Hoe Brazilië homoseksualiteit op de VN-kaart zette

Gepubliceerd op: 02 september 2005

Hoe Brazilië homoseksualiteit op de VN-kaart zette
Brazilië gaf geen waarschuwing vooraf. Op een laat moment in de jaarlijkse vergadering van de VN-commissie voor mensenrechten in april 2003 introduceerde het land een simpele motie waarin - onder meer - stond dat homo’s en lesbiennes ook mensenrechten hebben, net als iedereen. 
 
Opvallend? Nou ja: er was in de geschiedenis van de Verenigde Naties nog nooit zo’n resolutie geweest. Niet eens iets wat maar een beetje in de buurt kwam. 

Zwaaien met de regenboogvlag

In de gesloten diplomatieke wereld van de Verenigde Naties zwaaide Brazilië met een regenboogvlag en het land schokte daarmee conservatieve en streng-religieuze landen als Pakistan, Maleisië, Egypte en vele anderen. Douglas Sanders, gepensioneerd professor in de rechten, dankt het land van het carnaval voor het nemen van die eerste stap, ondanks dat het terugkrabbelde toen het moeilijk werd.
 
Eerdere gevechten in de Verenigde Naties waren gegaan over het toevoegen van de magische woorden 'seksuele geaardheid' of 'homoseksuelen' op verschillende lijsten. Komen we op de lijst met groepen die niet gediscrimineerd mogen worden? Nee (VN Wereldconferentie over Mensenrechten, Wenen, 1993). En nog eens nee (de vierde VN wereldconferentie over vrouwen, Beijing, 1995). Komen we op de lijst met groepen die vatbaar zijn voor HIV? Nee (VN subcommissie, 1995). Zou een algemene studie over discriminatie iets over seksuele geaardheid moeten bevatten? Nee (een aantal leden van de subcommissie, 2004).
 
Waarom begon Brazilië er over? En waarom deed bijvoorbeeld Nederland het niet?
 
Onder voormalig president Fernando Henrique Cardoso was Brazilië zeer actief met zaken als seksuele geaardheid. Homoactivist en -pionier Luiz Mott werd geëerd door de president. Het land lanceerde een campagne met als thema 'Brazilië zonder homofobie', om politie te informeren en om meer tolerantie op scholen te verkrijgen.

Tijdens de wereldconferentie over racisme, xenofobie en verwante vormen van intolerantie in Durban in Zuid-Afrika werkte Brazilië hard om verwijzingen naar seksuele geaardheid te krijgen in de uiteindelijke verklaring van de conferentie. De poging faalde, maar ze hebben het geprobeerd.

'Graag een onderwerp dat te steunen valt'
 
Nederland heeft lang mee gestreden om seksuele geaardheid vermeld te krijgen. Er zaten zelfs vertegenwoordigers van het COC in de Nederlandse delegatie bij de Algemene Vergadering. Maar het was niet aangekondigd en niemand wist dat de Nederlanders daar iets aan het doen waren: er zwaaide niemand met een regenboogvlag.
 
De Nederlandse delegatie heeft ooit de Verenigde Staten bekritiseerd over het weren van homoseksuelen in hun land. De Syrische delegatie feliciteerde de Nederlanders met hun harde aanpak van de VS. Maar kon het de volgende keer alsjeblieft een onderwerp zijn dat ze konden steunen? Syrie, van oudsher niet op goede voet met de VS, wilde Nederland best steunen met zaken tégen de Verenigde Staten, maar níet als het op homoseksualiteit aankwam.
 
De Duitsers waren erg kortaf over het niet spelen van een leidersrol bij de VN over holebi-gelijkheid. Als een westers land de Braziliaanse resolutie zou indienen, zou dat de doodsteek zijn, aldus de Duitsers in 2005. Het zou aangeven dat homoseksualiteit een westers probleem is en verwijderd raken van de Aziatische en Afrikaanse culturen en tradities. De Braziliaanse bijdrage ontkrachtte dat.
 
Honderd amendementen

Wat gebeurde er met de Braziliaanse resolutie nadat die in 2003 ingediend werd? Ergens ná het indienen ervan moet iets mis zijn gegaan, aangezien homoseksualiteit nu nog niet officieel genoemd wordt in besluiten van de VN.

Stap 1: namens de Organisatie van de Islamitische Conferentie diende Pakistan een 'geen aktie'-motie in, zó geschreven dat de Braziliaanse resolutie een stille dood zou sterven. De motie werd verworpen met 24 tegen 22.
 
Stap 2: amendementen, die effect hadden op alle onderdelen van de motie, werden voorgesteld door Saoedi-Arabië, Pakistan, Egypte, Libië en Maleisië, om zo het initiatief de nek om te draaien. Pakistan dreigde zelfs om nog honderd extra amendementen in te dienen. Een nogal ondemocratische manier om een stemming over de motie tijdens de conferentie te voorkomen.
 
