Homohaat, media & de maatschappij: wat is jouw mening?
Gepubliceerd op: 24 oktober 2005
In Engeland is een jongen van 24 in elkaar geslagen en overleden. De jongen was homo en de politie dacht in eerste instantie dat hij vanwege zijn geaardheid was mishandeld. De jongen bevond zich in een bekend homopark van de stad: de optelsom was gemakkelijk gemaakt.
Het nieuws was hot aan de andere kant van de Noordzee. Dagenlang werd de zaak door de homomedia gevolgd. Even ontstond het beeld dat geen enkele homo in Londen nog levend over straat kon. ‘Het zou een nieuwe trend kunnen zijn’, zo werd voorzichtig gespeculeerd. En natuurlijk ging ook daar de aloude vraag rond: neemt de tolerantie tegenover homoseksuelen af?
'Gewone' mishandeling of homohaat?
Totdat bleek dat de jongens die de Londenaar mishandelden, eerder die dag ook nog een aantal andere mensen lastig vielen die níet homoseksueel waren. In hoeverre was de mishandeling van de homojongen nog een daad van homohaat?
Het lijkt erop dat het onveilige gevoel van mensen groeit naarmate er in de media meer bericht wordt over onveilige situaties. Toen Chris Crain, de homoseksuele hoofdredacteur uit de Verenigde Staten, op koninginnedag in Amsterdam in elkaar werd geslagen, groeide het onveilige gevoel van homo's. Opeens had iedereen wel een geval van homohaat meegemaakt. Om nog maar te zwijgen van de mensen die ‘toch al lang niet meer hand in hand over straat durfden’ terwijl ze dat ‘vroeger wel nog deden’.
Maatschappij versus Media
Het is moeilijk om te stellen dat de media ‘dé schuld’ hebben van een onveilig gevoel binnen een groep mensen. Wel is duidelijk dat ze er ‘een’ rol in hebben. Buiten de media spelen echter nog een aantal andere zaken een rol, zoals de maatschappij zelf.
Een goed voorbeeld is het contrast tussen de gevoelens in de maatschappij en een uitzending van 4 juli 2005 van het tv-programma Netwerk, vlak na de mishandeling van Chris Crain.
In de uitzending werden cijfers gepresenteerd waaruit bleek dat het overgrote deel van de Nederlanders geen moeite heeft met homoseksualiteit: de ‘Maatschappelijke Barometer’ van het programma liet zien dat de acceptatie van homoseksualiteit sinds 1998 alleen maar groter geworden is.
'Homo's: prima. Extreem gedrag: nee.'
Van de ondervraagden vond 83 procent dat homo's en lesbiennes dezelfde rechten moeten hebben als hetero’s. Vier op iedere vijf mensen gaven aan dat ze vonden dat twee mannen of twee vrouwen prima in staat zijn om kinderen op te voeden.
Wat op viel aan de resultaten, was dat meer dan de helft (57 procent) van de Nederlanders zich vooral ergerde aan extreem, uitdagend of provocerend gedrag van sommige homo's. Als voorbeeld werden homo’s tijdens de Gayparade in beeld gebracht; als iets dat heteroseksuele medelanders té extreem vonden. Toch gaf slechts iets meer dan éénderde van de ondervraagden, 36 procent, aan niet geconfronteerd te willen worden met op straat kussende homo's. Ter nuancering: een kwart van de ondervraagden, 25%, wilde dat laatste ook niet zien bij heterostellen en vond openbaar zoenen over het algemeen dus niet kunnen.
Goede cijfers, toch onveilig gevoel
Acht procent van de mensen uit het onderzoek van Netwerk gaf aan er moeite mee te hebben als ze hand in hand lopende homo’s zagen (en 92% dus niet, of had er simpelweg geen gevoelens bij). Van de ondervraagden maakte maar liefst 89 procent zich (enigszins) zorgen over agressie tegenover homoseksuelen. Slechts 1 procent had begrip voor homohaat.
Dat zijn goede cijfers: in grote lijnen blijkt het Nederlandse volk positief tegenover homoseksualiteit te staan als deze zich maar niet té extreem gedragen. Maar waar kwamen ten tijde van het Crain-drama dan de verhalen vandaan die de indruk wekten dat het zo slecht gesteld was met de verhoudingen tussen homo’s en hetero’s? Waar rook is, is vuur. Ook al liggen in dit geval, zo lijkt het, het vuur en de rook niet met elkaar op één lijn.
