Homohuwelijk homohaat?
Rob Tielman | Column
Gepubliceerd op: 17 augustus 2005
Veertig jaar geleden was het gebruikelijk dat werd gesproken over homo’s en over ‘normale mensen’. Waarmee gezegd werd dat homo’s abnormaal waren. Ook veel homo’s deden daar aan mee, want zelfhaat is een bekend gevolg van maatschappelijke discriminatie.
De toenmalige homobeweging heeft er met succes naar gestreefd om de uitdrukking ‘normale mensen’ te vervangen door het woord ‘hetero’. Een woord dat inmiddels ook door de betrokkenen zelf gebruikt wordt.
Het lijkt er op dat homoland zich nu toch weer minder bewust is geworden van het belang van niet-discriminerend taalgebruik.
Veel homomedia gebruiken tegenwoordig het woord ‘homohuwelijk’, terwijl dat juridisch gezien onzin en discriminerend is.
Nederland, België, Spanje en Canada kennen geen homohuwelijk maar hebben het huwelijk met dezelfde rechten en plichten opengesteld voor paren van hetzelfde geslacht. Terecht wordt in deze landen niet gekeken naar de seksuele voorkeur van de betrokkenen.
De staat moet zich immers niet bemoeien met wat er –al dan niet– in slaapkamers gebeurt zolang de betrokkenen daar zelf voor kiezen.
De Nederlandse homobeweging heeft er bewust voor gekozen dat er geen aparte relatiewetgeving voor homo’s zou komen. Dat is wel gebeurd in Frankrijk, Duitsland, Engeland en Scandinavië waar homo’s met hun geregistreerde homopartnerschappen nog altijd wettelijk achtergesteld worden bij hetero’s.
Het gebruik van het woord ‘homohuwelijk’ in homomedia is daarom een duidelijk voorbeeld van zelfdiscriminatie dat dankbaar aangegrepen wordt door homohaters om de gelijkberechtiging in bijvoorbeeld de Verenigde Staten te bestrijden:
het ‘homohuwelijk’ als surrogaat van het ‘normale huwelijk’.
In de wetenschap heet dat het ‘Stockholm Syndroom’: sommige slachtoffers nemen het taalgebruik over van daders in de hoop zo hun hachje te kunnen redden.
Helaas heeft die strategie de homobeweging in het verleden veel schade berokkend. Het is treurig om te zien dat sommige homomedia daar onbewust aan meedoen. Mag het een onsje zelfhaat minder zijn?
De toenmalige homobeweging heeft er met succes naar gestreefd om de uitdrukking ‘normale mensen’ te vervangen door het woord ‘hetero’. Een woord dat inmiddels ook door de betrokkenen zelf gebruikt wordt.
Het lijkt er op dat homoland zich nu toch weer minder bewust is geworden van het belang van niet-discriminerend taalgebruik.
Veel homomedia gebruiken tegenwoordig het woord ‘homohuwelijk’, terwijl dat juridisch gezien onzin en discriminerend is.
Nederland, België, Spanje en Canada kennen geen homohuwelijk maar hebben het huwelijk met dezelfde rechten en plichten opengesteld voor paren van hetzelfde geslacht. Terecht wordt in deze landen niet gekeken naar de seksuele voorkeur van de betrokkenen.
De staat moet zich immers niet bemoeien met wat er –al dan niet– in slaapkamers gebeurt zolang de betrokkenen daar zelf voor kiezen.
De Nederlandse homobeweging heeft er bewust voor gekozen dat er geen aparte relatiewetgeving voor homo’s zou komen. Dat is wel gebeurd in Frankrijk, Duitsland, Engeland en Scandinavië waar homo’s met hun geregistreerde homopartnerschappen nog altijd wettelijk achtergesteld worden bij hetero’s.
Het gebruik van het woord ‘homohuwelijk’ in homomedia is daarom een duidelijk voorbeeld van zelfdiscriminatie dat dankbaar aangegrepen wordt door homohaters om de gelijkberechtiging in bijvoorbeeld de Verenigde Staten te bestrijden:
het ‘homohuwelijk’ als surrogaat van het ‘normale huwelijk’.
In de wetenschap heet dat het ‘Stockholm Syndroom’: sommige slachtoffers nemen het taalgebruik over van daders in de hoop zo hun hachje te kunnen redden.
Helaas heeft die strategie de homobeweging in het verleden veel schade berokkend. Het is treurig om te zien dat sommige homomedia daar onbewust aan meedoen. Mag het een onsje zelfhaat minder zijn?