Het voordeel van homohokjes

Column | Vera Duivensteijn

Gepubliceerd op: 28 juni 2006

Het voordeel van homohokjes
De gemiddelde hetero snapt níet, maar dan ook helemaal níet, waarom ‘wij homoseksuelen’ alles apart moeten hebben.
 
Homosportclubs, homosites, homokroegen, homofeesten, homodagen, homoparades, je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een variant voor de homo’s te vinden. En er wordt gretig gebruik van gemaakt.
 
Ieder feest is een redelijk succes, de kroegen (mits met de goede uitstraling), worden redelijk goed bezocht, sportclubs zijn niet meer weg te denken en homosites… tja, ik tik dit stuk voor een homosite en jij leest het hier, dus dat lijkt me duidelijk.
 
Speciale plekken voor homo’s… Hoewel ik vroeger nog wel probeerde om ze zoveel mogelijk te vermijden, voel ik me er tegenwoordig toch het meest op mijn gemak.
 
Samen met een groep vrienden me helemaal lam zuipen, raar doen, meeblèren op de meest foute muziek… Eigenlijk hetzelfde wat studenten op andere plekken doen, met alle voordelen die een homoplek heeft.
 
Ongestoord meisjes versieren zonder dat je je tig keer moet afvragen of het meisje in kwestie wel op vrouwen valt. Hoewel het aandeel heteromeiden op bepaalde plekken steeds groter wordt, is de kans toch groter dat je scoort en/of gewoon jezelf kunt zijn. En dat is fijn.
 
Ik kom er al jaren, zowel voor de kast, in de kast en uit de kast, en nog steeds kan ik me prima vermaken. Oké, je komt iedere keer dezelfde mensen tegen, maar toch. Het blijft gezellig, en je hebt in ieder geval geen hitsige mannen om je heen die je proberen te versieren.
 
Aan de andere kant zorgt al 'onze eigen homodingen' soms ook voor wat problemen. Soms begrijpen hetero’s namelijk niet wat er nou zo speciaal is aan zaken die speciaal voor homoseksuelen zijn.
 
Bijvoorbeeld: wat vertel je thuis als je bij toeval eens een dag naar moeders gaat en daar op zondagmiddag compleet brak op de bank als een idioot koffie aan het zuipen bent tegen de vermoeidheid? Dat je op een feestje bent geweest, dat je naar een retrofeestje vol foute muziek bent geweest of dat je naar een homofeest bent geweest?
 
Mijn moeder weet inmiddels dat ik bijna altijd in een of andere roze kroeg terechtkom, of ik nu toevallig een vriendinnetje heb of niet. Toch blijven er ouders die de ijdele hoop houden dat hun dochter weer hetero zal worden. Het enige mede-pottenmeisje bij mij in het hockeyteam heeft zulke ouders.

Ze vertelt thuis maar niet meer dat ze naar een homofeestje is geweest of dat ze verliefd is geworden. Haar ouders zien de roze rand in haar leven niet graag en hebben liever dat ze zich zoveel mogelijk mengt onder de hetero’s. Dat is 'normaler'.
 
 
Niet dat haar ouders iets tegen homo’s hebben! De ouwelui zijn best aardig, hebben beiden gestudeerd en snappen dat er mensen zijn die op iemand van hetzelfde geslacht vallen. En dat is allemaal prima, zolang het maar niet hun dochter is.
 
En toevallig is hun dochter dus wél lesbisch. Ze zullen nooit uitspreken dat ze het niet eens zijn met de ‘keuze’ van hun dochter, ze laten alleen impliciet merken dat ze liever hebben dat dochterlief op een dag met een leuke schoonzoon thuiskomt, gaat trouwen en kinderen zal krijgen. En al dat speciale gedoe voor homoseksuelen… daar hoort hún dochter toch niet tussen?
 
De vriendin belde me eens op en vertelde dat ze ruzie had gehad over het feit dat ze had gezegd dat ze geen verzekering hoefde waar de pil inzat.

Volgens haar moeder had ze die toch moeten nemen want “je weet maar nooit.” Dat de vriendin bewust koos voor een pilloos pakket en dat ze daarmee impliciet haar lesbisch zijn bevestigde, had moeders niet bevallen. En zo had ze tijdens dat gesprek nog legio voorbeelden van hoe haar ouders de homokant uit haar leven wilden houden. Kleine dingetjes, maar de opsomming was lang.
 
‘De buren waren verhuisd en de zoon van de nieuwe buren was toch wel heel erg leuk’. (Terwijl zij op het punt stond om over haar nieuwste lesbo-verovering te vertellen.) ‘Dat ze eens wat make-up moest gaan dragen want je weet maar nooit wie je tegen kunt komen’. Of ze hadden gehoord dat er ‘een nieuwe plek’ in Utrecht is geopend en ‘of ze er al heen was geweest’.
 
Kleine dingetjes. Hele kleine dingetjes.
Vooral haar moeder is er een ster in.

 
De laatste uitspatting van haar moeder was nog wel het meest lachwekkend. Ze had mijn teamgenootje erop aangesproken dat ze eens wat minder naar ‘die homotenten’ moest gaan. ‘Anders kwam ze toch nooit een leuke man tegen’.
 
Nou ja, had de vriendin gezegd, je komt er genoeg leuke mannen tegen, geen probleem. Je weet gelukkig ook zeker dat ze leuk zijn, dat ze even met je staan te kletsen en dat een aangeboden biertje niets meer is dan een aangeboden biertje en geen uitnodiging tot hun bed.
 
Maar dat snapte haar moeder nog niet. Die kon de link nog niet leggen tussen het lesbisch-zijn, de wens om gelijkgestemden om je heen te hebben en om eens níet geconfronteerd te worden met hetero's.
 
En nu vraag ik me toch af: wie zit er nou eigenlijk vast in de kast? 
_________________________________

Meer columns:

RozeRijk.nl Columnsoverzicht