heel lang. Het incident met Angela is nog niet zo heel oud. Een paar weken denk ik.”
“Mijn god, als je dat dan nu al weet, hoe gestoord iemand kan zijn.”
Cat boog voorover om haar as in de asbak te tikken. “Nou ja, we weten allemaal hoe Myrthe en Marga regelmatig tegenover elkaar hebben gestaan. Dat grensde voor mij ook ernstig aan het toelaatbare. Maar ja, op den duur wordt dat een gewoontepatroon.”
“Maar die vochten elkaar de tent toch niet letterlijk uit?” vroeg ik verontwaardigd.
Cat tuitte haar lippen. “Nou, er werd volgens mij wel eens met handen en voeten gesproken.”
“Ik dacht dat ze echt van elkaar hielden.”
Cat lachte. “Dat deden ze ook en doen ze trouwens nog steeds. Daarom kunnen ze elkaar ook niet echt loslaten. Alleen, zoals ze nu met elkaar om gaan, zo ging het in de tijd dat ze een relatie hadden niet altijd.”
Ik ging rechtop zitten om Cat beter aan te kunnen kijken. “Dus eigenlijk zeg je dat Marga het een beetje over zichzelf afroept.”
Cat schudde resoluut met haar hoofd. “Nee, ik bedoel alleen te zeggen dat Marga bij mensen een gevoelige snaar weet te raken, op een manier dat ze het bloed onder iemands nagels vandaan weet te schrapen.”
“Nou ja, van wat ik er tot nu toe van mee heb gekregen denk ik dat daar bij Yvette niet veel voor nodig is.”
Cat knikte. “Ja, zo komt het op mij ook wel over eerlijk gezegd.”
Ik vlijde me weer tegen haar aan en dacht aan Fiona. Misschien zaten ze nu wel op het politiebureau.
“Ik wil eigenlijk wel weten hoe het is afgelopen.”
Cat knikte naar de telefoon naast de tv. “Dan bel je haar toch even?”
Ik keek op de klok. “Misschien slaapt ze al.”
Cat grinnikte. “Wie, Fiona? Ben je gek.”
Het was half een. Fiona was geen vroege slaper en ik kon haar eigenlijk op elk tijdstip van de dag wel bellen. Zelfs middenin de nacht. Dat had ik ook wel eens gedaan, toen ik na een verloren liefde behoefte had aan een goed gesprek. Na een kwartier vol melancholiek en zelfmedelijden van mijn zijde, hoorde ik aan de andere kant licht gesnurk. Ze had de hoorn naast zich op het kussen gelegd en was in slaap gevallen.
Ik liep naar de telefoon en toetste Fiona’s nummer in. Ze nam vrijwel direct op.
“Ah, gelukkig, je slaapt nog niet.”
“Nee joh, hou op. Het was een groot drama daar aan de kust.”
“Was de politie op tijd?”
Fiona pufte. “Ja dat wel, ze hebben die dweil afgevoerd. Ongelofelijk zoals ze liep te krijsen. Net een speenvarken.”
“En toen? Zijn jullie meegegaan?”
“Ja. Maar we waren ook zo weer terug hoor.”
“Hoezo, moeten jullie later aangifte doen?”
“Nee”, klonk het kort.
“Wat nee, wanneer dan?”
“Nou, niet.”
“Wat niet?” Ik ergerde me aan die halve zinnen van haar.
Fiona haalde vermoeid adem.
“Marga wil geen aangifte doen.”
Volgende week zondag meer Dominique, Cat en hun vriendinnen!
Cat had me meegevoerd tot aan de rand van ons zonnestelsel en misschien nog wel ver daarbuiten. Gepassioneerd kronkelden we tussen duizenden sterren en andere hemellichamen, om uiteindelijk in een extatisch gevoel van gewichtloosheid langzaam weer neer te dalen op haar zachte waterbed. Het voelde alsof ik onderweg in een zwart gat was gevallen, waaruit niets kan ontsnappen, zelfs geen licht. Een soort hartstochtelijke implosie.
We hijgden zwaar en keken elkaar met halfopen ogen aan. Cat glimlachte, haar ogen nog altijd donker.
“Wat een heerlijk verzadigde blik”, zei ik zacht.
“Jij bent heerlijk”, antwoordde ze loom.
Onze handen zochten elkaar, waarna onze vingers zich verstrengelden.
Na een poosje stabiliseerde onze ademhaling zich tot een voor ons hart beter bij te benen ritme.
Cat draaide zich op haar zij. “Vergeef me het verstoren van dit sprookjesachtige moment, maar ik heb toch zo’n trek in een peuk.”
Ik lachte. “Ja ik eigenlijk ook wel.”
Ze trok me met zich mee uit bed en wierp me een badjas toe die aan de kastdeur hing.
“Dat prachtige lijf verdient eigenlijk een zijdezachte negligé, maar ik ben bang dat je het met badstof zult moeten doen.”
We liepen naar beneden en nestelden ons op de bank. Ik kroop dicht tegen haar aan om haar warmte te kunnen voelen.
