My L World
Esther Bremer | FemFusion | Column
Gepubliceerd op: 11 augustus 2005
Als klein kind kende ik geen onderscheid tussen televisie en werkelijkheid. De belevenissen van ‘gewone’ gezinnen in sitcom’s waren echt voor mij. Ik heb zelfs nog gezocht naar de camera in ons huis, want ik wist zeker dat er in andere gezinnen naar onze belevenissen gekeken werd.
Natuurlijk wist ik al snel beter; wat ik zag werd iets om na te spelen en over te fantaseren. Op de kleuterschool kibbelde ik dagelijks met een vriendinnetje over wie Pippi mocht zijn. Later speelde ik riddertje en de laatste naspeelserie was ‘doktertje’ in de vermomming van Love Boat.
Ergens in het begin van mijn puberteit zag ik mijn eerste lesbische film. Wat ik me daar nog van herinner, is dat het allemaal heel moeilijk en zwaar was in Oost Europa.
Lesbisch was lijden in het kwadraat: dat was wat ik eruit opmaakte. Zo ongeveer rond dezelfde tijd las ik in een meidenblad een kort verhaal over twee meisjes dat eindigde met een zoen midden op de dansvloer op een schoolfeest. Die VPRO-film was ongetwijfeld erg highbrow, maar juist het knullige verhaal waar iedere diepgang aan ontbrak, leefde voor me en gaf me een doorkijk naar een wereld van mogelijkheden.
Na jaren van lesbische nichefilms en sporadische verhaallijntjes in tv-series is er dan nu The L Word. We hebben onze eigen televisieserie, met herkenbare situaties en relatieperikelen. Waarin de dames aantrekkelijk zijn en alles is uitvergroot, zoals dat hoort in een soap. Eindelijk een soapwereld waarin lesbisch de norm en niet de uitzondering is. Geen vuiltje aan de lucht zou je denken. Maar nee: het is niet realistisch genoeg en de actrices zijn geen lesbiennes. De personages zijn te mooi, te vrouwelijk en te succesvol.
Er zit te veel heteroseks in, of te gewoon veel seks, of juist te weinig. Het is te Amerikaans dus te oppervlakkig.
Hoewel ik zelf inhoudelijk genoeg kritiek heb en mijn omgeving stoer vertel dat ik niet thuis blijf voor de L Word, moet ik bekennen dat ik nog geen aflevering heb gemist.
Het verschil tussen een reguliere soap en de L Word is dat er van de laatste wordt verwacht dat de hele lesbische wereld in veertig minuten per aflevering langskomt, terwijl een reguliere soap gewoon niets meer of minder dan vermaak is. Als ik merk dat ik val voor een vrouw met bindingsangst en ik herken iets van mezelf in een personage in The L Word dan maakt het mij echt niet uit dat de actrice qua uiterlijk helemaal niet op mij lijkt. Van een soap verwacht ik geen overdosis realiteit, juist niet, want daar heb ik mijn eigen leven al voor.
Ik zie ze graag, succesvolle vrouwen. Of ze nu succesvol in hun carrière of in de liefde zijn. Als ik dan toch een vrouw zie worstelen met haar seven-years-itch, vind ik het ronduit lekker dat het een mooie succesvolle vrouw is. Die lesbische variant van een oer-Hollands-calvinistische mentaliteit, dat ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ en ‘steek je kop niet boven het maaiveld uit’, dààr krijg ik een itch van.
Aan de ene kant eigenen we ons succesvolle lesbische actrices, zangeressen en sportvrouwen toe en aan de andere kant zijn succesvolle lesbische vrouwen in een soap niet realistisch genoeg.
Als ik naar een soap kijk, wil ik vermaakt worden. Ik hoef geen exacte kopie van mezelf te zien om situaties en gevoelens te herkennen. De dagelijkse beslommeringen van een doorsnee pot mogen voor haarzelf buitengewoon interessant en belangrijk zijn, maar ik hoef ze niet op tv te zien. Het is lekker om onze eigen soap te hebben, een populair gespreksonderwerp waar iedereen wel iets over te melden of te mopperen heeft. Maar aangezien het onschuldig kleine woordje ‘ons’ een hele gevarieerde groep vrouwen betreft, is het vrijwel onmogelijk dat aan ieders verwachtingen wordt voldaan.
Of is het angst voor de buitenwereld, want die kijkt tenslotte mee naar wat wij als ‘van ons’ beschouwen. In televisieland is de L Word de enige lesbische soap en dus het enige lesbische referentiekader. Schept de serie verwachtingen waaraan wij nooit kunnen voldoen?
Zijn we bang dat we ter verantwoording worden geroepen omdat ons eigen leven te weinig glamour en succes bevat?
Of is het zelfs zo dat we voelen dat ons een soort collectieve verantwoordelijkheid wordt opgedrongen voor het doen en laten van een groep fictieve lesbiennes? Daarmee gaan we er dus vanuit dat de grote boze buitenwereld geen onderscheid kan maken tussen fictie en werkelijkheid.
Persoonlijk kan ik me een slechter visitekaartje voorstellen dan de L Word, zelfs al identificeer ik me er niet letterlijk mee. Vorige week zat ik met een groepje vriendinnen in de kroeg en hoorde één van hen zeggen: ‘dat is een echte Jenny’. Als vier heel verschillende lesbo’s begrepen we toch precies wat ermee bedoeld werd: Jenny zuigt.
