De toekomst van de NPS
Rob Tielman | Column
Gepubliceerd op: 06 juli 2005
Het is bijna 25 jaar geleden dat ik als toenmalig algemeen secretaris van het COC de publieke omroepen vroeg om structurele aandacht voor homoseksualiteit.
In die tijd werd er niet over homo’s en lesbo’s gesproken, behalve als er negatieve publiciteit was. In het boek ‘Homoseksualiteit in beeld’ van Homostudies Utrecht uit 1989 blijkt hoe moeizaam de relatie tussen homoseksualiteit en publieke omroep jarenlang is geweest.
Enerzijds zijn er vele (mislukte) pogingen geweest om een aparte landelijke homo/lesbische omroep op te richten. Anderzijds is het via Urania, HOMONOS en het Roze Rijk toch gelukt om de publieke omroep structureel aandacht aan homoseksualiteit te laten besteden die dieper ging dan de gebruikelijke relnichten in het NOS Journaal tijdens de Roze Zaterdagen en de Canal Parades.
Met de dreigende opheffing van de NPS dreigen we 25 jaar in de tijd te worden teruggeworpen, met dank aan partijen als D66 en VVD die zich graag homovriendelijk voordoen.
Is het hun bedoeling dat we naast de jongerenomroep BNN nu toch weer een homo/lesbische omroep gaan oprichten? Of moeten we nu de hand ophouden bij de islamitische of de humanistische omroep? Wie weet wat D66 en VVD willen, mag het zeggen.
Mij valt op dat de mediabeleidsmakers in regering en volksvertegenwoordiging homoseksualiteit kennelijk helemaal uit het oog hebben verloren. En dat in een tijd dat de homovijandigheid weer aan het toenemen is en en er voor grote groepen homo/lesbische jongeren behoefte bestaat aan positieve identificatiemogelijkheden.
Het Roze Rijk voorziet in die behoefte door via internet radio- en televisieprogramma’s toegankelijk te maken die op betrouwbare wijze aandacht aan homoseksualiteit besteden. Moet dat nu allemaal op de schroothoop der geschiedenis? Met het gevaar dat de geschiedenis van homohaat en vervolging zich weer gaat herhalen?
Homo/lesbische gelijkberechtiging is geen natuurverschijnsel maar zal elke generatie weer opnieuw verwezenlijkt moeten worden.
De functie van de publieke omroep is daarbij van wezenlijk belang. Misschien kunnen de dames en heren politici uit de regeringscoalitie daar tijdens het maandenlange vakantiereces eens over nadenken?
In die tijd werd er niet over homo’s en lesbo’s gesproken, behalve als er negatieve publiciteit was. In het boek ‘Homoseksualiteit in beeld’ van Homostudies Utrecht uit 1989 blijkt hoe moeizaam de relatie tussen homoseksualiteit en publieke omroep jarenlang is geweest.
Enerzijds zijn er vele (mislukte) pogingen geweest om een aparte landelijke homo/lesbische omroep op te richten. Anderzijds is het via Urania, HOMONOS en het Roze Rijk toch gelukt om de publieke omroep structureel aandacht aan homoseksualiteit te laten besteden die dieper ging dan de gebruikelijke relnichten in het NOS Journaal tijdens de Roze Zaterdagen en de Canal Parades.
Met de dreigende opheffing van de NPS dreigen we 25 jaar in de tijd te worden teruggeworpen, met dank aan partijen als D66 en VVD die zich graag homovriendelijk voordoen.
Is het hun bedoeling dat we naast de jongerenomroep BNN nu toch weer een homo/lesbische omroep gaan oprichten? Of moeten we nu de hand ophouden bij de islamitische of de humanistische omroep? Wie weet wat D66 en VVD willen, mag het zeggen.
Mij valt op dat de mediabeleidsmakers in regering en volksvertegenwoordiging homoseksualiteit kennelijk helemaal uit het oog hebben verloren. En dat in een tijd dat de homovijandigheid weer aan het toenemen is en en er voor grote groepen homo/lesbische jongeren behoefte bestaat aan positieve identificatiemogelijkheden.
Het Roze Rijk voorziet in die behoefte door via internet radio- en televisieprogramma’s toegankelijk te maken die op betrouwbare wijze aandacht aan homoseksualiteit besteden. Moet dat nu allemaal op de schroothoop der geschiedenis? Met het gevaar dat de geschiedenis van homohaat en vervolging zich weer gaat herhalen?
Homo/lesbische gelijkberechtiging is geen natuurverschijnsel maar zal elke generatie weer opnieuw verwezenlijkt moeten worden.
De functie van de publieke omroep is daarbij van wezenlijk belang. Misschien kunnen de dames en heren politici uit de regeringscoalitie daar tijdens het maandenlange vakantiereces eens over nadenken?