Nog steeds angst
Opvallend is dat ook nu nog stemmen in de homowereld opgaan die duiden op een duidelijke groei van angstgevoelens. Volgens Frank van Dalen, voorzitter van het COC, en dus dagelijks bezig met de Nederlandse homowereld, zijn juist die verhalen zelf de grootste voedingsbodem van onze angst en zijn de media meer de boodschappers.
Van Dalen: “Er heerst nu een diepe ondergrondse angst in de gemeenschap. Veel mensen horen verhalen van mishandeling waardoor die angst alleen maar erger wordt. Ook is er een duidelijke verharding van de maatschappij te zien. De media volgen alleen maar, die zijn in principe een afspiegeling van de maatschappij.”
Stoer lopen...
Waar Van Dalen zegt dat media alleen maar laten zien wat er speelt in de maatschappij, denkt André van Wanrooij, voorzitter van homo-belangenvereniging HLBF.NL, dat de gevoelens misschien wel kloppen, maar dat de media daar wel degelijk schuld aan hebben.
Van Wanrooij: “Ieder incident wordt breed uitgemeten in de (homoseksuele, red.) pers, waardoor mensen alleen maar banger worden. Ikzelf ook, ik gedraag me anders op straat. Als ik voorbij sommige groepen op straat loop, probeer ik stoerder te lopen of pak ik de hand van een vriendin vast om maar hetero over te komen, zodat ik met rust gelaten wordt. Het aantal gevallen van homohaat dat de (heteroseksuele, red.) pers haalt, wordt steeds kleiner, terwijl er meer incidenten plaats vinden,” aldus van Wanrooij. “Nederland lijkt homomoe.”
Nederlandse homomoeheid
Over de hoeveelheid geweld zijn de beide heren het niet met elkaar eens. Volgens Van Dalen neemt het aantal mishandelingen af en neemt de media-aandacht toe, terwijl van Wanrooij precies het tegenovergestelde zegt. Is er nou daadwerkelijk meer homohaat op straat, of lijkt dat maar zo omdat de media zich er meer op focussen; dat lijkt een relevante vraag te zijn.
De ‘homomoeheid’ in de maatschappij zou kunnen kloppen. Zoals eerder genoemde cijfers al laten zien, gaf een overgroot deel van de respondenten van het onderzoek van Netwerk aan dat ze zich vooral ergerden aan extreem gedrag van homoseksuelen: gedrag dat als provocerend wordt gezien. Terwijl dat provocerende gedrag vroeger veel meer aanwezig was, toen homoseksuelen nog moesten vechten voor rechten. Hoe kan er tegenwoordig, met meer homorechten en relatief minder provocatie, toch meer intolerantie zijn?
Doe maar normaal, dan...
De redenering zou kunnen zijn dat homoseksuelen, nu ze juridisch gelijk zijn met hetero’s en daarmee ook dezelfde rechten hebben, zich niet meer zo extreem hoeven te profileren in de ogen van de heteroseksuele medeburgers. Provocatie in de vorm van extreme positionering is, cru gesteld, de reden waarom mensen ‘homomoe’ zijn geworden. Ze zien het nut niet meer in van een gayparade: ‘stel je niet aan, doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’, een typische Nederlandse gedachtegang.
Tegenwoordig zijn er nog maar weinig duidelijke dingen waarvoor te vechten valt, behalve voor een veilig gevoel: de totale acceptatie. Die kan pas komen op het moment dat homo’s niet meer het gevoel hebben dat ze bedreigd worden. Van Wanrooij: “Nu lijken we op een punt te zijn beland, waarop de maatschappij zegt dat het genoeg is. Buitensporige dingen zoals de Gaypride worden minder geaccepteerd dan vroeger.”
Er is niet duidelijk te zeggen wat nou de oorzaak en het gevolg is. Aan de ene kant zeggen de cijfers dat homoseksuelen ruim geaccepteerd zijn. Aan de andere kant nemen de onveilige gevoelens onder homoseksuelen toe, zo blijkt uit de standpunten van twee betrokken homo-voormannen. ‘We’ voelen ons onveiliger en die gevoelens worden door de media gevoed. Of gevolgd? Daar zijn ook de beide heren het niet over eens.
De media als spiegel
De media houden bij wat er speelt in de maatschappij en houden ons in die zin een spiegel voor. Die spiegel laat ook zien dat de homo-emancipatie nog lang niet klaar is, anders waren de onveilige gevoelens wel verdwenen. Maar is de situatie echt zo slecht als veel mensen tegenwoordig denken? Een groot deel van de Nederlandse bevolking heeft geen enkel probleem met homoseksuelen, zolang ze er maar niet in al te extreme vorm mee geconfronteerd worden.