En terwijl ik dit opschrijf pakt Marina mijn hand en leidt mij naar…
Natuurlijk wist ik al snel beter; wat ik zag werd iets om na te spelen en over te fantaseren. Op de kleuterschool kibbelde ik dagelijks met een vriendinnetje over wie Pippi mocht zijn. Later speelde ik riddertje en de laatste naspeelserie was ‘doktertje’ in de vermomming van Love Boat.
Ergens in het begin van mijn puberteit zag ik mijn eerste lesbische film. Wat ik me daar nog van herinner, is dat het allemaal heel moeilijk en zwaar was in Oost Europa.
Lesbisch was lijden in het kwadraat: dat was wat ik eruit opmaakte. Zo ongeveer rond dezelfde tijd las ik in een meidenblad een kort verhaal over twee meisjes dat eindigde met een zoen midden op de dansvloer op een schoolfeest. Die VPRO-film was ongetwijfeld erg highbrow, maar juist het knullige verhaal waar iedere diepgang aan ontbrak, leefde voor me en gaf me een doorkijk naar een wereld van mogelijkheden.
Na jaren van lesbische nichefilms en sporadische verhaallijntjes in tv-series is er dan nu The L Word. We hebben onze eigen televisieserie, met herkenbare situaties en relatieperikelen. Waarin de dames aantrekkelijk zijn en alles is uitvergroot, zoals dat hoort in een soap. Eindelijk een soapwereld waarin lesbisch de norm en niet de uitzondering is. Geen vuiltje aan de lucht zou je denken. Maar nee: het is niet realistisch genoeg en de actrices zijn geen lesbiennes. De personages zijn te mooi, te vrouwelijk en te succesvol.
Er zit te veel heteroseks in, of te gewoon veel seks, of juist te weinig. Het is te Amerikaans dus te oppervlakkig.
Hoewel ik zelf inhoudelijk genoeg kritiek heb en mijn omgeving stoer vertel dat ik niet thuis blijf voor de L Word, moet ik bekennen dat ik nog geen aflevering heb gemist.
Het verschil tussen een reguliere soap en de L Word is dat er van de laatste wordt verwacht dat de hele lesbische wereld in veertig minuten per aflevering langskomt, terwijl een reguliere soap gewoon niets meer of minder dan vermaak is. Als ik merk dat ik val voor een vrouw met bindingsangst en ik herken iets van mezelf in een personage in The L Word dan maakt het mij echt niet uit dat de actrice qua uiterlijk helemaal niet op mij lijkt. Van een soap verwacht ik geen overdosis realiteit, juist niet, want daar heb ik mijn eigen leven al voor.
Ik zie ze graag, succesvolle vrouwen. Of ze nu succesvol in hun carrière of in de liefde zijn. Als ik dan toch een vrouw zie worstelen met haar seven-years-itch, vind ik het ronduit lekker dat het een mooie succesvolle vrouw is. Die lesbische variant van een oer-Hollands-calvinistische mentaliteit, dat ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’ en ‘steek je kop niet boven het maaiveld uit’, dààr krijg ik een itch van.
Aan de ene kant eigenen we ons succesvolle lesbische actrices, zangeressen en sportvrouwen toe en aan de andere kant zijn succesvolle lesbische vrouwen in een soap niet realistisch genoeg.
Als ik naar een soap kijk, wil ik vermaakt worden. Ik hoef geen exacte kopie van mezelf te zien om situaties en gevoelens te herkennen. De dagelijkse beslommeringen van een doorsnee pot mogen voor haarzelf buitengewoon interessant en belangrijk zijn, maar ik hoef ze niet op tv te zien. Het is lekker om onze eigen soap te hebben, een populair gespreksonderwerp waar iedereen wel iets over te melden of te mopperen heeft. Maar aangezien het onschuldig kleine woordje ‘ons’ een hele gevarieerde groep vrouwen betreft, is het vrijwel onmogelijk dat aan ieders verwachtingen wordt voldaan.
Of is het angst voor de buitenwereld, want die kijkt tenslotte mee naar wat wij als ‘van ons’ beschouwen. In televisieland is de L Word de enige lesbische soap en dus het enige lesbische referentiekader. Schept de serie verwachtingen waaraan wij nooit kunnen voldoen?
Zijn we bang dat we ter verantwoording worden geroepen omdat ons eigen leven te weinig glamour en succes bevat?
Of is het zelfs zo dat we voelen dat ons een soort collectieve verantwoordelijkheid wordt opgedrongen voor het doen en laten van een groep fictieve lesbiennes? Daarmee gaan we er dus vanuit dat de grote boze buitenwereld geen onderscheid kan maken tussen fictie en werkelijkheid.
Persoonlijk kan ik me een slechter visitekaartje voorstellen dan de L Word, zelfs al identificeer ik me er niet letterlijk mee. Vorige week zat ik met een groepje vriendinnen in de kroeg en hoorde één van hen zeggen: ‘dat is een echte Jenny’. Als vier heel verschillende lesbo’s begrepen we toch precies wat ermee bedoeld werd: Jenny zuigt.
En terwijl ik dit opschrijf pakt Marina mijn hand en leidt mij naar…