COC wil homodiscriminatie in grondwet
Download brief COC aan Tweede Kamerwoordvoerders!
Gepubliceerd op: 09 juni 2006
COC Nederland wil (weer) dat discriminatie van homoseksuelen nadrukkelijk wordt opgenomen in Artikel 1 van de Nederlandse grondwet. Recentelijk onderzocht een commissie of het wenselijk was om dat te doen, maar adviseerde minister Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing) vervolgens dat het niet hoefde.
Brief
De landelijke homo-organisatie pleit er nu in een brief (zie de link hiernaast) aan de woordvoerders homo-emancipatie van de verschillende Tweede Kamerfracties voor dat homoseksualiteit wel genoemd gaat worden.
Het COC hoopt dat de woordvoerders op hun beurt ervoor zorgen dat het punt terug op de politieke agenda komt. De organisatie pleit daar overigens al langer voor. De brief is daarnaast praktisch een ‘geschiedenisles’, waarin veel herkenbare actuele voorvallen van discriminatie van homoseksuelen im- en expliciet genoemd worden.
‘Onveilig’
Opvallend is dat een van de oudste wrijvingsvlakken op het gebied van homodiscriminatie – religie en homoseksualiteit – in een voetnoot genoemd wordt. De brief richt zich voornamelijk op herkenbare discriminatoire zaken die heden ten dage ‘nieuw’ de kop opsteken, zoals discriminatie in het onderwijs, discriminatie door allochtonen en discriminatie van homoseksuele ouderen.
Het COC geeft een lijst argumenten waarom homodiscriminatie nadrukkelijk genoemd kan worden. Zo schrijft COC-voorzitter Frank van Dalen onder andere dat “tweederde van de homoseksuele mannen en lesbische vrouwen zich soms onveilig voelt, veertig procent zich de afgelopen jaren onveilig is gaan voelen en eenderde zijn of haar gedrag in de openbare ruimte heeft aangepast.”
‘School en allochtoon’
Over het onderwijs meldt de brief onder andere: “Homoseksuele leerlingen voelen zich tot zes keer onveiliger dan de gemiddelde leerling, homoseksuele docenten besluiten om ‘terug de kast in’ te gaan en schooldirecties weigeren aandacht aan homoseksualiteit te besteden.”
Verder: "Spanningen tussen bepaalde groepen allochtonen en homoseksuelen nemen toe: er is sprake van (gewelds-)incidenten in de oude wijken van grote steden, maar ook van groeiende xenofobie onder homoseksuelen. Homoseksuelen ondervinden nog altijd problemen op de werkvloer, bij de sportclub en in de ouderenzorg.”
‘Homo en religie’
Over religieuze discriminatie wordt in de voetnoot geschreven: “Scholen mogen op religieuze grondslag nog altijd praktiserende homoseksuele docenten weigeren. Ambtenaren van de burgerlijke stand mogen op religieuze gronden weigeren om huwelijken tussen partners van gelijk geslacht te voltrekken. Religieuze gezagdragers mogen met een beroep op godsdienstvrijheid ongestraft discrimineren (zo stelde Imam El-Moumni dat homo’s lager zijn dan honden en varkens, de Hengelose dominee Herbig dat homoseksualiteit een ‘vieze en vuile zonde’ is en voormalig RPF-fractievoorzitter Van Dijke dat een homoseksueel niet beter is dan een dief).”
’Criteria voldaan’
In een begeleidend schrijven meldt briefschrijver Frank van Dalen: “Ik concludeer in deze brief dat aan de twee belangrijkste criteria van de regering voor het opnemen van een discriminatiegrond in artikel 1 is voldaan: er is een duidelijke maatschappelijke noodzaak en de Commissie noemt drie argumenten waarom expliciete vermelding juridisch van belang kan zijn. Ook diverse andere argumenten, zoals gelijke behandeling van seksuele gerichtheid en godsdienst, pleiten voor uitbreiding.”
Van Dalen sluit het begeleidende schrijven af met de wens dat de woordvoerders, net als verschillende andere organisaties, willen gaan pleiten voor uitbreiding van artikel 1.
