Allemaal anders, allemaal gelijk
Burgers Nijmegen en Amsterdam in debat
Gepubliceerd op: 26 maart 2005
Praten en overleggen; het poldermodel is hėt handelsmerk van Nederland. Niet alleen op bestuurlijk niveau is communiceren erg belangrijk, maar ook tussen burgers onderling. De intolerantie en discriminatie tegenover homoseksualiteit lijken te zijn toegenomen. Sommige homoseksuelen voelen zich onveilig. Met name toenemende angst voor de islam ligt hieraan ten grondslag. Onbekend maakt onbemind? Burgers in Nijmegen en Amsterdam gingen afgelopen week met elkaar in gesprek.
Nijmegen: debat 'vrijheid van meningsuiting, een vloek of een zegen?'
Op maandag 21 maart hebben zich twintig mensen verzameld in wijkcentrum Burghard in Nijmegen. Zij discussiëren over de vraag of er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting. Kan en mag je alles zeggen wat je denkt, vindt of voelt? Waar ligt de grens met discriminatie of het kwetsen van anderen? Hoe ver mag je gaan in het uiten van je mening?
Nico Lippe van COC Nijmegen, een van de discussieleiders, buigt zich samen met het publiek over diverse vraagstukken, geassisteerd door een panel van deskundigen, bestaande uit Marcia Held (Adviescommissie Allochtonen), Kees Brinkman (GoBi), Kees Ruig (Humanistisch Verbond Nijmegen), Louis van den Hengel (Pinkeltje), Fatma Ali (GroenLinks) en Betty den Dekker (COC Nijmegen).
Wanneer kwets je iemand?
Verschillende mensen geven aan dat wanneer iemand gekwetst wordt, er een grens is bereikt met betrekking tot vrijheid van meningsuiting. Kees Ruig ziet dat toch anders: “Vrijheid van meningsuiting is een zegen en nee, er zijn geen grenzen aan het uiten van je mening. Je moet stoom kunnen afblazen. Maar het gaat om de manier waarop mensen zich uiten en daar zitten wel grenzen aan.”
Betty den Dekker benadrukt opnieuw dat daar volgens haar wel degelijk grenzen aan vastkleven. “De grens ligt daar waar je de ander kwetst.”
“Maar”, vraagt Kees Brinkman zich af, “wanneer kwets je iemand? De een is veel sneller gekrenkt dan de ander”.
Hierop heeft Betty den Dekker een helder antwoord: “We kunnen kijken naar wanneer iets strafbaar is. Laat de rechter bepalen of iemand iets terecht heeft gedaan of gezegd. We willen met elkaar samenleven, dat is een groot goed.”
Na een wat langdradige discussie over de begrippen tolerantie, acceptatie en respect zorgt Mouhadin Molly voor wat ontspanning met een geweldig Koerdisch/Turks optreden.
Homo’s zijn ook intolerant
Na de pauze mag ook het publiek meepraten over het onderwerp en wordt er naar oplossingen gezocht die er toe moeten bijdragen dat homoseksualiteit bij moslims meer wordt geaccepteerd.
Marcia Held: “Het bespreekbaar maken is al heel belangrijk. We moeten het wel een kans geven”. Louis van de Hengel sluit zich hierbij aan: “Homoseksualiteit moet eerst binnen de eigen cultuur besproken en geaccepteerd worden en we moeten niet vergeten dat ook niet alle homo’s lieverdjes zijn, zij zijn ook intolerant”.
Iemand uit het publiek vraagt zich hardop af of het geen wederzijdse angst is. Fatima Ali belicht de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Zij vindt voorlichting op scholen erg belangrijk. Het was voor haar overigens de eerste keer dat ze iemand hoorde zeggen dat ook homo’s intolerant kunnen zijn.
