Paringsdans

Dominique | Lesbisch Feuilleton | Aflevering 54

Gepubliceerd op: 25 oktober 2005

Paringsdans
Het dramatische stapavondje eindigt met het flauwvallen van Do, waarna zij en Fiona samen op weg gaan naar huis.

De twee vriendinnen evalueren de avond onder het genot van een half pakje sigaretten en komen tot de conclusie dat beiden even hun buik vol hebben van relaties, intriges en woede-uitbarstingen. Do gaat zonder Cat naar huis en doet vervolgens iets wat de verhouding tussen die twee wel eens onherstelbaar zou kunnen schaden...

We liepen door het steegje terug de Jordaan in, op weg naar de parkeerplaats. Fiona diep weggedoken in haar leren jas, een paar rode krullen speels over haar kraag, ik zonder jas, met mijn armen om mijn middel gevouwen tegen de snijdende wind. Ik voelde me nog een beetje draaierig, maar ik was vooral boos. Boos en teleurgesteld.

Fiona had me van de grond geraapt en mee naar buiten gesleept voor wat frisse lucht. Het clubje waar we mee waren stond elkaar binnen nog steeds naar het leven en ik wilde alleen maar naar huis. Het kon me zelfs niet meer schelen hoe Cat thuis zou komen en met wie. Met gemengde gevoelens liet ik me meevoeren richting de auto.

“Weet je dat ik niet eens zo veel heb gedronken? Ik kan best terugrijden”, zei Fiona.
“Ja nou, als je ’t maar laat. Niet te veel gedronken betekent in jouw geval alleen maar dat je er net niet aan toe bent gekomen om de fles helemáál leeg te drinken.”
We sloegen de hoek om en liepen langs Saarein.

“Wie moet ons dan terugrijden? Jij hebt je rijbewijs nog niet eens terug! Wat duurt dat trouwens achterlijk lang?”
“Ik zal wel ergens onderaan de stapel liggen”, mompelde ik geïrriteerd, me plots bewust van het feit dat we helemaal niet naar huis konden rijden. Een taxi terug naar Rotterdam zou ons een vermogen kosten en dus dacht ik hevig na over een alternatief.
 
“Schat, even serieus, ik heb drie Campari’s op, aan meer kwam ik niet toe.” Ze grinnikte kort.
“Ik wil het risico gewoon niet nemen. Straks worden we weer aangehouden en mag jij ook een half jaar niet rijden. Komen we helemaal nergens meer.”
 We staken over.

“We kunnen ook in Saarein wachten tot de cavalerie voorbij komt.”
Ik rilde. “Nee, ik hoef al die wijven even niet, ik wil gewoon naar huis.”
“Tja, dan zal ik ons toch moeten rijden.”
“Misschien moeten we het er maar op wagen ja.”
Fiona keek me van opzij aan. “Wil je zelfs niet op Cat wachten?”
Ik stapte stevig door. “Nee”, was mijn korte antwoord.

Fiona bleef me even aankijken, maar zei niets. We kwamen bij de auto aan en stapten in.

Fiona stak de sleutel in het contact, maar startte de motor nog niet. Ze viste haar pakje sigaretten tussen haar broekriem vandaan en stak er een op. “Jij?”
Ik knikte. Vervolgens bliezen we tegelijkertijd luid puffend de rook tegen de voorruit.
“Snap jij nou waarom het altijd weer fout moet gaan?” vroeg ik na een moment van stilte.
Fiona haalde nonchalant haar schouders op. “Aan de ene kant niet, maar aan de andere kant...”
 