Maar is dat dan zo raar? Je zou je af kunnen vragen of dat niet ook voor andere groepen geldt. Is niet iedere openbare extreme uiting, van welke groepering dan ook, vaak ongewenst? In het geval van de homoseksuelen is het bijvoorbeeld de gayparade, waarmee homoseksuelen in beeld staan als de camera’s van de aanwezige media aanspringen. Zo kán een extreem beeld gevormd worden dat eventuele negatieve sentimenten onder de bevolking kan stimuleren.
Als dat het enige beeld is dat iemand ziet, dan kan iemand al snel gaan denken dat álle homo’s zo extreem zijn. Dat voedt intolerantie weer, en zo lijkt de cirkel rond. Media zijn in dat hypothetische geval dus niet dé oorzaak van de onveilige gevoelens, maar eerder de lijm tussen verschillende voorvallen, gecombineerd met een klein stukje gebrek aan nuancering in de homowereld.
Vicieuze cirkel
In de praktijk blijkt dat veel Nederlanders níets tegen hebben op homoseksuelen. Enkele gevallen van mishandeling wordt breed uitgemeten in de pers, waardoor alsnog het beeld ontstaat dat ’s lands straten vergeven zijn van de homohaters, waardoor de roep ontstaat dat homo’s meer op moeten komen voor hun rechten en homohaters strenger aangepakt moeten worden. Daar doen de media vervolgens weer verslag van, enzovoort.
Er valt nog wel wat te doen aan de acceptatie van homoseksuelen… maar moeten we daarvoor weer de barricades op? Vooralsnog lijkt het erop dat de media veel invloed hebben, maar dat ook zij maar brengen wat de maatschappij hen voorschotelt. De oplossing voor het probleem van homofoob geweld, onveilige gevoelens en eventuele overdreven reacties ligt niet alleen bij de media alleen, maar ook bij de (homo-)maatschappij zelf.
Wat vind jij hiervan? RozeRijk.nl hoort graag ook jóuw mening. Is de maatschappij vijandiger geworden tegen homoseksuelen, halen we het ons allemaal maar in ons hoofd of is er een gulden middenweg?
Zijn de media (al dan niet bewust) schuldig aan onveilige gevoelens onder homoseksuelen en/of verkeerde beeldvorming ten aanzien van homoseksuelen? Herken jij de onveilige gevoelens? Vind je ze onzin? Discussieer mee!
Het nieuws was hot aan de andere kant van de Noordzee. Dagenlang werd de zaak door de homomedia gevolgd. Even ontstond het beeld dat geen enkele homo in Londen nog levend over straat kon. ‘Het zou een nieuwe trend kunnen zijn’, zo werd voorzichtig gespeculeerd. En natuurlijk ging ook daar de aloude vraag rond: neemt de tolerantie tegenover homoseksuelen af?
'Gewone' mishandeling of homohaat?
Totdat bleek dat de jongens die de Londenaar mishandelden, eerder die dag ook nog een aantal andere mensen lastig vielen die níet homoseksueel waren. In hoeverre was de mishandeling van de homojongen nog een daad van homohaat?
Het lijkt erop dat het onveilige gevoel van mensen groeit naarmate er in de media meer bericht wordt over onveilige situaties. Toen Chris Crain, de homoseksuele hoofdredacteur uit de Verenigde Staten, op koninginnedag in Amsterdam in elkaar werd geslagen, groeide het onveilige gevoel van homo's. Opeens had iedereen wel een geval van homohaat meegemaakt. Om nog maar te zwijgen van de mensen die ‘toch al lang niet meer hand in hand over straat durfden’ terwijl ze dat ‘vroeger wel nog deden’.
Maatschappij versus Media
Het is moeilijk om te stellen dat de media ‘dé schuld’ hebben van een onveilig gevoel binnen een groep mensen. Wel is duidelijk dat ze er ‘een’ rol in hebben. Buiten de media spelen echter nog een aantal andere zaken een rol, zoals de maatschappij zelf.
Een goed voorbeeld is het contrast tussen de gevoelens in de maatschappij en een uitzending van 4 juli 2005 van het tv-programma Netwerk, vlak na de mishandeling van Chris Crain.
In de uitzending werden cijfers gepresenteerd waaruit bleek dat het overgrote deel van de Nederlanders geen moeite heeft met homoseksualiteit: de ‘Maatschappelijke Barometer’ van het programma liet zien dat de acceptatie van homoseksualiteit sinds 1998 alleen maar groter geworden is.