Aan het eind van de avond vraagt Nico Lippe de aanwezigen om concrete actiepunten te formuleren. De belangrijkste uitkomsten:
-Elkaar begroeten ( publiek)
-Doorgaan met discussiëren ( Betty den Dekker)
-Mensen moeten zich verdiepen in hun allochtone/autochtone buurman (Marcia Held)
-Als moeder kun je met je kind over homoseksualiteit praten (Marcia Held)
Woensdag 23 maart, halfacht. Aan de Tweede Oosterparkstraat in Amsterdam-Oost komen zestig buurtbewoners bijeen om te praten over het herstellen van hun maatschappelijke binding. Het is nogal onrustig geweest in deze omgeving, aangezien hier de moord op Theo van Gogh plaatsvond. Niet lang geleden werd een tasjesdief doodgereden en een homoseksuele man uit de Retiefstraat heeft noodgedwongen moeten verhuizen. COC Amsterdam en EMCEMO (Euro Mediterraan Centrum Migratie en Ontwikkeling) hebben naar aanleiding van deze gebeurtenissen een debat georganiseerd.
Discussieleider Ahmed Merkoez (bestuur Unie Marokkaanse Moskeeën Amsterdam) zoekt naar oplossingen en peilt de meningen van de aanwezigen. Speciaal genodigden waren Abdellah Merhaz (contactvaders, zij lopen door de buurt en spreken jongeren aan op hun gedrag) Jamillah Azdi, (stadsdeelraadslid GroenLinks), Martin Verbeet (voorzitter stadsdeel Oost –Watergraafsmeer), Krzysztof Dobrowolski (COC voorlichting), Abdou Menebhi (directeur ENCEMO), Jessica Silversmith (directeur Meldpunt Discriminatie Amsterdam) en Tania Barkhuis (initiatiefneemster en werkzaam bij COC Nederland).
Abdou Menebhi krijgt als eerste het woord. “Alle religies hebben een taboe. Homofobie is niet alleen bij het islamitische geloof een probleem, dit speelt bij andere geloven eveneens. Net als bij elke andere religie zijn er tussen islamitische mensen ook verschillen. Door de politiek worden wij als een groep neergezet die allemaal hetzelfde denken.”
Het probleem is de zichtbaarheid van homoseksuelen
Tania Barkhuis leest een brief voor van een lesbische vrouw: “Ik durf niet te komen omdat ik niet weet wie er nog meer zal zijn. Ik ben bang voor bepaalde mensen in mijn buurt.”
Tania Barkhuis benadrukt dat veel mensen alleen maar omgaan met angst, terwijl zij volgens haar om moeten gaan met diversiteit. “We zijn bang voor de ander. Het gaat niet om psychologische fobieën als pleinvrees of claustrofobie. De moderne homodiscriminatie gaat om de zichtbaarheid van homoseksuelen (en transgenders, red.) In onze samenleving heeft iedereen het recht om lief te hebben wie hij wil.”
Het COC probeert door voorlichting, gesprekken en het bevorderen van de zichtbaarheid van homoseksuelen en homoseksualiteit in het algemenen het acceptatieproces te bevorderen. Tania Barkhuis: “Het lijkt wel of steeds meer mensen de kast in kruipen. Pas na de Prinsengracht durven homoseksuelen elkaars hand weer vast te houden.
We hebben ook te maken met een hoop vooroordelen; veel mensen denken dat de jaarlijkse Canal Pride de gemiddelde homo vertegenwoordigt, terwijl tachtig procent van de homoseksuelen een heel gewoon leven leidt. Veel mensen weten misschien niet eens dat hun buurvrouw lesbisch is. Het COC probeert rond de Canal Pride een soort informatiedag te houden in het Oosterpark, zodat mensen kennis kunnen maken met de alledaagse homo.”
Jamillah Azdi vindt dat voorlichting essentieel is. “Alleen moet dit wel op de juiste manier gebeuren. Veel islamitische ouders denken bij campagnes; oh oh, ze willen mijn kind homoseksueel maken. Het is veel belangrijker hoe je er zelf mee omgaat dan hoe instanties er mee omgaan.”
