Kijk | Meeste Nederlanders accepteren homoseksualiteit
Gepubliceerd op: 06 juli 2005
Wat heeft de acceptatie van homoseksuelen te maken met de integratie van allochtonen? Heeft dat iets te maken met het feit dat de acceptatie van homoseksuelen in de grote steden achteruit gaat? En hoe komt het dat het erop lijkt dat homoseksualiteit in de niet-stedelijke gebieden meer geaccepteerd wordt?
“Een paar jaar geleden durfde ik nog hand in hand met mijn vriend te lopen. Nu doe ik dat niet meer.”
Geen moeite
De meeste Nederlanders hebben geen moeite met homoseksualiteit: 83 procent vindt dat homo's en lesbiennes dezelfde rechten moeten hebben als heterostellen. Vier op de vijf mensen vinden dat twee mannen of twee vrouwen prima in staat zijn om kinderen op te voeden.
Dat blijkt uit de Maatschappelijke Barometer, een onderzoek van het bureau Motivaction in samenwerking met het televisieprogramma Netwerk. Daarin is onderzoek gedaan naar de tevredenheid van Nederlanders over de samenleving. Er werd een steekproef gehouden onder Nederlanders tussen de 15 en 60 jaar en onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders tussen 16 en 40 jaar.
Acceptatie gestegen
Sinds 1998 is de acceptatie van homoseksualiteit gestegen. In de grote steden staat de acceptatie wel onder druk. Dat komt doordat daar meer allochtonen wonen. Een kleine meerderheid van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders is positief over homoseksualiteit. Van de Nederlanders van Marokkaanse afkomst vindt 68 procent dat twee mannen of twee vrouwen prima kinderen kunnen opvoeden, tegenover 52 procent van de Nederlanders met een Turkse achtergrond.
Van de ondervraagde Nederlanders wil 79 procent dat het voor homo's en lesbiennes mogelijk blijft om te trouwen. Bij de Turkse Nederlanders is dat 67 procent, bij de Marokkaanse Nederlanders 45 procent. Als homoseksualiteit dichtbij komt, is de acceptatie bij allochtonen veel minder dan bij de hele bevolking. Marokkaanse en Turkse Nederlanders zouden er wel moeite mee hebben als hun kind homoseksueel is: respectievelijk 43 en 41 procent wijst het af. Bij Nederlanders is dat 7 procent.
Provocerend gedrag
Meer dan de helft (57 procent) van de Nederlanders ergert zich aan uitdagend en provocerend gedrag van sommige homo's en 36 procent wil niet geconfronteerd worden met elkaar op straat kussende homo's. Een kwart wil dat laatste ook niet zien van heterostellen. Acht procent heeft er moeite mee als homo's hand in hand lopen.
Van de Nederlanders zegt 3 procent homoseksueel te zijn, eveneens 3 procent is biseksueel en 87 procent is hetero. De overige 7 procent wilde de vraag niet beantwoorden. 79 procent vindt homoseksualiteit een normaal menselijk verschijnsel, 4 procent ziet het als een ziekte, 4 procent als een modeverschijnsel en 1 procent als een straf van God.
Van de Marokkaanse Nederlanders ziet 20 procent homoseksualiteit als een modeverschijnsel. Bij de Turkse Nederlanders is dat 8 procent.
Geweld
Van de ondervraagden maakt 89 procent zich (enigszins) zorgen over agressie tegenover homo's. Slechts 1 procent heeft begrip voor geweld tegen homo's. Van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders is 80 procent (enigszins) bezorgd over agressie.
“Een paar jaar geleden durfde ik nog hand in hand met mijn vriend te lopen. Nu doe ik dat niet meer.”
Geen moeite
De meeste Nederlanders hebben geen moeite met homoseksualiteit: 83 procent vindt dat homo's en lesbiennes dezelfde rechten moeten hebben als heterostellen. Vier op de vijf mensen vinden dat twee mannen of twee vrouwen prima in staat zijn om kinderen op te voeden.
Dat blijkt uit de Maatschappelijke Barometer, een onderzoek van het bureau Motivaction in samenwerking met het televisieprogramma Netwerk. Daarin is onderzoek gedaan naar de tevredenheid van Nederlanders over de samenleving. Er werd een steekproef gehouden onder Nederlanders tussen de 15 en 60 jaar en onder Turkse en Marokkaanse Nederlanders tussen 16 en 40 jaar.
Acceptatie gestegen
Sinds 1998 is de acceptatie van homoseksualiteit gestegen. In de grote steden staat de acceptatie wel onder druk. Dat komt doordat daar meer allochtonen wonen. Een kleine meerderheid van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders is positief over homoseksualiteit. Van de Nederlanders van Marokkaanse afkomst vindt 68 procent dat twee mannen of twee vrouwen prima kinderen kunnen opvoeden, tegenover 52 procent van de Nederlanders met een Turkse achtergrond.
Van de ondervraagde Nederlanders wil 79 procent dat het voor homo's en lesbiennes mogelijk blijft om te trouwen. Bij de Turkse Nederlanders is dat 67 procent, bij de Marokkaanse Nederlanders 45 procent. Als homoseksualiteit dichtbij komt, is de acceptatie bij allochtonen veel minder dan bij de hele bevolking. Marokkaanse en Turkse Nederlanders zouden er wel moeite mee hebben als hun kind homoseksueel is: respectievelijk 43 en 41 procent wijst het af. Bij Nederlanders is dat 7 procent.
Provocerend gedrag
Meer dan de helft (57 procent) van de Nederlanders ergert zich aan uitdagend en provocerend gedrag van sommige homo's en 36 procent wil niet geconfronteerd worden met elkaar op straat kussende homo's. Een kwart wil dat laatste ook niet zien van heterostellen. Acht procent heeft er moeite mee als homo's hand in hand lopen.
Van de Nederlanders zegt 3 procent homoseksueel te zijn, eveneens 3 procent is biseksueel en 87 procent is hetero. De overige 7 procent wilde de vraag niet beantwoorden. 79 procent vindt homoseksualiteit een normaal menselijk verschijnsel, 4 procent ziet het als een ziekte, 4 procent als een modeverschijnsel en 1 procent als een straf van God.
Van de Marokkaanse Nederlanders ziet 20 procent homoseksualiteit als een modeverschijnsel. Bij de Turkse Nederlanders is dat 8 procent.
Geweld
Van de ondervraagden maakt 89 procent zich (enigszins) zorgen over agressie tegenover homo's. Slechts 1 procent heeft begrip voor geweld tegen homo's. Van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders is 80 procent (enigszins) bezorgd over agressie.