HIV-medicatie: doorslikken of af en toe een break

Gepubliceerd op: 03 maart 2006

HIV-medicatie: doorslikken of af en toe een break
Al sinds de eerste uitbraak van Hiv aan het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw, is men hard op zoek naar een medicijn.

Tot nu toe is dat nog niet gevonden, het virus is simpelweg te ‘slim’ om verslagen te worden. Buiten het zoeken naar een echt medicijn wordt er veel onderzoek gedaan naar de juiste manier van het innemen van hiv-remmers. Welke medicijnen bij welke medicijnen en hoe lang moet er geslikt worden?
 
Niet vlekkeloos

Vooral over de duur van het slikken van hiv-remmers zijn er wereldwijd een aantal onderzoeken aan de gang. Deze verlopen niet allemaal vlekkeloos.

Zo is er onlangs een groot onderzoek gestopt door de Amerikaanse National Institute of Health. In dit onderzoek, SMART (Strategies for Management of Anti-Retroviral Therapy) genaamd, werd er onderzocht of het zinvol was om het slikken van hiv-remmers afhankelijk te maken van het aantal CD4 cellen in het bloed.
 
CD wattes?
 
CD4-cellen zijn onderdeel van ons afweersysteem. Ze worden ook wel CD4-lymfocyten genoemd. Het afweersysteem bestaat uit vele soorten witte bloedlichaampjes, die met elkaar samenwerken om zo de meest gevaarlijke indringers te verslaan. CD4-cellen zijn genoemd naar het eiwit dat aan de buitenkant van een groep witte bloedlichaampjes zit: het CD4-eiwit.
 
Wanneer CD4-cellen merken dat er ergens in het lichaam stoffen of bacteriën zitten die er niet thuis horen, worden ze actief. Ze communiceren met andere cellen sturen zo de afweer aan. De boodschappen verschillen per keer dat de cellen actief worden. Zo kunnen de CD4-cellen andere cellen aansturen om te gaan vermenigvuldigen of een ziekteverwekker direct aan te pakken.
 
Ook hebben de CD4-cellen een geheugen. In dit ‘geheugen’ wordt opgeslagen hoe een bepaalde ziekteverwekker een vorige keer is verslagen. Hiermee wordt het genezingsproces versneld. Je lichaam hoeft op die manier niet bij iedere binnengedrongen bacterie of virus het wiel opnieuw uit te vinden.
 
CD4 en Hiv
 
De CD4-cellen reageren ook op het Hiv-virus. Ze herkennen het virus als ziekteverwekker en beginnen met het opstarten van hun afweer. Dit gaat in eerste instantie goed. Het probleem is dat het Hiv-virus redelijk vaak van vorm veranderd en daarmee is het voor de cellen niet mogelijk om een goede afweer op te bouwen. Buiten dat speelt er nog een ander, veel belangrijker probleem.
 
Aan de buitenkant van het Hiv-virus zitten eiwitten die aan de buitenkant van de CD4-cel kunnen plakken. Hierdoor wordt de buitenkant van de CD4-cel minder stevig en is het mogelijk dat het erfelijk materiaal van het Hiv-virus de cel binnen kan dringen.
 
Op zich is er dan nog niets aan de hand; dit gebeurt met meer ziektes. Maar zodra het Hiv-virus zich in de CD4-cel begint met vermenigvuldigen, sneuvelt de cel. Gedurende een hiv-infectie worden steeds meer cellen overgenomen en daardoor verminderd de normale afweer in het lichaam. Het legertje afweercellen kan hun taak niet meer goed uitvoeren.
 
Tellen en slikken
 
Op het moment dat er Hiv wordt geconstateerd, worden twee dingen scherp in de gaten gehouden. Het eerste is de viral load, de hoeveelheid Hiv-virussen die zich in het bloed bevindt. Ook wordt het aantal CD4-cellen goed in de gaten gehouden. Vaak hangt een hoge viral load samen met een laag aantal CD4-cellen, maar dit hoeft niet zo te zijn.
 
Het aantal CD4-cellen kan ook laag zijn door bijvoorbeeld en griepje of verkoudheid. Het is zelfs zo dat je ’s morgens minder cellen hebt dan ’s avonds en andersom. Als het aantal CD4-cellen erg laag is en dat ook een tijdje blijft, betekent dat het Hiv-virus steeds meer grip op het lichaam krijgt. Vaak wordt er dan begonnen met het slikken van Hiv-remmers.
 
SMART
 
Een groep onderzoekers vond dit een aardig uitgangspunt en heeft het ook omgedraaid. Als je begint met het slikken van remmers bij een lage hoeveelheid CD4-cellen, waarom zou je dan niet weer stoppen bij een hoge hoeveelheid CD4-cellen? Hierdoor hoeven er minder medicijnen geslikt te worden en wordt er geld uitgespaard. Dit is bijvoorbeeld van belang in derdewereldlanden, waar veel mensen geen medicijnen kunnen slikken, of niet genoeg medicijnen kunnen slikken omdat de hiv-remmers redelijk prijzig zijn.
 
Dit resulteerde in onder andere de SMART-trial. Dit onderzoek is in januari 2002 begonnen. Wereldwijd is er een groep van 5500 Hiv-patiënten geselecteerd die meedoen aan het onderzoek. Deze groep is in tweeën verdeeld, zodat er een groep ontstond die de medicatie met pauzes nam en een controlegroep, die constant medicatie gebruikte.
 
Niet zo goed
 
In eerste instantie leken de resultaten redelijk positief. Mensen konden met minder medicatie af. Nu is door het Amerikaanse National Institute of Health het onderzoek stopgezet. De groep mensen die medicijnen met tussenpozen gebruikte, lijkt veel meer last te hebben van bijwerkingen dan de controlegroep. De bijwerkingen zouden zelf zo ernstig zijn, dat er gevaar voor het leven van de patiënten dreigt. Het gaat om aandoeningen aan de lever, het hart en de nieren. Hoe dit precies kan, is niet duidelijk.
 
Ook zijn er een aantal onderzoeken gaande waarbij mensen hun Hiv-therapie niet onderbreken aan de hand van het aantal CD4-cellen, maar vaste periodes wel en niet slikken. Deze onderzoeken lijken betere resultaten te boeken dan het SMART onderzoek. Toch moet ook daar een kanttekening bij geplaatst worden: de groepen die worden onderzocht zijn veel kleiner. Ook lopen de onderzoeken minder lang dan SMART.

Beter doorgaan
 
Op dit moment lijkt het erop dat het beter is om medicatie door te slikken, dan constant te stoppen en weer opnieuw te beginnen. Een therapiepauze, het modewoord in de jaren ’90, is weer helemaal uit. Maar in enkele gevallen is het slim om een pauze in te lassen. Dat kan bijvoorbeeld als je ergens bent waar je niet aan medicijnen kan komen. Ook kun je beter stoppen met medicatie als je niet trouw bent. Maar denken dat je geen medicijnen nodig hebt omdat je je goed voelt, is hoe dan ook onzin....