Na twee uur bruisende discussies wordt de aanwezigen gevraagd kort en bondig te formuleren wat er volgens hen dient te gebeuren:
· Elkaar meer aanspreken, begroet je buurvrouw (publiek)
· Weet waar je kind is, als ouder (publiek)
· Erkennen dat dit een maatschappelijk probleem is, geen groepsprobleem (publiek)
· Niet bang zijn voor homo’s of islamieten (publiek)
· Bij de volgende bijeenkomst ook de jongeren om wie het gaat betrekken (Jamillah Azdi)
· Adequaat optreden als er iets gebeurt (Martin Verbeet)
· Taboes doorbreken, seks bespreekbaar maken (Abdellah Merhaz)
Geef het wat tijd
Tania Barkhuis blikt tevreden terug op de discussieavond. “Dit soort bijeenkomsten helpt heel erg om het taboe te doorbreken. We gaan nu proberen hier op scholen in Oost voorlichting te geven. De stadsdeelvoorzitter gaat ons hierbij helpen. De hele Nederlandse maatschappij is verhard en intoleranter geworden. Maar het helpt als mensen net als vandaag met elkaar in gesprek gaan.”
Didi (28) is lid van het COC en woont in Oost: “Ik vind het initiatief heel goed, maar wat je bij dit soort bijeenkomsten vaak ziet is dat er geen welwillende Marokkanen komen, alleen een hoop Nederlanders. Waar zijn de mensen waar het om gaat? Ik denk niet dat er nu veel gaat gebeuren. Het acceptatieproces heeft tijd nodig. We willen het allemaal te snel. Geef mensen de tijd.”
Hij gaf wel aan dat ook hij pas weer in de binnenstad hand in hand loopt met zijn partner.
21 Maart 2005: internationale dag tegen racisme
De parallel die getrokken kan worden tussen beide debatten is dat het belangrijk is je medebuurtbewoners te groeten en te beseffen dat het acceptatieproces tijd nodig heeft.
De 21e maart is door de Verenigde Naties uitgeroepen als dag tegen racisme. Aanleiding hiervoor was het bloedbad in Sharpeville Zuid-Afrika, op 21 maart 1960, waarbij de politie het vuur opende op een groep antiapartheid demonstranten. Dit had tientallen doden tot gevolg. Sindsdien wordt er op deze dag wereldwijd stilgestaan bij het belang van de strijd tegen racisme en elke andere vorm van discriminatie.
Nijmegen: debat 'vrijheid van meningsuiting, een vloek of een zegen?'
Op maandag 21 maart hebben zich twintig mensen verzameld in wijkcentrum Burghard in Nijmegen. Zij discussiëren over de vraag of er grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting. Kan en mag je alles zeggen wat je denkt, vindt of voelt? Waar ligt de grens met discriminatie of het kwetsen van anderen? Hoe ver mag je gaan in het uiten van je mening?
Nico Lippe van COC Nijmegen, een van de discussieleiders, buigt zich samen met het publiek over diverse vraagstukken, geassisteerd door een panel van deskundigen, bestaande uit Marcia Held (Adviescommissie Allochtonen), Kees Brinkman (GoBi), Kees Ruig (Humanistisch Verbond Nijmegen), Louis van den Hengel (Pinkeltje), Fatma Ali (GroenLinks) en Betty den Dekker (COC Nijmegen).
Wanneer kwets je iemand?
Verschillende mensen geven aan dat wanneer iemand gekwetst wordt, er een grens is bereikt met betrekking tot vrijheid van meningsuiting. Kees Ruig ziet dat toch anders: “Vrijheid van meningsuiting is een zegen en nee, er zijn geen grenzen aan het uiten van je mening. Je moet stoom kunnen afblazen. Maar het gaat om de manier waarop mensen zich uiten en daar zitten wel grenzen aan.”
Betty den Dekker benadrukt opnieuw dat daar volgens haar wel degelijk grenzen aan vastkleven. “De grens ligt daar waar je de ander kwetst.”
“Maar”, vraagt Kees Brinkman zich af, “wanneer kwets je iemand? De een is veel sneller gekrenkt dan de ander”.