Niet de eerste keer
Het is overigens niet de eerste keer dat het COC pleit voor vermelding van homodiscriminatie in de grondwet. Begin 2005 pleitte de toenmalige COC-voorzitter Wybren Bakker ook in een brief voor hetzelfde punt. Toen vond de organisatie weinig gehoor.
Homo-organisatie HLBF.NL sloot zich toen niet aan bij de wens van het COC. In een reactie liet de organisatie destijds weten meer te voelen voor aanpassing van Artikel 6 van de grondwet, waarin vrijheid van Godsdienst vastgelegd is: "HLBF.NL daarentegen pleit voor beperking van artikel 6 waarin de vrijheid van Godsdienst centraal staat. Tot op heden heeft de Rechterlijke Macht dit artikel zwaarder laten wegen dan artikel 1. Juist wettelijke bepalingen die de godsdienstvrijheid beperken zullen hierin verandering brengen" Het is niet bekend wat HLFB.NL nu doet.
Wat is Artikel 1
In Artikel 1 van de Grondwet staan het Gelijkheidsbeginsel en het Discriminatieverbod geformuleerd. Het geeft aan dat gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden (Gelijkheidsbeginsel) en dat discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook niet is toegestaan (Discriminatieverbod).
Onlangs rapporteerde de Commissie Rechtsgevolgen Non-discriminatiegronden Artikel 1 Grondwet over de juridische gevolgen van het expliciet benoemen van non-discriminatiegronden (zoals homodiscriminatie) in Artikel 1 van de Grondwet. De commissie concludeerde in een rapport dat homoseksualiteit niet nadrukkelijk genoemd hoeft te worden. In een brief van 1 mei 2006 zond minister Pechtold van Bestuurlijke Vernieuwing dat rapport naar de Tweede Kamer.
Lees de volledige brief van COC Nederland aan de woordvoerders via de link in de kolom rechts hiernaast (bovenaan, download, Word).
_____________________________________________
Meer COC:
►RozeRijk.nl Dossier COC
Meer discriminatie:
►RozeRijk.nl Dossier Discriminatie
Meer politiek:
►RozeRijk.nl Dossier Politiek
Brief
De landelijke homo-organisatie pleit er nu in een brief (zie de link hiernaast) aan de woordvoerders homo-emancipatie van de verschillende Tweede Kamerfracties voor dat homoseksualiteit wel genoemd gaat worden.
Het COC hoopt dat de woordvoerders op hun beurt ervoor zorgen dat het punt terug op de politieke agenda komt. De organisatie pleit daar overigens al langer voor. De brief is daarnaast praktisch een ‘geschiedenisles’, waarin veel herkenbare actuele voorvallen van discriminatie van homoseksuelen im- en expliciet genoemd worden.
‘Onveilig’
Opvallend is dat een van de oudste wrijvingsvlakken op het gebied van homodiscriminatie – religie en homoseksualiteit – in een voetnoot genoemd wordt. De brief richt zich voornamelijk op herkenbare discriminatoire zaken die heden ten dage ‘nieuw’ de kop opsteken, zoals discriminatie in het onderwijs, discriminatie door allochtonen en discriminatie van homoseksuele ouderen.
Het COC geeft een lijst argumenten waarom homodiscriminatie nadrukkelijk genoemd kan worden. Zo schrijft COC-voorzitter Frank van Dalen onder andere dat “tweederde van de homoseksuele mannen en lesbische vrouwen zich soms onveilig voelt, veertig procent zich de afgelopen jaren onveilig is gaan voelen en eenderde zijn of haar gedrag in de openbare ruimte heeft aangepast.”
‘School en allochtoon’
Over het onderwijs meldt de brief onder andere: “Homoseksuele leerlingen voelen zich tot zes keer onveiliger dan de gemiddelde leerling, homoseksuele docenten besluiten om ‘terug de kast in’ te gaan en schooldirecties weigeren aandacht aan homoseksualiteit te besteden.”