'Homo's: prima. Extreem gedrag: nee.'
Van de ondervraagden vond 83 procent dat homo's en lesbiennes dezelfde rechten moeten hebben als hetero’s. Vier op iedere vijf mensen gaven aan dat ze vonden dat twee mannen of twee vrouwen prima in staat zijn om kinderen op te voeden.
Wat op viel aan de resultaten, was dat meer dan de helft (57 procent) van de Nederlanders zich vooral ergerde aan extreem, uitdagend of provocerend gedrag van sommige homo's. Als voorbeeld werden homo’s tijdens de Gayparade in beeld gebracht; als iets dat heteroseksuele medelanders té extreem vonden. Toch gaf slechts iets meer dan éénderde van de ondervraagden, 36 procent, aan niet geconfronteerd te willen worden met op straat kussende homo's. Ter nuancering: een kwart van de ondervraagden, 25%, wilde dat laatste ook niet zien bij heterostellen en vond openbaar zoenen over het algemeen dus niet kunnen.
Goede cijfers, toch onveilig gevoel
Acht procent van de mensen uit het onderzoek van Netwerk gaf aan er moeite mee te hebben als ze hand in hand lopende homo’s zagen (en 92% dus niet, of had er simpelweg geen gevoelens bij). Van de ondervraagden maakte maar liefst 89 procent zich (enigszins) zorgen over agressie tegenover homoseksuelen. Slechts 1 procent had begrip voor homohaat.
Dat zijn goede cijfers: in grote lijnen blijkt het Nederlandse volk positief tegenover homoseksualiteit te staan als deze zich maar niet té extreem gedragen. Maar waar kwamen ten tijde van het Crain-drama dan de verhalen vandaan die de indruk wekten dat het zo slecht gesteld was met de verhoudingen tussen homo’s en hetero’s? Waar rook is, is vuur. Ook al liggen in dit geval, zo lijkt het, het vuur en de rook niet met elkaar op één lijn.
Nog steeds angst
Opvallend is dat ook nu nog stemmen in de homowereld opgaan die duiden op een duidelijke groei van angstgevoelens. Volgens Frank van Dalen, voorzitter van het COC, en dus dagelijks bezig met de Nederlandse homowereld, zijn juist die verhalen zelf de grootste voedingsbodem van onze angst en zijn de media meer de boodschappers.
Van Dalen: “Er heerst nu een diepe ondergrondse angst in de gemeenschap. Veel mensen horen verhalen van mishandeling waardoor die angst alleen maar erger wordt. Ook is er een duidelijke verharding van de maatschappij te zien. De media volgen alleen maar, die zijn in principe een afspiegeling van de maatschappij.”
Stoer lopen...
Waar Van Dalen zegt dat media alleen maar laten zien wat er speelt in de maatschappij, denkt André van Wanrooij, voorzitter van homo-belangenvereniging HLBF.NL, dat de gevoelens misschien wel kloppen, maar dat de media daar wel degelijk schuld aan hebben.
Van Wanrooij: “Ieder incident wordt breed uitgemeten in de (homoseksuele, red.) pers, waardoor mensen alleen maar banger worden. Ikzelf ook, ik gedraag me anders op straat. Als ik voorbij sommige groepen op straat loop, probeer ik stoerder te lopen of pak ik de hand van een vriendin vast om maar hetero over te komen, zodat ik met rust gelaten wordt. Het aantal gevallen van homohaat dat de (heteroseksuele, red.) pers haalt, wordt steeds kleiner, terwijl er meer incidenten plaats vinden,” aldus van Wanrooij. “Nederland lijkt homomoe.”
Nederlandse homomoeheid
Over de hoeveelheid geweld zijn de beide heren het niet met elkaar eens. Volgens Van Dalen neemt het aantal mishandelingen af en neemt de media-aandacht toe, terwijl van Wanrooij precies het tegenovergestelde zegt. Is er nou daadwerkelijk meer homohaat op straat, of lijkt dat maar zo omdat de media zich er meer op focussen; dat lijkt een relevante vraag te zijn.
De ‘homomoeheid’ in de maatschappij zou kunnen kloppen. Zoals eerder genoemde cijfers al laten zien, gaf een overgroot deel van de respondenten van het onderzoek van Netwerk aan dat ze zich vooral ergerden aan extreem gedrag van homoseksuelen: gedrag dat als provocerend wordt gezien. Terwijl dat provocerende gedrag vroeger veel meer aanwezig was, toen homoseksuelen nog moesten vechten voor rechten. Hoe kan er tegenwoordig, met meer homorechten en relatief minder provocatie, toch meer intolerantie zijn?