Hierop heeft Betty den Dekker een helder antwoord: “We kunnen kijken naar wanneer iets strafbaar is. Laat de rechter bepalen of iemand iets terecht heeft gedaan of gezegd. We willen met elkaar samenleven, dat is een groot goed.”
Na een wat langdradige discussie over de begrippen tolerantie, acceptatie en respect zorgt Mouhadin Molly voor wat ontspanning met een geweldig Koerdisch/Turks optreden.
Homo’s zijn ook intolerant
Na de pauze mag ook het publiek meepraten over het onderwerp en wordt er naar oplossingen gezocht die er toe moeten bijdragen dat homoseksualiteit bij moslims meer wordt geaccepteerd.
Marcia Held: “Het bespreekbaar maken is al heel belangrijk. We moeten het wel een kans geven”. Louis van de Hengel sluit zich hierbij aan: “Homoseksualiteit moet eerst binnen de eigen cultuur besproken en geaccepteerd worden en we moeten niet vergeten dat ook niet alle homo’s lieverdjes zijn, zij zijn ook intolerant”.
Iemand uit het publiek vraagt zich hardop af of het geen wederzijdse angst is. Fatima Ali belicht de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Zij vindt voorlichting op scholen erg belangrijk. Het was voor haar overigens de eerste keer dat ze iemand hoorde zeggen dat ook homo’s intolerant kunnen zijn.
Aan het eind van de avond vraagt Nico Lippe de aanwezigen om concrete actiepunten te formuleren. De belangrijkste uitkomsten:
-Elkaar begroeten ( publiek)
-Doorgaan met discussiëren ( Betty den Dekker)
-Mensen moeten zich verdiepen in hun allochtone/autochtone buurman (Marcia Held)
-Als moeder kun je met je kind over homoseksualiteit praten (Marcia Held)
Woensdag 23 maart, halfacht. Aan de Tweede Oosterparkstraat in Amsterdam-Oost komen zestig buurtbewoners bijeen om te praten over het herstellen van hun maatschappelijke binding. Het is nogal onrustig geweest in deze omgeving, aangezien hier de moord op Theo van Gogh plaatsvond. Niet lang geleden werd een tasjesdief doodgereden en een homoseksuele man uit de Retiefstraat heeft noodgedwongen moeten verhuizen. COC Amsterdam en EMCEMO (Euro Mediterraan Centrum Migratie en Ontwikkeling) hebben naar aanleiding van deze gebeurtenissen een debat georganiseerd.
Discussieleider Ahmed Merkoez (bestuur Unie Marokkaanse Moskeeën Amsterdam) zoekt naar oplossingen en peilt de meningen van de aanwezigen. Speciaal genodigden waren Abdellah Merhaz (contactvaders, zij lopen door de buurt en spreken jongeren aan op hun gedrag) Jamillah Azdi, (stadsdeelraadslid GroenLinks), Martin Verbeet (voorzitter stadsdeel Oost –Watergraafsmeer), Krzysztof Dobrowolski (COC voorlichting), Abdou Menebhi (directeur ENCEMO), Jessica Silversmith (directeur Meldpunt Discriminatie Amsterdam) en Tania Barkhuis (initiatiefneemster en werkzaam bij COC Nederland).
Abdou Menebhi krijgt als eerste het woord. “Alle religies hebben een taboe. Homofobie is niet alleen bij het islamitische geloof een probleem, dit speelt bij andere geloven eveneens. Net als bij elke andere religie zijn er tussen islamitische mensen ook verschillen. Door de politiek worden wij als een groep neergezet die allemaal hetzelfde denken.”
Het probleem is de zichtbaarheid van homoseksuelen
Tania Barkhuis leest een brief voor van een lesbische vrouw: “Ik durf niet te komen omdat ik niet weet wie er nog meer zal zijn. Ik ben bang voor bepaalde mensen in mijn buurt.”
