Besneden mannen minder kans op HIV
Besmettingsrisico andere SOA’s blijft gelijk
Gepubliceerd op: 29 december 2004
Onderzoekers in Botswana en Zimbabwe beweerden al eerder dat besneden mannen de helft minder risico lopen op HIV-besmetting.
De wetenschappelijke theorie klinkt aannemelijk: de witte bloedcellen - die als poort fungeren voor het Aids-virus - zijn bij besneden mannen beschermd door een hoornlaag. De binnenkant van de voorhuid zou veel meer weefsel met witte bloedcellen bevatten.
Spectaculair
Een aantal plaatselijke onderzoeken leverden spectaculaire resultaten op. Bij 137 onbesneden mannelijke partners van HIV-positieve vrouwen in Oeganda raakten er 40 besmet met HIV, terwijl geen van de 50 besneden mannen besmet raakte.
Ook bij andere studies werd bij een behoorlijk percentage onbesneden mannen (15 procent van 4608) HIV vastgesteld, tegenover 9,5 procent bij de 908 besneden collegae. Als dit verschil volledig te verklaren is door besnijdenis, betekent dit wellicht dat het aantal besmettingen met een derde af zou kunnen afnemen als alle mannen zich laten besnijden.
Typische symptomen
Het verwijderen van de voorhuid vermindert de kans op andere Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (SOA’s) echter niet. De cijfers voor andere SOA’s waren min of meer gelijk. Bij onbesneden mannen bleek gonorroe iets vaker voor te komen, terwijl chlamydia juist besneden mannen in haar greep hield.
Een op negen mannen uit beide groepen, besneden en onbesneden, had typische symptomen van ontstekingen van of bij de penis. De mannen hadden moeilijkheden met of pijn bij het plassen. Eén op twaalf meldden genitale zweren die zouden kunnen zijn veroorzaakt door verschillende soorten besmettingen, waaronder herpes, syfilis en de aan chlamydia verwante Lymphogranuloma Venereum (LGV). Alhoewel deze laatste aandoening over het algemeen meer voorkomt in de tropen.
Ook het aantal besmettingen met syfilis lag bij besneden mannen iets hoger: 12 procent tegenover 10 procent bij onbesneden mannen.
De wetenschappelijke theorie klinkt aannemelijk: de witte bloedcellen - die als poort fungeren voor het Aids-virus - zijn bij besneden mannen beschermd door een hoornlaag. De binnenkant van de voorhuid zou veel meer weefsel met witte bloedcellen bevatten.
Spectaculair
Een aantal plaatselijke onderzoeken leverden spectaculaire resultaten op. Bij 137 onbesneden mannelijke partners van HIV-positieve vrouwen in Oeganda raakten er 40 besmet met HIV, terwijl geen van de 50 besneden mannen besmet raakte.
Ook bij andere studies werd bij een behoorlijk percentage onbesneden mannen (15 procent van 4608) HIV vastgesteld, tegenover 9,5 procent bij de 908 besneden collegae. Als dit verschil volledig te verklaren is door besnijdenis, betekent dit wellicht dat het aantal besmettingen met een derde af zou kunnen afnemen als alle mannen zich laten besnijden.
Typische symptomen
Het verwijderen van de voorhuid vermindert de kans op andere Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (SOA’s) echter niet. De cijfers voor andere SOA’s waren min of meer gelijk. Bij onbesneden mannen bleek gonorroe iets vaker voor te komen, terwijl chlamydia juist besneden mannen in haar greep hield.
Een op negen mannen uit beide groepen, besneden en onbesneden, had typische symptomen van ontstekingen van of bij de penis. De mannen hadden moeilijkheden met of pijn bij het plassen. Eén op twaalf meldden genitale zweren die zouden kunnen zijn veroorzaakt door verschillende soorten besmettingen, waaronder herpes, syfilis en de aan chlamydia verwante Lymphogranuloma Venereum (LGV). Alhoewel deze laatste aandoening over het algemeen meer voorkomt in de tropen.
Ook het aantal besmettingen met syfilis lag bij besneden mannen iets hoger: 12 procent tegenover 10 procent bij onbesneden mannen.