Verder: "Spanningen tussen bepaalde groepen allochtonen en homoseksuelen nemen toe: er is sprake van (gewelds-)incidenten in de oude wijken van grote steden, maar ook van groeiende xenofobie onder homoseksuelen. Homoseksuelen ondervinden nog altijd problemen op de werkvloer, bij de sportclub en in de ouderenzorg.”
‘Homo en religie’
Over religieuze discriminatie wordt in de voetnoot geschreven: “Scholen mogen op religieuze grondslag nog altijd praktiserende homoseksuele docenten weigeren. Ambtenaren van de burgerlijke stand mogen op religieuze gronden weigeren om huwelijken tussen partners van gelijk geslacht te voltrekken. Religieuze gezagdragers mogen met een beroep op godsdienstvrijheid ongestraft discrimineren (zo stelde Imam El-Moumni dat homo’s lager zijn dan honden en varkens, de Hengelose dominee Herbig dat homoseksualiteit een ‘vieze en vuile zonde’ is en voormalig RPF-fractievoorzitter Van Dijke dat een homoseksueel niet beter is dan een dief).”
’Criteria voldaan’
In een begeleidend schrijven meldt briefschrijver Frank van Dalen: “Ik concludeer in deze brief dat aan de twee belangrijkste criteria van de regering voor het opnemen van een discriminatiegrond in artikel 1 is voldaan: er is een duidelijke maatschappelijke noodzaak en de Commissie noemt drie argumenten waarom expliciete vermelding juridisch van belang kan zijn. Ook diverse andere argumenten, zoals gelijke behandeling van seksuele gerichtheid en godsdienst, pleiten voor uitbreiding.”
Van Dalen sluit het begeleidende schrijven af met de wens dat de woordvoerders, net als verschillende andere organisaties, willen gaan pleiten voor uitbreiding van artikel 1.
Niet de eerste keer
Het is overigens niet de eerste keer dat het COC pleit voor vermelding van homodiscriminatie in de grondwet. Begin 2005 pleitte de toenmalige COC-voorzitter Wybren Bakker ook in een brief voor hetzelfde punt. Toen vond de organisatie weinig gehoor.
Homo-organisatie HLBF.NL sloot zich toen niet aan bij de wens van het COC. In een reactie liet de organisatie destijds weten meer te voelen voor aanpassing van Artikel 6 van de grondwet, waarin vrijheid van Godsdienst vastgelegd is: "HLBF.NL daarentegen pleit voor beperking van artikel 6 waarin de vrijheid van Godsdienst centraal staat. Tot op heden heeft de Rechterlijke Macht dit artikel zwaarder laten wegen dan artikel 1. Juist wettelijke bepalingen die de godsdienstvrijheid beperken zullen hierin verandering brengen" Het is niet bekend wat HLFB.NL nu doet.
Wat is Artikel 1
In Artikel 1 van de Grondwet staan het Gelijkheidsbeginsel en het Discriminatieverbod geformuleerd. Het geeft aan dat gelijke gevallen gelijk behandeld dienen te worden (Gelijkheidsbeginsel) en dat discriminatie op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook niet is toegestaan (Discriminatieverbod).
Onlangs rapporteerde de Commissie Rechtsgevolgen Non-discriminatiegronden Artikel 1 Grondwet over de juridische gevolgen van het expliciet benoemen van non-discriminatiegronden (zoals homodiscriminatie) in Artikel 1 van de Grondwet. De commissie concludeerde in een rapport dat homoseksualiteit niet nadrukkelijk genoemd hoeft te worden. In een brief van 1 mei 2006 zond minister Pechtold van Bestuurlijke Vernieuwing dat rapport naar de Tweede Kamer.
Lees de volledige brief van COC Nederland aan de woordvoerders via de link in de kolom rechts hiernaast (bovenaan, download, Word).
_____________________________________________
Meer COC:
►RozeRijk.nl Dossier COC
Meer discriminatie:
►RozeRijk.nl Dossier Discriminatie
Meer politiek:
►RozeRijk.nl Dossier Politiek