Dit alles vond plaats tijdens de laatste dagen van de sessie van de commissie. De resolutie en de amendementen werden doorgeschoven tot de volgende jaarlijkse vergadering met 24 stemmen voor, 17 tegen en 12 blanco stemmen.
 
Zesentwintig landen hadden ingetekend als supporter van de resolutie, veel landen daarvan zaten dat jaar niet in de commissie. Dat was nieuw. Brazilië had de landen gedwongen om ja of nee te zeggen.
 
‘Fruits in Suits’ en ‘Dykes in Dresses’
 
Mannen en vrouwen die openlijk homoseksueel zijn, waren altijd zeldzaam bij de sessies van de verschillende organen van de VN. Ik sprak in 1992 tijdens één zo'n sessie volgens sommige leden van de Subcommissie "vervelend open over homoseksualiteit".
 
Een aantal homoseksuelen sprak in 1993 op de Weense Wereldconferentie over Mensenrechten. Veel lesbiennes waren aanwezig bij de Vrouwenconferentie in Beijing in 1995. De Wereldconferentie verwelkomt altijd veel NGO's: niet gouvernementele organisaties, organisaties die los van overheden functioneren in het maatschappelijke belang, dus. Het was een heel ander verhaal bij de jaarlijkse vergaderingen van de Commissie en de Subcommissie. 
 
De lobby leren

De Braziliaanse resolutie dwong ons om te leren lobbyen bij de VN. Ons organiseren is misschien sterk uitgedrukt. We zijn namelijk sterk uiteenlopend. Maar we waren er in 2004, uitgedost in jurken, jasjes en kousen om de overwinning te zien van de Braziliaanse resolutie. Vijftig mensen afkomstig uit alle vijf de regio’s die de VN kent.
 
Geen enkele holebi-organisatie is benoemd door de VN, maar we hebben vrienden bij de niet-gouvernementele organisaties die ons een ingang gaven. Belangrijke holebi’s leerden de cultuur binnen de VN commissie voor mensenrechten kennen. En we waren er weer in 2005, voor het volgende hoofdstuk in het dossier.
 
Ik ben thuisgebleven in Bangkok, overtuigt dat de Braziliaanse resolutie zou stranden. Ik had gelijk en ongelijk.

Uitstel, afstel en een schrale troost

In de aanloop naar de Commissievergadering (voor mensenrechten) in 2004 liet Pakistan, als coördinator van mensenrechten en humanitaire onderwerpen voor de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC), een brief circuleren bij de andere leden van de OIC in Genève.
 
Het begrip ’seksuele geaardheid’ is nooit gedefinieerd door de VN. Het is bijna nooit voorgekomen in een document van de VN. Pogingen om dat wel gedaan te krijgen, gaan gepaard met enorme controversie en onenigheid. (…) De lijst met seksueel gedrag kan altijd worden uitgebreid met vreselijke  begrippen zoals pedofilie. (…) Vanuit ons perspectief is seksuele geaardheid nooit punt van discussie geweest bij mensenrechten. In plaats daarvan is het gerelateerd tot sociale waarden en culturele normen. Individuele landen moeten zelf een weg vinden om hiermee om te gaan binnen hun eigen sociale en strafstelsels. (…) Het concept van een traditioneel gezin onderschrijft de fundamenten van menselijke ontwikkeling.  

Brazilië kwam tijdens de vergadering van de commissie voor mensenrechten met een verklaring naar buiten dat de tijd nog niet rijp was om door te gaan met de resolutie. Er was meer tijd nodig om de resolutie erdoor te krijgen. De resolutie stierf in 2005 een stille dood.
 
Voorafgaand aan de vergadering in 2005 maakte Brazilië duidelijk dat ze niet opnieuw de resolutie zouden indienen. 'Misschien dat iemand anders de leiding zou nemen? Misschien Argentinië?' Maar niemand stapte naar voren.
 
Niemand blij

Brazilië zei dat Europa meer had moeten doen om de resolutie te steunen. Westerse landen riepen daartegenin dat Brazilië maar weinig heeft gedaan om steun te krijgen bij ander ontwikkelingslanden. Zuid-Afrika dacht dat Brazilië meer met Europa zou gaan samenwerken. Niemand was blij.
 
Er was een troostprijs. Westerse landen hadden anti-disciminatiewetten aangenomen. Hoe kon het zijn dat ze stil bleven in Genève? Nieuw Zeeland nam het initiatief met een pro-homo verklaring namens 37 landen. 
 
We onderkennen dat seksualiteit een complex en gevoelig onderwerp is. Maar we zijn niet bereid tot een compromis over het principe dat alle mensen gelijk zijn  in waardigheid, rechten en vrijheiden. We hopen dat de commissie niet veel langer zal uitblinken in stilte. 
 