Doe maar normaal, dan...
De redenering zou kunnen zijn dat homoseksuelen, nu ze juridisch gelijk zijn met hetero’s en daarmee ook dezelfde rechten hebben, zich niet meer zo extreem hoeven te profileren in de ogen van de heteroseksuele medeburgers. Provocatie in de vorm van extreme positionering is, cru gesteld, de reden waarom mensen ‘homomoe’ zijn geworden. Ze zien het nut niet meer in van een gayparade: ‘stel je niet aan, doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg’, een typische Nederlandse gedachtegang.
Tegenwoordig zijn er nog maar weinig duidelijke dingen waarvoor te vechten valt, behalve voor een veilig gevoel: de totale acceptatie. Die kan pas komen op het moment dat homo’s niet meer het gevoel hebben dat ze bedreigd worden. Van Wanrooij: “Nu lijken we op een punt te zijn beland, waarop de maatschappij zegt dat het genoeg is. Buitensporige dingen zoals de Gaypride worden minder geaccepteerd dan vroeger.”
Er is niet duidelijk te zeggen wat nou de oorzaak en het gevolg is. Aan de ene kant zeggen de cijfers dat homoseksuelen ruim geaccepteerd zijn. Aan de andere kant nemen de onveilige gevoelens onder homoseksuelen toe, zo blijkt uit de standpunten van twee betrokken homo-voormannen. ‘We’ voelen ons onveiliger en die gevoelens worden door de media gevoed. Of gevolgd? Daar zijn ook de beide heren het niet over eens.
De media als spiegel
De media houden bij wat er speelt in de maatschappij en houden ons in die zin een spiegel voor. Die spiegel laat ook zien dat de homo-emancipatie nog lang niet klaar is, anders waren de onveilige gevoelens wel verdwenen. Maar is de situatie echt zo slecht als veel mensen tegenwoordig denken? Een groot deel van de Nederlandse bevolking heeft geen enkel probleem met homoseksuelen, zolang ze er maar niet in al te extreme vorm mee geconfronteerd worden.
Maar is dat dan zo raar? Je zou je af kunnen vragen of dat niet ook voor andere groepen geldt. Is niet iedere openbare extreme uiting, van welke groepering dan ook, vaak ongewenst? In het geval van de homoseksuelen is het bijvoorbeeld de gayparade, waarmee homoseksuelen in beeld staan als de camera’s van de aanwezige media aanspringen. Zo kán een extreem beeld gevormd worden dat eventuele negatieve sentimenten onder de bevolking kan stimuleren.
Als dat het enige beeld is dat iemand ziet, dan kan iemand al snel gaan denken dat álle homo’s zo extreem zijn. Dat voedt intolerantie weer, en zo lijkt de cirkel rond. Media zijn in dat hypothetische geval dus niet dé oorzaak van de onveilige gevoelens, maar eerder de lijm tussen verschillende voorvallen, gecombineerd met een klein stukje gebrek aan nuancering in de homowereld.
Vicieuze cirkel
In de praktijk blijkt dat veel Nederlanders níets tegen hebben op homoseksuelen. Enkele gevallen van mishandeling wordt breed uitgemeten in de pers, waardoor alsnog het beeld ontstaat dat ’s lands straten vergeven zijn van de homohaters, waardoor de roep ontstaat dat homo’s meer op moeten komen voor hun rechten en homohaters strenger aangepakt moeten worden. Daar doen de media vervolgens weer verslag van, enzovoort.
Er valt nog wel wat te doen aan de acceptatie van homoseksuelen… maar moeten we daarvoor weer de barricades op? Vooralsnog lijkt het erop dat de media veel invloed hebben, maar dat ook zij maar brengen wat de maatschappij hen voorschotelt. De oplossing voor het probleem van homofoob geweld, onveilige gevoelens en eventuele overdreven reacties ligt niet alleen bij de media alleen, maar ook bij de (homo-)maatschappij zelf.
Wat vind jij hiervan? RozeRijk.nl hoort graag ook jóuw mening. Is de maatschappij vijandiger geworden tegen homoseksuelen, halen we het ons allemaal maar in ons hoofd of is er een gulden middenweg?
Zijn de media (al dan niet bewust) schuldig aan onveilige gevoelens onder homoseksuelen en/of verkeerde beeldvorming ten aanzien van homoseksuelen? Herken jij de onveilige gevoelens? Vind je ze onzin? Discussieer mee!