Ze ging verzitten en keek me weer aan. “Weet je wat het is, er zijn er een paar bij die gewoon niet kunnen loslaten.”
“Daar heb ik Cat anders nooit eerder op betrapt.”
“Ja, maar de ruzie tussen haar en Jorinde had een andere oorzaak, dat had overal een keer kunnen gebeuren. Nee, ik bedoel tussen Marga en Yvette.”
“Dat is ook zoiets, dat kan ook overal gebeuren.”
“Nee, dat gebeurt alleen als we er allemaal zijn. Yvette put er nu eenmaal genoegen uit te treiteren en te zien welk effect dat heeft, het liefst op zoveel mogelijk mensen. Marga heeft een zwak voor haar en dat weet ze. Nu zag Yvette dat Marga met Brenda was en dan moet ze zich er weer tussen wurmen. Kinderlijk hennetjesgedrag.”
 
“Het valt me mee dat Myrthe zo rustig bleef. Normaal gesproken zijn zij en Marga vier handen op een buik, maar ze hield zich behoorlijk afzijdig.”
Fiona fronste. “Ja logisch, die kan de rest van haar leven toch niet voor Marga in de bres blijven springen? Marga moet zelf de wijsheid op kunnen brengen om bij Yvette uit de buurt te blijven.”
“Ik snap ook niet dat Cat zich zo heeft laten gaan”, zuchtte ik.

Fiona nam nog een trek en blies de rook in kringetjes voor zich uit. “Nee, ik eerlijk gezegd ook niet.”
“En Brenda bemoeide zich ook liever met Cat en Jorinde dan met Marga, met wie ze toch was meegekomen vanavond.”
 
“Ach Brenda, die voelt zich dan de politierechercheur en moet zich laten gelden, of zoiets.” Het klonk enigszins gefrustreerd.
 
“Jaloers?”
Fiona: “Wat, op Marga? Schei eens uit. Ik hoop dat ze heel gelukkig worden samen.”
“Myrthe heeft haar precies bij de goede achter gelaten, na die one night stand met haar.”
Fiona pufte. “En Marga wilde er zogenaamd niets van weten, waarna ze er doodleuk Myrthe d’r tuin mee in kwam wandelen. Ach joh, zo werkt dat toch.”
“Jij hebt anders ook nog een blauwe zaterdagmiddag met Brenda gerotzooid, op het politiebureau nog wel”, hielp ik haar schuin lachend herinneren.
Fiona maakte een wegwerpgebaar, alsof ze daar liever niet aan herinnerd wilde worden.
 
“Volgens mij vindt ze je wel echt leuk, zag je niet hoe ze naar je keek de hele avond?”
“Nou zulke dingen begrijp ik dus niet hè, dan zijn ze met hun vriendin en vervolgens dan staan ze zich de hele avond aan iemand anders te vergapen. Wat is dat toch, waar heb je dan een vriendin voor?
“Geen idee”, schokschouderde ik, “Tegen de koude voeten in bed waarschijnlijk.”
 
We rookten nog een paar sigaretten. Het was inmiddels diep in de nacht en ik begon het behoorlijk koud te krijgen. “Zullen we maar gewoon terugrijden nu, ik wil Cat hier liever niet tegen het lijf lopen.”

Fiona draaide het raampje open en piekte haar peuk weg. “Ik vraag me ook af waar ze blijven, zo gezellig was het niet meer.”
Ze startte de motor en keek me nog een keer vragend aan. “Weet je zeker dat je naar huis wilt?”
Ik knikte. “Ja, heel zeker.”
 
Later...
 
Ik hing onderuitgezakt op de bank en staarde naar mijn mobiel. Het was inmiddels tegen de ochtend en ik had nog altijd niets van Cat gehoord. Ergens wilde ik graag weten hoe het nu met haar was, maar ik was te trots om zelf te bellen. Misplaatst of niet, ik vond dat zij de eerste stap moest zetten na haar faux pas.
 
Ik stond op om mezelf een biertje in te schenken. Op de eetkamertafel lag een stapel post die ik nog moest sorteren, maar waar ik nog niet aan toegekomen was omdat ik zo vaak bij Cat verbleef.

