Een gggristelijk woordenboek!
Rob Tielman | Column
Gepubliceerd op: 17 november 2005
Er staan af en toe vreemde zaken in de veertiende druk van Van Dale. Gingen eerdere columns al over homoziektes en lesba’s, in deze column bespreek ik het derde deel (s – z).
Goed is dat bij ‘Sodom’ gesproken wordt over zedenbederf en niet over homoseksualiteit en dat bij ‘sodomie’ staat dat het een verouderde omschrijving van homoseksualiteit is. Maar Van Dale gaat de fout in als bij het daarvan afgeleide ‘mie’ staat: ‘mannelijke homoseksueel’. Dat moet toch zeker een vrouwelijke, ‘verwijfde’ homo zijn? En datzelfde geldt ook voor ‘mietje’.
Waarom is volgens Van Dale ‘mie’ voor homo een gewoon woord en ‘mietje’ bargoens?
Volgens mij is ‘mietje’ gangbaarder in het dagelijkse taalgebruik (‘laten we elkaar geen mietje noemen’) dan mie (waarom zijn de ‘soort Chinese deegsliertjes’ uit eerdere drukken geschrapt?).
Het wordt alleen nóg vreemder. In de tiende druk (uit 1976) staat bij ‘Utrechtenaar’ terecht: 1. inwoner van Utrecht, 2. homoseksueel. Dat laatste is een verwijzing naar de grote sodomietenvervolging van 1730 die in Utrecht begon. Echter: in de veertiende druk (uit 2005) van Van Dale is een Utrechtenaar ineens geen inwoner van Utrecht meer! En het woord ‘Utrechter’ is ook verdwenen: zou dat al tot de gemeente Utrecht zijn doorgedrongen? En hoe heten inwoners van Utrecht dan nu?
Het verhaal is nog niet af. Bij ‘Utrechtenaar’ is de omschrijving ‘homoseksueel’ uit 1976 vervangen door… ‘homofiel’ in 2005!
Is meneer Van Dale ineens gristen* geworden? In 1976 werd ‘homofiel’ terecht een eufemisme voor homoseksueel genoemd, maar in 2005 is dat dan weer geschrapt. Alleen in gristelijke* kringen wordt het woord homofiel veel gebruikt, de rest van de Nederlandstaligen zal toch vooral homoseksueel gebruiken.
Nog kwalijker is dat in 2005 bij ‘Utrechtenaar’ een nieuwe betekenis is toegevoegd: ‘pederast’ ('man die seks bedrijft met jongens', red.). Meneer Van Dale maakt mij niet wijs dat dit negentiende-eeuwse begrip uit Frankrijk sinds 1976 ineens in Nederland ingeburgerd is geraakt onder de omschrijving ‘Utrechtenaar'?
Is hier sprake van een poging om homoseksualiteit en pedoseksualiteit op een hoop te gooien? En sinds wanneer zijn Utrechtenaren opeens allemaal homo- dan wel pedofielen?
Meneer Van Dale: ik wacht op antwoord...
* Noot: een ‘gristen’ is volgens Van Dale een ‘spottende spelwijze van het woord ‘christen’ ter aanduiding van een orthodoxe protestant, naar de door deze groepering veel gebezigde uitspraak van dit woord met een g-klank'.
Meer lezen?
- Rob Tielman | Van Dale en homozaken (deel 1) >>>
- Rob Tielman | Lesba, lesbi, lesbo (deel 2) >>>
- Alle columns van alle columnisten op RozeRijk.nl >>>
Goed is dat bij ‘Sodom’ gesproken wordt over zedenbederf en niet over homoseksualiteit en dat bij ‘sodomie’ staat dat het een verouderde omschrijving van homoseksualiteit is. Maar Van Dale gaat de fout in als bij het daarvan afgeleide ‘mie’ staat: ‘mannelijke homoseksueel’. Dat moet toch zeker een vrouwelijke, ‘verwijfde’ homo zijn? En datzelfde geldt ook voor ‘mietje’.
Waarom is volgens Van Dale ‘mie’ voor homo een gewoon woord en ‘mietje’ bargoens?
Volgens mij is ‘mietje’ gangbaarder in het dagelijkse taalgebruik (‘laten we elkaar geen mietje noemen’) dan mie (waarom zijn de ‘soort Chinese deegsliertjes’ uit eerdere drukken geschrapt?).
Het wordt alleen nóg vreemder. In de tiende druk (uit 1976) staat bij ‘Utrechtenaar’ terecht: 1. inwoner van Utrecht, 2. homoseksueel. Dat laatste is een verwijzing naar de grote sodomietenvervolging van 1730 die in Utrecht begon. Echter: in de veertiende druk (uit 2005) van Van Dale is een Utrechtenaar ineens geen inwoner van Utrecht meer! En het woord ‘Utrechter’ is ook verdwenen: zou dat al tot de gemeente Utrecht zijn doorgedrongen? En hoe heten inwoners van Utrecht dan nu?
Het verhaal is nog niet af. Bij ‘Utrechtenaar’ is de omschrijving ‘homoseksueel’ uit 1976 vervangen door… ‘homofiel’ in 2005!
Is meneer Van Dale ineens gristen* geworden? In 1976 werd ‘homofiel’ terecht een eufemisme voor homoseksueel genoemd, maar in 2005 is dat dan weer geschrapt. Alleen in gristelijke* kringen wordt het woord homofiel veel gebruikt, de rest van de Nederlandstaligen zal toch vooral homoseksueel gebruiken.
Nog kwalijker is dat in 2005 bij ‘Utrechtenaar’ een nieuwe betekenis is toegevoegd: ‘pederast’ ('man die seks bedrijft met jongens', red.). Meneer Van Dale maakt mij niet wijs dat dit negentiende-eeuwse begrip uit Frankrijk sinds 1976 ineens in Nederland ingeburgerd is geraakt onder de omschrijving ‘Utrechtenaar'?
Is hier sprake van een poging om homoseksualiteit en pedoseksualiteit op een hoop te gooien? En sinds wanneer zijn Utrechtenaren opeens allemaal homo- dan wel pedofielen?
Meneer Van Dale: ik wacht op antwoord...
* Noot: een ‘gristen’ is volgens Van Dale een ‘spottende spelwijze van het woord ‘christen’ ter aanduiding van een orthodoxe protestant, naar de door deze groepering veel gebezigde uitspraak van dit woord met een g-klank'.
Meer lezen?
- Rob Tielman | Van Dale en homozaken (deel 1) >>>
- Rob Tielman | Lesba, lesbi, lesbo (deel 2) >>>
- Alle columns van alle columnisten op RozeRijk.nl >>>