“Heb je eigenlijk nog iets van Myrthe gehoord?” vroeg Cat, terwijl ze de rook van haar sigaret in kringetjes voor zich uitblies.
“Hmm”, zei ik fronsend knikkend met mijn sigaret tussen mijn lippen. “Ja, dat wilde ik al eerder vertellen, maar ik vond het vanmiddag ineens heel onbelangrijk geworden toe ik eenmaal bij je was.” Cat trok haar wenkbrauwen op.
“Ik belde Myrthe om te vragen hoe het was en ineens stond Yvette bij ze voor de deur.”
Cat spuugde haar rook bijna uit. “Dat meen je niet.”
“Fiona is er heen gegaan en de politie was al gebeld. Het klonk erg heftig door de telefoon. Ik hoop maar dat Marga aangifte wil doen.”
“Ik vraag het me af”, zei Cat bedenkelijk. Ik keek haar niet begrijpend aan.
“Marga is helemaal idolaat van Yvette. Volgens haar is het d’r droomvrouw.”
Nu was het mijn beurt om met mijn wenkbrauwen mijn haargrens te kietelen.
“En dus?”
“Dus, denk ik dat Marga die stap net een beetje te veel van het goede vindt.”
“Oh, en de stappen die Yvette neemt zijn volledig toerekeningsvatbaar te noemen?”
Cat grinnikte. “Nee, voor ons niet. En natuurlijk voor Marga verstandelijk gezien ook niet, maar of ze het ook zo voelt is weer wat anders.”
“Hoe lang kennen ze elkaar eigenlijk?”
“Niet zo heel lang. Het incident met Angela is nog niet zo heel oud. Een paar weken denk ik.”
“Mijn god, als je dat dan nu al weet, hoe gestoord iemand kan zijn.”
Cat boog voorover om haar as in de asbak te tikken. “Nou ja, we weten allemaal hoe Myrthe en Marga regelmatig tegenover elkaar hebben gestaan. Dat grensde voor mij ook ernstig aan het toelaatbare. Maar ja, op den duur wordt dat een gewoontepatroon.”
“Maar die vochten elkaar de tent toch niet letterlijk uit?” vroeg ik verontwaardigd.
Cat tuitte haar lippen. “Nou, er werd volgens mij wel eens met handen en voeten gesproken.”
“Ik dacht dat ze echt van elkaar hielden.”
Cat lachte. “Dat deden ze ook en doen ze trouwens nog steeds. Daarom kunnen ze elkaar ook niet echt loslaten. Alleen, zoals ze nu met elkaar om gaan, zo ging het in de tijd dat ze een relatie hadden niet altijd.”
Ik ging rechtop zitten om Cat beter aan te kunnen kijken. “Dus eigenlijk zeg je dat Marga het een beetje over zichzelf afroept.”
Cat schudde resoluut met haar hoofd. “Nee, ik bedoel alleen te zeggen dat Marga bij mensen een gevoelige snaar weet te raken, op een manier dat ze het bloed onder iemands nagels vandaan weet te schrapen.”
“Nou ja, van wat ik er tot nu toe van mee heb gekregen denk ik dat daar bij Yvette niet veel voor nodig is.”
Cat knikte. “Ja, zo komt het op mij ook wel over eerlijk gezegd.”
Ik vlijde me weer tegen haar aan en dacht aan Fiona. Misschien zaten ze nu wel op het politiebureau.
“Ik wil eigenlijk wel weten hoe het is afgelopen.”
Cat knikte naar de telefoon naast de tv. “Dan bel je haar toch even?”
Ik keek op de klok. “Misschien slaapt ze al.”
Cat grinnikte. “Wie, Fiona? Ben je gek.”
Het was half een. Fiona was geen vroege slaper en ik kon haar eigenlijk op elk tijdstip van de dag wel bellen. Zelfs middenin de nacht. Dat had ik ook wel eens gedaan, toen ik na een verloren liefde behoefte had aan een goed gesprek. Na een kwartier vol melancholiek en zelfmedelijden van mijn zijde, hoorde ik aan de andere kant licht gesnurk. Ze had de hoorn naast zich op het kussen gelegd en was in slaap gevallen.
Ik liep naar de telefoon en toetste Fiona’s nummer in. Ze nam vrijwel direct op.
“Ah, gelukkig, je slaapt nog niet.”
“Nee joh, hou op. Het was een groot drama daar aan de kust.”
“Was de politie op tijd?”
Fiona pufte. “Ja dat wel, ze hebben die dweil afgevoerd. Ongelofelijk zoals ze liep te krijsen. Net een speenvarken.”
“En toen? Zijn jullie meegegaan?”
“Ja. Maar we waren ook zo weer terug hoor.”
“Hoezo, moeten jullie later aangifte doen?”
“Nee”, klonk het kort.
“Wat nee, wanneer dan?”
“Nou, niet.”
“Wat niet?” Ik ergerde me aan die halve zinnen van haar.
Fiona haalde vermoeid adem.
“Marga wil geen aangifte doen.”
Volgende week zondag meer Dominique, Cat en hun vriendinnen!