We hadden het wel eens gehad over samenwonen, maar daar was het op de een of andere manier gewoon nog niet van gekomen. Ik vroeg me ook oprecht af of ik dat wel zou moeten willen. Hoewel ik een avond als deze natuurlijk niet mocht afwegen tegen alle andere waarop we het heel goed hadden. Toch voelde ik twijfel. Als Cat werkelijk zo gefrustreerd was, waarom sprak ze daar dan niet over met me? Alles was altijd bespreekbaar en ze verweet mij regelmatig zo gesloten te zijn. Nu had ze haar ongenoegen wel eens geuit over het feit dat Jorinde een tijdje niets van zich had laten horen, maar dat het haar zo hoog zat...
 
Ik viste een klein papiertje tussen de post vandaan dat ik daar kennelijk had neergegooid. Er stond een telefoonnummer op dat ik niet direct herkende. Ik fronste en dacht na. Het kwam me vaag bekend voor, maar had werkelijk geen idee van wie het kon zijn en waarom ik het dan toch had bewaard.
 
Mijn licht benevelde toestand maakte het dat ik de dringende behoefte voelde uit te vinden van wie het nummer was, maar om nu om vijf uur ’s ochtends te gaan bellen...
 
Misschien stond de mobiel die bij het nummer hoorde wel uit en zou ik aan de voicemail kunnen horen aan wie het toebehoorde. Ik kon het toch proberen?
Ik nam een slok en speelde met het papiertje tussen mijn vingers, waarna ik het weer teruglegde op tafel. Toch maar niet. Vijf uur morgens was geen tijd om iemand te bellen. Tenzij het Fiona was natuurlijk.
 
Ik slenterde weer terug naar de bank, maar de nieuwsgierigheid naar het ogenschijnlijk onbekende telefoonnummer liet me niet los.
Ik zuchtte diep.
Do, laat het los, wat kan jou dat telefoonnummer nou schelen.
Maar hoe ik mezelf ook toesprak, de drang om het nummer te bellen groeide met de seconde. Uiteindelijk pakte ik mijn mobiel en drukte verwoed op de toetsen. Ik hoorde hoe de telefoon aan de andere kant overging. Ik was er van overtuigd een voicemail te krijgen, maar in plaats daarvan hoorde ik een slaperige mannenstem zeggen: “Hallo...?”
 
Mijn hart ging als een bezetene tekeer. Ik herkende deze stem uit duizenden.
“Hallo?” klonk het nu wat harder.
Ik hield mijn adem in terwijl er allerlei gedachten door mijn hoofd spookten. Ik had op willen hangen. Op moeten hangen zelfs, maar de signalen van mijn hersenen wisten zich niet tijdig door de nevel heen te werken.
“John...?” hoorde ik mezelf zeggen.
“Dominique?” hoorde ik hem aarzelend vragen.
 
Mijn god Do, hang op.
“John...” prevelde ik weer.
“Do...” klonk het nu licht geamuseerd.
Christus wat haatte ik dat van hem, die bijna neerbuigende, zelfingenomen toon.
Nu ophangen, Do, ophangen, je kunt het best.
“Dat is een tijd geleden, is alles goed met je?” vroeg hij.
Hoorde ik nu zelfs bezorgdheid in zijn diepe stem? Dat was niets voor John.
“Eh... nee.”
JA, bedoel ik! JA, alles gaat heel goed, dus je kunt nu gewoon weer ophangen.
“Het is een beetje gek tijdstip maar ehh, kan ik misschien iets voor je betekenen?”
Ja, ophangen. Als ik het niet kan moet het jou toch wel lukken?
 
Ik vocht tegen de tranen die ik in mijn ooghoeken voelde opkomen en ik wist eigenlijk niet eens waar die zo ineens vandaan kwamen. Er ontsnapte per ongeluk een snik aan de brok in mijn keel.
 
“Do, wil je dat ik naar je toe kom?”
NEE! Nee, dat in geen geval. Ik wil je niet zien, ik wil je hier niet hebben.
“Ja...”
“Oké meisje, ik kom nu naar je toe.” 
 Hij hing op. Ik staarde met afgrijzen naar mijn mobiel...

Wat gaat nu gebeuren? Lees het volgende week in Paringsdans!