Goede redenen om niets te doen
 
Iedereen had goede redenen om de Braziliaanse resolutie de vergetelheid in te sturen. Voor de tegenstanders was er de verdediging vanuit de Islam, traditie of familie. Maar wat is de reden van de landen die vóór gelijke mensenrechten zijn, om geen actie te ondernemen?
 
Eerst Brazilië. Het land introduceerde als eerste een passage die verwees naar gelijke homorechten en liet dat later zelf vallen. De resolutie was in 2003 geïntroduceerd en had verbanden met de initiatieven van het presidentsschap van Cardoso. Luis Inacio Lula da Silva van de arbeiderspartij, beter bekend als Lula, werd eerder dat jaar president. Dat leek goed voor de holebirechten. Een prominente politicus van de arbeiderspartij had meer dan tien jaar gelobbyd voor rechten voor partners. De grote steden hadden allemaal antidiscriminatie wetten waar seksuele geaardheid in genoemd werd.
 
Lula had andere prioriteiten. Hij bedelde bij Arabische staten om investeringen, hij was gastheer bij een concilie van Arabische en Zuid-Amerikaanse landen in Brazilië in april 2005. Er wordt gezegd dat Egypte Brazilië heeft gevraagd om de resolutie in te trekken. Brazilië speelde een leidersrol bij de ontwikkelingslanden in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waarbij Lula de VS en de EU aanviel voor hun subsidies op de landbouw. Maar weinig van deze partners van het land stemden voor holebigelijkheid.
 
Lula had als extra moeilijkheid dat Severino Cavalcanti was gekozen tot voorzitter van het lagerhuis van het congres. Cavalcanti haat homo’s
 
Allemaal goede redenen om de resolutie te laten vallen. 
 
Zuid-Afrika: het eerste land dat discriminatie op grond van seksuele geaardheid verbied in zijn grondwet. Zuid-Afrika beschermde zijn rol als leider van de Afrikaanse groep en gaf voorrang aan ontwikkelingsdoeleinden.
 
Activisten waren enthousiast toe Zweden toestemde om een verwijzing naar ‘geslachtsidentiteiten’ in een voorstelresolutie over executies. De moorden op travestieten in Rio en andere grote steden maakten de verwijzing tot een hoge prioriteit. Canada nam ‘seksuele geaardheid’ op in hun voorstelresolutie over geweld tegen vrouwen.

Maar zowel Zweden en Canada wilden hun resolutie beschermen tegen controversie. Sommige landen wezen erop dat discussies niet te vermijden zouden zijn. Beide landen verwierpen hun verwijzingen. Duitsland wilde de resolutie niet steunen omdat dat zou bevestigen dat de resolutie westerse waarden zou weergeven.

Iedereen had een goede reden. Wat nu?
 
Homoseksuelen blijven vanaf nu waarschijnlijk wel bij de VN. Activist John Fisher zegt dat het tijdperk van onzichtbaarheid bij de VN definitief voorbij is. Dus we zijn aanwezig bij de Commissie in 2006 en 2007 en 2008, zelfs als het in Genève extreem saai en vreselijk duur is.
 
De hoge VN commissaris voor de Mensenrechten stelt voor dat we een internationaal forum organiseren om deze onderwerpen te bediscussiëren, in bijzijn van onze tegenstanders. Haar afdeling zou meehelpen, maar niet de hoofdsponsor zijn. Dat zal ongetwijfeld gebeuren, maar het zal moeilijk worden om onze tegenstanders te laten participeren in de discussie, welke discussie dan ook. Toen ze hadden gewonnen bij de Commissie, keuren ze simpelweg iedere campagne voor ‘nieuwe rechten’ af waarbij ze de woorden ‘homoseksueel’ of  ‘seksuele geaardheid’ niet in de mond nemen. Ze willen geen dialoog. We zullen ze schreeuwend en schoppend moeten meeslepen.
 
Er staan nog wat gevechten, wat gelobby en wat campagnes in het vooruitzicht. Oké. We zijn gewend aan lobbyen, marcheren en vlaggen wapperen. Dat is deel van het leven van homoseksuelen. We hebben veel te danken aan Brazilië omdat zij ervoor hebben gezorgd dat onze campagne is begonnen in de statige zalen van het Palais des Nations met zicht op het meer van Genève.

Het is jammer dat de vergaderingen niet in Rio zijn. Dat zou veel leuker zijn.
 
Douglas Sanders is gepensioneerd hoogleraar in de rechten en woont tegenwoordig in Bangkok. Dit artikel is een vertaling en bewerking van een artikel van zijn hand dat eerder verscheen op Fridea.com.