Darkrooms

Walter Kamp | Column

Gepubliceerd op: 11 september 2005

Darkrooms
In mijn boek ‘Judas’, waarin de homoseksualiteit van Christus aan de orde komt, zit een chat die Judas en ik hadden over de oorsprong van seks. Judas zegt daar:
 
“Ja hoor, de mens is een apensoort, die het grootste deel van zijn evolutie in stamverband in grotten woonde. Je kunt je hopelijk voorstellen dat als die aap een drol gedraaid had hij of zij wel eens dacht: ‘dat lijkt op een pik’. Ik kan me vrij via de tijdslijnen door de millennia bewegen en ik verzeker je dat de voorloper van de huidige mens daarmee experimenteerde.

Als een vrouw een kind had gekregen, was de keuze tussen de uitgerekte voorkant of de nog lekker strakke achterkant niet zo’n moeilijke. Culturele remmingen waren er toen nog niet. 

Als je in een grot woont en buiten lopen roofdieren, doe je de nachtelijke behoeftes in een afgeschermd, amper verlicht deel van de grot of op een plaats in de open lucht waar geen roofdieren kunnen komen. De meeste mannetjes hebben als ze wakker worden een erectie. Daarmee moesten ze naar dat separate deel van de grot, waar het mannetje het met een ander deed, maar dan uitsluitend van achteren. Het maakte daar niet uit of je een mannetje of een vrouwtje pakte. Het seksgevoel is hetzelfde. Dat zit overigens diep in het collectieve onderbewustzijn van de mens. Het is ouder dan het oudste beroep. In de sacrale stilte van de nachtelijke grot zochten de eerste mensen seksueel contact.”

Nog niet zo lang geleden bracht mijn ochtendblad een artikel waarin ene Erik Kollen van een zojuist door tien mannen opgerichte Homoconsumentenbond zich beklaagt over de stank en hygiëne van de Amsterdamse darkrooms. “Zelfs een pleister is er niet te vinden,” klaagt Kollen. Het artikel heeft als subkopje “Bezoekers ontevreden met hygiëne.”

De darkroom is het ultieme beroep op de in ieder mens schuilende herinnering aan de miljoenen jaren dat onze voorouders in grotten en holen woonden.

Daardoor heeft de darkroom waar ter wereld je ook komt dezelfde sfeer. Het stinkt er, het is er schemerdonker en niemand maakt geluid anders dan het inspirerende gekreun van het orgasme. Om deze geheiligde plaats te willen toetsen aan de regels van hygiëne van de eenentwintigste eeuw is blasfemie. Vloeken in de kerk is minder erg.

Een goede darkroom moet ruiken naar menselijke uitwerpselen, zweet en zaad. Niet te erg natuurlijk, want onze opvoeders hebben ons geleerd dat iets dat stinkt vies is. Vies is slecht voor de gezondheid. Overigens is dat laatste niet waar. Het afweersysteem van de mens is erop gebouwd om regelmatig geprikkeld te worden. Dat vindt niet plaats in een steriele omgeving en daardoor verzwakt de weerstand tegen ziekteverwekkers.

De wens om alles schoon en netjes te hebben is op termijn de grootste bedreiging voor ons voortbestaan. 

Er zullen wel weer gemeentelijke ambtenaren komen die dit onderzoek willen aanwenden om zich ermee te bemoeien. Niemand die zich afvraagt of dit ‘veldonderzoek’ van de ‘homoconsumentenbond’ (waar halen ze de pretentie vandaan?) ook zinvol is. De ambtenaren zullen ons - jij en mij, dus - willen beschermen tegen ‘Het Kwaad’.

Waarschijnlijk komen ze binnenkort met regelgeving voor de uitbaters van deze smerige holen. Dat daarin voorbij gezien wordt aan het meest primaire van de darkroom is niet van belang – de ambtenaar snapt daar niets van. Die is nog nooit in zoiets geweest en als ie er al eens ooit is geweest wil ie dat voor geen goud toegeven. 

Darkrooms zijn er voor flikkers en daar wil een ‘nette beambte’zich niet mee encanailleren.

Op ons laatste grote feest waren er bijna duizend mensen bij ons thuis. We hadden ook in een van de kamers een darkroom ingericht en tot mijn grote genoegen bleken er meer hetero’s dan homo's gebruik van te maken. Daarmee mijn stelling bevestigend dat de darkroom diep verankerd zit in het menselijke instinct. Dat het er stinkt, komt daardoor.