Tania Barkhuis benadrukt dat veel mensen alleen maar omgaan met angst, terwijl zij volgens haar om moeten gaan met diversiteit. “We zijn bang voor de ander. Het gaat niet om psychologische fobieën als pleinvrees of claustrofobie. De moderne homodiscriminatie gaat om de zichtbaarheid van homoseksuelen (en transgenders, red.) In onze samenleving heeft iedereen het recht om lief te hebben wie hij wil.”
Het COC probeert door voorlichting, gesprekken en het bevorderen van de zichtbaarheid van homoseksuelen en homoseksualiteit in het algemenen het acceptatieproces te bevorderen. Tania Barkhuis: “Het lijkt wel of steeds meer mensen de kast in kruipen. Pas na de Prinsengracht durven homoseksuelen elkaars hand weer vast te houden.
We hebben ook te maken met een hoop vooroordelen; veel mensen denken dat de jaarlijkse Canal Pride de gemiddelde homo vertegenwoordigt, terwijl tachtig procent van de homoseksuelen een heel gewoon leven leidt. Veel mensen weten misschien niet eens dat hun buurvrouw lesbisch is. Het COC probeert rond de Canal Pride een soort informatiedag te houden in het Oosterpark, zodat mensen kennis kunnen maken met de alledaagse homo.”
Jamillah Azdi vindt dat voorlichting essentieel is. “Alleen moet dit wel op de juiste manier gebeuren. Veel islamitische ouders denken bij campagnes; oh oh, ze willen mijn kind homoseksueel maken. Het is veel belangrijker hoe je er zelf mee omgaat dan hoe instanties er mee omgaan.”
Na twee uur bruisende discussies wordt de aanwezigen gevraagd kort en bondig te formuleren wat er volgens hen dient te gebeuren:
· Elkaar meer aanspreken, begroet je buurvrouw (publiek)
· Weet waar je kind is, als ouder (publiek)
· Erkennen dat dit een maatschappelijk probleem is, geen groepsprobleem (publiek)
· Niet bang zijn voor homo’s of islamieten (publiek)
· Bij de volgende bijeenkomst ook de jongeren om wie het gaat betrekken (Jamillah Azdi)
· Adequaat optreden als er iets gebeurt (Martin Verbeet)
· Taboes doorbreken, seks bespreekbaar maken (Abdellah Merhaz)
Geef het wat tijd
Tania Barkhuis blikt tevreden terug op de discussieavond. “Dit soort bijeenkomsten helpt heel erg om het taboe te doorbreken. We gaan nu proberen hier op scholen in Oost voorlichting te geven. De stadsdeelvoorzitter gaat ons hierbij helpen. De hele Nederlandse maatschappij is verhard en intoleranter geworden. Maar het helpt als mensen net als vandaag met elkaar in gesprek gaan.”
Didi (28) is lid van het COC en woont in Oost: “Ik vind het initiatief heel goed, maar wat je bij dit soort bijeenkomsten vaak ziet is dat er geen welwillende Marokkanen komen, alleen een hoop Nederlanders. Waar zijn de mensen waar het om gaat? Ik denk niet dat er nu veel gaat gebeuren. Het acceptatieproces heeft tijd nodig. We willen het allemaal te snel. Geef mensen de tijd.”
Hij gaf wel aan dat ook hij pas weer in de binnenstad hand in hand loopt met zijn partner.
21 Maart 2005: internationale dag tegen racisme
De parallel die getrokken kan worden tussen beide debatten is dat het belangrijk is je medebuurtbewoners te groeten en te beseffen dat het acceptatieproces tijd nodig heeft.
De 21e maart is door de Verenigde Naties uitgeroepen als dag tegen racisme. Aanleiding hiervoor was het bloedbad in Sharpeville Zuid-Afrika, op 21 maart 1960, waarbij de politie het vuur opende op een groep antiapartheid demonstranten. Dit had tientallen doden tot gevolg. Sindsdien wordt er op deze dag wereldwijd stilgestaan bij het belang van de strijd tegen racisme en elke andere vorm van discriminatie.